Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Ariane Schluter: ‘Ik voel me soms een zondagskind’

Ariane Schluter is niet alleen een van de beste, maar intussen ook een van de meest bekroonde actrices van Nederland. Binnenkort, als ze met ‘Verre vrienden’ op tournee gaat, kan ze de Theo Mann-Bouwmeesterring aan haar vinger schuiven.

 

,,En dat is een grote eer,” zegt ze over de ring die ze eerdaags ontvangt uit handen van haar collega Anne Wil Blankers. ,,Ik was erg ontroerd toen ze het me vertelde. Dat Anne Will ‘m aan mij geeft, ja, daar spreekt een enorm vertrouwen uit,” vervolgt de hoogblonde actrice tussen de repetities van ‘Verre vrienden’ door. ,,Zo’n ring is ook al geweldig omdat je ‘m kunt beetpakken. Ik kan jaloers zijn op schilders, schrijvers en componisten, op alles wat in de kunst beklijft. Toneel is vluchtig. Het bestaat bij de gratie van het hier en nu. Daarom zijn toneelprijzen een groot goed.”

 

Blankers en Schluter speelden slechts één keer samen. Dat was in ‘Eind goed, al goed’ van Shakespeare in een regie van Johan Doesburg, in wiens ensceneringen Ariane Schluter al vaak heeft kunnen schitteren. ,,Wij speelden een Italiaanse moeder en dochter. Het was ontzettend leuk. En ik hoop eerlijk gezegd nog eens met haar te kunnen spelen.”

 

De Theo Mann-Bouwmeesterring is een oeuvreprijs die de winnares net zo lang mag dragen tot ze een opvolger herkent om hem aan door te geven. Anne Wil Blankers kreeg de ring in 1994 van Annet Nieuwenhuyzen. De mannelijke evenknieën, de Albert van Dalsumring en de Paul Steenbergenpenning, zijn in het bezit van respectievelijk Gijs Scholten van Aschat en Jacob Derwig.

 

INTIMITEIT VAN DE KLEINE ZAAL

 

Ariane Schluter kan zowel de grote schouwburg als de intimiteit van de kleine zaal aan. Ze speelt met ogenschijnlijk evenveel gemak een klassieker als een eigentijds stuk en verstaat de kunst om als tragédienne én comédienne een rol naar haar hand te zetten. Ze voelt zich ‘soms een echt zondagskind’, al moet ze er hard voor werken. Het komt haar niet aanwaaien.

 

,,Ik heb wel eens geluk in mijn leven,” zegt ze. ,,Ik heb een goed gezinsleven. Dat is een groot geluk. Ik heb kansen gekregen om uiteenlopende rollen te spelen en heb als speler voorstellingen mogen dragen. Ik heb de mogelijkheden benut om me te ontwikkelen.”

 

Over erkenning heeft ze geen klagen. ,,Ik heb gemakkelijk praten, maar ik vind dat je nóóit recht hebt op een prijs. Als je er een krijgt is, is het heerlijk. Toen ik in 2003 de Theo d’Or kreeg (de prijs voor de beste actrice), ben ik daar een jaar lang gelukkig van geweest. Wauw, ik word gezien! Erkend! Dat is een mijlpaal. Zoiets gun ik iedereen. Aan de andere kant kun je niet op je lauweren gaan rusten. Ik word er eerder perfectionistischer van.”

 

 

EEN VERTROUWD GEZICHT

 

Bij Het Nationale Toneel, waar ze sinds jaar en dag een vertrouwd gezicht is, speelt ze nu ‘Verre vrienden’ van Alan Ayckbourn. Een tragikomedie die de befaamde Engelse toneelschrijver zelf als zijn favoriet beschouwt. ,,Ayckbourn is een meester in het schrijven van komedies met een diepere onderlaag. Dat is de tragische kant eraan.”

 

Het stuk gaat over relatieproblemen, vreemdgaan, eenzaamheid, doodsangst. Een groep vrienden komt bijeen. Een van hen heeft kort tevoren zijn vrouw verloren.

 

,,Iedereen is als de dood om dit onderwerp ter sprake te brengen. De een gaat huppelen als het over de dood gaat, de ander moet even naar de wc, een derde verslikt zich. Langzaam kom je erachter dat er van alles niet deugt in de verhoudingen. Ze denken collectief: ‘Och, het is zo erg dat die man zijn vrouw verloren heeft.’ Maar die man blijkt zelf heel behoorlijk in het leven te staan, terwijl de anderen zich door relatieperikelen heen ploeteren.”

 

Ze speelt zelf ‘de vrouw des huizes’.

,,Het hele huis is wit, zij draagt wit. Lange nagels, kort haar, hele hoge hakken. Zij probeert alles onder controle te houden. Ondertussen stort haar leven in. Ik sta het hele stuk op het punt van een zenuwinstorting. Ik heb het gevoel dat ik de verkeerde keuzes in mijn leven heb gemaakt. Als klein meisje droomde ik ervan om bij de bereden politie te gaan. Waarom heb ik die droom niet waargemaakt? Waarom ben ik gaan trouwen, heb ik kinderen gekregen? Omdat iedereen zei dat het zo hoorde? Het is de bekende midlifecrisis. Heel herkenbaar. Het is je buurvrouw, je buurman, maar het is ook jezelf. Wat Ayckbourn doet is de dingen zo draaien dat het geestig wordt of schrijnend. Als het publiek moet lachen wordt het daarna meteen weer afgestraft.”

 

OGENSCHIJNLIJK VAN DE HAK OP DE TAK

 

Het stuk is volgens haar voortreffelijk vertaald door Kim van Kooten. ,,Het is ogenschijnlijk van de hak op de tak, om aan te geven dat je aan het denken bent terwijl je praat. Het is technisch gezien moeilijk om te spelen. Het is muziek. Jij bent de cello, de ander de fluit, de derde de trombone, maar je mag niet elkaars tonen overnemen.”

 

Ze speelde niet eerder in een Ayckbourn. Toch is ze de Britse toneelschrijver met terugwerkende kracht ‘enorm erkentelijk’. ,,Ik heb hem alleen op de toneelschool gespeeld. In het eerste jaar. Er zaten zestig leerlingen op, er zouden er acht doorgaan. Ik stond er vreselijk slecht voor en het zat er dik in dat ik van school zou moeten. Maar de Ayckbournscène werkte op de een of andere manier zo goed dat ik het voordeel van de twijfel kreeg.”

 

VAN TIMIDE MEISJE NAAR THEATERDIVA

 

Het timide meisje dat toen op de schopstoel zat, staat nu te boek als een theaterdiva die een voorstelling kan laten zinderen. Het kan verkeren.

,,Ik ben een laatbloeier. Het is na school allemaal op zijn plek gevallen. Ik was achttien, zo jong, zo bleu. Ik voelde wel dat dit het was, spelen, maar ik kon er nog niet bij, ik had de gereedschappen nog niet. Ik was te veel bezig met het leven ontdekken. Aan de ene kant voel of hoop je dat de wereld aan je voeten ligt. Aan andere kant, denk je, o god, hoe moet ik dit leven aangaan? Waar is mijn plek, wie ben ik? Dát en toneelspelen, erachter komen dat je je eigen instrument bent, dat je moet putten uit je eigen fantasie, daar moet je voor open leren staan.”

 

‘TIRZA’ EN ‘TERUG NAAR DE KUST’

 

In het seizoen 2009-2010 viel ze op als de ontrouwe echtgenote in de toneelversie van ‘Tirza’ en onderscheidde ze zich bij Orkater, met Porgy Franssen, in ‘Ultimo’. In de bioscoop was ze naast Linda de Mol te zien in ‘Terug naar de kust’. Daarin speelde ze de boze zuster, de slechterik.

 

,,Het was echt Jekyll en Hyde. Iemand met twee gezichten. Dat is het leukste voor een speler omdat je de onderkant kunt spelen. Ik vind het verrukkelijk om helemaal te veranderen. Ik droeg een bruine pruik en ik ben dol op pruiken want ze helpen om een personage te spelen. Eigenlijk houd ik ontzettend van rollen die ver van me afstaan. Je hebt rollen waarvoor je moet vechten om ze te pakken te krijgen, maar het is een geschenk als het lukt.”

 

Voorstelling ‘Verre vrienden’ van Alan Ayckbourn door Het Nationale Toneel. Vertaling: Kim van Kooten. Regie: Job Gosschalk. Kostuums: Yan Tax. Spel: Ariane Schluter, Jeroen Spitzenberger, Marcel Hensema, Anniek Pheifer, Betty Schuurman, Jelle de Jong. www.nationaletoneel.nl

 

September, 2010

 

VC ARIANE SCHLUTER

 

Ariane Schluter (1966), de jongste van vijf dochters van een huisarts uit Leidschendam, brak door met ’06’, over een jonge vrouw die de eenzaamheid probeert te verdrijven met telefoonseks, eerst in het toneelstuk in de regie van Johan Doesburg, daarna in de film van Theo van Gogh. Ze speelde in de Alex van Warmerdam-films ‘De jurk’, ‘Kleine Teun’ en ‘Ober’. Op tv was ze te zien in de serie ‘Zwarte sneeuw’ van Maarten Treurniet. In de theaters excelleerde ze onder veel meer in ‘Eden’ van Het Groote Hoofd en in ‘Strange interlude’ van Het Nationale Toneel. Voor beide rollen ontving ze de Theo d’Or, de prijs voor de beste actrice. Grote indruk maakte ze in de titelrol van ‘Medea’. 

UA-37394075-1