Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Charles den Tex: ‘Je bent altijd bezig met wie je bent’

 

In zijn nieuwe boek ‘De erfgenaam’ duikt Charles den Tex in het verleden van de steenkolenmijnen. ,,Je bent altijd bezig met wie je bent”, zegt de drievoudig winnaar van de Gouden Strop die tot de beste thrillerschrijvers in het Nederlandse taalgebied behoort.

 

In ‘De erfgenaam’ beschrijft de auteur van de voor film en tv bewerkte populaire boeken rond Michael Bellicher een fictieve, kleine gemeenschap in Zuid-Limburg, waar iedereen elkaar kent. De boven- en onderwereld zijn nauw met elkaar verweven. Den Tex schetst geen beeld van het leven van de kompels, wel van de schimmige wereld van de bovenbazen. Wie zijn boek leest, krijgt als vanzelf associaties met recente dubieuze affaires rond gesloten gemeenschappen die door een kleine bestuurlijke elite worden gedomineerd.

,,Wat mij fascineert aan kolen is dat die de olie van toen waren”, zegt Charles den Tex (1952) tijdens het gesprek in een hotelrestaurant pal naast Den Haag Centraal. ,,Als je in die tijd een positie had in de kolen, was je de baas. Zuid-Limburg is het land met oude rijkdom, met een katholieke manier van zaken doen en met elkaar omgaan die anders is dan boven de grote rivieren. In de kolen, in die manier van marchanderen, sjoemelen en mekaar vasthouden, zijn fortuinen verdiend. En als je daar in kunt komen, zit je goed. Het is van alle tijden.”

 

,,Niemand heeft nog affiniteit met de geschiedenis van de mijnen of weet nog hoe het leven was voor de kompels en voor de dorpen, behalve de mensen die daar vandaankomen.”

 

En wie over steenkoolmijnen in Nederland wil schrijven, komt als vanzelf in Limburg terecht. ,,Als de kolen in Friesland hadden gezeten, was het in Friesland gesitueerd. Ik heb de mijn een naam gegeven die mijnen nooit hadden. Die hadden vrouwen- of Oranjenamen. Het ligt in een gebied waar elke Limburger weet welke mijn het betreft.”

Voor veel mensen is steenkool iets uit vervlogen tijden. ,,Wij hadden al olie in 1961, toen ons gezin in Leiden kwam wonen. Niemand heeft nog affiniteit met de geschiedenis van de mijnen of weet nog hoe het leven was voor de kompels en voor de dorpen, behalve de mensen die daar vandaankomen. Mijn zwager komt uit Waubach, dat ligt om de hoek van het niet genoemde dorp. Hij heeft er zelf nooit in gewerkt, een van zijn broers wel. Je moet je voorstellen dat er een enorme verhuizing op gang kwam van mensen die in de mijnen gingen werken. Toen die dichtgingen vertrokken ze weer.”

Kluizen

Het boek wekt de indruk dat er grondige research aan vooraf is gegaan. Ja en nee, licht Charles den Tex toe. ,,Op bepaalde aspecten waarschijnlijk minder dan je denkt en op andere misschien meer dan je denkt. Ik ben in een van de schachttorens geweest en in de kluizen die beschreven worden. Verder heb ik heel erg mijn best gedaan om dat zo te situeren en te beschrijven dat je een goede indruk krijgt.”

 

,,Of je nu rijk bent of arm, iedereen gaat ervan uit dat je uit een familie komt waar je weet wie wie is en die je vertrouwt, tenzij in de familie een veroordeelde crimineel zit.”

 

Hoofdpersoon Breder Weltmann heeft een groot vermogen geërfd dat zijn vader en grootvader verdienden met de exploitatie van kolenmijnen en het opkopen van grond. Op een dag wordt Weltmann hardhandig met dat duistere familieverleden geconfronteerd. ,,Het leek mij mooi om zo’n geluksvogel te nemen wiens vader en grootvader het allemaal goed hadden geregeld. En dan blijkt dat ’t allemaal toch niet gratis te kunnen zijn. Of je nu rijk bent of arm, iedereen gaat ervan uit dat je uit een familie komt waar je weet wie wie is en die je vertrouwt, tenzij in de familie bijvoorbeeld een veroordeelde crimineel zit. Als we een erfenis krijgen, is dat mooi, en gaan we ervan uit dat het wel snor zal zitten.”

Weltmann moet afrekenen met de spoken uit dat verleden waarvan hij geen flauwe notie heeft. ,,En dan is het de vraag wie je bent en in hoeverre je degene bent voor wie je uitkomt. In het hart van de strijd moet hij opnieuw kiezen. En dan kiest hij voor waar hij vandaankomt omdat hij meent dat dat zijn recht is.” Weltmann komt er stukje bij beetje achter dat zijn opa en vader andere mensen waren dan hij dacht dat ze waren. ,,We denken dat we onafhankelijke individuen zijn, maar op het moment dat er iemand aan je vader komt, wordt het toch lastig.”

 

,,Of je dat nu in de technologie plaatst of bij Breder Weltmann in het verleden, je bent altijd bezig met wie je bent.”

 

Den Tex houdt ervan om te spelen met terugkerende motieven en thema’s. In veel van zijn boeken is dat de technologie, met in de trilogie rond Michael Bellicher (‘De macht van meneer Miller’, ‘CEL’, ‘Wachtwoord’) identiteitsfraude als rode draad. In ‘De erfgenaam’ gaat het opnieuw over identiteit. Het thema van Den Tex is beknopt samengevat: ‘wie ben ik’. ,,Of je dat nu in de technologie plaatst of bij Breder Weltmann in het verleden, je bent altijd bezig met wie je bent. Dat wordt deels door jezelf bepaald, maar ook door je familie, je vrienden, je vrouw of partner, door collega’s, werk, je welstand. Zo blijkt Weltmann iemand anders te zijn dan hij dacht.”

 

,,We zijn vergroeid met de technologie en in mijn optiek is dit pas het begin. Dat fascineert me, want ik begrijp er niets van.”

 

Technologie fascineert Den Tex mateloos, al beperkt hij die in ‘De erfgenaam’ tot het noodzakelijke. ,,We zijn omgeven en ingebed door technologie die wij geen van allen meer bevatten. We kunnen ontzettend afgeven op de bankiers die niet weten hoe hun ingepakte producten werken, maar als je dat vertaalt naar de technologie die wij allemaal in onze huizen en in onze zak hebben, zijn we net als die bankiers.”

,,We zijn vergroeid met de technologie en in mijn optiek is dit pas het begin. Dat fascineert me, want ik begrijp er niets van. Ik gebruik het allemaal, als het niet meer werkt, hoop ik dat ik iemand kan vinden die wel weet hoe het werkt. Maar wat gebeurt er als het zich tegen je keert? Dat is wat er in mijn Bellichertrilogie gebeurt. Wat kun je dan nog? Eigenlijk kun je dan niks. Dan blijkt dat heel veel mensen gestuurd worden door de technologie. Als de technologie zegt dat ze jou moeten pakken, gaan er allerlei mensen aan het werk om jou het leven zuur maken. Dan kun jij wel piepen, maar daar sta je als individu weerloos tegen. Die tegenstelling interesseert me.”

 

,,Ik ben thrillerschrijver en als mensen vinden dat ik het mooi heb opgeschreven, vind ik dat ook goed.”

 

‘Dump’ was in 1995 het debuut van Charles den Tex, die voorheen zijn brood verdiende in de reclame en bedrijfscommunicatie. ‘De erfgenaam’ is het veertiende boek van de drievoudig winnaar van de Gouden Strop, de jaarlijkse prijs voor het beste Nederlandse spannende boek. Acht keer werd hij voor die prijs genomineerd. ‘CEL’ stond bovendien op de longlist voor de Libris Literatuur Prijs, en een literaire prijs winnen lijkt hem mooi meegenomen, maar het houdt hem niet bezig. ,,Ik doe mijn best op mijn eigen boeken. Ik ben thrillerschrijver en als mensen vinden dat ik het mooi heb opgeschreven, vind ik dat ook goed.”

Zijn uitgeverij De Geus voorziet zijn thrillers niet van het adjectief ‘literair’. ,,Die heeft dat nooit gedaan, die zet er gewoon ‘spanning’ op. Vind ik prima. De meeste literaire thrillers hebben niks met literatuur te maken, zijn ook niet literair. Elke schrijver probeert, denk ik, een soort balans te vinden tussen zijn verhaal, zijn stijl en de spanning die hij nastreeft. Dat is bij iedereen anders, maar we zoeken wel naar de combinatie die het meest eigen voelt. Dan voelt het goed. Al kan het ook dan nog vreselijk mislukken.”

‘De erfgenaam’ wijkt enigszins af van zijn andere thrillers. Den Tex: ,,Er is een probleem dat opgelost moet worden, maar de oplossing van het probleem is niet het verhaal. Het verhaal is dat de hoofdpersoon iemand anders wordt en uiteindelijk iets doet wat hij aan het begin van het verhaal voor onmogelijk gehouden zou hebben.” In die zin is het een psychologische thriller. ,,Die worden al heel lang geschreven, maar voor mij is het een eerste uitstapje.” En is dat bevallen? ,,Ik vond het heel prettig om te schrijven. Je moet natuurlijk afwachten hoe het ontvangen zal worden. Al wil dat niet zeggen dat ik bij een slechte ontvangst onmiddellijk denk, dit doe ik nooit meer.”

 

,,Als ik een prijs win zit ik meestal wel goed, als ik de Gouden Strop niet win, zakt het weer in.”

 

Charles den Tex mag voor kenners en critici dan tot de top behoren, het geldt niet voor de verkoop van zijn boeken. ,,Ik heb behoorlijk succes als het gaat om prijzen. Dat is mooi. Ik heb behoorlijk succes als het gaat om recensies, dat is ook mooi. Maar de verkoop is zeer wisselvallig. Met ‘Miller’ en ‘Cel’ was er een piek. Als ik een prijs win zit ik meestal wel goed, als ik de Gouden Strop niet win, zakt het weer in. Verkoopsucces is heel lastig vast te houden.”

De top is voorbehouden aan de vrouwen – Saskia Noort, Esther Verhoef, Simone van der Vlugt, Loes den Hollander. ,,Die zijn ver buiten het bereik van welke mannelijke schrijver ook. Die verkopen niet het dubbele van wat de mannen verkopen, nee, die verkopen tien keer zoveel.”

Waar ligt dat aan? ,,Ze hebben denk ik een ander publiek dan wij, een veel groter publiek. Het is ook onzin om te denken dat ik het publiek zou kunnen bereiken dat Saskia Noort heeft. Ik zou wel meer mensen kunnen bereiken dan ik doe, maar het is zeer de vraag of dat dezelfde mensen zijn. Er zijn zat lezers in Nederland. Maar de vrouwelijke auteurs bestrijken een heel eigen segment. Als je eenmaal een publiek van een bepaalde omvang hebt bereikt dat loyaal is, dan is het goed, maar dan moet je evengoed je best blijven doen.”

 

Charles den Tex: ‘De erfgenaam’, uitgeverij De Geus, Breda, 376 blz.

 

Maart, 2013

In een verkorte versie eerder gepubliceerd in de kranten van De Persdienst.

UA-37394075-1