Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Anne Enright: ‘Zonder boeken blijven we kinderen’

Jarenlang schreef Anne Enright (1962) in betrekkelijke anonimiteit. Dat veranderde op slag met ‘The gathering’ (‘De samenkomst’), die werd bekroond met de Man Booker Prize 2007, de belangrijkste literaire prijs voor Engelstalige auteurs. De Ierse schrijfster was in Nederland om te praten over literatuur, roem, slechte seks en haar verhalenbundel ‘Het weer van gisteren’.

Ondanks de vermoeidheid en de haast waarmee ze via Wenen, Venetië en Hamburg naar Nederland moest vliegen – voor een optreden op het Crossing Border Festival in Den Haag – is Anne Enright goedgemutst. Ze ziet er met haar kortgeknipte kapsel patent uit. Ze heeft nieuwsgierige bruine ogen, is open, praat gemakkelijk en laat nu en dan een welluidende schaterlach door de Haagse hotelkamer rollen.

Heeft de prijs haar leven overhoop gehaald? ,,Het overkomt je. Er verschuiven dingen, het is comfortabel, maar wezenlijk verandert er weinig. Ik hoop tenminste niet dat ik zelf veranderd ben.’’

Ze erkent dat het even wennen is, al die aandacht. Ook dat ze op straat herkend wordt, door wildvreemden wordt aangesproken en om een handtekening gevraagd. Maar vooralsnog geniet ze ervan. Is er niet een zekere druk? ,,Er bestaat de kans dat je een zekere schrijfangst bekruipt zodra je aan je bureau gaat zitten, Maar daarvan is nog geen sprake. Voorlopig geeft het me vertrouwen.’’

Van haar familiesage ‘The gathering’ waren tot de bekroning nauwelijks 3000 exemplaren verkocht. Sindsdien is het boek in de Angelsaksische landen een bestseller en ook elders loopt het goed. De Nederlandse vertaling ‘De samenkomst’ is intussen aan de zevende druk toe. De roman gaat over drie generaties uit het Ierse geslacht Hegarty. Verteller is dochter en kleinkind Veronica uit een gezin van twaalf kinderen – miskramen niet meegerekend – van wie de ouders niet bij machte waren om de hele schare op te voeden. Het boek doet denken aan andere Ierse romans als ‘Angela’s ashes’ van Frank McCourt, zij het dat Enrights verhaal rauwer en grimmiger is.

Anne Enright studeerde in haar geboorteplaats Dublin, volgde een universitaire studie schrijven en werkte geruime tijd voor radio en televisie (BBC). Ze groeide op in een stad die van oudsher literatuur ademt – Oscar Wilde, James Joyce en Samuel Beckett komen er vandaan. Hoewel haar werk moeilijk in een hokje is te plaatsen, behoort Enright tot de jongsten van een succesvolle generatie Ierse schrijvers, onder wie John Banville (Booker Prize 2005), Colm Tóibín, Hugo Hamilton, Sebastian Barry, Roddy Doyle (Booker Prize 1993) en Joseph O’Connor.

De Ierse literatuur floreert, knikt ze instemmend, nog steeds. Toch is er een verschil. ,,In de jaren tachtig en negentig waren de Britten erg geïnteresseerd in Ierse schrijvers. Die belangstelling is weggeëbd. Dat komt waarschijnlijk doordat het ook de Ieren financieel voor de wind ging. Ierland begon steeds meer op de rest van Europa te lijken.’’

Haar land zag ze in enkele decennia sterk veranderen. ,,De laatste jaren konden mensen alleen nog maar praten over geld, huizen en auto’s. Heel vervelend, niet iets om over te converseren. Godzijdank is dat over. We zitten nu in een recessie en het geld dat zo snel het land invloog vliegt er nu weer net zo snel uit. Er wordt weer over wezenlijke dingen gesproken.’’

Anne Enright is sinds 1993 fulltime schrijfster. Ze publiceerde twee verhalenbundels, vier romans en een boek over het moederschap. In ‘Baby’s voor beginners’ – originele titel ‘Making baby’s’ (2004) – beschrijft ze haar ervaringen als moeder van twee kinderen. Ze belicht daarin zowel de zware en emotionele als de mooie en charmante kanten van het moederschap. ,,Dat boek is mijn favoriet. Waarom? Omdat het ‘t dichtst bij mezelf staat. Het is alsof ik tijdens het schrijven voortdurend foto’s van mijn leven maakte. Ik hou van dat boek, niet zozeer om de manier waarop het is geschreven, maar om de eerlijkheid ervan.’’

Dat ze begon met het schrijven van korte verhalen ligt voor de hand. ,,Ik werkte bij de tv en had alleen in het weekeinde gelegenheid om te schrijven. Voor een roman moet je meer ruimte in je hoofd hebben. Daarnaast ben ik altijd al dol geweest op korte verhalen.’’ Haar eigen favorieten zijn de Canadese schrijfster Alice Munro en de Amerikaanse Marilynne Robinson. ,,Die zijn werkelijk magnifiek.’’

De negentien verhalen in ‘Het weer van gisteren’ – de Engelstalige versie is ‘Taking pictures’ gedoopt – zijn in het afgelopen decennium geschreven. De bundel begint met een jong meisje in ‘Bleke handen die ik beminde aan de Shalimar’ en eindigt met een oude dame in ‘Della’, die zich zorgen maakt over haar buurman, die ze vreest en door wie ze geobsedeerd is.

De hoofdpersonen zijn op één na allemaal vrouwen. ,,Dat is toeval. Samuel Beckett vond ook al dat een bepaald probleem het beste kon worden verwoord vanuit het perspectief van een vrouw. Zo werk ik ook. Bepaalde existentiële en filosofische thema’s kun je beter illustreren aan de hand van vrouwelijke karakters.’’

Een uitzondering is het verhaal ‘Zijn vrouw’, waarin een man gefascineerd raakt door het litteken bij de hals van een verkoopster, alsof haar keel doorgesneden was geweest. ,,Die vrouw heb ik zelf in een winkel gezien, maar ik ontdekte dat een man daar op de een of andere manier openlijker naar durft te kijken.’’

De personages zitten gevangen in hun eigen hersenspinsels. Enright bestrijdt dit. ,,In hun gedachten zijn ze juist volkomen vríj. Hun levens zijn begrensd, ze hebben wél buitengewone innerlijke levens. We lezen of horen de stem in hun hoofd.’’

Een moeilijke jeugd, onbegrip, schaamte, het onvermogen tot contact en communicatie, vervreemding. Dat zijn de sleutelwoorden in dit proza. En seks, veel seks, die zelden tot voldoening leidt. ,,Een criticus van The New York Times schreef dat het boek over slechte seks gaat. Ik geloof niet dat dát juist gezien is. Het is goede seks, het probleem is alleen dat het steeds met de verkeerde mensen gebeurt. Het klopt wel dat het niet louter liefelijkheid is waarover ik schrijf.’’

De dood wordt beschreven als een wrede gast. Mannen worden niet zelden als onvolkomen, onbeholpen wezens afgebeeld. In ‘Op de beddenafdeling’ kijkt een gescheiden vrouw, een veertigplusser, naar haar twee volwassen zoons. Enright doet dan observaties als deze: ‘Ze was het gewend, de vrolijkheid, de onverschilligheid en de rommel. Maar soms, als ze in de keuken stond en omkeek, zag ze tot haar schrik hoe ontzettend groot ze waren: een en al eiwitten en koolhydraten, spieren en sappen, alsof ze een stel kamerplanten had opgekweekt tot triffids.’

Hoewel het in deze verhalen niet allemaal kommer en kwel is en er ruimte is voor lichtheid en frivoliteit, belicht Enright vooral de donkere kanten van het menselijk bestaan. ,,Wat goed gaat is nu eenmaal niet zo interessant, wel wat fricties tussen mensen veroorzaakt. We zijn in wezen allemaal kinderen, druk met onszelf. En boeken zorgen ervoor dat we groeien en volwassen worden.’’

 

Anne Enright: ‘Het weer van gisteren’. Vertaald door Marijke Versluys, 245 blz. Van ‘De samenkomst’, vertaald door Piet Verhagen, is de zesde druk verschenen. Uitgave De Bezige Bij.

 

November, 2008

UA-37394075-1