Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Briefwisseling tussen vader en zoon Naipaul – Sneeuw in kleine pluisjes katoen

Het was een prachtig, ontroerend moment: V.S.Naipaul (1932) die vocht tegen de tranen. Daar stond, in Stockholm, december 2001, even niet de als bot en cynisch bekend staande schrijver, maar een geroerd man, als een kind zo blij met zijn grote onderscheiding, de Nobelprijs voor de literatuur.

 

 

Misschien had de op Trinidad geboren schrijver daarbij zijn vader in gedachten, die al snel overtuigd was van het talent van zijn zoon, zoals blijkt uit het boek ‘Een briefwisseling tussen vader en zoon’, en daarom de studie van zijn oudste zoon in het verre Engeland van harte ondersteunde, ook al mocht vader het zelf niet meer meemaken. Die stierf aan een hartaanval ver voordat zijn zoon doorbrak.

 

Naipauls succesverhaal begon in 1961 met ‘A house for Mr.Biswas’ (‘Een huis voor meneer Biswas’), Naipauls meesterwerk dat over zijn jeugd gaat en een onomwonden eerbetoon aan zijn vader is. Zijn vader, een journalist en drukker die later zelf ook een bundel verhalen bleek te hebben geschreven, gaf hem literaire adviezen die de stijl en het karakter van Naipauls werk sterk hebben beïnvloed.

 

Het boek vertelt ‘het verhaal’ van Naipauls eerste moeizame jaren in Engeland. Vidiadhar Surajpresad – Vidia voor intimi, Vido voor familie – vertrok op 18-jarige leeftijd van Port of Spain op Trinidad naar Londen, van het zonnige Caribische eiland naar het grauwe en toen nog armoedige Engeland. Hij kende het land alleen van verhalen, van school, van horen zeggen dus. Alleen van Oxford had hij gehoord omdat hij er een studiebeurs voor had gekregen.

 

Tafelmanieren

 

Weinig verraste hem aanvankelijk, alleen het ‘mooie licht’. Makkelijk had hij het niet. Hij was onhandig in de omgang met andere studenten en vooral ook met meisjes. Hij kon niet dansen, had geen tafelmanieren. En het klimaat stond hem tegen, en na vele jaren begreep hij eigenlijk nog steeds de seizoenen niet. Hij zag prachtige planten en bloemen, maar welke tijd van het jaar het was, hij had geen flauw idee.

In de brieven aan zijn vader en in die aan zijn oudere zuster Kamla, die studeerde in India, spreekt hij soms met opperste verbazing over de weerberichten. Op 1 december 1950 schrijft hij vanuit University College, Oxford, aan zijn zuster: ‘Het zal je misschien interesseren dat ik ongeveer een week geleden mijn eerste sneeuw heb gezien. Het kwam naar beneden in kleine pluisjes katoen en na twee uur was de aarde ermee bedekt, maar de straten niet.’

En aan zijn moeder schrijft hij, met de herfst in de lucht, dat hij elke dag naar de bomen kijkt om de verkleuring van hun blad tijdig op te merken. En zo zitten de brieven vol met kleine observaties, die later ook zijn boeken zouden kenmerken.

Pas toen hij eind jaren zestig een poos op het Engelse platteland ging wonen, leerde hij het ritme van de jaargetijden pas kennen. Al bestaat er voor Naipaul maar één landschap, dat in je hoofd, dat van je jeugd, het is het enige landschap dat je goed kent en er werkelijk toe doet.

Eenzaamheid

Hij voelde zich in Engeland vooral eenzaam, zoals ook uit de brieven valt op te maken. De eenzaamheid was hij niet gewend, hij kwam immers uit een grote familie van emigranten die via India op Trinidad terecht waren gekomen. En dat gevoel van eenzaamheid is hij nooit meer kwijtgeraakt.

Maar juist die eenzaamheid vormde hem. Zonder die eenzaamheid, vertelde hij later, zou hij literair niet zijn gerijpt, zou hij niet de schrijver zijn geworden die hij nu is. Domweg door te vertrekken kon hij zichzelf ontplooien en ‘zichzelf worden’. Dankzij de eenzaamheid, ondanks de angst om alleen te zijn.

Een familie biedt je wel onderdak, is een toevluchtsoord voor als je platzak en berooid bent, maar de ruimte is te beperkt, er ontbreekt privacy.

 

Zijn familie miste hij niet in Engeland. Hij voelde zich sowieso in zo’n grote familie niet zo prettig. Een familie biedt je wel onderdak, is een toevluchtsoord voor als je platzak en berooid bent, maar de ruimte is te beperkt, er ontbreekt privacy. Die familie was er toen hij vertrok in 1950 overigens al één in verval.

Naipauls leven is er een vol tegenstellingen en tegenstrijdigheden. Op jonge leeftijd wist hij al dat hij schrijver zou worden. Hij zag het schrijverschap als een verheven roeping, iets wat de mensen in zijn cultuur volkomen vreemd was. Hij kwam uit een cultuur waar verhalen vertellen vooral een orale geschiedenis had, literatuur speelde daarin geen enkele rol. Hij wilde, paradoxaal genoeg, schrijver worden in een cultuur die geen behoefte aan schrijvers heeft.

Adviezen

Met zijn vader correspondeerde hij die eerste jaren in Engeland uitvoerig. Zijn vader deed hem allerhande adviezen over het schrijven van verhalen en romans, reportages en artikelen voor kranten aan de hand. Toch was hij voor Naipaul geen voorbeeld als schrijver, ook al schreef hij korte verhalen over de Indiase, koloniale gemeenschap, die ook in het Nederlands zijn vertaald. Opvallend is ook dat vader en zoon elkaars gelijken zijn, ze gaan met elkaar om als broers, als vrienden.

Daarmee ontstijgt deze correspondentie het genre van het egodocument. Hoe ambitieus de vader zelf ook moge zijn, hij gelooft heilig in het grote talent van zijn zoon, die ijverig bezig is zichzelf te bewijzen. Al kun je je niet aan de indruk onttrekken dat hij altijd bezig was om zijn vader als schrijver te overtreffen. Als je verneemt van de plotselinge dood van deze zachtmoedige man, leef je werkelijk even mee met de troosteloze zoon.

 

Naipaul is Britser dan Brits, misschien meer dan hem lief is.

 

Het boek gaat – gelukkig – niet uitsluitend over de schrijverij, of over het weer. Wat deze briefwisseling ook zo de moeite maakt, is dat je een inkijkje krijgt in de wereld en de cultuur van een Hindoestaanse familie in West-Indië.

 

Inmiddels is Naipaul zo’n vijfentwintig boeken verder. Hij is een gelauwerd auteur. De excentriekeling en provocateur wilde de afgelopen halve eeuw meermalen weg uit Engeland, maar telkens kwam het er niet van. Hij is Britser dan Brits, misschien meer dan hem lief is. Maar of hij nu op Trinidad zit of in Londen, waar hij nu al jaren woont, hij blijft zich overal een vreemde voelen. Een buitenstaander.

 

V.S.Naipaul: ’Een briefwisseling tussen vader en zoon’ (‘Letters between a father and son’, 1999), vertaald door Guido Golüke, uitgeverij Atlas, Amsterdam.

 

Januari, 2002

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

UA-37394075-1