Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

‘Column gaat aan succes ten onder’

Is de column een Amsterdamse vinding? Dreigt de column aan eigen succes ten onder te gaan? Met die vragen in zijn achterhoofd gaat schrijver Abdelkader Benali in ‘Benali in Boeken’ op stap met Remco Campert, Henk Hofland en Matthijs van Nieuwkerk.

In zijn boekenprogramma onderzoekt Benali de geschiedenis van de (literaire) column in de hoofdstad. Hij gaat daarvoor op bezoek bij Het Parool, waar hij in het krantenarchief duikt om de eerste columns in te zien van Simon Carmiggelt uit de tijd dat de Amsterdamse krant net uit de illegaliteit kwam. In die periode werd het stukje nog een entrefiletje genoemd, een luchtig lapje tekst tussen de zware kost.

Carmiggelt zette in Nederland de trend met zijn cursiefjes, Kronkels gedoopt, waarin hij met een scherp oog voor details en een gave stijl in een pennenstreek een situatie of persoon kon neerzetten. Hij werd grif nagevolgd. En gaandeweg groeide het leger columnisten. Een van de bekendste stukjesschrijver is Henk Hofland, met wie Benali op pad gaat.

Hofland schrijft al decennia lang wekelijks voor NRC Handelsblad een politieke column en – onder het pseudoniem S. Montag – een ‘overpeinzing’. Benali is lyrisch over Hoflands stukjes op het snijvlak van journalistiek en literatuur. ,,Ik heb columns van hem herlezen. Geweldig. Dankzij zijn manier van observeren in de tram of op straat. Hij is echt een chroniqueur van de tijdgeest.”

Hofland weet feilloos wat een column goed maakt: ,,Hij moet nieuwsgierig maken, iets nieuws brengen,’’ zegt hij in de uitzending. ,,De laatste zin moet je een gevoel van voldoening geven.” Benali ontmoet ook die andere oude meester op de korte baan, Remco Campert, voor wie de column een ‘klein stukje uit het leven’ is. ,,Je doet jezelf een klein genoegentje om het te schrijven. En je hoopt dat de lezer dat genoegentje ook beleeft,” aldus Campert.

Benali neemt met Matthijs van Nieuwkerk, oud-hoofdredacteur van Het Parool en presentator van het tv-programma ‘DWDD’, de ontwikkeling van de column in de stad door. ,,Hij spreekt daarbij over de voltooiing van de column,’’ licht Benali toe. ,,En komt dan uit op Martin Bril.” Van Nieuwkerk was degene die Bril indertijd de ‘heilige’ plek van Carmiggelt gaf op voorwaarde dat hij nimmer mocht verzaken. Bril beschaamde dat vertrouwen niet, sterker, hij ontwikkelde zich tot een van de beste en geliefdste columnisten.

Amsterdam is nog steeds een broedplaats van columnisten, maar daarmee is de column nog geen typisch hoofdstedelijk fenomeen. Hij is eerder een Amerikaanse vinding, waarin een hoofdrol ligt weggelegd voor de columnisten van The New York Times, bij wie veel Nederlandse stukjesschrijvers de kunst hebben afgekeken. Benali zelf kijkt mee over de schouders van Aaf Brandt Corstius om te zien hoe haar dagelijkse stukjes tot stand komen. Zij is een van de ontelbare columnisten die het land kent, want de column is alom vertegenwoordigd in kranten en tijdschriften, op radio, tv en internet. Wie geen column heeft bestaat niet, zo lijkt het.

Staat het programma ook stil bij die wildgroei? ,,Ja. Daar komen we tenslotte op uit. De column begon als een stukje afleiding. Op zeker moment volgde een niet te stuiten opmars. Dat begon bij Martin Bril. Je las niet de Volkskrant, je las Martin Bril. Als je die krant nu leest is er een column op de voorpagina en dat gaat zo pagina na pagina door. Aan het eind ben je bekaf van al die columns. De column in zijn huidige vorm loopt het risico aan zijn eigen succes ten onder te gaan. Er zijn te veel columnisten, er is teveel persoonlijke reflectie. Het wordt tijd voor een restauratie.”

 

mei, 2010

 

UA-37394075-1