Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Anne Vegter: ‘Misschien besta ik wel helemaal niet’

Anne Vegter (1958) is de nieuwe Dichter des Vaderlands. Ze is de eerste vrouw die na Gerrit Komrij, Driek van Wissen, Simon Vinkenoog (tijdelijk) en Ramsey Nasr het ereambt van ambassadeur van de vaderlandse poëzie voor haar rekening neemt. Een interview, uit 2007, met een dichteres voor wie scheppen ‘een avontuurtje voor de zintuigen’ is.

 

Anne Vegter heeft veel ‘potjes op het vuur staan’. In 2007 ging haar toneelmonoloog ‘Om te beginnen een vrouw’ in première en verscheen haar dichtbundel ‘Spamfighter’, die het jaar daarop met de VSB Poëzieprijs werd bekroond, de onderscheiding voor de beste gedichtenbundel van het jaar.

 

Donderdagmorgen, een Rotterdams café. De sporen van de late nacht staan nog in het gezicht van Anne Vegter. Tegelijk overheerst de voldoening na de overrompelende ontvangst van haar poëtische toneelmonoloog ‘Om te beginnen een vrouw’, die de avond tevoren de première beleefde op het Nazomerfestival Zeeland, ‘een Oerol in het klein’.

 

,,Het ging boven verwachting,’’ zegt ze met het beeld van de voorstelling op haar netvlies. ,,Er was een ovationeel applaus en dat is een ervaring die je niet zo heel vaak meemaakt in het theater.’’

In haar parabel zet Vegter de Bijbelse mythe van de Ark van Noach naar haar hand door de glorieuze redding te veranderen in een hard gevecht om het bestaan. Noachs dochter, gespeeld door de jonge actrice Astrid van Eck, geeft in ‘Om te beginnen een vrouw’ (regie: Jaap Spijkers) een verrassende kijk op het verhaal uit het Bijbelboek Genesis. De uitverkoren stamvader Noach is in deze visie niet vrij van zonden, hij is een hardvochtige, hypocriete en vrouwvijandige onderdrukker die zijn eigen dochter tegenover zich vindt. Ze probeert zich aan haar vader te ontworstelen op wie ze steeds meer is gaan lijken. De monoloog is zowel een aanklacht als een loutering die eindigt met ,,een soort rituele moord waarbij ook vermoedens van incest doorschemeren’’.

Om te beginnen een vrouw’ is volgens Anne Vegter ‘een hels moeilijke tekst’ om op toneel te zetten. ,,Bij de doorloop hield ik mijn hart vast. De actrice kon er aanvankelijk niet bij, de tekst was voor haar een hele worsteling, maar ineens was het er. Je maakte die innerlijke worsteling van de dochter echt mee. Daar ben ik zo waanzinnig blij om.’’

Bij alles wat Vegter schrijft valt het eigenzinnige taalgebruik op. Welke vorm zij ook voor haar teksten kiest, ze dragen haar onvervreemdbare stempel. Het poëtische schemert overal doorheen. Dat was al het geval in haar eerste kinderboek ‘De dame en de neushoorn’, waarvoor ze in 1990 de Woutertje Pieterse Prijs ontving. Het jaar daarop verschenen haar eerste gedichtenbundel ‘Het veerde’ en ‘Verse bekken!’, een kinderboek voor alle leeftijden (nominatie AKO Literatuurprijs). In 1994 debuteerde ze als schrijfster met de prikkelende verhalenbundel ‘Ongekuiste versies’. Twee jaar later volgde haar eerste toneelstuk ‘Het recht op fatsoen’ en in 2006 ‘Sprookjes van de planeet aarde’. In dat jaar ontving ze ook de Anna Blaman Prijs. Haar vorige dichtbundel ’Aandelen en obligaties’ verscheen vijf jaar geleden.

Vegter: ,,Toen ik van de middelbare school kwam was de liefde voor theater sterker dan die voor schrijven. Ik durfde niet de kunsten in. Ik heb me eerst moeten ontworstelen, nu ja, ontworstelen… Iedereen vecht zich een weg naar een vrijheid waarin hij probeert te bepalen wat hij echt wil. Er moet wel wat gebeuren voordat je kunt zeggen, dit ben ik en nu val ik samen met wat ik wil zijn. Ik wilde door de traditie waaruit ik kwam theologie gaan studeren – mijn vader is theoloog. Maar dat heb ik ook weer van me afgeschud.’’

Ze stapte na haar studies kunstgeschiedenis en pedagogiek over op een drama-opleiding in Utrecht. ,,Ten diepste wilde ik het theater in. Ik heb mezelf nog uitgeprobeerd als acteur, maar ik acteerde niet zoals men dat op de toneelschool voor ogen had. Daarvoor ben ik niet flexibel genoeg. Sinds ik drama studeerde ben ik veel gaan schrijven. Ik ontdekte dat ik iets met taal wilde doen, dat ik boeken wilde maken.

In welk genre en waar het naartoe moest heb ik steeds laten bepalen door de kracht van de inhoud.’’

De titel van haar nieuwe bundel, ‘Spamfighter’, genoemd naar het spamfilter, opent allerlei vergezichten. Je associeert het met ongewenste mails, met ergernis. Spam is als een Jehova’s getuige die zijn voet tussen de deur zet.

,,Het is van een grote onbeschaamdheid. Je wilt er niet mee geconfronteerd worden maar het is er en het gaat niet weg. Het zijn een soort bacteriën. Iedereen heeft er last van, je vecht tegen iets wat niet te bevechten valt. Het maakt niet uit in welk deel van de wereld je leeft, overal is een overmaat aan prikkels. Dat beschouw ik als een vorm van spam. Spam is ook rommel en vuil. Mensen worden met veel vuil geconfronteerd, ook met dat van elkaar. Wat ik als onhygiënisch processen beschouw zijn de massahysterie zoals we die hebben gezien bij Fortuyn en de knieval voor laagopgeleiden. Dat ervaar ik als het opdringen van een soort spam in het denken, waarvoor ook op intellectueel niveau gevoeligheid getoond wordt.’’

Het volkse wordt tot maat verheven? ,,Ja, dat vind ik verschrikkelijk. Tegelijk is er een dubbel gevoel, want je kunt spam ook goed gebruiken. Ik wil niet als een heremiet in het leven staan. Een reclameblok van vijf minuten is irritant, maar ook vermakelijk. Als je je ervoor openstelt kun je met beelden of een bepaald ritme daaruit aan de slag.’’

 

Toen ik aanschoof zat Tonnus er al een tijdje,

dat zag ik aan de servetten die op het punt stonden

van de tafel op te vliegen. Tonnus vouwt prima.

Je zou willen dat je naar zijn kleuterschool was gegaan.

 

(Uit ‘O’.)

 

Het lange gedicht ‘O’ is typerend voor Anne Vegter. Het is associatief, kraakhelder én abstract, met veel gedachtesprongen. Een beetje dwarrelig, springerig. ,,Ja,’’ reageert ze ineens korzelig, ,,mijn werk wordt wel vaker springerig genoemd, maar ik heb daar iets tegen. Ik plaats een aantal situaties tegenover elkaar die voor mij in dat ene moment gebeuren. Ik ben niet de eerste die een boek zou willen maken waarin een hele wereldminuut gevat is. Terwijl ik schrijf denk ik zoveel dingen tegelijk, daaruit selecteer ik onbewust. Ik wil het niet allemaal netjes hebben, maar met rafels eraan, want zo beleef ik het leven ook.’’

Je wilt het moment zowel bevriezen als uitrekken? ,,Dat wil natuurlijk elke dichter – stilstand en ruimte. Ik wil tegelijk heelheid en versplintering. Ik streef absoluut niet naar harmonie, wel naar een zekere mate van schoonheid, naar helderheid, maar de inhoud moet rafelig zijn.’’

 

,,De natuur heeft de neiging tot imitatie, leert Tonnus mij:

wil je iets leren, moet je iemand nadoen, jij zeker.’’

(uit ‘O’)

 

,,Dat gedicht ‘O’ over (de dichter) Tonnus Oosterhoff is op een gekke manier anekdotisch en weird. Ik vind Tonnus op een geheimzinnige manier een ingewijde in een geheim dat wij niet kennen.’’

 

,,Zoals aan de schouders van boodschappen-

mensen al avond hangt, daar kan ik iets mee.

(Uit ‘Gamma’)

 

Deze regels roepen het beeld op van winkelende mensen die met afhangende schouders vermoeid over straat sloffen met in elke hand een zware plastic boodschappentas. ,,Voor mij is het een soort kwalificatie. Zoals je sportmensen en boekenmensen hebt, heb je boodschappenmensen die op zaterdag of zondag massaal, als een moloch, door de binnenstad sjokken. Het gaat niet om de boodschappen, maar om een boodschappenmens te zijn.’’

 

,,BEKENTENIS

 

Die snakt naar morren en vierentwintig uur bellen of versprekingen en fluistert:

Eén hoertje maar, niets om je over op te winden, tenminste nog niet.’

 

De onvolmaaktheid gaat hem goed af, overigens bedoelde ze het verkeerde keelgat.

Eerdere voorbeelden van dit proces: iemand bekreunt de heiligen van vlees,

 

iemand keert zich voorzichtig tegen zijn dijn, iemand beetje bang, te over.

Slap van de lach hangen wonderen over tafel, niet eens helemaal uitgevouwen.’’

 

,,Dit gedicht is mij heel dierbaar. De wonderen zijn functioneel als een Grieks koor. Ze hebben meegekeken en meegeluisterd. Het heeft iets wanhopigs, de wonderen liggen dubbel, het koor ligt dubbel, waarmee ik commentaar geef op de beschreven situatie. De vleugels, misschien van een engel, van engelen, zijn niet helemaal uitgevouwen. Dat is heel triest. Het vat voor mij de relatie tussen twee mensen samen.’’

Voor Anne Vegter is scheppen een ,,lange struikelweg waarop veel windmolens te bevechten zijn’’. Ze werkt lang aan een bundel, al lees je niet aan haar werk af dat er een lange worsteling aan vooraf is gegaan. Het komt haar niet aanwaaien? ,,Zeker wel, het floept er zo uit. Maar het duurt soms lang voor de wind gaat waaien.’’

Over de vraag welke dichters haar hebben beïnvloed hoeft ze niet lang na te denken. ,,Mijn fascinatie voor de poëzie van Kees Ouwens geldt niet zozeer voor de zwaarte maar voor het ongelooflijk verknoopte ervan. Heel lang heb ik rondgelopen met een bundel van de Canadese dichteres Anne Carson, ‘The beauty of the husband’. Als ik haar lees denk ik aan Poetry International waar ik haar heb ontmoet. Ik hoor nog haar schrille, eenzame stem met een overmaat aan passie. Zo hard, zo erudiet. Het was of ze een wrede wond op ons bord smeet. We moeten allemaal zien om te gaan met woede, die emotie heeft een vorm nodig, een poort waardoor ie heen kan beuken. Dat heb ik bij Carson gezien. Haar poëzie gaat over een relatie die verrot is. Het is heel vilein dat een auteur op een gestileerde manier naar buiten kan brengen wat hij in een relatie niet zou durven. Dat is een vorm van wraak.’’

,,Je hebt zowel een goudmijn als een beerput in je. In ‘Om te beginnen een vrouw’ heb ik een aantal autobiografische elementen verwerkt, want je bent niet met alles klaar. In die zin is het ook een wraakoefening. Maar een kunstenaar moet zijn verwondingen zo stileren dat mensen er hun eigen projecties op kunnen loslaten. Ik heb helemaal niet zo’n belabberde jeugd gehad, maar ook ik heb me aan de ouderlijke verwachtingen moeten ontworstelen. Maar ik ben nooit op een literaire manier woedend op mijn ouders geworden omdat ze me met een bak schuldgevoelens de wereld ingestuurd hebben.’’

,,Het heeft er wel voor gezorgd dat ik me snel verantwoordelijk voel voor een ander. Daardoor houd ik weinig ruimte over voor mijn eigen creatieve proces. Daar ben ik niet bijzonder in hoor, er zijn zoveel mensen, vooral vrouwen, die op veel niveaus moeten kunnen functioneren en toch altijd het gevoel hebben dat ze tekortschieten. Dat is geen verwonding. Dat is ongemak.’’

,,Voor mij zijn de uren dat ik kán werken heel kostbaar. Ik ben een ouderwetse moeder. Ik heb drie zonen, de oudste is zestien, de anderen tien en elf. Ik ben veel thuis, dat is gezellig en leuk. Daardoor is het moeilijk om me te concentreren, tot er een moment komt dat er een soort helderheid in me is. Die heb ik heel sterk beleefd bij het maken van ‘Showen en trippen’.’’

 

SHOWEN EN TRIPPEN

 

Er is zielsveel geluk nodig in deze jurk met vertedering naar buren

te kijken die rond middernacht hun afvalzak in een container doen.

 

Er is zielsveel geluk nodig in deze jurk een taxi aan te houden die onwillig is

je tot buiten de stad te rijden waar loofwoud staat dat zich voortplant.

 

Er is zielsveel geluk nodig in deze jurk geluid te maken dat dieren overstemt

om aandacht te vangen van een geschminkte koningin.

 

Er is zielsveel geluk nodig deze jurk dronken en klaarwakker naar een show

te brengen, blind een deur te vinden waardoor je het toneel verlaat.

 

Er is zielsveel geluk nodig in deze jurk iets te slikken, een ballonvaart

te maken en op het mozaïek van je land neer te kijken als een slome astronaut.

 

Er is zielsveel geluk nodig in stralend weer voorzichtig te verongelukken.

Stemmen schreeuwen zeggen wade in plaats van jurk.

 

,,In mijn werk laat ik nu een zekere zachtheid toe. De gedichten in mijn vorige bundels waren hermetischer. Daardoor harder, denk ik. Ze zijn nu toegankelijker. Daarmee bedoel ik niet dat mensen mijn poëzie nu meteen zullen snappen. Ik ben niet geïnteresseerd in gemakkelijke teksten, maar er moet wel een bepaalde openheid zijn waardoor je naar binnen kunt.’’

 

,,Mijn broer had nonnen gekend, maar namen waren niet veilig

in zijn geheugen, ze kwamen zoals ze verdwenen. Gezegden.’’

(uit ‘Yoghurtkweek’)

 

,,Ik heb je liefde genoemd als woord en daad en jij valt van de trap en je hoofd knapt

en het geheugen stroomt uit je oren. Liefste, zwijgen verheft niet steeds.’

(uit ‘All inclusive’)

 

,,Het geheugen is een onbegrijpelijk, wonderbaarlijk iets. Onze gedachten en herinneringen bepalen ons wezen. Het gruwelijke is dat het denkbaar is om dat vermogen kwijt te raken. Ik ben ongelooflijk bang voor dementie. Die dreigt helemaal niet, maar ik ben er nu al bang voor.’’

,,Zonder een geschiedenis ben je niemand. Je kunt niet bedenken hoe het is om geen geheugen te hebben. Dat intrigeert mij. In mijn poëzie gedachten te vormen die je eigenlijk niet kan denken. Misschien besta ik wel helemaal niet. Dat is mijn streven, poëzie maken die niet gedacht kan worden. Stel je gezichten voor van hen die jou niet kennen. Probeer dat eens. Of probeer na te denken over het moment dat je er niet meer zal zijn. Ooit zal dat gebeuren, wat zie je dan? Dat bepaalt de kwaliteit van ons leven, dat we weten dat we er op een dag niet meer zullen zijn.’’

 

Augustus, 2007. 

UA-37394075-1