Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Broeders

‘Wel eens gehoord van de Noorse broeders?’

‘Het doet mij denken aan een of ander grootmoeders recept, zoals jan-in-de-zak met veel stroop maar dan op z’n Noors. Of aan de Hoornse broeder – kan ik je overigens van harte aanbevelen. Smaakt heerlijk bij de koffie.’

‘Het is een sektarisch genootschap dat zich als de enige ware christenen beschouwt en zich inlaat met schimmige, zo niet duistere praktijken. De kleine Nederlandse tak schijnt behoorlijk vermolmd te zijn.’

‘De naam roept bij mij eerder associaties op aan een gemoedelijke geestelijke orde van monniken in bruine pijen en met tonsuren, die zich in een boshut aan een diepe fjord, waar het landschap nog ongerept is en het geloof zuiver, vroom wijden aan Gods werk op aarde.’

‘Ik zou er maar niet zo lichtzinnig over doen. Op dat illustere gezelschap valt nu wel het licht, maar anders dan de broeders en zusters vermoedelijk zouden wensen, want zo romantisch en onschuldig zijn hun praktijken niet.’

‘Sektes zijn zo oud als de mensheid zelf. Ieder zijn geloof of bijgeloof of geestelijke aberratie. Zolang dat gebeurt in de beslotenheid van de eigen groep en men daar anderen niet mee lastig valt, is er geen vuiltje aan de lucht.’

‘Hier stinkt de zaak juist aan alle kanten. Heb je er echt niets over meegekregen?’

‘Ik heb alleen de koppen gesneld.’

‘De meest beknopte versie. Daar houden de heren van de club zelf ook van. Alles moet zo beknopt mogelijk naar buiten, zoals de jaarcijfers, want stel je voor dat de buitenwacht onraad bespeurt. Dat de lieden de hand lichten aan belastingregels schijnt eerder regel dan uitzondering te zijn, maar dat ze zich ernstig schuldig maken aan kinderarbeid onder het mom van Gods zegen terwijl de leiders of kopstukken de poet daarvan in eigen zak steken of doorsluizen naar het vorstelijke optrekje van de opper Viking in Noorwegen, is schaamteloos en pervers.’

‘Het is oude wijn in nieuwe zakken. Er duikt om de zoveel tijd wel weer ergens een duister genootschap op dat een loopje neemt met de wet omdat het zich onder Gods zegen boven het dwalende gepeupel verheven voelt. Dat alle geboden en verboden aan zijn laars lapt en tegelijk pretendeert het ware geloof uit te dragen. Wat in de islam gebeurt, gebeurt in het christendom en vice versa. Uit naam van God wordt veel onheil gesticht. Dat is, opnieuw, geen nieuws.’

‘Je doet er wel erg luchtig over. Ze misbruiken kinderen, ze hersenspoelen goedgelovige mensen. Ontduiken de belasting en spekken de eigen bankrekening over de ruggen van onschuldigen. Het maakt mij razend. Ik zou ze liefst hoogstpersoonlijk aan hun haren voor het gerecht slepen.’

‘Wat zou jij je druk maken? Er zijn altijd lieden die zichzelf op het schild hijsen en zich van alles verbeelden. Als je nooit wordt gecorrigeerd, kan een scheef zelfbeeld ontstaan. Een ernstig gebrek aan zelfreflectie kan desastreuze vormen aannemen. Daar hoef je geen geschiedenis of psychologie voor gestudeerd te hebben.’

‘Ik maak me niet druk om de volwassenen, het zijn de kinderen die hier misbruikt worden. Zij hebben hun ouders of voogden niet zelf uitgekozen.’

‘Deze storm waait ook wel over. En de boel moet eerst nog maar bewezen.’

‘De bewijzen in de NRC stapelen zich op. Nee, mij is alles duidelijk.’

‘En als deze sekte in haar eigen zwaard valt, duikt elders wel weer een nieuwe op. Zolang mensen houvast in het geloof zoeken of niet vertrouwen op eigen kompas en het ook elders schort aan deugdelijke navigatie, zal de behoefte blijven bestaan aan types die de weg wijzen, ook al is de kans levensgroot dat je verkeerde kant wordt opgestuurd.’

‘Fijn, zo’n inzicht. Daar kunnen we weer even mee vooruit.’

‘Het is maar een mening. Genoeg gekletst. Aan het werk. Let liever op je cappuccino. Straks is ie koud.’

‘Dat is wel het laatste wat ik die broeders gun.’

(4 november, 2016)

UA-37394075-1