Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Alex Verburg en de afschuw van de managerscultuur

,,Er is veel, héél veel verdriet in Nederland”, zegt Alex Verburg (1953). De schrijver uit Venhuizen herhaalt die zin enkele keren tijdens het gesprek. Want het zit hem hoog: ,,Ik krijg van die managerscultuur in Nederland echt helemaal de kots.’ Hij schreef er een boek over, ‘En najagen van wind’ gedoopt. Een titel die verwijst naar het Bijbelboek Prediker en de zinsnede: ‘Alles is ijdelheid en najagen van wind.’

 

Het is geen schotschrift geworden, maar een roman die de oprukkende managerscultuur ontrafelt aan de hand van het verhaal van een levensgenieter, die journalist is bij een groot weekblad, Lavendel. Een zondagskind van middelbare leeftijd dat in een identiteitscrisis belandt en wordt vermalen door de ‘frisse wind’ die managers, in dit geval vijf ‘lekkere meiden’, door het bedrijf laten waaien. Zacht ogende dames die de harde lijn voorstaan.

 

In die bedrijfscultuur worden werknemers niet beoordeeld op hun kwaliteiten, maar of ze passen in de ‘format’. Of, zoals hoofdpersoon Peter het in het boek omschrijft: ‘Winst lijkt wel de religie; tabellen en urenlijsten heersen over de creativiteit, het is allemaal zo berekenend geworden. Ik kan daar niet tegen.’

Peter interviewt een komiek, een van de Grote Drie (waarin Toon Hermans valt te herkennen), die in het boek zegt: ‘Schrijven kun je alleen als je werkelijk vrij bent, eigenlijk kun je ook alleen maar leven als je werkelijk vrij bent. En ik voel zoveel spanning onder de mensen dat er van vrijheid geen sprake is.’

 

,,Alles lijkt tegenwoordig alleen nog maar te zijn gericht op de economie. Op winst. Op de markt. Het is het failliet van de samenleving.’’

 

In de tuin van zijn majestueuze stolp in de gemeente Venhuizen, achter de brede dijk van de West-Friese Omringdijk, zegt Alex Verburg: ,,Alles lijkt tegenwoordig alleen nog maar te zijn gericht op de economie. Op winst. Op de markt. Het is het failliet van de samenleving. Laatst las ik interviews met jongeren die net eindexamen hadden gedaan. Er werd hun gevraagd wat ze daarna gingen doen. Er was een jongen die wilde manager worden. Waarom manager, werd hem gevraagd. Ik wil mensen aansturen, zei hij. Tja, ligt je hele leven open, is er nog van alles mogelijk, wil je manager worden! Straks zit heel Nederland vol met mensen die andere mensen aansturen, maar hebben we geen mensen meer die aangestuurd kunnen worden. Terwijl de vreugd natuurlijk toch ligt in het ambacht. Dáár ligt de vervulling van de mens.”

 

,,Er is zoveel verdriet in Nederland.’’

 

,,Al dat managementgedoe, al dat formatdenken, het is allemaal zo kunstmatig. We gaan helemaal Amerika achterna, op weg naar een plastic samenleving. En daartegen voel ik een gigantisch verzet. Ik begrijp niet dat het zo kan voortwoekeren, dat mensen die geen kaas hebben gegeten van het vak dat je uitoefent, beslissen over hoe jij je van je taak of ambacht moet kwijten.”

 

,,Er is zoveel verdriet in Nederland. Dat merk ik ook aan de eerste reacties op het boek. Mensen voor wie het allemaal heel herkenbaar is, zeggen: goed dat dit eindelijk eens wordt gezegd. Tjonge, wat leeft dit! Overal. Overal zie je de gevolgen van die managerscultuur. In het onderwijs, in de gezondheidszorg, op universiteiten, het is overal precies hetzelfde.”

 

,,Voor zover ik weet is er nog niet eerder een roman over dit thema verschenen. Niet dat ik er daarom over wilde schrijven. Dit komt van binnen uit. Ik voelde zó’n noodzaak om dit te schrijven. Ik wilde ook absoluut niet dat het een rancuneus boek zou worden. Volgens mij is dat gelukt. Volgens mij is het ook een boek waar je heel erg om kan lachen.”

 

In ‘En najagen van wind’ maakt de hoofdpersoon zowel op zijn werk als in zijn privé-leven een crisis door. Het goudvinkje wordt een gevallen zondagskind. Verburg: ,,Voor Peter is werk geen plicht, het is zijn grootste liefhebberij. Zijn werk is ook een wezenlijk onderdeel van zijn leven. Maar op het moment dat het een plicht wordt met al dat zogenoemde ‘format’ denken, komt de omslag. Als interviews een soort invuloefeningen worden, dan wordt plezier plicht, wordt het bestaan wel heel erg leeg. Dat maakt hem ziek. Hij denkt eerst nog dat het hém niet zal raken, ik laat me er niet onder krijgen, denkt hij, maar hij gaat er wel degelijk onderdoor.”

 

,,Mijn boek is geen schotschrift. Ik wil niemand een trap na geven.’’

 

De roman gaat over veel meer dan alléén de managerscultuur. Het gaat óók over het jachtige bestaan – het najagen van wind – over een zoektocht naar (seksuele) identiteit, over (de broosheid van) geluk, over de vrouwen in het leven van de hoofdpersoon, over nestwarmte. Verschillende verhaallijnen raken gaandeweg steeds meer met elkaar verweven, met als aangrijpende apotheose een tragisch sterfgeval.

 

Is Lavendel gemodelleerd naar het weekblad Libelle waaraan Verburg jarenlang verbonden was? Afwerend: ,,Ik heb helemaal geen zin om een advocaat op mijn nek te krijgen. Let wel: het is géén sleutelroman. Ik heb wel erg de sfeer getroffen. Maar het blijft een roman. Mijn boek is geen schotschrift. Ik wil niemand een trap na geven. Iemand vroeg me: had je er dan geen zuivelfabriek van kunnen maken of zo? Ja, dat had gekund, maar ik ken de wereld van de journalistiek nu eenmaal zo goed van binnen uit.”

 

In de roman worden veel mensen ook ‘letterlijk ziek’ van dit tijdsgewricht. ,,Als je mensen hun het plezier in hun werk ontneemt, raken ze gedemotiveerd, ziek, en wie blijven er dan over? De mensen die volhouden, de jaknikkers, de middelmaat. Dat wordt de norm. En zo zakken we steeds verder af in dit land. Het wordt steeds platter, ordinairder en dommer.”

 

Hij lacht, schudt zijn jongensachtige krullenkop. Bijna verontschuldigend: ,,Ik lijk wel een zuurpruim. Dat is ook de tragiek van Peter, en hij troost zich dan maar met gelukkige herinneringen. Zo zit ik zelf ook wel in elkaar. Ik ben au fond een blijmoedig mens. En heel optimistisch. Maar langzaam maar zeker… Ach, dat vind ik ook zo mooi van Jasperina de Jong, die zegt in mijn interviewboek ‘Gelijk het gras’: De goot overspoelt ons.”

 

Contrast

 

De wind wakkert verder aan en overstemt soms het gesprek. Aan de andere kant van de dijk gaat het Markermeer tekeer. Hier, achter de brede rug van de dijk, lijkt de tijd stil te staan, het landschap oogt ongerept. Een groter contrast met het hectische bestaan dat Verburg in zijn boek beschrijft, is nauwelijks denkbaar. ,,Ik ga zelf ook niet met vakantie. Waarom zou ik? Ik woon hier toch prachtig? Ik ben bevoorrecht, dat geef ik toe, al kon ik vroeger in Amsterdam met mijn prachtige balkon ook intens gelukkig zijn.”

 

Niets en niemand kan echter ontsnappen aan de wetten die de moderne tijd stelt, ook zijn IJsselmeerdorp niet. ,,Nederland is een ontzettend kwetsbaar land”, zegt de auteur. ,,Je kunt dan ook niet ongestraft doorgaan met alles maar vol te plempen. Zo las ik laatst een prachtig stuk van Willem van Toorn (schrijver, dichter, red.) over het veranderend landschap. Niet dat hij het Nederland van de jaren vijftig terug wil of zo. Nee, hij zei: ‘Ik gun al die hardwerkende, goed bedoelende mensen nog graag even die avondwandeling, ik gun ze dat uitzicht op dat weitje, dat uitzicht op die bosrand, dat ze daarvan kunnen genieten en niet worden gebruikt als pionnetjes in een wereldwijd economisch spel.’ Dat was de spijker op zijn kop. Want we worden allemaal ondergeschikt gemaakt aan de economie. En als we nu nóg niet het geluk zien, wanneer dan wel?”

 

,,We zijn met zijn allen verzenuwd geraakt. Een prachtig woord dat Kees van Kooten eens gebruikte. We zitten hier allemaal op elkaar. Elkaar op te jagen, want tijd is geld, het moet allemaal snel. Op de weg, overal, idioot gewoon. En waarom? Waartoe? Wat is je winst? Het resultaat is dat we er met zijn allen ontzettend gespannen van raken. Verzenuwd.”

 

,,De mensen zijn ontzettend verwend ook. Vroeger spaarde je jarenlang om een aantal weken ergens naar toe te vliegen, áls je al vloog, en nu gaat men gewoon voor een lang weekend naar Griekenland. Van mij mogen ze, maar ja, als dat de norm wordt? Logisch dat Schiphol dan steeds groter moet. Ik begrijp het wel, we doen het allemaal zelf, maar ik voel een enorm verzet. Of, zoals een van de personages in mijn boek zegt: ‘De aarde redt het wel, het is de natuur die de mens zal uitwissen. En dat is allemaal onze eigen schuld.”

 

,,Laatst zei een socioloog op tv: we denken dat we vrij zijn maar we kiezen tussen dingen die ons zijn opgedrongen en waarvan wij denken dat we daar ons geluk vandaan halen. We denken dat we met onze zogenaamde vrijheden steeds meer onszelf zijn, maar we zijn verder van onszelf afgeraakt dan ooit. We worden een soort wezen.”

 

Alex Verburg: ‘En najagen van wind’, roman, 236 blz, uitgeverij De Arbeiderspers.

 

Alex Verburg

in vogelvlucht

 

Alex Verburg werkte, voordat hij zich vrijwel volledig aan de schrijverij ging wijden, jarenlang als journalist. Hij schreef voor het weekblad Libelle grote interviews met bekende persoonlijkheden uit binnen- en buitenland. Hij publiceerde in 1989 de interviewbundel ’Eindelijk volwassen’ (1989), met tekeningen van Peter van Straaten, en twee jaar geleden ’Het voorlopige leven van Liesbeth List’ (2001).

In Verburgs romandebuut ’Het huis van mijn vader’ (2002) ontwikkelt een onbezonnen jongen zich tot een vroegrijpe, bedachtzame puber. Tegelijk gaat het over de tragische liefde die de jongen opvat voor een oudere man. In 2003 verscheen ’Gelijk het gras’, een bundeling van vraaggesprekken die Verburg voerde met onder anderen Annie M.G.Schmidt, Toon Hermans, Willem Wilmink, Harry Bannink, Isabel Allende, de Zangeres zonder Naam, Sylvia Millecam, Simon Wiesenthal, Albert Mol, Marten Toonder, John Kraaijkamp, prinses Irene, Mary Dresselhuys, Cecilia Bartoli en Connie Palmen.

 

 

Juni, 2004

Alex Verburg en de afschuw van de managerscultuur

 

,,Er is veel, héél veel verdriet in Nederland”, zegt Alex Verburg (1953). De schrijver uit Venhuizen herhaalt die zin enkele keren tijdens het gesprek. Want het zit hem hoog: ,,Ik krijg van die managerscultuur in Nederland echt helemaal de kots.’ Hij schreef er een boek over, ‘En najagen van wind’ gedoopt. Een titel die verwijst naar het Bijbelboek Prediker en de zinsnede: ‘Alles is ijdelheid en najagen van wind.’

 

Het is geen schotschrift geworden, maar een roman die de oprukkende managerscultuur ontrafelt aan de hand van het verhaal van een levensgenieter, die journalist is bij een groot weekblad, Lavendel. Een zondagskind van middelbare leeftijd dat in een identiteitscrisis belandt en wordt vermalen door de ‘frisse wind’ die managers, in dit geval vijf ‘lekkere meiden’, door het bedrijf laten waaien. Zacht ogende dames die de harde lijn voorstaan.

 

In die bedrijfscultuur worden werknemers niet beoordeeld op hun kwaliteiten, maar of ze passen in de ‘format’. Of, zoals hoofdpersoon Peter het in het boek omschrijft: ‘Winst lijkt wel de religie; tabellen en urenlijsten heersen over de creativiteit, het is allemaal zo berekenend geworden. Ik kan daar niet tegen.’

Peter interviewt een komiek, een van de Grote Drie (waarin Toon Hermans valt te herkennen), die in het boek zegt: ‘Schrijven kun je alleen als je werkelijk vrij bent, eigenlijk kun je ook alleen maar leven als je werkelijk vrij bent. En ik voel zoveel spanning onder de mensen dat er van vrijheid geen sprake is.’

,,Alles lijkt tegenwoordig alleen nog maar te zijn gericht op de economie. Op winst. Op de markt. Het is het failliet van de samenleving.’’

In de tuin van zijn majestueuze stolp in de gemeente Venhuizen, achter de brede dijk van de West-Friese Omringdijk, zegt Alex Verburg: ,,Alles lijkt tegenwoordig alleen nog maar te zijn gericht op de economie. Op winst. Op de markt. Het is het failliet van de samenleving. Laatst las ik interviews met jongeren die net eindexamen hadden gedaan. Er werd hun gevraagd wat ze daarna gingen doen. Er was een jongen die wilde manager worden. Waarom manager, werd hem gevraagd. Ik wil mensen aansturen, zei hij. Tja, ligt je hele leven open, is er nog van alles mogelijk, wil je manager worden! Straks zit heel Nederland vol met mensen die andere mensen aansturen, maar hebben we geen mensen meer die aangestuurd kunnen worden. Terwijl de vreugd natuurlijk toch ligt in het ambacht. Dáár ligt de vervulling van de mens.”

 

,,Er is zoveel verdriet in Nederland.’’

 

,,Al dat managementgedoe, al dat formatdenken, het is allemaal zo kunstmatig. We gaan helemaal Amerika achterna, op weg naar een plastic samenleving. En daartegen voel ik een gigantisch verzet. Ik begrijp niet dat het zo kan voortwoekeren, dat mensen die geen kaas hebben gegeten van het vak dat je uitoefent, beslissen over hoe jij je van je taak of ambacht moet kwijten.”

 

,,Er is zoveel verdriet in Nederland. Dat merk ik ook aan de eerste reacties op het boek. Mensen voor wie het allemaal heel herkenbaar is, zeggen: goed dat dit eindelijk eens wordt gezegd. Tjonge, wat leeft dit! Overal. Overal zie je de gevolgen van die managerscultuur. In het onderwijs, in de gezondheidszorg, op universiteiten, het is overal precies hetzelfde.”

,,Voor zover ik weet is er nog niet eerder een roman over dit thema verschenen. Niet dat ik er daarom over wilde schrijven. Dit komt van binnen uit. Ik voelde zó’n noodzaak om dit te schrijven. Ik wilde ook absoluut niet dat het een rancuneus boek zou worden. Volgens mij is dat gelukt. Volgens mij is het ook een boek waar je heel erg om kan lachen.”

In ‘En najagen van wind’ maakt de hoofdpersoon zowel op zijn werk als in zijn privé-leven een crisis door. Het goudvinkje wordt een gevallen zondagskind. Verburg: ,,Voor Peter is werk geen plicht, het is zijn grootste liefhebberij. Zijn werk is ook een wezenlijk onderdeel van zijn leven. Maar op het moment dat het een plicht wordt met al dat zogenoemde ‘format’ denken, komt de omslag. Als interviews een soort invuloefeningen worden, dan wordt plezier plicht, wordt het bestaan wel heel erg leeg. Dat maakt hem ziek. Hij denkt eerst nog dat het hém niet zal raken, ik laat me er niet onder krijgen, denkt hij, maar hij gaat er wel degelijk onderdoor.”

 

,,Mijn boek is geen schotschrift. Ik wil niemand een trap na geven.’’

 

De roman gaat over veel meer dan alléén de managerscultuur. Het gaat óók over het jachtige bestaan – het najagen van wind – over een zoektocht naar (seksuele) identiteit, over (de broosheid van) geluk, over de vrouwen in het leven van de hoofdpersoon, over nestwarmte. Verschillende verhaallijnen raken gaandeweg steeds meer met elkaar verweven, met als aangrijpende apotheose een tragisch sterfgeval.

 

Is Lavendel gemodelleerd naar het weekblad Libelle waaraan Verburg jarenlang verbonden was? Afwerend: ,,Ik heb helemaal geen zin om een advocaat op mijn nek te krijgen. Let wel: het is géén sleutelroman. Ik heb wel erg de sfeer getroffen. Maar het blijft een roman. Mijn boek is geen schotschrift. Ik wil niemand een trap na geven. Iemand vroeg me: had je er dan geen zuivelfabriek van kunnen maken of zo? Ja, dat had gekund, maar ik ken de wereld van de journalistiek nu eenmaal zo goed van binnen uit.”

 

In de roman worden veel mensen ook ‘letterlijk ziek’ van dit tijdsgewricht. ,,Als je mensen hun het plezier in hun werk ontneemt, raken ze gedemotiveerd, ziek, en wie blijven er dan over? De mensen die volhouden, de jaknikkers, de middelmaat. Dat wordt de norm. En zo zakken we steeds verder af in dit land.

Het wordt steeds platter, ordinairder en dommer.”

 

Hij lacht, schudt zijn jongensachtige krullenkop. Bijna verontschuldigend: ,,Ik lijk wel een zuurpruim. Dat is ook de tragiek van Peter, en hij troost zich dan maar met gelukkige herinneringen. Zo zit ik zelf ook wel in elkaar. Ik ben au fond een blijmoedig mens. En heel optimistisch. Maar langzaam maar zeker… Ach, dat vind ik ook zo mooi van Jasperina de Jong, die zegt in mijn interviewboek ‘Gelijk het gras’: De goot overspoelt ons.”

 

Contrast

 

De wind wakkert verder aan en overstemt soms het gesprek. Aan de andere kant van de dijk gaat het Markermeer tekeer. Hier, achter de brede rug van de dijk, lijkt de tijd stil te staan, het landschap oogt ongerept. Een groter contrast met het hectische bestaan dat Verburg in zijn boek beschrijft, is nauwelijks denkbaar. ,,Ik ga zelf ook niet met vakantie. Waarom zou ik? Ik woon hier toch prachtig? Ik ben bevoorrecht, dat geef ik toe, al kon ik vroeger in Amsterdam met mijn prachtige balkon ook intens gelukkig zijn.”

Niets en niemand kan echter ontsnappen aan de wetten die de moderne tijd stelt, ook zijn IJsselmeerdorp niet. ,,Nederland is een ontzettend kwetsbaar land”, zegt de auteur. ,,Je kunt dan ook niet ongestraft doorgaan met alles maar vol te plempen. Zo las ik laatst een prachtig stuk van Willem van Toorn (schrijver, dichter, red.) over het veranderend landschap. Niet dat hij het Nederland van de jaren vijftig terug wil of zo. Nee, hij zei: ‘Ik gun al die hardwerkende, goedbedoelende mensen nog graag even die avondwandeling, ik gun ze dat uitzicht op dat weitje, dat uitzicht op die bosrand, dat ze daarvan kunnen genieten en niet worden gebruikt als pionnetjes in een wereldwijd economisch spel.’ Dat was de spijker op zijn kop. Want we worden allemaal ondergeschikt gemaakt aan de economie. En als we nu nóg niet het geluk zien, wanneer dan wel?”

 

,,We zijn met zijn allen verzenuwd geraakt. Een prachtig woord dat Kees van Kooten eens gebruikte. We zitten hier allemaal op elkaar. Elkaar op te jagen, want tijd is geld, het moet allemaal snel. Op de weg, overal, idioot gewoon. En waarom? Waartoe? Wat is je winst? Het resultaat is dat we er met zijn allen ontzettend gespannen van raken. Verzenuwd.”

 

,,De mensen zijn ontzettend verwend ook. Vroeger spaarde je jarenlang om een aantal weken ergens naar toe te vliegen, áls je al vloog, en nu gaat men gewoon voor een lang weekend naar Griekenland. Van mij mogen ze, maar ja, als dat de norm wordt? Logisch dat Schiphol dan steeds groter moet. Ik begrijp het wel, we doen het allemaal zelf, maar ik voel een enorm verzet. Of, zoals een van de personages in mijn boek zegt: ‘De aarde redt het wel, het is de natuur die de mens zal uitwissen. En dat is allemaal onze eigen schuld.”

 

,,Laatst zei een socioloog op tv: we denken dat we vrij zijn maar we kiezen tussen dingen die ons zijn opgedrongen en waarvan wij denken dat we daar ons geluk vandaan halen. We denken dat we met onze zogenaamde vrijheden steeds meer onszelf zijn, maar we zijn verder van onszelf afgeraakt dan ooit. We worden een soort wezen.”

 

Alex Verburg: ‘En najagen van wind’, roman, 236 blz, uitgeverij De Arbeiderspers.

 

Alex Verburg

in vogelvlucht

 

Alex Verburg werkte, voordat hij zich vrijwel volledig aan de schrijverij ging wijden, jarenlang als journalist. Hij schreef voor het weekblad Libelle grote interviews met bekende persoonlijkheden uit binnen- en buitenland. Hij publiceerde in 1989 de interviewbundel ’Eindelijk volwassen’ (1989), met tekeningen van Peter van Straaten, en twee jaar geleden ’Het voorlopige leven van Liesbeth List’ (2001).

In Verburgs romandebuut ’Het huis van mijn vader’ (2002) ontwikkelt een onbezonnen jongen zich tot een vroegrijpe, bedachtzame puber. Tegelijk gaat het over de tragische liefde die de jongen opvat voor een oudere man. In 2003 verscheen ’Gelijk het gras’, een bundeling van vraaggesprekken die Verburg voerde met onder anderen Annie M.G.Schmidt, Toon Hermans, Willem Wilmink, Harry Bannink, Isabel Allende, de Zangeres zonder Naam, Sylvia Millecam, Simon Wiesenthal, Albert Mol, Marten Toonder, John Kraaijkamp, prinses Irene, Mary Dresselhuys, Cecilia Bartoli en Connie Palmen.

 

Juni, 2004

UA-37394075-1