Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Bernlef: ‘In een oud gezicht zit meer leven’

Even was De Pianoman wereldnieuws, de zonderlinge jongeman die op de oostkust van Engeland ‘aanspoelde’ en zijn stilzwijgen slechts doorbrak door piano te spelen. Nadat zijn identiteit was achterhaald verdween hij weer in de anonimiteit. Bernlef (1937-2012) ontrukte hem aan de vergetelheid in zijn Boekenweekgeschenk van 2008.

 

Het geschenk werd in de Boekenweek 2008 in een recordoplage van bijna een miljoen exemplaren verspreid. Bijna 100.000 stuks meer dan het geschenk van 2007, ‘De brug’, waarin Geert Mak de bewoners van de Galatabrug in Istanbul portretteert. ,,Dat de oplage zo groot zou zijn, had niemand gedacht, ikzelf al helemaal niet’’, zegt Bernlef, vlak voor de Boekenweek van 2008, in zijn woonplaats Amsterdam op de voor hem karakteristieke nuchtere toon. ,,Het contract was afgesloten op 650.000 exemplaren. Maar toen bleek de boekhandel veel meer besteld te hebben dan was verwacht. ’’

Bernlef gaat al bijna een halve eeuw onverstoorbaar zijn eigen gang. Sinds zijn debuut in 1960 – met de bundels ‘Kokkels’ (poëzie) en ‘Stenen spoelen’ (verhalen) – zijn zo’n 85 titels verschenen in vrijwel alle literaire genres: romans, verhalenbundels, essays, poëzie, toneel en vertalingen. Hij won talrijke literaire prijzen, met de P.C.Hooftprijs als voorlopige kroon op zijn oeuvre. Zijn roman ‘Hersenschimmen’ is een klassieker die vorig jaar door de lezers werd uitgeroepen tot een van de tien hoogtepunten uit de Nederlandse letteren.

 

‘Soms is de verleiding groot om iemand

te kiezen die op dat moment populair is.’

 

Waarom duurde het desondanks zo lang voordat hij werd gevraagd om het Boekenweekgeschenk te schrijven? ,,Ik stond al enige tijd op het lijstje van de CPNB (stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek), maar om de een of andere reden kwam het er niet van. Soms is de verleiding groot om iemand te kiezen die op dat moment populair is of net opkomt, zoals indertijd Grunberg.’’

Bernlef liet zich voor zijn novelle inspireren door het intrigerende verhaal van De Pianoman. Deze stug zwijgende man werd in 2005 in het Engelse graafschap Kent aangetroffen. Niemand wist wie de mysterieuze figuur was die zich alleen met de buitenwereld verstond door piano te spelen en te tekenen.

,,Niemand wist raad met die jongen. Ze hebben hem naar een psychiatrische inrichting gebracht en van daaruit hebben ze een oproep op internet gezet bij de vermiste personen. De pers dook erop en hij werd meteen een briljant concertpianist genoemd, wat hij helemaal niet was, hij kon een paar liedjes spelen, dat was alles. Dat was het moment waarop ik erin geïnteresseerd raakte.’’

 

‘Ik heb elementen uit het oorspronkelijke verhaal

gebruikt, maar andere dingen heel anders opgelost.’

 

Een oproep om de identiteit van de man te achterhalen, leverde een overweldigende respons op. ,,Hij bleek ineens overal te zijn gesignaleerd. Overal bleken ineens pianisten te worden vermist. Heel intrigerend. Misschien geldt dat wel voor veel mensen hoor, dat als je iemand als vermist op zo’n site zet, je allerlei reacties krijgt van mensen die beweren die persoon te hebben gezien, ook al klopt dat meestal dat niet. Het krantenbericht heb ik uitgeknipt. Meestal doe ik er dan verder niks meer mee of ik vergeet het. Iets wat ik uit de krant oppik of uit de werkelijkheid komt moet bij mij eerst een soort transformatieproces doormaken. Het moet iets van mij worden. En dat was hier het geval. Ik wou er ook een Nederlandse jongen van maken, uit het noorden van het land. En zo ben ik verder gaan denken. Ik heb elementen uit het oorspronkelijke verhaal gebruikt, maar andere dingen weer heel anders opgelost.’’

Bernlef zet het verhaal geheel naar zijn hand, waardoor zijn novelle een vertrouwde Bernlef is geworden over identiteit, herinnering en (de onbetrouwbaarheid van het) geheugen. Het is sober en ingetogen geschreven, de toon is aangenaam licht en de spanning wordt langzaam opgevoerd.

De Pianoman bleek uiteindelijk een Zuid-Duitse boerenzoon te zijn. Zijn vader had hem wel als vermist opgegeven, maar had door de drukte op de boerderij de wereldwijde hype gemist. ,,Toen ik het verhaal ging schrijven, wist ik de afloop al. Hij was vermoedelijk ook homoseksueel, dat stond ook in een of ander bericht. Dat heb ik ook gebruikt. Hij was een labiele gast die in een psychiatrische inrichting had gezeten. Daar had hij de echte gekken goed bestudeerd, dus toen hij in Engeland was wist hij precies hoe hij zich moest gedragen.’’

 

‘Thuis werd alleen maar gesproken

in de vorm van bevelen en verboden.’

 

In ‘De pianoman’ passeert de gehele geestesontwikkeling van de hoofdpersoon, van diens geboorte tot aan zijn terugkeer. De jongen leert ook gaandeweg de taal als onmisbaar dagelijks gereedschap te hanteren. ,,Zijn ouders wisselen nauwelijks een woord met hem. Zijn vader is een dominante man die alles afkapt. Hij kan niet met zijn gevoelens overweg. Eén brok frustratie. Hij zit met een groot ongenoegen over zijn bestaan en is niet in staat om daar verandering in te brengen.’’

Bernlef heeft voor zijn verhaal geput uit ervaringen die hij opdeed in de jaren zeventig. ,,Het was de tijd van de grote maatschappelijke idealen en utopieën. Mensen uit asociale gezinnen werden toen geconcentreerd in de wijk Floradorp in Amsterdam-Noord. De school heette natuurlijk de Floraschool. Een aantal mensen onder wie ik is toen benaderd om met die kinderen iets met taal te gaan doen. Dat waren ook niet de gemakkelijkste kinderen. Ze waren luidruchtig, vochten, konden niet op hun plaats blijven zitten, en hadden een enorm kleine woordenschat. Thuis werd alleen maar gesproken in de vorm van bevelen en verboden, in korte rompzinnetjes, zoals in mijn verhaal ook gebeurt. Modale woorden waarin je dingen kunt nuanceren kenden ze niet. Ze waren het niet gewend dat een volwassene het woord tot hen richtte met een gewoon verhaal en niet om iets van hen gedaan te krijgen. Dat maakte indruk op me. Ik had er verder nooit iets mee gedaan, totdat dit verhaal zich aandiende.’’

 

‘Ik had met mijn opa een band

die ik niet met mijn vader had.’

 

Een aantal boeken van Bernlef is vanwege de Boekenweek herdrukt. Daarnaast vroeg de uitgever zijn auteur, die ook een begenadigd verhalenschrijver is, om voor de bloemlezing ‘Het begin van tranen’ zijn prozabundels na te vlooien op verhalen die passen in het boekenweekthema ‘Van oude menschen… de derde leeftijd en de letteren’.

Hoe komt het, dat in zijn werk relatief veel oude mensen voorkomen? ,,Ik denk dat het te maken heeft met de band die ik met mijn grootvader had, bij wie ik als kind heel vaak in Haarlem logeerde. Hij was elektrotechnisch ingenieur en geïnteresseerd in alles wat met techniek en astronomie te maken had. Een echte bèta. Hij nam me bij de hand en leerde me de wonderen der natuur. Ik had met hem een band die ik niet met mijn vader had. Dat was een hele lieve man, maar die had niet zoveel tijd voor mij. Hij was als gemeenteambtenaar in Amsterdam inspecteur van het grondbedrijf. Hij kwam thuis met een dubbele aktetas vol rapporten en werkte na het eten aan zijn bureau verder. Dat zie ik nog voor me.’’

,,Ik was een jaar of acht, mijn opa net 65. Voor een kind is dat een heel oude man. Ik hing van jongs af aan het idee aan dat oudere mensen beschikken over een geheimzinnige hoeveelheid kennis over de wereld. Ook al is deze maatschappij helemaal gericht op de jeugd, oudere mensen zijn interessanter. Laatst zei een fotograaf tegen me: ‘Ik krijg veel prachtige jonge mensen voor mijn lens. Heel esthetisch en erotisch, maar mijn camera glijdt er vanaf als water van de rug van een eend. Er zit nog geen ervaring in zo’n gezicht. Het is niet interessant om naar te kijken.’ Nou, dat heb ik ook een beetje.’’

 

Hersenschimmen’ als

antwoord op dementie

 

Bernlef dankt zijn faam vooral aan ‘Hersenschimmen’ uit 1984. De roman, waarmee hij voor het eerst een groot publiek bereikte, gaat over een oude man die dementeert en de greep op zijn omgeving verliest. Het boek werd in 2007 door lezers uitverkozen tot een van de tien beste Nederlandse boeken van de eeuw.

,,Ach’’, zegt de schrijver relativerend, ,,dat zijn zo van die lijstjes. Daar heb ik niet zoveel mee. Maar voor wat het waard is, er blijkt uit dat het boek nog springlevend is. Ik geloof dat er jaarlijks nog zo’n vijfduizend van verkocht worden.’’

De hoofdpersoon, Maarten Klein, is in het boek 72. De schrijver zelf is nu 71. Lachend: ,,Ja, het komt wel angstwekkend dichtbij.’’ Is hij de nadruk op ‘Hersenschimmen’ soms niet zat? ,,Het is een luxeprobleem. Mijn latere romans zijn ook redelijk succesvol, met een verkoop tussen de veertig- en vijftigduizend exemplaren. Dus mij hoor je verder niet klagen. ‘Hersenschimmen’ is zo’n boek dat je als schrijver maar één keer meemaakt.’’

,,Als ik ergens een lezing houd, zijn er altijd vragen over. De kracht ervan is dat het boek een antwoord suggereert op vragen die mensen hebben over dementeren. Vragen als: wat gebeurt er nou in het hoofd van mijn vader of mijn moeder. Het zijn vragen waarop de verpleging en de dokters geen goed antwoord kunnen geven omdat ze het zelf ook niet weten. Je kunt er een heel medisch verhaal over hersenonderzoek aan ophangen, maar daar komen die mensen niet voor. Ze willen een soort inleving, om dichterbij hun dierbare te komen. Dit boek suggereert dat zoiets kan. Maar of het zo is weet ik niet.’’

,,Het ging mij er niet alleen om een roman te schrijven over hoe het is als je dement raakt. Het gaat ook over twee mensen met een gedeeld verleden van wie er een zijn geheugen kwijtraakt. Dat is in grote lijnen de tragiek van alle lange verbintenissen waarin de een eerder overlijdt dan de ander. En of dat nu aan Alzheimer is of een hartstilstand, een van beiden blijft alleen achter. Daar is iedereen die een lange relatie heeft bang voor.’’

,,De wetenschap maakt op dit gebied enorme sprongen voorwaarts. Het is niet uitgesloten dat we binnen vijfentwintig jaar iets gevonden hebben waardoor we de ziekte kunnen indammen of misschien zelfs uitbannen. Zo ver zijn we nu nog lang niet, maar we weten er al veel meer van. Een neurochirurg zei me laatst dat we de hersenactiviteiten nauwkeurig in beeld kunnen brengen. Dat is natuurlijk prachtig. De conclusie is dat het allemaal nóg veel ingewikkelder is dan we al dachten.’’

 

Bernlef, de

nuchtere dichter

 

Bernlef werd geboren als Hendrik (Jan) Marsman. Omdat dit ook de naam is van een bekende Nederlandse dichter (van de klassieke ode ‘Herinnering aan Holland’) nam hij het pseudoniem J.Bernlef aan, naar een Friese bard uit de achtste eeuw. ,,Alléén de naam Bernlef vond ik vroeger wat opschepperig’’, zegt de schrijver. ,,Ik zette er daarom de tweede initiaal van mijn naam voor om het een beetje te relativeren.’’

Enkele jaren geleden schrapte hij ook de J. Waarom? ,,Als ik de afgelopen jaren ergens een lezing hield, merkte ik dat op aanplakbiljetten steeds vaker de J. werd weggelaten. Ik dacht: ze hebben gelijk, laat ik hem ook maar helemaal weglaten.’’

Bernlef is vooral bekend van zijn romans, maar in de eerste plaats is hij dichter. Zijn gedichten noemt hij zelf ‘nogal nuchter’, al geeft hij toe dat zijn poëzie nu veel lyrischer is dan in de beginjaren. Als vertaler komt hem de eer toe dat hij grote hedendaagse dichters heeft geïntroduceerd, onder wie Elizabeth Bishop, Marianna Moore, Lars Gustafsson en Tomas Tranströmer. ,,Als dichter lees je veel poëzie, zeker als je begint. Je moet het toch ergens vandaan halen. En dan kom je dichters tegen bij wie je eerst denkt: dit is prachtig, en daarna, zoals bij Tranströmer, waarom heb ík die gedichten niet geschreven? Maar ja, ze waren er al, en dan kun je ze maar het beste gaan vertalen. En dat doe ik meestal als mijn eigen werk een beetje stilligt.’’

 

Februari, 2008

 

UA-37394075-1