Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Philip Roth (1933-2018) prikte de Amerikaanse Droom door

Een van de grootste naoorlogse Amerikaanse schrijvers, Philip Roth, overleed op dinsdag 22 mei 2018 op 85-jarige leeftijd. Roth was een groot stilist en een vlijmscherp chroniqueur van de geschiedenis van het moderne Amerika van na de Tweede Wereldoorlog. Hij was een gelauwerd schrijver want hij won, in de Verenigde Staten, zo’n beetje alle literaire prijzen die er te behalen waren.

 

Tegelijk was zijn werk onder puriteinse kringen in de Verenigde Staten op zijn zacht gezegd nogal omstreden. En voor de Zweedse Academie, die de Nobelprijzen toekent, was hij blijkbaar te controversieel, want geen schrijver is zo lang en zo vaak genoemd als de gedoodverfde kandidaat voor ’s werelds grootste literaire onderscheiding en werd desondanks steeds opnieuw gepasseerd.

 

En hoewel Philip Roth (1933-2018) in 2012 besloot een punt achter zijn lange schrijverscarrière te zetten – zijn imposante oeuvre verklaarde hij als voltooid – kwam hij nog geregeld in het nieuws, niet alleen om de zoveelste onderscheiding in ontvangst te nemen, maar omdat zijn werk nog razend actueel bleek te zijn.

Begin dit jaar bijvoorbeeld legde PvdA-leider Lodewijk Asscher in het tv-programma De Wereld Draait Door een link tussen Roths roman Het complot tegen Amerika (2004) en de huidige Amerikaanse president Donald Trump. In Roths intrigerende spiegelroman, waarin hij een ernstig spel speelt met de werkelijkheid en de geschiedenis, wordt in 1940 niet Roosevelt maar de fascistische, antisemitische vliegenier Charles Lindbergh president van de VS. Het boek beschrijft hoe het óók had kunnen gaan, na 1940, in een fascistisch America First.

Roths’ boek werd er in het politieke discours bijgehaald om grip te krijgen op het fenomeen Trump, zoals ook Orwells 1984 (uit 1949) om die reden veel wordt herlezen. Zelf was Philip Roth klip en klaar over Trump. In zijn laatste interview in The New Yorker zei hij begin dit jaar: ‘Trump is gewoon een oplichter. Hij weet niks van regeren, van geschiedenis, van wetenschap, filosofie, van kunst. Hij kan zich niet subtiel of genuanceerd uitdrukken, ontbeert elk fatsoen en hanteert een vocabulaire van 77 woorden dat je beter Oetluls kunt noemen dan Engels.’

Roth vertelde overigens in interviews rond de verschijning van Het complot tegen Amerika dat hij met zijn boek geen link naar de toenmalige politieke toestand in de VS wilde leggen. Lezers en critici zagen dat echter anders, die zagen overal parallellen met het Bush-tijdperk kort na 9/11, zoals lezers en critici die nu menen te zien met het tijdperk Trump.

 

EEN ONGEREMDE HONGER NAAR SEKS

 

Philip Roth schreef grote literatuur zonder de zwaarwichtigheid waaronder moderne Europese literatuur eind vorige eeuw nogal eens bezweek. Roth verstond de kunst om zware thema’s licht te brengen, al was het soms nauwelijks voor te stellen dat de schrijver van latere hoogtepunten als Alleman en Exit geest dezelfde was als die van het klassieke Portnoy’s Complaint en het weergaloze Sabbath’s Theater

Ofschoon Roth de laatste jaren milder leek te zijn geworden, bleef de vertrouwde thematiek: zijn joodse achtergrond, de hypocrisie van de puriteinse Amerikaanse samenleving, de verhouding tussen de vader en de zoon, de onmogelijke ontsnapping aan het verleden, de ongeremde honger naar seks om het verval tegen te gaan. Roth schreef dicht op de huid van de actualiteit, hoewel hij daar in zijn jongste romans bewust afstand van leek te nemen. Maar zijn proza bleef intens en bezield en wist je steeds weer bij de strot te grijpen.

Hij bleef een meesterlijk schrijver, rabelaisiaans en toch beheerst in zijn taalgebruik en gezegend met een groot gevoel voor (vileine) humor. Ook dat andere thema, het aan de kaak stellen van pijnlijke eigentijdse en actuele kwesties, bleef hij trouw. Zo liet hij in de roman Ik was getrouwd met een communist (1998) zien hoe het verleden je blijft achtervolgen, hoezeer je het ook probeert te ontvluchten. In The Human Stain (2000, De menselijke smet) speelde hij een ernstig spel met waarheid en leugen, verraad en de ondraaglijkheid daarvan. Daarbij gaat om het verlangen om te ontsnappen aan de eigen identiteit, waaraan, o ironie, onmogelijk valt te ontsnappen. We zijn de gevangenen van onszelf, van onze buitenkant, van onze identiteit. Ontsnappen kan hooguit via seks, wilde Roth zeggen, maar ook dat is slechts van tijdelijke aard.

Alles wat Roth schreef, verwees naar zijn eigen leven (met joodse wortels) of biografie, maar steeds opnieuw wist hij er een andere, verrassende draai aan te geven. Het is dan ook niet verbazend dat hij, vooral dankzij Portnoy’s Complaint en Operation Shylock (1993), in joodse kringen herhaaldelijk een nestbevuiler is genoemd, zonder zich – zoals het een waarachtig en groot schrijver betaamt – daar ook maar iets van aan te trekken.

 

WERELDBEROEMD: SCANDALEUZE KLASSIEKER

 

Philip Roth debuteerde met Goodbye, Columbus (Vaarwel Columbus, 1959), een novelle en vijf verhalen over ‘gewoon’ Joods leven in Amerika’, waarmee hij meteen als een grote belofte werd gezien. Wereldberoemd werd hij eind jaren zestig met het scandaleuze Portnoy’s Complaint (Portnoy’s klacht). Een overrompelende en even schrijnende als geestige roman over Roths alter ego Alexander Portnoy, die halverwege de vorige eeuw in een morsige Amerikaanse industriestad opgroeit in een gezin van kleine joodse middenstanders. Een weergaloos geschreven boek. Rebels, provocerend en roekeloos. Al kon niet iedereen lachen om de jonge Portnoy en zijn masturbatie-acts en om zijn heilige voornemen om in elke Amerikaanse staat een meisje te veroveren. De Israëlische geleerde Gershom Scholem noemde het boek zelfs gevaarlijker dan De Protocollen van Zion en schreef dat Roths’ boek een geschenk was ‘waar alle antisemieten voor hadden gebeden’.

 

ZUCKERMAN VERTELT OVER ENE PHILIP ROTH

 

In de jaren zeventig maakte Roth furore met een reeks autobiografische Zuckerman-romans. In negen romans heet de hoofdpersoon Nathan Zuckerman, het alter ego van de schrijver, die soms vertelt over een zekere Philip Roth. Toen hij in de jaren negentig min of meer was afgeschreven, sloeg Roth als de Great American Novelist toe met een trilogie over de Amerikaanse geschiedenis die terloops de zeepbel die The American Dream heet doorprikte. De drie meesterwerken zijn:

 

1. Sabbath’s Theater (1995), een virtuoos geschreven roman over            een oude poppenspeler en zijn grote liefde die hun wereld                    ineen zien storten.

  1. American Pastoral (1997), een weergaloze roman over de ondergang van een doorsnee Amerikaanse familie van wie de dochter zich als een terroriste ontpopt
  2. The Human Stain (2000), over een academicus met een geheim die bezwijkt onder moedwil en misverstand.

Alle drie romans gaan over mensen die door de geschiedenis worden vermalen en daaraan willen ontsnappen door zichzelf opnieuw uit te vinden. De bekendste is nummer drie (vertaald als De menselijke smet), die in 2003 onder dezelfde titel verfilmd is door Robert Benton. Het boek speelt ten tijde van Clinton-Lewinsky-affaire, die de VS in de zomer van 1998 volledig in de ban hield toen een ’golf van braafheid en hypocrisie’ de Verenigde Staten van Amerika overspoelde. Ergens schrijft Roth dat in die zomer alle Amerikanen met hun gedachten bij de penis van de president waren. Het was trouwens niet alleen Amerika, de hele wereld volgde Het Schandaal op de voet, en verkneukelde zich bij al die hilarische en (on)smakelijke details (de sigaar!) die ongezouten werden opgediend.

Het is de zomer van 1998 waarin Amerika gebukt gaat onder de tirannie van het fatsoen, de terreur van politieke correctheid en preutsheid. Het land lijdt aan ’de prediking van de deugdzaamheid, die door de Europeanen, historisch gezien onjuist, het Amerikaanse puritanisme wordt genoemd, en die mensen als Ronald Reagan de kernwaarden van Amerika noemen’. Wie 1998 niet heeft meegemaakt, schrijft Roth ergens uitdagend, weet niet wat hypocrisie is.

In die roman beschouwt Roth vanuit de kleine levens van zijn personages de politieke situatie, en door die twee met elkaar te verknopen, krijg je een panoramisch beeld van de Amerikaanse samenleving aan het eind van het afgelopen millennium. Een persoonlijke geschiedenis naast de nationale, waarin het individuele universele betekenis krijgt.

 

HET ALLEGORISCHE ELCKERLYC

 

In de eenentwintigste eeuw bleef Roth in hoog tempo nieuw werk publiceren van wisselende kwaliteit. Literaire topprestaties waren de romans over sterfelijkheid en de dood (Alleman) en de teloorgang van de cultuur (Exit geest). Alleman (2006), naar het allegorische Elckerlyc, gaat over een gewone Amerikaan, zijn mislukte huwelijken, het onbegrip, zijn primitieve slippertjes, de onmacht van een moderne, weldenkende man die tamelijk gezond dacht te leven maar op zekere leeftijd van de ene zware operatie naar de volgende sukkelt. Alleman is een warm menselijk boek over gewone mensen, hoezeer de ijzige asem van De Dood allesoverheersend is (de zwarte omslag als een grafzerk is meer dan een symbool).

Zijn laatste roman was Nemesis (2010), een ‘ouderwets’ verteld, aangrijpend verhaal over toeval en noodlot. Nemesis speelt in 1944, met een gewone jongen als hoofdpersoon. Polio en kinderverlamming verrichten, vlak voordat een werkzaam vaccin wordt uitgevonden, hun gruwelijke en misdadige werk in een kleine stad aan de Amerikaanse oostkust terwijl leeftijdgenoten van de bijziende (anti)held in Europa en in de Pacific een verwoestende oorlog uitvechten. Nemesis is zeker verteltechnisch een waardige afsluiter van een groots oeuvre. (Het boek is zeker een aanrader en een oogopener voor de tegenstanders van kindervaccinaties.)

 

WEES GEWOON ÉN ORIGINEEL

 

Philip Roth werd geboren in de stad Newark in New Jersey en was net als de door hem bewonderde schrijvers als Saul Bellow en Bernard Malamud een kind van joodse ouders – zijn vader was verzekeringsagent – en opgevoed in het bewustzijn dat hij joods was. Hij werd op zijn zestiende en zeventiende sterk beïnvloed door Thomas Wolfe en zijn lyrische opvatting over het alledaagse Amerikaanse leven, zoals hij zelf vertelde. Hij begon al vroeg met schrijven en toen in 1958 drie verhalen van zijn hand voor publicatie werden geaccepteerd, besloot hij zijn universitaire studie eraan te geven en voor een ongewis bestaan als schrijver te kiezen.

Roth hanteerde zijn schrijversleven lang het adagium dat hij ontleende aan Gustave Flaubert: ‘Wees gewoon en ordelijk in je leven, als een burgerman, opdat je gewelddadig en origineel kunt zijn in je werk.’ Al bleek het met dat ordentelijke leventje nogal mee te vellen, zeker in het begin van zijn carrière. Zijn eerste huwelijk was volgens zijn biografen een hel. Hij was getrouwd met een zelfdestructieve vrouw, wat stof opleverde voor een aantal boeken, waaronder When She Was Good (1966, vertaald als Een braaf meisje) en My Life as a Man (1976, Mijn leven als man). Roth was twee keer getrouwd en onderhield naar verluidt vele buitenechtelijke affaires. Zijn tweede vrouw, de actrice Claire Bloom, was weinig vleiend over haar toenmalige echtgenoot die zij ‘een ongevoelige bruut’ noemde. In zijn literaire hoogtijdagen – de jaren zestig en zeventig – kwam Roth dan ook geregeld in het nieuws vanwege zijn vermeende onstuimige liefdesleven. Het maakte hem tot een gewilde prooi van ‘de bladen’. Iets waarover hij zelf steevast meewarig de schouders optrok.

Roths werk lag slecht bij feministische critici die hem, tot onbegrip van Roth zelf, een machoschrijver noemden in de trant van Hemingway, en hem van vrouwenhaat betichtten en veelal getuigden van een tamelijk eenzijdige blik. Fysiek ging Roth gebukt onder rugpijn – hij schreef bij voorkeur staande aan een lessenaar – en leed onder hallucinaties die het slaapmiddel veroorzaakten dat hij slikte.

In deze eeuw liet Roth zich nog maar zelden strikken voor interviews of openbare optredens. Hij weigerde zich nog langer door de tv te laten ‘misbruiken’ omdat dat soort optredens alleen maar tot ergernissen en misverstanden zouden leiden. Roth somberde in 2000 al over de toekomst of beter de teloorgang van de roman die hij met de door hem bewonderde Tsjechisch-Franse schrijver Milan Kundera beschouwde als de grootste kunstvorm. Hij klaagde niet over de kwaliteit, want er verschenen nog genoeg goede romans en hij verstond de kunst van het bewonderen (zo prees hij onder anderen schrijfster Nicole Krauss aan). Hij treurde vooral over het verdwijnen van de lezers. Mensen zijn verslaafd aan hun schermpje, zei hij, maar juist om onze wereld en de mens daarin beter te kunnen begrijpen is de romankunst van groot belang.

ALLEEN IN EEN KAMER

Roth leefde de laatste jaren van zijn leven teruggetrokken en schreef als een literaire monnik. Een biografie van de schrijver, waarschuwde hij dan ook, kon wel eens erg eentonig uitpakken: ‘Mijn autobiografie zou vrijwel volledig bestaan uit hoofdstukken over mij, alleen in een kamer, kijkend naar een schrijfmachine.’

Van zijn biografen weten we dat Roth niet alleen in zijn boeken geestig en scherpzinnig was, maar ook daarbuiten uiterst scherp en grappig uit de hoek kon komen. Maar het enige wat voor hem telde was ‘het werk’, dat uiteindelijk resulteerde in een oeuvre van zesentwintig romans, één verhalenbundel en drie andersoortige (autobiografische) boeken.

Nadat hij in 2012 was gestopt met schrijven, herlas Roth eerst zijn grote voorbeelden, onder wie de grote negentiende-eeuwse Russen Dostojevski en Toergenjev en de Amerikaanse meesters Hemingway, Conrad en Faulkner, en daarna begon hij voorzichtig zijn eigen werk te herlezen. En hoewel hij over lang niet alles wat hij had gepubliceerd echt tevreden was, stelde hij tenslotte toch goedkeurend vast: ‘Je hebt het niet slecht gedaan.’

 

(Hoorn, 23 mei 2018)

 

 

Het mateloze leven van Colette

Sidonie-Gabrielle Colette (1873-1954) was een superster, misschien wel de eerste ‘echte’. Ze noemden haar een theaterbeest, excentriek, gewaagd, pervers. Ze trad op als naaktdanseres in de Moulin Rouge en had lesbische verhoudingen, was musicienne en een boeiend spreekster. Ze was buitensporig ambitieus, bevlogen en gedreven. Alles was even mateloos aan deze vrouw die het leven tot kunst verhief, waardoor er weinig tijd voor het moederschap resteerde en je haast zou vergeten dat Colette, zoals ze zich kortweg noemde, ook nog uitgroeide tot een van de belangrijkste Franse schrijfsters van de twintigste eeuw.

Wie de biografie ‘Colette, een zinnelijk leven’ van de Amerikaanse Judith Thurman leest, vraagt zich dan ook verbluft af hoe ze het voor elkaar kreeg om tussen de bedrijven door ook nog zo’n immens oeuvre bij elkaar te schrijven. Ze moet haar vingers blauw hebben geschreven aan romans, essays, toneelstukken, filmscripts en een enorme hoeveelheid journalistieke stukken. Ze presenteerde radioprogramma’s en werd herhaaldelijk bekroond met literaire prijzen. In 1949 werd zij zelfs voorzitter van de Académie Goncourt, een mannelijk bastion bij uitstek.

Op zestigjarige leeftijd, het was het beruchte jaar 1933, verbond ze zich aan een dagelijks artikel in La République. Tegelijk bezocht ze als toneelcriticus van Le Journal tegen de twintig toneelvoostellingen per maand, waarvan ze een aantal selecteerde voor haar kritieken van zo’n tweeduizend woorden. En niemand kon zeggen dat ze zich er met een jantje-van-leiden vanaf maakte, elke bijdrage werd een literair kunststukje. Haar verzamelde film- en toneelkritieken beslaan al enkele boekdelen.

Dat ze zoveel tegelijk deed en moest doen, kon ook niet anders. Colette leefde alsof de dood haar op de hielen zat en tegelijk alsof ze onsterfelijk was. Het moet voor een vrouw die op middelbare leeftijd nog als een jeugdige aantrekkelijke vrouw oogde, onverteerbaar en welhaast ondraaglijk geweest zijn om als een wrak te eindigen. Daarvan zijn beroemde foto’s gemaakt, zoals er zoveel foto’s van de schrijfster gemaakt zijn. Ook toen de schrijfster en levenskunstenares wegens reuma aan haar beddenvlot zoals ze haar radeau-lit noemde, gekluisterd was. Op die ene foto, uit 1953, ter ere van haar tachtigste verjaardag zit ze met haar ruige haardos op bed, omringd door paperassen. Vóór haar de verjaardagstaart, waaruit, je houdt met terugwerkende kracht je hart vast, de brandende kaarsjes twee huiveringwekkende vuurfonteinen de lucht inspuiten.

Een grote collectie foto’s vertelt het levensverhaal van Colette. Ze moet een van de meest gefotografeerde schrijfsters ooit zijn. Behalve veel ‘gewone’ biografieën – voor biografen blijft Colette een gewild en onuitputtelijk onderwerp – zijn er tal van fotobiografieën van haar verschenen. Het wemelt van de veelzeggende foto’s van de schrijfster, waarvan een aantal ook in Thurmans is opgenomen. Colette in de hangmat; de vijftienjarige wildebras met blonde vlechten als ‘zweepkoorden’ of  ‘teugels’, toen ze verliefd zou worden op haar latere echtgenoot M.Willy. De achttienjarige Colette als een dromerige schoonheid, lezend in de tuin. Colette in herenkostuum als actrice, sensuele mond, dramatische blik, lijkwit gezicht. Colette als dandy, sigaret in de hand, hoewel ze nauwelijks rookte. Colette als Salomé. Colette in een omhelzing met een vrouw. Colette met Audrey Hepburn die op Broadway de rol van Gigi speelde, naar het gelijknamige boek. Colette met haar dochtertje Bel-Gazou, en, uiteraard, tezamen met haar katten, die haar misschien wel dierbaarder waren dan mensen.

Veelbetekenend is de foto waarop Colette poseert met pen en schriftje en een gezicht dat het midden houdt tussen lachen of huilen. Ze zit naast de veel oudere, ijdele fat Henry Gathier-Villars alias M.Willy met zijn hooghartige krulsnor en baard en koude oogopslag, haar eerste echtgenoot met wie zij in 1893 was getrouwd. Zijn reputatie als muziekrecensent en gewichtig schrijver stoelde allereerst op boeken die waren geschreven door een serie ghostwriters. Nadien vierde hij successen met de feuilletons over Claudine, een erotisch ongeremde tienermeisje dat een soort archetype in de Franse literatuur zou worden. Ze waren van de hand van zijn zoveel meer getalenteerdere gade. Zij schreef de beroemde Claudine-romans. Hij zette zijn naam op de omslag. Hoewel hij vaker het rode potlood blijkt te hebben gebruikt dan wel wordt aangenomen. Voor de Claudine-serie putte Colette uit haar eigen ervaringen. De boeken werden bestsellers, zoals alles wat ze schreef hoge oplagen bereikte. Ze moet een van de meest verkochte Franse auteur van de twintigste eeuw zijn.

Colette heette een natuurtalent te zijn. Zij schreef met zoveel achteloos gemak dat het menige collega-schrijver wel eens droef te moede moet zijn geweest. Al bleek bij nader inzien dat ze veel kraste en schrapte in haar manuscripten. Ook bij haar ging het scheppen van au. Nadat ze zich had ontworsteld aan het tumultueuze huwelijk met Willy, noemde ze zich kortweg Colette, naar haar achternaam.

Haar faam en naam begon vanaf de eeuwwisseling, rond 1900 in die vrolijke jaren van het Belle Epoque, rond te zingen in de Parijse salons. Hier ontmoette het provinciaalse meisje bijna ‘alle groten’ van haar tijd, onder wie Claude Debussy, Marcel Proust, Anatole France, André Gide, en Toulouse-Lautrec. De meesten bewonderden haar of mochten haar wel, op enkele uitzonderingen na, zoals de vileine dichter Léautaud, die haar grondig verachtte: ‘Haar boeken en toneelwerk behoren tot de commerciële literatuur’, schreef hij in zijn dagboek.

Colette verwierf in de eerste plaats roem als schrijfster van spraakmakende boeken. Ze deed er nog een schepje bovenop door een geruchtmakende toneelcarrière te beginnen. De ene scandaleuze affaire na de andere volgde. Ze had een minnares van adel, en als danseres ontblootte ze in een Franse music-hall haar borsten. Nee, Colette was niet voor een kleintje vervaard. Ze deed bovendien als eerste vrouwelijke Franse oorlogscorrespondent verslag van het front in de Eerste Wereldoorlog, al liet ze de gruwelen liever onvermeld. Haar dagboekachtige verslagen spraken echter veel lezers aan. Ze kreeg op haar veertigste haar enige kind. En had tegen haar vijftigste begon ze een verhouding met haar stiefzoon, waarin Colette overigens niets immoreels zag.

De belangrijkste figuur uit haar leven was haar moeder Sido. Zij was vrijgevochten en schrander. Ze had een grote drang naar onafhankelijkheid, wat fraai gedemonstreerd wordt in de prachtige brieven die ze schreef, en waarvan een proeve in Thurmans biografie is opgenomen. Later bekoelde die relatie enigszins, zoals die tussen Colette en haar dochter Bel-Gazou altijd koel was geweest. Toen Sido stierf in 1913, rouwde Colette met haar toenmalige echtgenoot, de aristocraat De Jouvenel, op haar eigen manier. ‘Per ongeluk’, beweerde ze, verwekten ze een kind.

Thurman schreef over dit tomeloze en ongeremde leven een prachtig, rijk boek. Er lijkt geen gebeurtenis in het leven van Colette dat zij over het hoofd heeft gezien. Geen detail blijft onbesproken. Weinig intieme, erotische zaken blijven verhuld. Het is bijna duizelingwekkend. Maar je sympathie voor Colette wordt er niet minder voor. Jammer is dat ondanks de karrenvrachten van details, het oeuvre van de schrijfster onderbelicht blijft. Ja, autobiografische gegevens over de boeken volop, maar je zou wel wat meer willen weten over Colettes werkwijze.

Hoe was haar manier van schrijven. Wat was de verhouding van haar werk tot haar leven. Nu lees je niet meer dan wat je al wist, terwijl je juist veel meer wilt weten over de achtergronden van ‘La chatte’ uit 1933. Het gaat over de vriendschap van een man met zijn kat, en de wraak van zijn vrouw daarop. Colette, wier boeken doorgaans worden gekenmerkt door een speelse toon, een bijna zintuiglijk taalgebruik en een groot warm hart voor dieren en dingen, bereikt in dit boek haar top. Ze legt hierin genadeloos het menselijk tekort en de menselijke drang tot vernietiging bloot.

Colette bracht de laatste fase van haar leven voor haar doen tamelijk bedaard door aan de zijde van de zeventien jaar jongere diamanthandelaar Maurice Goudeket. Ze stierf in 1954. Ze was de eerste vrouw die een staatsbegrafenis kreeg van de republiek. In Parijs verzamelde zich een rouwende mensenmenigte in de rue Montpensier om de schrijfster, over wier lijkkist de Franse vlag was gedrapeerd, te begeleiden naar het kerkhof Père-Lachaise. ‘Toen de aarde in het graf werd geschept’, schrijft Thurman niet zonder enige pathos, ‘begon het te regenen, de wind wakkerde aan en een van de hevigste buien sinds mensenheugenis barstte los. Ze zou ervan hebben genoten.’

 

Judith Thurman: ‘Colette, een zinnelijk leven’ (Secrets of the flesh. A life of Colette, 1999), vertaald door Annelies Eulen, 618 blz, uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam. ISBN 90-234-3982-1

 

Gepubliceerd in januari, 2002

 

Frans Pointl: ‘Ik word altijd op die kip vastgepind’

Schrijver Frans Pointl overleed op 1 oktober 2015 op 82-jarige leeftijd. Jaren geleden sprak ik hem voor de GPD-kranten, toen er een nieuwe ‘kattenbundel’ van hem was verschenen. Hij had praats voor tien. (meer…)

Günter Grass, een controversieel, groot schrijver met verbluffende verbeeldingskracht

Niet alleen de Nederlandse naoorlogse literatuur kende een Grote Drie (Hermans, Reve, Mulisch). Ook Duitsland kende zo’n driemanschap: Heinrich Böll, Siegfried Lenz en Günter Grass. Van die drie was Grass, die in 1999 de Nobelprijs voor de literatuur ontving, misschien wel de grootste schrijver, in elk geval de meest controversiële. (meer…)

Nobelprijswinnaar Patrick Modiano zegt veel met weinig woorden

Bij de bookmakers stond Patrick Modiano (1945) tamelijk hoog genoteerd, toch mag het een verrassing heten dat de Nobelprijs voor de literatuur 2014 naar deze Franse schrijver gaat. (meer…)

Gerrit Kouwenaar – Levenslang de tijd stilzetten

 Gerrit Kouwenaar (1923-2014) was niet alleen een van onze grootste moderne dichters, hij was ook een van de meest gelauwerde. Hij wilde na de dood van zijn vrouw Paula nog één mooie bundel maken. Dat boek werd ‘Totaal witte kamer’ (2002), een hoogtepunt uit een groot dichterschap. (meer…)

Jung Chang: ‘De keizerin was een verbazingwekkende vrouw’

In China zijn haar boeken nog steeds verboden. In het westen is Jung Chang een gevierd schrijfster van wie onlangs ‘De keizerin’ verscheen. ,,Cixi was een bijzondere vrouw, een verbazingwekkende staatsvrouw, maar geen heilige.’’ (meer…)

Leo Vroman had ‘liever heimwee dan Holland’

Leo Vroman (1915-2014) was een van Nederlands grootste dichters. Geen geringe prestatie voor iemand die het grootste deel van zijn leven buiten zijn (eerste) vaderland sleet en zichzelf daarom wel gekscherend ‘de dichter des buitenlands’ noemde.  (meer…)

NK Poetry Slam: wie niet boeit, wordt afgestraft

Wie als dichter niet meteen boeit, wordt bij poetryslam meteen afgestraft. Zaterdag gaan op het NK Poetry Slam 2014 de beste slammers de strijd met elkaar aan. (meer…)

De schone schijn van het kerstverhaal – van de Bijbel tot Dickens en Reve

Tussen de pakjes onder de boom zullen ook dit jaar ongetwijfeld weer boeken liggen. Maar hoeveel daarvan zullen iets met kerst zelf te maken hebben? (meer…)

Gerrit Krol, bijzonder schrijver over wiskunde en de liefde, machines en grote borsten

Gerrit Krol is op 79-jarige leeftijd overleden. Hij was een bijzonder schrijver en ook een bijzonder mens. Zijn laatste roman was ‘Duivelskermis’, die verscheen in 2007. Naar aanleiding daarvan bezocht ik hem op dinsdag 15 mei van dat jaar. Ik had niet alleen een ontmoeting met een bijzonder en unieke schrijver, maar ook met een aimabel mens, die mij, samen met zijn vrouw Janna, hoffelijk ontving in zijn toenmalige woning in het Drentse Oudemolen. (meer…)

J.D. Salinger, een wereldberoemde kluizenaar

J.D. Salinger (1919-2010) schuwde een halve eeuw de publiciteit. Desondanks werd de Amerikaanse schrijver van een bescheiden maar groots oeuvre met de dag beroemder. Drie jaar na zijn dood is de glans nauwelijks verbleekt, integendeel. (meer…)

Samuel Beckett: exuberant schrijver werd grote zwijger

We worden allemaal gek geboren, sommigen blijven het.’ Dat zei de Iers-Franse (toneel)schrijver en dichter Samuel Beckett (1906-1989), wiens werk tot het meest indringende, oorspronkelijke en raadselachtige behoort dat de twintigste-eeuwse literatuur heeft voortgebracht. (meer…)

Camille Claudel: ongeluksvogel tussen krankzinnigen

Camille Claudel (1864-1943) was een begaafde Franse beeldhouwster. Ze was de leerlinge, geliefde én muze van de beroemde beeldhouwer Auguste Rodin. Toen het tweetal met elkaar brak, werd Camille paranoïde. Ze werd opgesloten tussen krankzinnigen: dertig jaar van haar leven sleet ze in inrichtingen. Maar gestoord of niet, veel van haar brieven, ook die ze in het krankzinnigengesticht schreef, geven blijk van een buitengewoon speelse, opstandige en creatieve geest. (meer…)

Tom Clancy, thrillerschrijver als merknaam

Tom Clancy was een schrijver en een merknaam. De Amerikaanse bestsellerauteur werd wereldberoemd met boeken over spionage en de Koude Oorlog. Gisteren overleed hij, op 66-jarige leeftijd. (meer…)

Gouden Stropwinnaar Michael Berg: ‘Ik ben een publieksjongen’

Michael Berg zei z’n goede baan op om ‘nog iets anders met zijn leven te gaan doen’. Hij verkocht zijn huis en vertrok met zijn vrouw naar Frankrijk. Onlangs ontving hij voor zijn vijfde thriller ‘Nacht in Parijs’ de Gouden Strop. (meer…)

Emmanuel Carrère: ‘Limonov is een arrogante kleine jongen’

De succesvolle Franse schrijver Emmanuel Carrère was in Nederland om zich uitgebreid te laten fêteren. Met zijn Vlaamse vertaalsters ontving hij de Europese Literatuurprijs 2013 voor zijn boek ‘Limonov’, over de Russische schrijver, avonturier en omstreden politicus Edward Limonov. ,,Hij is net Peter Pan.’’ (meer…)

José Saramago en het leven als constante strijd

José Saramago (1922-2010) werd gezien als een literaire laatbloeier. De postume uitgave van ‘Bovenlicht’ bewijst dat de Nobelprijswinnaar als dertiger al een gerijpt romancier was. Het manuscript raakte echter ‘zoek’, tot ontgoocheling van de schrijver die er daarna jaren het zwijgen toedeed. (meer…)

‘Karoo’ van Steve Tesich: neergang van een roofdier met overgewicht

In de VS bleef ‘Karoo’ van Steve Tesich eind twintigste eeuw vrijwel onopgemerkt. In Duitsland en Frankrijk maakte deze zwarte komedie over de ondergang van een geestige en drankzuchtige Hollywoodscriptdokter met overgewicht een zegetocht. Volgt Nederland? (meer…)

Louis Couperus in brieven – De geldduivel overheerst

In ‘De correspondentie’ zijn voor het eerst vrijwel alle brieven bijeengebracht van Louis Couperus (1863-1923), wiens honderdvijftigste geboortedag dit jaar uitbundig wordt gevierd. En hoe spaarzaam de schrijver in die brieven ook schreef over zijn leven, ze geven wel een goed beeld van zijn dagelijkse sores. (meer…)

‘Anne Frank liet zich niet het zwijgen opleggen’

Anne Frank is nooit weg uit de belangstelling. Eerder dit jaar was er commotie over een uitlating van tienerster Justin Bieber. Het schrijversechtpaar Jessica Durlacher en Leon de Winter is nu bezig aan een nieuwe toneelversie van het beroemde dagboek. ,,Het is de grootste uitdaging van onze carrières.’’ (meer…)

Karl Ove Knausgård verovert Nederland – ‘Je blijft lezen, het is verslavend’

De Noorse schrijver Karl Ove Knausgård is in eigen land een superster. ,,Overal waar hij komt, verschijnen drommen mensen. Hij is nog steeds stomverbaasd over wat hem allemaal overkomt.” Intussen sluiten ook steeds meer Nederlandse lezers hem in de armen. Een hype? Of gewoon een heel goede schrijver van een heel goed boek? (meer…)

Adonis en de macht van de poëzie

Voor de 44e keer haalt Poetry International de beste dichters van overal ter wereld naar Rotterdam voor het jaarlijkse feest van de poëzie. Een van de hoofdgasten is de Syrische dichter en gedoodverfde Nobelprijswinnaar Adonis. ,,Ik ben bang dat de opstand tot een catastrofe zal leiden.’’ (meer…)

John Cheevers bitterzoete portret van een wispelturige familie

Een gentleman, een neuroticus en een alcoholist die een dubbelleven leidde. Dat was John Cheever (1912-1982), een van de grootste naoorlogse Amerikaanse verhalenschrijvers van wie eindelijk zijn befaamde ‘Kroniek van de familie Wapshot’ (1957) is vertaald. (meer…)

Louis Couperus, ‘een reus op wiens schouders veel moderne auteurs staan’

Ooit was Louis Couperus (1863-1923) onze meestgelezen en meest gevierde schrijver. Het naar hem genoemde genootschap grijpt dit jubileumjaar aan om een van ’s lands grootste schrijvers ooit uitbundig te eren. Maar wordt hij nog gelezen? En wat is zijn betekenis voor ons cultureel erfgoed? (meer…)

Emmanuel Bove, een ziekelijk bescheiden eenling

Een kleine dertig jaar geleden gold Emmanuel Bove als een geheimtip. Hij verwierf toen ook hier een kleine schare trouwe lezers. Daarna werd het weer stil rond de Franse schrijver. Met ‘De liefde van Pierre Neuhart’ is hij terug in de belangstelling. (meer…)

Michael Koryta: ‘Politiek zit vol valse profeten’

Hij is een rijzende ster in het misdaadgenre. Volgens kenners zelfs ‘veruit de grootste ontdekking van deze nog jonge eeuw’. Zijn naam: Michael Koryta. Pas dertig en nu al negen titels op zijn conto. Ter ere van de Nederlandse vertaling van ‘De profeet’ liet hij zich in een guur Amsterdam uitgebreid fêteren. ,,In de politiek wemelt het van de valse profeten.” (meer…)

Honderdvijftigste geboortedag van Louis Couperus: ‘Zijn personages kunnen je buren zijn’

Ooit was hij gevierd en ’s lands meest gelezen schrijver. En al wordt Louis Couperus (1863-1923) minder gelezen, vergeten is hij allerminst. Sterker, zijn honderdvijftigste geboortedag is de opmaat van een uitbundig eerbetoon. (meer…)

Charles den Tex: ‘Je bent altijd bezig met wie je bent’

 

In zijn nieuwe boek ‘De erfgenaam’ duikt Charles den Tex in het verleden van de steenkolenmijnen. ,,Je bent altijd bezig met wie je bent”, zegt de drievoudig winnaar van de Gouden Strop die tot de beste thrillerschrijvers in het Nederlandse taalgebied behoort. (meer…)

Tomas Ross: ‘De Oranjes lusten me niet’

In zijn misdaadroman ‘De nachtwaker’ duikt Tomas Ross wederom in een heikele koningskwestie. Zijn verhaal begint in de oogstrelende Cuypersbibliotheek van het Rijksmuseum. Hoe ver kun je gaan? ,,Geen smaad, geen laster.” En: ,,Ik wil graag dat mensen geloven wat ik schrijf.” (meer…)

Hans Croiset: ‘Het jongetje in dat truitje is voor mij hét symbool van de overlever’

Hans Croiset is een grote naam in het theater. Als schrijver laat hij zich nu gelden in ‘Lente in Praag’ over ontheemden in een wereld op drift. ,,Het jongetje in dat truitje dat onaangedaan het concentratiekamp uitloopt, is voor mij het symbool van dé overlever.” (meer…)

Herman Brusselmans: ‘Ik word een oude zeur’

Herman Brusselmans is het beu. De ‘oppergod van de Vlaamse letteren’ verlangt na een bestaan in de schijnwerpers naar een leven in de anonimiteit. Na alle promotie voor zijn jongste roman ‘Mogelijke memoires’ treedt hij terug: ,,Ik begin mijzelf erop te betrappen dat ik een oude zeur word.” (meer…)

De fascinerende levenswandel van een ‘eenvoudig kapstertje’

Soms duikt er in een nalatenschap een bijzonder egodocument op. ‘Het dagboek van Eefje Jonker’ is zo’n pareltje. Het is ‘zo openhartig, zo ontroerend, zo schokkend en zo goed geschreven’, dat het erom smeekte gepubliceerd te worden, aldus schrijver en dichter Robert Anker in zijn nawoord bij het dagboek van zijn tante van wier bestaan hij tot voor kort niet op de hoogte was. (meer…)

Cleo Campert: ‘Ik ben een spons die alles opzuigt’

Het was een langgekoesterde wens van Cleo en Remco Campert. En nu ligt hun boek er: ‘De ziel krijgt voeten’. Met foto’s van de dochter en gedichten van haar vader. (meer…)

Godfried Bomans en de verbleekte roem van een fluwelen duivel

Ooit was Godfried Bomans (1913-1971) razend populair. Lezers laten hem nu links liggen, maar zijn verbleekte roem zal dit jaar, in zijn honderdste geboortejaar, worden opgepoetst tijdens de campagne Nederland leest! (meer…)

‘Hier is… Adriaan van Dis’ (2)

Adriaan van Dis was terug. Voor één keer, ter ere van de Boekenweek 2013, maakte De Wereld Draait Door plaats voor hem en zijn boekenprogramma dat ooit spraakmakend en maatgevend was. (meer…)

‘Hier is… Adriaan van Dis’ (1)

In de jaren tachtig keek ik graag naar ‘Hier is… Adriaan van Dis’, dat in de decennia daarna in de herinnering mythische proporties aannam, soms terecht, soms onterecht. (meer…)

Herman Brusselmans

Twee weken geleden werd Herman Brusselmans door de redactie van De Wereld Draait Door afgebeld omdat Herman Koch moest worden gefêteerd – een zoveel belangrijker schrijver nietwaar, want het voormalige Jiskefetlid staat in de bovenste regionen van de Amerikaanse boekentop 100 en dat moet de andere Herman nog maar zien te presteren. (meer…)

Anne Vegter: ‘Ik wil dat mijn poëzie mensen raakt’

Anne Vegter heeft er zin in. De nieuwe Dichter des Vaderlands wil gedichten schrijven die de mensen raken. En ze wil met een positieve instelling naar plekken toe waarvan ze denkt: ,,Hier kunnen ze wel een shot poëzie gebruiken.” (meer…)

Virginia Woolf – Ook bij de societydame broeit het

Ze was gevreesd en geliefd. En geliefd is de door en door Engelse schrijfster Virginia Woolf (1882-1941) meer dan zeventig jaar na haar verdrinkingsdood nog steeds. In de Perpetua Reeks met klassieken uit de wereldliteratuur is nu haar baanbrekende ‘Mrs. Dalloway’ in een nieuwe vertaling verschenen. (meer…)

Ramsey Nasr: ‘Het was even vermoeiend als fijn’

Hij deed het anders en op zijn manier. Ramsey Nasr. Vier jaar lang (2009-2013) was hij Dichter des Vaderlands, na Gerrit Komrij, Simon Vinkenoog (ad interim) en Driek van Wissen. Hij was van de vier veruit de jongste maar kweet zich voorbeeldig van zijn taak. Hij was spraakmakend en omstreden. (meer…)

J. M. Coetzee – iedereen gelooft dat hij bijzonder is

Opnieuw heeft J.M. (John Maxwell) Coetzee Nederland, of beter, zijn Nederlandse uitgever Cossee, de wereldprimeur van zijn nieuwe roman ‘De kinderjaren van Jezus’ gegund. En een nieuw boek van de Nobelprijswinnaar van 2003 is steevast een literaire belevenis. (meer…)

Anna Enquist: ‘Het gemis zit overal’

Het thema van de verloren dochter blijft zich bij Anna Enquist aandienen. Ook in de gedichten die ze speciaal schreef voor het poëziegeschenk ‘Een kooi van klank’, dat de eerste Poëzieweek, met als thema muziek, opluistert. ,,Er is eigenlijk niet aan te ontkomen.” (meer…)

‘Niemand heeft Hugo Claus helemaal gekend’

Hugo Claus brengt nog altijd pennen en tongen in beroering. Zijn vijfde sterfdag, 19 maart, is aanleiding voor tal van uiteenlopende publicaties en activiteiten, in Vlaanderen, maar ook in Nederland. (meer…)

Alice Munro, een ontnuchterende vertelster

Alice Munro wordt ‘de Tsjechov van onze tijd’ genoemd. De Canadese Nobelprijskandidaat is een ‘ster’ in Noord-Amerika en wordt niet alleen door haar trouwe lezers maar ook door collegaschrijvers op handen gedragen. Haar jongste boek ‘Dear life’ – zoetelijk vertaald als ‘Lief leven’ – is tevens haar laatste. (meer…)

Milan Kundera’s zelfportret van een speelse geest

In zijn geboorteland Tsjechië is Milan Kundera nog altijd omstreden. Daarbuiten is zijn meesterschap onbetwist en is hij al jarenlang Nobelprijswaardig. Zijn verzamelde essays in ‘Over de romankunst’ lezen als een zelfportret. ‘De mens is iemand die voortgaat in de mist.’ (meer…)

Willem Frederik Hermans en zijn haat jegens Nederland

W.F.Hermans (1921-1995) haatte Nederland en kon er tegelijk niet buiten. Daarom bemoeide hij zich overal mee. Ook toen ‘de enige Nederlandse dissident’, zoals hij zichzelf triomfantelijk noemde, allang naar het buitenland was ‘verbannen’. (meer…)

Ivo de Wijs: ‘Zo ik iets ben, ben ik een schoolmeester’

Mag je ongestraft een topper uit de Nederlandse literatuur ingrijpend bekorten en bewerken? Volgens Ivo de Wijs wel. Hij zette als een schoolmeester streng maar liefdevol het mes in ‘Woutertje Pieterse’ van Multatuli alias Eduard Douwes Dekker (1820-1887), een van Nederlands grootste schrijvers. (meer…)

Ronald Giphart: ‘Sterven kan ook iets moois zijn’

Ronald Giphart verrast in zijn boek ‘De wake’ met drie novellen die zijn geschreven vanuit een onmogelijk perspectief: een overleden man, een kind in coma en een hart. Drie kleine romans over de dood waarin het leven gevierd wordt. ,,Dat hoor je niet te zeggen, maar de dood van mijn moeder was een hoogtepunt in mijn leven.” (meer…)

Philippe Pozzo di Borgo (‘Intouchables’): ‘Ik ben een optimistisch man’

,,U lijkt op de man in de film!” Met die woorden begroette Mies Bouwman eind november 2012 in Het Dorp te Arnhem op hartelijke wijze Philippe Pozzo di Borgo, wiens levensverhaal de basis vormde voor de wereldwijde filmhit ‘Intouchables’. De Franse aristocraat glimlachte haar vanuit zijn rolstoel minzaam toe: ,,Het is andersom. Hij lijkt op míj!” (meer…)

UA-37394075-1