Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Cleo Campert: ‘Ik ben een spons die alles opzuigt’

Het was een langgekoesterde wens van Cleo en Remco Campert. En nu ligt hun boek er: ‘De ziel krijgt voeten’. Met foto’s van de dochter en gedichten van haar vader.

 

Cleo Campert is verheugd over het oogstrelende resultaat. ,,Toen ik mijn vaders teksten voor het eerst zag, was ik diepgeroerd. Ja, ik ben er zó blij mee, een boek van ons samen”, zegt ze in een chique bar vlakbij haar huis in hartje Amsterdam. Haar vader is helaas niet bij het gesprek. ,,Vergeef het hem maar”, zegt ze. ,,Hij is 83, hè? De Bezige Bij houdt het gewoon een beetje in de gaten.”

Het vervult haar met een zekere trots dat het boek verschijnt bij de uitgeverij die haar een soort familiegevoel geeft. Haar vader, auteur van een omvangrijk en bekroond oeuvre van poëzie, romans en verhalen (en columns), zit al bij ‘De Bij’ sinds zijn poëziedebuut in de jaren vijftig. Haar opa, Jan Campert, de dichter van het klassieke oorlogsgedicht ‘De achttien dooden’, hielp de uitgeverij ‘mede in het zadel’. ,,Zijn gedicht was het begin van De Bezige Bij, een soort verzetsuitgave. Ik kan het niet omschrijven, maar het geeft een goed gevoel. Het is heel speciaal.”

 

,,Ik heb mijn opa nooit gekend, mijn vader heeft hem ook nauwelijks gekend. Hij zou eens moeten weten…”

 

Haar grootvader kwam in 1943 om in concentratiekamp Neuengamme, waarover haar vader onder meer het gedicht ‘Januari 1943’ schreef. ,,Ik heb mijn opa nooit gekend, mijn vader heeft hem ook nauwelijks gekend. Hij zou eens moeten weten… Hij is allang dood en ik geloof niet in geesten, maar het idee is wel heel mooi.” Zelf kwam Cleo Campert als kind wel eens over de vloer bij ‘De Bij’, toen oud-directeur Geert Lubberhuizen er zat. ,,Die was een soort tweede vader voor Remco. Een lieve, geweldige man.”

Gelijkenis

Cleo Campert (1963), geboren en getogen in Amsterdam, is een van de twee dochters van Remco Campert. Lang sluik haar, een heldere oogopslag en een sprekend gezicht waarin je moeiteloos de trekken van haar vader herkent. ,,Ja, dat hoor ik vaker, over die gelijkenis. Als ik een bril draag is die nog sterker.” Het heeft ook wel iets om de dochter van Remco Campert te zijn, zegt ze. ,,Omdat iedereen een verhaal heeft. Nu ja, niet iedereen, er zijn ook mensen die echt niet weten wie hij is, maar op de een of andere manier hebben veel mensen die ik ken of ontmoet een verhaal over hem of een herinnering aan hem. Dat is wel bijzonder.”

Niet dat ze er als kind mee bezig was. ,,Pas in het begin van mijn middelbare school kwam ik er zo’n beetje achter dat mijn vader een bekendere schrijver was. Daarvoor had ik dat nooit zo in de gaten. Was daar helemaal niet mee bezig. Als mensen er iets over zeiden, dacht ik, oké, interessant. Het was toen ook heel anders dan het nu zou gaan, denk ik, nu iedereen op social media zit. Ik ben overigens niet met mijn vader opgegroeid hè? We brachten wel tijd samen door, bij tijd en wijlen.”

Bevriend

Vijf of zes jaar geleden stelde haar vader voor om samen een boek te maken. ,,Er passeerden verschillende onderwerpen de revue, maar we kwamen er nooit echt uit. Ik ben zelf vrij vaak op openingen van tentoonstellingen of bijeenkomsten van bevriende kunstenaars. Het was, uiteindelijk, vanzelfsprekend dat we het dáárover zouden hebben. Het is een onderwerp dat ons verbindt.”

Het is een bont en uiteenlopend gezelschap dat ze voor ‘De ziel krijgt voeten’ heeft gefotografeerd. Behalve haar vader zijn dat onder anderen fotograaf Koos Breukel, schrijver en satiricus Kees van Kooten, choreograaf Hans van Manen, theatermaker Marjolijn van Heemstra, filmmaakster Laura Hermanides, zangeres Ellen ten Damme, fotograaf Erwin Olaf, schrijver Robert Vuijsje, fotograaf Rineke Dijkstra, saxofonist Benjamin Herman, cabaretier en zanger Hans Teeuwen, pianist Ruben Hein, dichter en acteur Ramsey Nasr, beeldend kunstenaar Jan Rothuizen, documentairemaker Michiel van Erp, tv-programmamaker Paul de Leeuw en schilder Armando. ,,Het zijn mensen die ik bewonder of aan wie ik erg veel heb gehad. Of met wie ik bevriend zou willen zijn.” Ze wilde de geportretteerden niet alleen tijdens bijeenkomsten fotograferen. ,,Er moest nog iets bij, vond ik. Daarom ben ik ze ook thuis gaan fotograferen.”

Artistieke milieus

Dat ze zich veel en gemakkelijk in artistieke milieus beweegt is niet verwonderlijk. Ze kent die wereld van kinds af aan. ,,Het is mijn vaders achtergrond. Verder schrijven of acteren veel van mijn vrienden. Het zijn mensen die verrassend uit de hoek kunnen komen, die iets bedenken of maken wat je op een hoger plan kan brengen. Al is het niet zo dat al mijn vrienden kunstenaars zijn en dat alle kunstenaars die ik ken mijn vrienden zijn.”

 

,,Dat is het mooie van kunst, dat je alle vrijheid hebt om je op verschillende manieren uit te drukken.”

 

 

Het boek geeft een mooi tijdsbeeld. Om de foto’s hangt eenzelfde soort aangename sfeer waarbij je, mede aangespoord door de korte gedichten, zelf een verhaal kunt bedenken. De titel is bedacht door haar vader. ,,Zo’n titel kun je net als een goed gedicht op verschillende manieren interpreteren. ‘De ziel krijgt voeten’ gaat voor mij over kunst die door de mens wordt gematerialiseerd in verschillende uitingen. Maar die zin is meteen al zo lelijk… ‘De ziel krijgt voeten’ is van zichzelf al mooi en veelzeggend. Dat is het mooie van kunst, dat je alle vrijheid hebt om je op verschillende manieren uit te drukken.”

Uitgaansleven

Eerder maakte ze ‘Uit’, een boek over het uitgaansleven aan de randen van de nacht. ,,Ik werkte, vanaf 1989, als huisfotograaf in club Roxy. De house- en dancescene heb ik vastgelegd. Dat besloeg een periode van dertien jaar, vanaf het begin dat het hier in Nederland begon te lopen.” Ze fotografeerde ook op andere feesten, voor tijdschriften en bladen, waarmee ze haar naam vestigde. In 2000 begon ze vrij te werken, niet meer hoofdzakelijk in opdracht. ,,Achteraf was die Roxytijd ook een soort vrij werk. Ik was daar een spons die alles opzoog en vastlegde wat er bewoog. Het was een geweldige tijd.”

 

,,Ik zag zoveel meisjes vrolijk op straat fietsen dat ik dát wilde fotograferen.”

 

Opvallend is haar recente serie zelfportretten, ‘Picture me’. ,,Ik was bezig met de serie ‘Wachten’. Ik fotografeerde wachtende mensen op straat en ontdekte dat het fotograferen deels over mezelf ging. Dit idee ben ik gaan uitwerken in de zelfportretten. Zo heeft ‘De ziel krijgt voeten’ veel met mijn eigen leven te maken.” Ze werkt nu aan de serie ‘Les déesses de vélo’ (‘Godinnen van de fiets’) over jonge vrouwen of meisjes op de fiets in de stad. ,,Ik liep door de stad, het was lekker weer, ik werd daar helemaal vrolijk van. Ik zag zoveel meisjes vrolijk op straat fietsen dat ik dát wilde fotograferen. Na ‘Picture me’, dat vrij intellectualistisch en niet meteen aansprekend is voor iedereen, was het tijd voor iets wat iedereen kan aanspreken.”

Fotografie is haar leven, zoals de schrijverij dat is voor haar vader. ,,Maar los van de genen moet je als kind jezelf een beetje uitvinden. Dat is nu waarschijnlijk nog sterker dan toen omdat er veel meer druk van buitenaf is. Ik vind het heerlijk om te fotograferen. Ik heb de fotografie in mijn puberteit zo’n beetje ontdekt. Mijn moeder had vroeger modebladen als Vogue. Daar stond heel goede fotografie in. Ik ben altijd heel visueel ingesteld geweest. Ik was vroeger heel verlegen. Foto’s maken was voor mij dan een manier om iets te doen te hebben. Na de middelbare school ben ik begonnen met een rechtenstudie, maar toen de tentamens begonnen, dacht ik, ik kan dit helemaal niet. Ik wist een tijdje niet wat ik wilde, heb allerlei baantjes gehad. Ik begon met fotografie en die heeft me nooit meer losgelaten. Ik weet dat dit me altijd gelukkig zal maken.”

 

Cleo en Remco Campert: ‘De ziel krijgt voeten’, uitgeverij De Bezige Bij.

In een verkorte versie eerder gepubliceerd in de kranten van De Persdienst.

UA-37394075-1