Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Andreas Burnier – Veertig jaar dolen door de woestijn

De carrière van de schrijfster Andreas Burnier 1931-2002, pseudoniem van dr. C.I. Dessaur, verliep buitengewoon grillig. Ze debuteerde in 1965 met de overrompelde roman ‘Een tevreden lach’, over een vrouw die het niet kon verkroppen dat zij niet als man geboren was. Ze verwierf er meteen literaire roem mee en een grote lezersschare. Een nogal groot verschil met haar in 1997 verschenen roman ‘De wereld is van glas’, die nauwelijks werd opgemerkt.

 

Het had ook te maken met de wijze waarop Andreas Burnier zowel in haar literaire werk als in haar hoedanigheid van hoogleraar criminologie vaak buitengewoon fel stelling nam in kwesties als euthanasie, Jodendom en feminisme. Ze oogstte daarmee zowel bewondering als kritiek, maar gaandeweg vervreemdde ze steeds meer lezers van zich.

 

Burnier is zichzelf niettemin altijd trouw gebleven, ze bleef zich verzetten tegen de discriminatie van de vrouw, en daarmee eigenlijk tegen élke discriminatie. Maar ze zette zich tegelijk af tegen nieuwe dogma’s. Zo zei ze:

 

Vroeger mocht ik van mijn moeder niet voetballen

en nu niet van de feministen.’

 

In 1965 was haar debuut ‘Een tevreden lach’ een literaire sensatie. De vrijgevochten hoofdfiguur is openlijk biseksueel. Ze studeert geneeskunde, komt in een inrichting terecht, loopt van huis weg, slaapt met mannen en met vrouwen, drinkt, werkt, sluit vriendschap met prostituees en pooiers, voltooit haar studie, wordt dokter in een psychiatrische kliniek en tenslotte mijnwerker.

Het is picareske (avonturen)roman. Maar bovenal een speurtocht van de hoofdpersoon naar zichzelf. Homo-/biseksualiteit speelt ook een belangrijke rol in ‘Het jongensuur’ (1969) en ‘De huilende libertijn (1970), die min of meer het vervolg zijn op ‘Een tevreden lach’. De boeken zijn op te vatten als verkapte zelfportretten van de schrijfster, die zei dat ze zelf ‘nooit iets zou kunnen verzinnen’.

 

Boodschap’

 

Catharina Irma Dessaur moest in de oorlog vanwege jaar Joodse afkomst onderduiken. Na de oorlog studeerde ze medicijnen en filosofie. Ze trouwde, ontdekte haar homoseksuele geaardheid, scheidde, en ging werken bij het Criminologisch Instituut in Leiden. Van 1973 tot 1988 was ze hoogleraar criminologie aan de universiteit in Nijmegen. Ze bleef intussen schrijven, werd gelauwerd (Annie Romeinprijs, 1983, Busken Huetprijs, 1987), al kregen haar latere romans een steeds essayachtiger karakter. De schrijfster wilde vooral haar overtuiging uitdragen in een overdosis aan ideeën, waarbij de ‘boodschap’ er al te dik bovenop kwam te liggen. Dat ging vooral ten koste van het verhaal.

 

Behalve romans schreef Burnier gedichten, verhalen en essays. Ze legde in haar werk de nadruk op actuele kwesties die haar na aan het hart gingen. Niet alleen het feminisme en de homoseksualiteit. Ze nam ook stelling tegen euthanasie – ze was fel tegen – en het jodendom. Over het Jodendom en het Jood-zijn schreef ze in ‘De trein naar Tarascon’, terwijl ze, zo zei ze, ‘op dat moment van het Jodendom werkelijk geen fluit afwist’.

 

Thuis

 

Ze verdiepte zich in het Hebreeuws, joodse geschiedenis, Joodse filosofie, Joodse mystiek en overige judaica, en voelde zich ‘eindelijk thuis’. Ze zei:

 

Langer dan veertig jaar doolde ik door een woestijn van mij wezensvreemde stromingen, vanaf het moment dat ik filosofie ging studeren tot de periode waarin ik op zoek ging naar oosterse psychologie en religie.’

 

Haar laatst verschenen roman ‘De wereld is van glas’ gaat dan ook geheel over haar bekering of terugkeer tot het Jodendom. In dit boek strijdt een van de personages, waarin het alter ego van de schrijfster is te herkennen, tegen de ‘euthanazi-praktijken’. Uiteindelijk verzoent ze zich met haar leven, ‘met haar medemensen, de realiteit van het moeizame aardse leven’.

 

September, 2002

UA-37394075-1