Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

De nachtmerries van Edgar Allan Poe

Hij is afgeschilderd als een pervert, een dronkaard en een slaaf in de boeien van de opium. Maar die reputatie heeft Edgar Allan Poe (1809-1849) meer goed dan slecht gedaan.

 

Meer dan anderhalve eeuw na zijn dood zijn de mythe en het werk van de specialist van de gotische gruwel nog springlevend. De Dikke Poe – ‘Alle verhalen’ – laat zien hoe terecht dat is.

Voor deze vuistdikke uitgave zijn ‘Alle verhalen’ opnieuw vertaald en verzameld van de Amerikaanse schrijver die geldt als de grondlegger van horror en fantasy en aan de wieg stond van de sciencefiction en detective. Zijn navolgers en bewonderaars zijn legio. Zonder Poe’s excentrieke Franse analyticus C. Auguste Dupin zouden Arthur Conan Doyles Sherlock Holmes en diens trouwe Dr. Watson en Agatha Christies speurneus Hercule Poirot wellicht nooit bestaan hebben.

 

Bij ons waren Simon Vestdijk en Jan Wolkers verklaarde liefhebbers. Tim Krabbé deelt met de decadente romanticus die graag koketteerde met zijn excentrieke gedrag een fascinatie voor de jong gestorven schone. Talrijke (pop)musici hebben zich op Poe’s zwarte vleugels van de verbeelding laten meevoeren (Lou Reed, Iggy Pop, Marianne Faithfull, The Alan Parsons Project). Veel van zijn verhalen vormen de bouwstenen van avondvullende speelfilms.

 

Niet alleen zijn werk, ook Poe zelf blijft inspireren en intrigeren. Hij lijkt zo uit zijn eigen verhalen te zijn gestapt. Zijn graf wordt naar verluidt sinds decennia nog jaarlijks bezocht door een raadselachtige, zwartgeklede man die na het uitbrengen van een toost op de meester een halflege fles cognac en drie rozen achterlaat.

 

Volgens Poe wordt de mens beheerst door zijn angsten.

De wormen van de angst knagen in zijn binnenste

en om die te bezweren is hij tot alles in staat.

 

Poe was een vindingrijke geest, gezegend met een even fabelachtige als zwavelachtige fantasie. Hij bedacht verrassende perspectieven om de demonen van de menselijke geest een gezicht te geven. Hij was geobsedeerd door de dood, drugs, waanzin en mysterieuze vrouwen. Zijn nachtmerrieachtige vertellingen spelen in het schemergebied tussen schijn en werkelijkheid, waken en slapen, het aardse en bovennatuurlijke, gekte en alledaagsheid. Volgens Poe wordt de mens beheerst door zijn angsten. De wormen van de angst knagen in zijn binnenste en om die te bezweren is hij tot alles in staat.

In het verleden is Poe’s proza hapsnap en soms met de suggestie van compleetheid vertaald. Maar niet eerder werd zijn verhalend proza zo compleet en voorbeeldig uitgegeven als in de klassieke reeks van Athenaeum – Polak & Van Gennep, en werden de soms ellenlange, ingewikkelde (vol)zinnen in zulk soepel Nederlands overgezet als door Paul Syrier. De Dikke Poe bevat 74 verhalen, telt meer dan 1100 bladzijden en is verluchtigd met illustraties van Harry Clarke (1889-1931) die de dreigende sfeer van de vertellingen feilloos weten op te roepen.

 

De gestorven geliefde ‘kwam en ging als een schaduw’

 

Hoe grotesk vaak ook, Poe weet onwaarschijnlijkheden naar zijn hand te zetten. Dat heeft niet alleen met zijn virtuositeit te maken, ook met zijn bij wijlen weergaloze stijl. Maar wie de verhalen nu achter elkaar leest, stuit – het kan haast niet anders – op herhalingen, de literaire foefjes en poses van de meester. Sommige verhalen zijn langdradig. Soms verliest Poe zich in retoriek, oeverloze bespiegelingen, natuurwetenschappelijke verhandelingen of in bombast. Zoals in ‘Ligeia’, over de gestorven geliefde ,,die kwam en ging als een schaduw’’, en waarmee Poe wil uitdrukken dat ware liefde alleen in de dood bestaat. De beroemdste verhalen blijven echter moeiteloos overeind, zoals ‘Het ovale portret’, ‘De put en de slinger’, ‘De zwarte kat’, ‘De ondergang van het Huis Usher’ over een onheilspellende broer-zuster relatie, en ‘De feiten in de zaak van de heer Valdemar’ over een levend lijk dat nadat de hypnose is verbroken ,,letterlijk onder mijn handen wegrotte’’. Er zitten juweeltjes van vertelkunst tussen, zoals het openingsverhaal ‘De Folio Club’ dat uitblinkt in amusante compactheid.

Maar het waarachtig huiveringwekkende van Poe’s verhalen zit ‘m in de karakters. Vooral in de hyperintelligente maar geschifte vertellers die de lezer ervan proberen te overtuigen dat ze volkomen normaal zijn. Zij kunnen echter geen weerstand bieden aan hun donkere kant, waar ze zich uiteindelijk geheel aan overleveren of in verlustigen.

 

‘Ik bloos, ik gloei, ik huiver terwijl ik

over deze verdoemelijke wreedheid schrijf.’

 

Neem ‘De zwarte kat’. Het verhaal begint hyperrealistisch, bijna huiselijk alledaags. De man vertelt over zijn ongeremde drankzucht en lievelingskat die hem ook buitenshuis trouwhartig volgt. Weldra verandert de toon en krijgen we een kijkje in het hoofd van deze waanzinnige ‘kattenliefhebber’ die het dier in de bedwelmende dampen van het drankgelag een oog uitsteekt. ,,Ik bloos, ik gloei, ik huiver terwijl ik over deze verdoemelijke wreedheid schrijf’, aldus de gestoorde dader, die de kat vervolgens ophangt en zijn vrouw in de kelder van zijn huis inmetselt. De manier waarop hij haar per abuis een bijl in het hoofd graaft is zo achteloos dat de misdaad eerder verrast dan verbijstert.

 

Edgar Allan Poe: ‘Alle verhalen’. Vertaald uit het Engels door Paul Syrier. Illustraties: Harry Clarke. Uitgeverij Athenaeum – Polak & Van Gennep, 1106 blz.

 

EEN DRANKZUCHTIGE LOSBOL

MET ENORME SCHULDEN

 

De in 1809 in Boston geboren Edgar Allan Poe was zoon van rondreizende acteurs die stierven nog voor hij drie jaar oud was (het portret van zijn moeder stond zijn leven lang op zijn nachtkastje). Hij dankte de tweede voornaam Allan aan zijn pleegvader, een succesvol zakenman. Als jongeman leefde hij erop los. Hij mislukte op de universiteit en werd wegens plichtsverzuim ontslagen door het leger. Hij trouwde met zijn toen dertienjarige nichtje Virginia die na vijf jaar huwelijk aan tbc overleed, wat zijn drankzucht verergerde. Hij werkte als redacteur en literair criticus en begon met gedichten en verhalen schrijven, zij het met matig succes. Het tij keerde met de publicatie van ‘The Raven’ uit 1845, een mysterieuze jammerklacht over een gestorven geliefde. In Europese literaire kringen was hij ‘hot’, in eigen land lustten ze hem niet vanwege zijn macabere verhalen en zijn twijfelachtige reputatie als drankzuchtige losbol en grootgebruiker van drugs met grote schulden.

De manisch-depressieve dichter stierf berooid als een rat in de goten van Baltimore. Volgens de een aan een delirium, volgens de ander aan de cholera of hondsdolheid. Sommigen gewaagden van een politieke afrekening. Tamelijk recent onderzoek wees uit dat hij aan een hersentumor zou zijn bezweken. En zo blijft de bron van speculaties rond de Poe-mythe rijkelijk gevoed, ook al heeft de man zelf van literaire roem niet veel mogen proeven en is hem postuum veel toegeschreven dat op zijn minst discutabel is.

 

Mei, 2007

 

UA-37394075-1