Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Cesare Pavese: ‘Ik vergeef iedereen en vraag vergiffenis’

Kort voor de Italiaanse schrijver Cesare Pavese (1908-1950) op 27 augustus 1950 zelfmoord pleegde, noteerde hij in zijn dagboek: ‘Dit is allemaal weerzinwekkend. Geen woorden. Een gebaar. Ik schrijf niet meer.’

 

Het bleken inderdaad de – indrukwekkende – laatste woorden van een hopeloos gekweld mens en een geobsedeerd schrijver, die toen hij uit het leven stapte op de top van zijn roem stond.

Cesare Pavese staat in Italië te boek als een van de grootste twintigste-eeuwse schrijvers van het land. In Nederland heeft vanaf begin jaren tachtig vooral de Amsterdamse uitgeverij De Bezige Bij een lans gebroken voor het werk van de Italiaan, wiens belangrijkste boeken – acht romans, een dagboek en de dialogen in ‘Gesprekken met Leuco’ – zijn verschenen in Nederlandse vertaling, de meeste van de hand van schrijver en vertaler Anton Haakman.

 

Zijn dagboek, ‘Leven als ambacht’ gedoopt, is misschien Pavese belangrijkste en beste werk. Pavese hield het nauwgezet bij vanaf 1935, toen hij vanwege vermeende communistische sympathieën naar Calabrië werd verbannen door het fascistische regime. Het geschrift, dat cryptische en ondoorgrondelijke passages bevat, is soms moeilijk te volgen omdat Pavese het tenslotte niet schreef om het te zijner tijd te publiceren maar louter als dagelijkse uitlaatklep. Het verscheen een jaar na zijn dood in een grondig gekuiste versie. De herziene, ongecensureerde editie werd pas jaren later vrijgegeven.

 

HET FATALE EINDE IN EEN HOTELKAMER

 

‘Leven als ambacht’ is een overrompelend en aangrijpend ego-document, dat leest als een meeslepende roman waarin alle draden samenkomen die onherroepelijk moesten leiden naar het fatale einde in een hotelkamer, in Hotel Roma te Turijn. Ruim acht maanden eerder haalde Pavese in zijn dagboek bijna terloops een schokkende gebeurtenis aan uit 1926. Een klasgenoot van Pavese had toen zelfmoord gepleegd. De twintigjarige Cesare besloot dit voorbeeld te volgen. Op het laatste moment durfde hij dit toch niet aan en schoot hij zijn pistool leeg tegen een boom.

 

Feit is,’ schreef hij op 43-jarige leeftijd in zijn dagboek, ‘dat je dat vreemde beest bent geworden: een man die het heeft gemaakt, een naam waar gezag van uitgaat, een big. Waar is de jongen gebleven die zich afvraagt hoe hij moet spreken, de jongeman die vergaat van nijd en die verbleekt bij de gedachte aan Homerus en Shakespeare, de twintigjarige die een eind aan zijn leven wil maken omdat hij geen werk heeft, de bedrogene die de vuisten balt en zich afvraagt of hij ooit de geliefde zal kunnen verbluffen met zijn grootheid, enz. enz.?’

 

De titel ‘Leven als ambacht’ verwijst naar het essay over het ‘ambacht’ dat hij van zijn leven maakte, dat de kiem van het dagboek vormde. Het is de neerslag van het bij voorbaat verloren gevecht dat Pavese met zichzelf, met zijn eigen karakter, op papier voerde. Eenzelfde strijd, maar dan op verkapte wijze, ging hij even verbeten aan in zijn romans en verhalen, die alle een semi-autobiografische inslag hebben.

 

KINDERJAREN ALS DE KIEM VAN ALLES

Zijn kinderjaren legden volgens de schrijver de kiem van alles wat hij in zijn latere leven zou zijn. Pavese, geboren in een Noord-Italiaans dorp in de heuvels tussen Turijn en Genua, bracht zijn jeugd afwisselend door in Turijn (waar zijn vader kanselier van de rechtbank was) en op het land (’s zomers op een boerderij). Hij publiceerde in de jaren dertig eerst poëzie, die nauwelijks aandacht kreeg.

 

Zijn eerste roman verscheen in 1939, ‘Paesi tuoi’ (Jouw land), over een uit de gevangenis ontslagen monteur uit de stad die een poosje met een ‘boerenpummel’ optrekt in diens dorp. Het is een intrigerend boek dat met Visconti’s film ‘Ossessione’ – beide werken zijn geïnspireerd op James Cains thriller ‘The postman alway rings twice’ – wel het beginpunt van het Italiaanse neorealisme wordt genoemd. Daarna volgde een bonte stoet romans waarvan ‘Vriendinnen’, ‘De duivel op de heuvels’ en ‘De maan en het vuur’ het meest in het oog springen.

 

PRACHTIG ZUIVER EN SOBER PROZA

Maar welk boek je ook leest, zoals het prachtige ‘Huis op de heuvel’, over een man die verkiest alleen te blijven, of ‘De gevangenis’, over een ingenieur die voor onbepaalde tijd is verbannen naar een armoedig dorp diep in de laars van Italië, of ‘Vriendinnen’, over een vrouw die zelfmoord pleegt, in het achterhoofd blijft de gedachte hangen dat de auteur het vooral heeft over zichzelf, over zijn eigen leven. Maar dat doet hij in prachtig zuiver en sober proza, dat nergens saai is. Integendeel, Pavese verstaat de kunst om in enkele geraffineerde streken meer te zeggen dan er staat en daarnaast bovendien een grote spanning te suggereren. Het is vaak ook nog eens geestig.

 

EEN MOEILIJK EN DWARS MENS

Cesare Pavese was behalve een knap schrijver een tragische figuur. Hij moet, zo veel wordt duidelijk uit zijn bescheiden oeuvre, uit zijn levenswandel en vooral uit ‘Leven als ambacht’, een buitengewoon moeilijk en dwars mens zijn geweest, onverdraaglijk soms, vooral voor zichzelf. Hij was een gekwelde gelovige, een hypergevoelige intellectueel en een gepassioneerde boekenwurm.

 

Hij leefde in en met de literatuur. Als jongeman liep hij dikwijls op straat te lezen, en hij vertaalde veel, onder anderen Melville, Dickens en Joyce. Hij was een neurotische kwast, die vooral tegen zichzelf vocht. Daarnaast was hij op een soms grove manier nogal onbeholpen in de omgang met vrouwen. Hij was een geboren vrijgezel, een mislukt minnaar, soms een onuitstaanbare vrouwenhater, vermoedelijk omdat hij zich totaal geen raad wist met vrouwen. Vrouwen, beweerde hij niet zonder zelfspot, had hij niets te bieden. En ‘onnozele vrouwen’ bliefde hij niet.

 

DE VROUW EN DE DOOD

Volgens Henk Pröpper, die als bewonderaar een mooie, onderhoudende maar beslist niet kritiekloze Kleine Biografie van Cesare Pavese schreef, waren ‘de vrouw en de dood voor hem twee gestalten van hetzelfde lonkende fenomeen’. In het jaar voor zijn zelfmoord vlamde de hartstocht op. Hij ontmoette de Amerikaanse actrice Constance Dowling, die met haar zuster op een glanzende carrière aasde in de toen nog florerende Italiaanse filmindustrie. Pavese, tot over zijn oren verliefd, probeerde indruk op haar te maken door ook filmscenario’s te schrijven, maar faalde daarin jammerlijk. Na ‘dagen van plezier en mondain genot’ besloot het duo terug te keren naar Amerika, een ontgoochelde Pavese achterlatend.

 

Toen hij op 22 juni 1950 de Premio Strega kreeg, de belangrijkste literatuurprijs van Italië, stak het de schrijver zeer dat hij zijn geliefde, zijn muze, niet aan zijn zijde vond. Hoewel de actrice hem domweg had laten zitten, hield Pavese tegen beter weten in de illusie in stand dat het veel meer dan een vluchtig avontuurtje was geweest. In zijn laatste, aan Constance opgedragen gedichten maakte hij toespelingen op zijn nakende, zelfverkozen einde.

 

Een hoogst twijfelachtige eer,’ meent Pröpper, ‘alsof zij uiteindelijk verantwoordelijk was voor laatste gebaar dat hij moest maken.’ Zijn wanhopige, welhaast puberale verliefdheid was misschien niet de directe oorzaak van zijn fatale beslissing, het had zijn besluit vermoedelijk wel versneld.

 

EEN ‘SLECHT KARAKTER’

Op die bewuste augustusavond zat hij eenzaam in zijn hotelkamer. Zijn vrienden zochten vertier aan het strand. Hij wilde uitgaan, belde tot vier keer toe een vrouw op om haar uit te nodigen met hem te dineren. Drie hadden er een excuus, de vierde, een meisje op wie Paveses oog in een dancing was gevallen, sloeg het aanbod verontwaardigd af vanwege zijn ‘slechte karakter’.

 

Paveses lievelingsboek ‘Gesprekken met Leuco’, zijn zevenentwintig dialogen tussen figuren uit de Griekse mythologie over onder meer de onmogelijkheid van leven zonder pijn en zonder herinnering, lag op het nachtkastje toen de schrijver een overdosis slaaptabletten innam. Hij had er een ‘laatste wens’ in gekrabbeld:

 

Ik vergeef iedereen en ik vraag iedereen vergiffenis. Akkoord? Klets niet teveel.’

 

Cesare Pavese: ‘Het huis op de heuvel’, vertaald uit het Italiaans door Martine Vosmaer, 192 pag. Henk Pröpper: ‘Cesare Pavese – de Kleine Biografie’, 80 pag. In 1995 verscheen ‘De kameraad’ en een herziene editie van ‘Leven als ambacht’ (vertaald door Anton Haakman), begin 1996 ‘De gevangenis/Ballingsoord’ (vertaling Anton Haakman). Bij De Bezige Bij te Amsterdam verschenen ook de romans ‘Vriendinnen’, ‘Jouw land’, ‘De maan en het vuur’, ‘De duivel op de heuvels’ en ‘De mooie zomer’, de verhalenbundel ‘Stilte in augustus’ en ‘Gesprekken met Leuco’, dialogen. Bij uitgeverij Goossens in Trigt verscheen onder meer de korte roman ‘Het strand’, vertaald door Anthonie Klee.

 

November, 1996

 

 

 

 

 

 

 

UA-37394075-1