Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Au of ou

Volg jij de discussie over Maurice de Hond een beetje?’

De opiniepeiler of de wankele pijler?’

Heel gevat.’

Om de zoveel tijd klaagt er weer iemand die vindt dat de spelling te moeilijk is. Dat zijn meestal niet de taalvirtuozen.’

Hij heeft natuurlijk wél gelijk. Onze spelling ís veel te moeilijk. Ken jij iemand die foutloos kan spellen?’

Iedereen struikelt wel eens over een weinig gebruikt woord of een leenwoord. Maar dat is niet de kern van de zaak.’

Hoor eens, niet alleen Maurice en zijn 7-jarige dochter hebben moeite met de spelling in het algemeen en met die van woorden met de medeklinkers ei en ij, en ou en au in het bijzonder. Schrijf je nou rouw of rauw?’

Bij diep verdriet ben je in de rouw, met o u. Als je een rauw ei eet, is hij niet gekookt. Dan schrijf je rauw met a u. Simpel, toch?’

Een kind doet de was… Was het maar zo simpel!’

Een oude vriend, een leraar Nederlands nota bene, viel mij jaren en jaren geleden al lastig met zijn smeekbedes om de spelling te vereenvoudigen. Zijn leerlingen bakten er niks van. Er móest iets veranderen, want hij was alleen maar bezig met corrigeren. Elk dictee gaf hij rood van de strepen terug. Het was een bloedbad. De oplossing was volgens hem spellen zoals je praat, een fonetisch schrift, zonder dat hij zich realiseerde dat als iedereen zijn eigen taaltje bakt niemand elkaar op den duur nog verstaat. Weg communicatie.’

Het klinkt mij helemaal niet onredelijk in de oren.’

Regels zijn uitgevonden om het verkeer in goede banen te leiden en te voorkomen dat de gebruikers lijden onder de chaos die anders zou ontstaan. Dat geldt ook voor onze taal. Bovendien ontlenen taalgebruikers juist een zeker genoegen aan alle mogelijkheden en onmogelijkheden van de taal.’

Je moet die arme kinderen de liefde voor de taal bijbrengen. Door spelling en grammatica krijgen ze er alleen maar een afkeer van.’

Arme kinderen? Mijn kinderen, inmiddels volwassen, schrijven en spellen voortreffelijk. Ik heb voor jonge ouders één advies: begin bijtijds met voorlezen, laat ze zelf veel en hardop voorlezen, of dat nu van een papieren boek is of van een tablet. Kinderen houden van verhalen. Het prikkelt hun fantasie en nieuwsgierigheid. Weinig is fantastischer dan de kinderlijke verbeelding. Laat ze zelf ontdekken hoe rijk onze taal is en hoe vernuftig de spelling, dan zal ook meneer De Hond ontdekken dat zijn dochter zich op een dag niet meer verslikt in de ei of de ij en in de au of de ou. Wie goed luistert, hoort trouwens nog steeds het verschil. En alleen au! doet pijn.’

Jij gaat uit van kinderen met taalgevoel. Niet alle kinderen hebben dat.’

Nee, kinderen hebben allemaal verschillende talenten, helemaal mee eens, maar je gaat links of rechts toch ook niet afschaffen omdat er mensen zijn die deze twee moeilijk uit elkaar kunnen houden?’

Dat is heel wat anders.’

Omdat sommige mensen het edele schaakspel niet onder de knie krijgen, ga je de spelregels ook niet veranderen.’

Je overdrijft.’

Er is niet over nagedacht. De Hond zit er helemaal naast. Dat zou trouwens niet voor het eerst zijn.’

Je doet hem nu echt tekort. Je zet hem weg als een halve analfabeet. Dat is niet fair. Hij kaart een wezenlijk probleem aan.’

We gaan naar school om te leren. We willen dat de mens steeds slimmer wordt, niet dommer. Bordewijk – wie kent hem nog – zei het al: de leraar moet niet op zijn hurken, de leerling moet klimmen. Het liefst steil omhoog, met e i. En – dat geldt voor veel, zo niet alles – hoe langer je oefent en hoe meer ervaring je hebt, des te groter de kans dat je een eigen stijl ontwikkelt. Ook dat geldt voor veel, zo niet alles.’

Denk om je bloeddruk, collega!’

De ei en de ij, de ou en de au geven, onder veel meer, jeu aan onze taal. Het is niet erg om daarin fouten te maken. Juist van je fouten leer je. Wie geen fouten maakt, zit met zijn armen over elkaar. Hoe vaker je met taal bezig bent des te groter wordt het plezier in het hanteren ervan en het spelen ermee.’

Je bent weer veel te fanatiek.’

Voor wie haar op waarde weet te schatten is onze taal een wonder van schoonheid. Daar moet je héél zuinig op zijn. Dát zou de kleine Hond van haar vader moeten horen in plaats van te mokken en in het klaaghok mee te huilen over de moeilijkheidsgraad. Hij moet zijn kind iets aanreiken in plaats van iets afnemen.’

Jij hebt makkelijk praten.’

Complexe zaken kennen geen simpele oplossingen. Je kunt regels pas veranderen als je ze beheerst. Dat geldt voor veel, zo niet alles.’

Ach, jij met je taal. Over een kwart eeuw spreekt iedereen hier toch Engels.’

Een koeterwaalse variant ervan, bedoel je.’

Weer zo denigrerend!’

Niets bepaalt de identiteit van een volk of land meer dan zijn eigen taal.’

Misschien moeten we er maar een referendum over houden.’

Dan kun je de Nederlandse taal net zo goed meteen afschaffen, met het land en zijn volk erbij.’

(3 november 2016)

UA-37394075-1