Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Caradog Prichard en een verstikkend jongensleven in Wales

Nu en dan duiken er boeken op waarvan je zou wensen dat iedereen ze las. Boeken die je zo dierbaar zijn geworden dat het lijkt alsof je ze altijd al met je meegedragen hebt. Jaren geleden veroorzaakte ’Gloed’ van de toen vrijwel vergeten maar inmiddels wereldwijd bejubelde Sándor Márai zo’n sensatie. In 2002 zorgde ’Aangeschoten’ van de Australiër Kenneth Cook voor een gelijksoortig euforisch gevoel. En nu is daar ’In de maneschijn’ van de Welse schrijver Caradog Prichard (1904-1980), een parel van de moderne literatuur uit het Verenigd Koninkrijk.

 

In 1955 begon Prichard met ’dit radiospel voor stemmen’, dat hij vanwege het overweldigende succes bij de bevolking van Wales tot een roman uitbouwde. Het resulteerde in een bijzonder gave roman over een hypergevoelige jongen in een kleine, hechte gemeenschap in het ruige noordwesten van Wales in het begin van de vorige eeuw, waar de sociale controle verstikkend was en het werk in de steengroeve bikkelhard. De roman houdt het midden tussen moderne klassiekers als Roddy Doyles ’Paddy Clarke ha ha ha’ en Dylan Thomas’ ’Under Milk Wood’ (’Onder het Melkwoud’), dat ook eerst als hoorspel beroemd werd.

 

Prichards ’Un nos ola leuad’, zoals de oorspronkelijke titel luidt, verscheen in Wales in 1961. Het was daar onmiddellijk een klassieker. Verder reikte de bekendheid niet vanwege de Welse taal. Daar kwam pas midden jaren negentig verandering in toen het boek in het Engels werd vertaald als ’One moonlit night’. Inmiddels is het wereldwijd aan een opmars bezig.

 

Geheimen

Centraal in ’In de maneschijn’, zoals de roman in het Nederlands is gedoopt, staat de innige verhouding van een moeder en haar zoontje. Hij groeit op bij zijn redderende en radeloze moeder die duistere geheimen met zich meedraagt en zich steeds vreemder gaat gedragen. Aanvankelijk is alles nog rozengeur en maneschijn. De knaap beleeft dwaze, spannende en bizarre avonturen met zijn maatjes Huw en Moi. Gaandeweg verandert dat onbezonnen leventje als de tragische gebeurtenissen zich opstapelen.

 

Prichard wekt een verzonken samenleving vanuit het perspectief van zijn kwetsbare hoofdpersoon indrukwekkend tot leven.

 

Het drieste bestaan van de jongens staat verder in schril contrast met de achtergrond waartegen het verhaal speelt: de staking van Welse steenhouwers in 1900-’03, de quasi-religieuze bewegingen in Wales in 1904-’05, en de Eerste Wereldoorlog, waarbij duizenden Welse mannen op hun volslagen onbekende velden sneuvelden. Prichard verbindt in zijn boek het sociale onrecht dat de bevolking wordt aangedaan moeiteloos met het verhaal van het individu, in dit geval een tiener die haarscherp de rauwe grotemensenwereld observeert.

 

Prichard weet een verzonken samenleving vanuit het perspectief van zijn kwetsbare hoofdpersoon op indrukwekkende wijze tot leven te wekken. Het drama van zijn nog prille leven bereikt een climax als zijn moeder voor de rest van haar leven in een gesticht verdwijnt:

 

Ja, zei mama, en ze begon stilletjes te huilen. Daarna kon ik geen verstandig woord meer uit haar krijgen. Ze reageerde niet als ik iets tegen haar zei. Ze keek gewoon dwars door me heen, en zat in zichzelf te praten, of tegen iemand waarvan ze dacht dat die achter haar stond. Ouwe schurken, zei ze, en ze keek achterom. Ja, jullie hebben die smeerlap hierheen gebracht. En zo ging ze maar door, ruziemakend met iemand die er niet was.’

 

Maar ook de jongen zelf komt steeds meer in de greep van de waanzin. Dat Prichard zijn eigen traumatische jeugdherinneringen in zijn boek heeft verwerkt, blijkt uit het gegeven dat in zijn tienerjaren zijn moeder geestelijk instortte. Ze werd opgenomen in een krankzinnigengesticht, waar ze de rest van haar leven bleef.

 

Haringkop

In de maneschijn’ zit vol aangrijpende en schrijnende, gewelddadige en vertederende, ontroerende en geestige scènes. Alleen de bijzondere namen van de hoofdpersonen – Wales kent slechts een gering aantal achternamen, de meesten krijgen bijnamen – werken soms al op de lachspieren, zoals Wil Haringkop of Eic Wilias Kolenkit. En de agent in het dorp wordt door de jongens aangeduid als Kleine Will Politie z’n vader.

 

Maar wat het boek vooral zo onweerstaanbaar maakt, is de belevingswereld van het jongetje, zijn hardnekkige geloof, zijn ontluikende seksualiteit, zijn liefde voor zijn gekke moeder, zijn vriendschappen, het verdriet om de dood van een vriendje. En zijn hang naar geborgenheid en genegenheid, zijn honger naar een knuffel en een omhelzing, en zijn heimelijke passie voor de mooie achttienjarige Ceri die hem op een uitje van school onverwachts even tegen haar boezem drukt.

 

Het proza beweegt zich tussen verheven en banaal, rauw en poëtisch, kinderlijk en bijbels.

 

Prichard werd in 1904 geboren in het stadje Bethesda in noordwest-Wales, een streek die leefde van de winning van leisteen. Hij legde zich toe op journalistiek werk en poëzie, won talrijke prijzen, maar het werk dat hem vooralsnog voor de vergetelheid behoedt, is dit boek, waarin hij ’in de maneschijn’ terugkeert naar zijn geboortedorp om zijn jeugd opnieuw te beleven.

 

Dat Prichard onder invloed stond van Dylan Thomas’ ’Under Milk Wood’ is aan veel te merken, maar vooral aan de taal, die zich beweegt tussen verheven en banaal, rauw en poëtisch, kinderlijk en bijbels. Dialect, straat- en boekentaal wisselen elkaar af. Tussen Thomas en Prichard zijn trouwens meer overeenkomsten aan te wijzen. Ze leefden beiden als trotse ballingen in Londen, koketteerden met hun afkomst en konden als notoire drinkebroers niet van de fles afblijven. Op grond van zijn werk werd verondersteld dat Prichard een sombere, eenkennige man was. Volgens intimi was hij dat allerminst, hij was een ruimhartig gezelschapsmens die graag de bloemetjes buiten zette.

 

Caradog Prichard: ’In de maneschijn (’Un nos ola leuad’, 1961)’. Vertaald door Frank Lekens, die zich grotendeels baseerde op de Engelse vertaling (’One moonlit night’) uit 1995. Met een nawoord door Harri Pritchard Jones, een Welse letterkundige, 224 blz, uitgeverij Podium.

 

Augustus, 2003

 

 

UA-37394075-1