Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

De Bonnie en Clyde van de kunst

Het dubbelportret van Niki de Saint Phalle en Jean Tinguely, ‘de Bonnie en Clyde van de kunst’, is een geanimeerde hommage van Anne en Louise Julien Faure aan twee bijzondere kunstenaars, die artistiek een vruchtbaar koppel vormden en tegen wil en dank geliefden waren.

 

Nutteloze machines, volslanke nana’s

 

De Saint Phalle en Tinguely waren avonturiers in de kunst en dankten hun geuzennaam aan het (vreedzame) gebruik van wapens en explosieven in hun werk. Zo schoot De St. Phalle wel eens een geweer leeg op haar gipsen collages van menselijke figuren die op vitale delen ontploften in druipende kleuren. De film schetst aan de hand van archiefbeelden en commentaren van vrienden en de kunstenaars zelf een portret van een sculpteurspaar, dat in de tweede helft van de vorige eeuw spelenderwijs als voorbeeldige Warhol-adepten een succesformule van zichzelf maakte. De een vervaardigde monumentale kunstwerken, de ander nutteloze machines.

De Française Niki de Saint Phalle (1930-2002), een bankiersdochter, en de Zwitser Jean Tinguely (1925-1991) leerden elkaar kennen in Parijse kunstkringen. Zij gaf hem een goedbedoeld advies, dat hem razend maakte. ,,Je was er jaren later nóg woedend over,” zegt ze in een dubbelinterview in de jaren zeventig. ,,En toen zijn woede bekoeld was, besloten we te gaan samenwonen.”

Een echtelijk nomadenbestaan volgde waaruit geen kinderen maar wel in hoog tempo sculpturen en machines voortkwamen. Waar Niki kwam, maakte zij een imposante entree, in oogverblindende kledij, met boa. ,,Ze zag eruit als een diva,” zegt Tinguely, vele jaren later nog jongensachtig verlegen met verliefde blik. Zij was een uitgesproken vrolijke beeldhouwer die haar flamboyante, uitbundig beschilderde vrouwenfiguren en sculpturen van dieren en fantasiewezens zo groot en kleurrijk mogelijk maakte, bestemd voor de massa.

Haar voluptueuze Nana’s (meid of griet in het Frans), bedoeld als feministisch symbool, werden haar handelsmerk. Kunst moest letterlijk en figuurlijk zo toegankelijk mogelijk zijn. Legendarisch en omstreden was haar Hon die ze midden jaren zestig in Stockholm neerzette: een 23 meter lange en 10 meter brede vrouwenfiguur, waar bezoekers via de vagina rustig in en uit konden wandelen. Dat getuigde zeker in die tijd van lef. Voor haar werken werd grof geld betaald, óók door het milieu waaruit zij zelf kwam en waartegen ze zich afzette.

De niet minder productieve Tinguely maakte bizarre, rammelende, piepende apparaten van schroot en oude machine-onderdelen. Zijn machines lijken altijd in beweging, in zichzelf gekeerd, maar sierlijk, speels en raadselachtig. We zien hoe hij in het Museum of Modern Art (MoMA) in New York een spectaculair rijdend apparaat demonstreert. Een wonderbaarlijk wit spook tegen een zwarte achtergrond, dat na veel kabaal in de vijver zelfmoord pleegt. Daarover zegt Tinguely zelf: ,,Het moest zo mooi zijn dat het zonde was dat het zichzelf vernietigde.” Beroemder nog werd zijn ‘Cycloop’, in een park net buiten Parijs, waaraan hij zo’n twintig jaar werkte.

Het koppel kon niet zonder maar ook niet mét elkaar leven. Het huwelijk hield geen stand, het bondgenootschap in de kunst wel. De Fontaine Stravinsky in de vijver voor het Centre Pompidou in Parijs is zo’n geslaagde samensmelting. ,,Die samenwerking heeft me bescheidenheid geleerd,” zegt De St. Phalle aan het eind van haar leven. ,,Het ergste van kunstenaars is dat ze zichzelf zo geweldig vinden.”

 

September, 2010

UA-37394075-1