Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Alice Munro, een ontnuchterende vertelster

Alice Munro wordt ‘de Tsjechov van onze tijd’ genoemd. De Canadese Nobelprijskandidaat is een ‘ster’ in Noord-Amerika en wordt niet alleen door haar trouwe lezers maar ook door collegaschrijvers op handen gedragen. Haar jongste boek ‘Dear life’ – zoetelijk vertaald als ‘Lief leven’ – is tevens haar laatste.

 

De 82-jarige schrijfster heeft namelijk aangekondigd dat ze stopt met schrijven, in elk geval met publiceren. Dat verklaarde ze overigens ook bij verschijning van haar vorige boek ‘Het uitzicht vanaf Castle Rock’ (2007), waarin ze haar familiegeschiedenis uit de doeken doet. En net als toen reageerden haar fans onthutst en teleurgesteld op dat slechte nieuws.

Toch is er alle reden om haar mededeling serieus te nemen. Niet omdat de kwaliteit van de verhalen in ‘Lief leven’ te wensen zou overlaten – een paar verhalen behoren tot het beste wat ze schreef – maar omdat mogelijk voor haar hetzelfde geldt als voor haar beroemde Amerikaanse collega Philip Roth (1933), die vorig jaar liet weten dat hij de aandrang om te schrijven niet meer voelde zoals hij die zijn hele leven had gevoeld. Bovendien had Roth het idee dat hij niet meer zijn oude niveau haalde: ‘En wie zit er te wachten op een middelmatig boek?’

 

Meesters op de korte baan

Alice Munro beoefent als verhalenschrijver een literair genre dat in de Angelsaksische landen sinds jaar en dag hoog in aanzien staat. Denk daarbij aan de verhalen van de meesters op de korte baan als Hemingway, Scott Fitzgerald, Cheever en Dahl, die op hun beurt schreven in het spoor van Gogol, Toergenjev, Tsjechov en Maupassant. Bij ons lijdt het genre ten onrechte een kwijnend bestaan. Ondanks herhaalde pogingen blijft het verhaal het afleggen tegen de roman, alsof het verhaal niet meer is dan een vingeroefening en de roman het grote werk.

 

Ook Munro schreef een roman, ‘Lives of girls and women’ (1971), omdat romans beter verkopen én omdat niet alleen bij lezers maar ook bij veel schrijvers het misverstand leeft dat een auteur pas serieus wordt genomen als hij een roman heeft geschreven. In zijn voorwoord bij ‘Lief leven’ schrijft Herman Koch – in zijn karakteristieke droge stijl waaruit veel bewondering voor de schrijfster spreekt: ‘Die ene roman die zij schreef, is helemaal niet slecht, hij is zelfs beter dan een heleboel andere romans, hij is alleen niet beter dan haar korte verhalen.’

 

Jonge moeder

 

Munro liet het romanschrijven daarna voor wat het was, niet omdat het voor haar te hooggegrepen was, maar omdat ze als jonge moeder moest woekeren met haar tijd en haar grote talent bij het verhaal ligt. Ze schrijft geen verhalen zoals A.L.Snijders die schrijft (de zogenoemde zkv’s, zeer korte verhalen), eerder verhalen met een lengte, waarin F.B.Hotz excelleerde. Haar verhalen zijn meer novellen of soms korte romans, waarin Munro in kort bestek, zonder opsmuk en in rijke, sfeervolle schetsen als een hedendaagse Tsjechov een hele wereld weet op te roepen, vol treffende observaties: ‘En al spoedig liep hij weer buiten en deed alsof hij net als iedereen een normale, goede reden had om de ene voet voor de andere te zetten.’ En: ‘Ik voelde me alsof ik in een kelder terechtgekomen was en men het luik boven mijn hoofd had dichtgesmeten.’

 

Het zijn kleine, voor de personages ingrijpende gebeurtenissen, die in Munro’s proza ongewoon en bijzonder worden. Juist het verhaal geeft haar de mogelijkheid om in te zoomen op een onbelicht moment en dat vervolgens uit te vergroten. In haar eigen woorden: ‘Ik wil een verhaal vertellen, op de ouderwetse wijze. Wat gebeurt er met iemand? Maar ik wil dat de lezer zich daarbij verwondert, niet over wat er gebeurt, maar over de samenhang van alles wat er gebeurt. Het wat langere verhaal werkt daarbij het best.’

 

Ongelukkige huisvrouw

 

Of ze nu schrijft over de dood van een moeder, over een kind dat op eigen benen komt te staan, over een hevige verliefdheid of een gescheiden of ongelukkige (huis)vrouw, het gaat Munro niet om de gebeurtenissen op zich maar om de dramatische momenten die een leven bepalen of op zijn kop zetten. Een treffend voorbeeld is ‘Dolly’, een van de mooiste verhalen van ‘Lief leven’, een aangrijpende liefdesgeschiedenis van een echtpaar boven de tachtig.

 

Munro’s verhalen moeten het van de sfeer hebben, niet zozeer van een plot of spanning. ‘Een verhaal is niet als een weg die je moet volgen’, schreef ze daarover, ‘het is meer als een huis.’ Een huis om tijdelijk in te wonen: ‘Je gaat naar binnen en blijft er een tijdje, wandelt wat heen en weer, gaat zitten waar je wil, en ontdekt hoe de kamers en gangen met elkaar verbonden zijn, hoe de buitenwereld verandert wanneer die door deze ramen bezien wordt. En jij, de bezoeker, de lezer, verandert ook…’

 

Verstikkende sleur

 

Munro’s verhalen zijn geworteld in de twintigste eeuw, met personages die halverwege de eeuw zijn geboren en de veranderingen in de naoorlogse decennia bewust hebben meegemaakt. Het zijn vaak ontwortelde personages die willen ontsnappen aan de verstikkende sleur. Haar heldinnen – voor helden is in Munro’s universum weinig plaats – proberen te ontsnappen aan het benauwende keurslijf zonder expliciet feministisch te zijn. ‘Natuurlijk gaan mijn verhalen over vrouwen, ik ben een vrouw’, zei ze daarover. Haar personages leiden levens vol onverwachte wendingen en ontmoetingen, gefnuikte ambities en teleurstellingen, waarin de gemaakte keuzes noodlottig uitpakken of geen verschil maken.

 

Ze staan in velerlei opzichten dicht bij hun schepper die als dochter van een vossenfokker in 1931 werd geboren als Alice Laidlaw in Wingham, Noord-Ontario. Ze zette begin jaren vijftig een punt achter haar studie om te trouwen met James Munro, met wie ze verhuisde naar Vancouver. Ze kregen drie dochters, ze scheidden in 1971, waarna Munro met haar tweede echtgenoot terugkeerde naar Ontario, de omgeving waar veel van haar verhalen spelen.

 

Finale

 

Voor de liefhebber is de ‘Finale’ van ‘Lief leven’ een aangename toegift. Hierin vertelt Munro in vier schetsen die ze nadrukkelijk geen verhalen wil noemen, over haar jeugd, haar geboortegrond en vooral over haar relatie met haar ouders. ‘Ik geloof’, schrijft ze in een woord vooraf, ‘dat dit de eerste en de laatste – en de persoonlijkste – dingen zijn die ik over mijn eigen leven te zeggen heb.’

 

Ze beschrijft zichzelf daarin net zo scherp, meedogenloos en ontnuchterend als ze haar personages neerzet. Zo neemt ze het zichzelf kwalijk dat ze er niet was tijdens haar moeders laatste ziekte, ‘noch voor haar begrafenis’. Ze had daarvoor natuurlijk goede redenen: ‘Ik had twee kleine kinderen en niemand in Vancouver bij wie ik hen achter kon laten. We konden ons de reis nauwelijks veroorloven en mijn man verachtte formeel gedrag, maar waarom zou ik hem de schuld geven? Ik dacht er net zo over. Over sommige dingen zeggen we dat ze onvergeeflijk zijn, of dat we het onszelf nooit zullen vergeven. Maar we doen het wel, we doen het de hele tijd.’

 

Alice Munro: ‘Lief leven’ (‘Dear life’), uit het Engels vertaald door Pleuke Boyce, 350 blz., uitgeverij De Geus, Breda.

Januari, 2013

In verkorte versie gepubliceerd in de kranten van De Persdienst.

UA-37394075-1