Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Couperus, de oude meester van de soapopera

Louis Couperus is ‘hot’. Ook al wordt hij nog maar mondjesmaat gelezen, zijn werk is op het toneel een ‘hit’. Wat maakt de Haagse dandy-schrijver zo populair bij theatermakers en toneelpubliek?

 

De jongste, succesvolle toneelversie van zijn debuutroman ‘Eline Vere’ toert nog volop langs de Nederlandse theaters, of de nieuwe bewerking van een van zijn meesterwerken, ‘Van oude mensen, de dingen, die voorbijgaan…’, maakt alweer haar opwachting. En dat terwijl er in Nederland volop goede en oorspronkelijke stukken worden geschreven door talentvolle en productieve toneelschrijvers als Maria Goos, Wanda Reisel, Don Duyns, Esther Gerritsen, Peer Wittenbols en Rob de Graaf.

Desondanks grijpen theatermakers steeds vaker naar klassieke of moderne romans. Johan Simons van TNGent (voorheen ZTHollandia), een van onze meest vooraanstaande én succesvolle regisseurs, bewerkte onder andere de romans ‘Platform’ en ‘Elementaire deeltjes’ van Michel Houellebecq. Volgens Simons slaagt het Franse enfant terrible er beter dan de meeste hedendaagse toneelschrijvers in om de actualiteit van religieus radicalisme en de tijdgeest van morele leegheid uit te drukken.

Weer anderen grijpen terug op oude of klassieke romans. Bij hen is de herontdekte Hongaarse schrijver Sándor Márai populair. Diens romans ‘Gloed’ en ‘Kentering van een huwelijk’ werden met succes bewerkt, evenals zijn ‘Gravin van Parma’ in een topbezetting met Carice van Houten en Pierre Bokma.

Wachtkamer

Maar nóg populairder is Louis Couperus (1863-1923). Eerst op tv, want wie van boven de veertig herinnert zich niet de legendarische televisieseries ‘De kleine zielen’, ‘Van oude mensen, de dingen, die voorbijgaan…’ en ‘De stille kracht’ uit de jaren zeventig. Nu is de Haagse romancier ‘hot’ op het toneel. Regisseur en toneelschrijver Ger Thijs maakte een nieuwe bewerking van ‘Van oude mensen…’ gemaakt. En deze zal naar verluidt veel vrijer zijn dan de vorige van Willem Jan Otten, die trouw bleef aan Couperus’ plot. Thijs heeft een ‘wachtkamer van de ouderdom’ voor ogen, waarin de een vroeg oud is, de ander jong is maar zich oud voelt en een derde oud is maar zich jong voelt.

Maestro

Hoe gedegen en liefdevol een roman ook voor het toneel is bewerkt, het blijft een interpretatie. Of Couperus tevreden zou zijn geweest met de jongste versie van ‘Eline Vere’, met een overtuigende Maria Kraakman in de hoofdrol, is de vraag. Toen Léon van der Sanden, de bewerker en regisseur van deze adaptatie bij Het Nationale Toneel, voor het Maastrichtse gezelschap Het Vervolg Gerard Reves ‘De avonden’ naar het toneel vertaalde, zat bij de première de maestro zelf in de zaal. Het gezelschap hield zijn hart vast. Maar Reve was in tranen, zó overweldigd was hij door de manier waarop zijn spraakmakende debuut op het toneel tot leven werd gewekt. Of Couperus op de nieuwe ‘Eline Vere’ even geëmotioneerd zou hebben gereageerd zullen we nooit weten, maar gezien ’s mans sensibele aard is het voorstelbaar dat hij ontroerd én trots was, al was het maar omdat zijn schepping na honderdtwintig jaar nog zo springlevend is.

Gissen

Het blijft gissen waarom Couperus zich nooit aan een oorspronkelijke toneeltekst heeft gewaagd. Zijn argumenten waren dat hij vreesde dat de theatermakers en acteurs met zijn werk en personages aan de haal zouden gaan. Hij speelde liever zijn eigen ‘Onze-Lieve-Heertje’ over zijn scheppingen.

Toch is die verklaring onbevredigend. Couperus was, getuige zijn beste werk, immers een meester van het drama. Evenals zijn tijdgenoot, de toneelschrijver Herman Heijermans, wist Couperus in de dialogen zijn personages in enkele pennenstreken te karakteriseren. Hij schreef effectief, negentiende-eeuws in de trant van Dickens. Zijn grote romans lezen als soapopera’s avant la lettre; als hij niet meer weet hoe hij verder moet, laat hij iemand doodgaan.

Bovendien was hij ver voordat het woord in de mode raakte een meester in de cliffhanger, waarmee hij elk feuilleton besloot. Hierdoor liet hij zijn krantenlezende publiek ademloos achter, dat de volgende dag gretig de courant opensloeg om met rode oortjes verder te lezen over het leven van de even hartstochtelijke als hysterische Eline Vere en haar zonderlinge neef Vincent die geschapen lijkt naar het evenbeeld van de Haagse dandy-schrijver zelf.

Zwelgen

Mogelijk heeft Couperus zijn vingers niet willen branden aan het toneelgenre, omdat hij het oordeel vreesde van het theaterpubliek (en de recensenten). Couperus wist uit ervaring hoe het publiek je het ene moment op handen kan dragen om je het volgende achteloos te laten vallen. Misschien was toneel hem te benauwd. Dramatisch gezien stelt toneel heel andere eisen dan de roman. En juist in dat genre kon Couperus zwelgen in zijn geparfumeerde, gedetailleerde beschrijvingen.

Het neemt niet weg dat veel van zijn dialogen zo filmisch zijn geschreven dat een hedendaagse toneelbewerker slechts de franje om de dialogen hoeft weg te kappen om een kale speeltekst over te houden. Dat is tegelijk tamelijk riskant, omdat hierdoor alle nuance verloren dreigt te gaan en complexe personages in platte karakters veranderen. Van der Sanden lost dit in ‘Eline Vere’ slim op door innerlijke monologen van de personages door de acteurs te laten uitspreken. Of Thijs in zijn bewerking van ‘Van oude mensen…’ Couperus met dezelfde fluwelen handschoenen zal aanpakken, moet betwijfeld worden, gezien zijn straffe bewerking van ‘De boeken der kleine zielen’.

 

Toneel is een boksring, zei Hugo Claus.

 

Het blijft een haast onmogelijke opgave om zo’n groot werk naar het toneel te vertalen zonder het aan te tasten. Niet alleen vanwege de wetten waaraan het drama dient te voldoen, ook vanwege de ruimte in tijd. Een voorstelling die langer duurt dan twee uur is voor veel mensen in deze jachtige tijd waarin de beeld- en zapcultuur domineren al bij voorbaat een te lange zit, ongeacht de kwaliteit van het stuk. Zodra de spanning even inzakt, slaat bij velen de verveling toe. En geeuwende, knikkebollende mensen, geritsel van snoeppapiertjes, jengelende mobieltjes die men verzuimd heeft uit te zetten, gerommel in damestasjes in de zaal zijn funest, niet alleen voor de concentratie van de spelers. Toneel is een boksring, zei Hugo Claus al.

 

Voorstelling: ‘Van oude mensen, de dingen, die voorbijgaan…’, naar Louis Couperus. Regie, bewerking: Ger Thijs. Met: Marjon Brandsma, Dic van Duin, Cas Enklaar, Hein van der Heijden, Joost Prinsen, Els Ingeborg Smits, Oda Spelbos, Henk van Ulsen en Maud Dolsma. De voorstelling ‘Eline Vere’, regie en bewerking Léon van der Sanden, met o.a. Jeroen Spitzenberger, Maria Kraakman, Marie-Christine de Both,Mirjam Stolwijk en Tijn Docter, is nog te zien t/m 23 maart. Speellijst: www.nationaletoneel.nl

 

Januari, 2008

UA-37394075-1