Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Cultuurbarbaar als geuzennaam

Als je vroeger (opa vertelt) niet wist wanneer Carthago werd verwoest, waarom 1672 een rampjaar of een zwarte bladzijde in de vaderlandse geschiedenis werd genoemd, of wat het Marshallplan was, werd je meewarig aangekeken. Maar die tijd is voorbij.

Het lijkt erop dat tegenwoordig iedereen er zo zijn eigen ‘canon’ op nahoudt die weinig of niets te maken heeft met de canonieke kennis die in het maatschappelijk verkeer ooit onontbeerlijk leek om enig inzicht te hebben in de wereld waarin we leven. Het gaat de mens die zich van homo ludens (de spelende mens) in de homo consumens (de consumerende mens) heeft getransformeerd, steeds meer om ‘leuke’, vluchtige consumenten- en celibrityweetjes, om wie en wat vandaag bij iedereen bekend wordt geacht en morgen alweer is vergeten of ingeruild voor nieuwe vluchtigheid of verse onbekende Bekende Namen.

Iedereen roept en schreeuwt, twittert en twettert maar wat, daarbij niet gehinderd door gebrek aan kennis. Basiskennis die inzicht geeft in de geschiedenis, in de wereld waarin onze voorvaderen leefden, in de heerlijk onvolmaakte wereld waarin wij nu leven en die de bouwstenen aanreikt voor een ongewisse toekomst, wordt niet alleen veronachtzaamd, het lijkt vooral onzinnig te worden geacht, zo niet bespot dan wel met meelij bejegend.

Cultuurbarbaar is eerder een geuzennaam dan een scheldwoord. Mensen die zich zouden moeten schamen om hun schaamteloze geborneerdheid roffelen zich trots van onwetendheid op de borst. Toneelgroep Amsterdam? Nooit van gehoord. Willem van Oranje? Bedoel je Willem-Alexander? Ik verzin het niet. Volgt niet zelden een schouderophalend: ‘Je kunt het toch googelen?’ Alsof losse feiten uit zichzelf het Grote Verhaal vertellen.

Je kunt je erover opwinden, je kunt je erover verbazen en je kunt je er ook vrolijk over maken. Of je schouders erover ophalen en je zegeningen tellen, indachtig de woorden dat ‘wie kennis vermeerdert, smart vermeerdert’ en dat ‘in veel wijsheid veel verdriet ligt’. ‘Elk nadeel heb se voordeel.’ Dat zei Cruijff, maar dat wist ook Erasmus al, die (in zijn ‘Lof der zotheid’) verzekerde dat niets in het leven aangenaam is zonder dwaasheid. Of om met Prediker te spreken: ‘Het hart der wijzen is in het huis van rouw, maar het hart der dwazen is in het huis van vreugde.’

 

December, 2012

 

UA-37394075-1