Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

A.L.Snijders heeft ‘geen ambitie, geen zitvlees’

A.L. Snijders schrijft zeer korte verhalen, ofwel zkv’s. Vreemd is dat niet. Hij heeft geen zitvlees en geen ambitie maar omdat hij het schrijven niet kan laten, heeft hij van de nood een deugd gemaakt. De documentaire ‘A.L. Snijders, een handige dromer’ portretteert deze onafhankelijke geest en schrijver van een bijzonder oeuvre.

 

Snijders is de meester op de korte baan. Hij heeft ook wel eens langere verhalen geschreven, maar die zijn naast die van ‘echte schrijvers evengoed weer korte verhalen’. ,,Ik heb verhalen geschreven die zijn wel vier of vijf bladzijden”, zegt de schrijver met zijn opvallend uitgegroeide wenkbrauwen op een toon die het midden houdt tussen zelfspot en triomfalisme.

 

,,Ik vermoed dat ik het type schrijver ben dat op een onbewoond eiland nog zou schrijven.”

 

A.L. Snijders, pseudoniem van Peter Müller (1937), gaf tot zijn pensionering Nederlands op een politieschool. Uit zijn talrijke zkv’s valt zijn doopceel te lichten: hij was beeldend kunstenaar in opleiding en student Nederlands, leraar Nederlands, fervent lezer, devoot atheïst en meer dan veertig jaar getrouwd met dezelfde vrouw.

Niet dat hij het cv van een schrijver van enig belang acht. Hij vindt het plezierig dat zijn werk wordt gepubliceerd, dat het ‘een beetje’ wordt verkocht en dat hij wordt uitgenodigd om erover te praten. ,,Allemaal dingen waar ik niets op tegen heb. Maar het gaat me om het schrijven, de rest is secundair. Ik vermoed dat ik het type schrijver ben dat op een onbewoond eiland nog zou schrijven.”

 

We zien de geboren Amsterdammer als een natuurmens, gestoken in overal en met wintermuts op, door een winters landschap banjeren en werken.

 

Onbewoond lijkt ook zijn eigen omgeving, ergens in de Achterhoek, waar hij drie aan elkaar gebouwde boerderijen met scheve dakpannen bezit. Kunstenaar Joost Conijn, met wie hij bevriend is, filmt Snijders dicht op de huid en weet hem terloops aardig uit zijn tent te lokken.

We zien de geboren Amsterdammer als een natuurmens, gestoken in overal en met wintermuts op, door een winters landschap banjeren en werken, sleutelen en lassen en op zijn trekker in een nevel van sneeuw boomstammen uit het bos ophalen, deze op de aanhanger sjouwen om ze thuis in handzame blokken te zagen en op te stoken.

 

Na een half uurtje of een uurtje schrijven moet hij weer naar buiten.

 

In het portret zien we hem nu en dan achter zijn laptop zitten tikken, ‘langzaam en amateuristisch’, zoals hij zelf zegt. Conijn zit er bovenop als Snijders zijn wekelijkse zkv voor de VPRO-gids schrijft. Dat hij zich beperkt tot het zeer korte verhaal vindt hij logisch: ,,Ik heb geen geduld, geen ambitie en geen zitvlees.”

Na een half uurtje of een uurtje moet hij weer naar buiten, voor frisse lucht, om te hakken en te zagen, om te schilderen en te harken, om gras te maaien en de kip te voeren. Dat zijn geen bijzaken. ,,Ze vullen mijn dagen op dezelfde manier als schrijven.”

Hij mag zichzelf dan niet ambitieus noemen, hij maakte een vreugdedansje toen hij te horen kreeg dat hem de Constantijn Huygensprijs voor 2010 was toegekend. Een grote literaire onderscheiding. ,,Ik heb duizenden dromen gehad waarvan ik er maar een paar heb aangepakt.” Maar van deze prijs had hij nooit kunnen dromen.

 

‘Als ik ergens geld mee verdien, houd ik mij aan de deadline.’

 

Snijders zou het liefst elke morgen om vier uur opstaan om tot een uur of acht te schrijven. ,,Maar dat is nog nooit gebeurd.” Hij kan de discipline niet opbrengen omdat ,,ik zo ambitieloos ben. Ambitie moet echt van buiten komen. En die wordt gedreven door geld, dus als ik ergens geld mee verdien, houd ik mij aan de deadline.”

 

,,Ik hou vooral van schrijvers die verloren zijn gegaan…”

 

Op de vraag of er door zijn dagelijkse beslommeringen in en rond zijn huis geen groot (roman)schrijver aan hem verloren is gegaan, reageert Snijders eerst met instemmend gemompel. Om dan op te merken: ,,Ja, ik hou vooral van schrijvers die verloren zijn gegaan…”

Als hij de drukproef van zijn nieuwe boek onder ogen krijgt, wemelt die tot zijn ontzetting van de fouten. Zo is van de Achterhoek Achterhoed gemaakt. Snijders kan zich er wel vrolijk over maken. ,,Achterhoed is fout, maar eigenlijk ook wel een mooi woord. Vaak is dat zo. Veel fouten zijn goed.”

 

Maart, 2012

UA-37394075-1