Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

De schone schijn van het kerstverhaal – van de Bijbel tot Dickens en Reve

Tussen de pakjes onder de boom zullen ook dit jaar ongetwijfeld weer boeken liggen. Maar hoeveel daarvan zullen iets met kerst zelf te maken hebben?

 

Buiten het Bijbelse kerstverhaal is er geen enkel ander verhaal dat zozeer de moderne kerstboodschap uitvent en met kerst wordt geassocieerd als ‘A christmas carrol’ van Charles Dickens. Het verhaal over de verbitterde vrek Ebenezer Scrooge die op kerstavond tot inkeer komt, is een geweldig cliché. Iedereen kent het. Iedereen krijgt er meteen een beeld bij. Het boek is ettelijke keren verfilmd, het is verstript, geparodieerd en op de hak genomen. Het wordt elk jaar rond de feestdagen wel ergens opgevoerd. En de mopperende gierigaard Scrooge kun je overal op een kerstmarkt tegenkomen.

 

EEN ONVERWOESTBARE TRANENTREKKER

 

A christmas carrol’ is een briljante kerstvertelling en tegelijk een ongehoord sentimentele draak. Maar hoe cliché en sentimenteel ook, het verhaal is onverwoestbaar. Zeker in deze donkere dagen blijft het aanspreken, gelovig of niet, kerks of niet. Dickens’ verhaal, waarin op een populair-filosofische manier de kerstboodschap wordt gebracht, en waarin het goede uiteindelijk zegeviert over het kwade, blijft erin gaan als Gods woord in een ouderling. Daarbij sluit het beeld van mist en sneeuw in het negentiende-eeuwse Londen mooi aan bij de uitbundige kerstverlichting die in deze donkere dagen voor sfeer en warmte zorgt.

 

DE GEBOORTE VAN JEZUS

 

Dickens’ verhaal verwijst, zoals het een goed kerstverhaal betaamt, al dan niet direct naar hét kerstverhaal uit het Nieuwe Testament in de Bijbel. De geboorte van Jezus, verteld in het evangelie van Matteüs, vormt daarin overigens maar een klein gedeelte, maar het is een verhaal met een immense impact.

 

 

Er zijn meer schrijvers die goede kerstverhalen hebben geschreven. Niet dat ze kunnen tippen aan de literaire X-factor van Dickens, maar Hans Christian Andersens komt in de buurt. Beroemd is diens verhaal ‘Het meisje met de zwavelstokjes’, dat weliswaar speelt op oudejaarsavond, maar uitstekend past in het genre.

 

EEN HARDVOCHTIGE WERKELIJKHEID

 

Een prettige uitzondering op het moralistische kerstverhaal vormt ‘Kerstspoken’ van de beroemde Russische schrijver Maksim Gorki. Hij schreef zijn kerstverhaal in de trant van Dickens en tegelijk volstrekt anders. Zijn kerstverhaal in een kerstverhaal loopt allerminst goed af. Twee oude, blinde bedelaars worden aan hun lot overgelaten en vriezen dood, nota bene in de kerstnacht. Hartverscheurend en aangrijpend.

 

 

De schrijver die Gorki dit drama laat vertellen, probeert de lezer ervan te overtuigen dat je wel mooi kunt preken, maar dat de werkelijkheid zich zelden naar mooie woorden voegt. Hij schrijft:

 

‘Door hun doodsstrijd te schilderen, wek ik menselijke gevoelens bij het publiek op voor deze ongelukkigen. Ik wil het hart van mijn lezers ontroeren, dat is alles.’

 

Gorki wil maar zeggen: ik kan wel een edelmoedig personage opvoeren dat de arme bedelaar te hulp schiet, de werkelijkheid is meestal anders, hardvochtiger. Al zijn er beslist nobele mensen die een lichtend voorbeeld zijn, onder wie paus Franciscus, die naar verluidt ’s nachts geregeld als gewoon priester in Rome aalmoezen uitdeelt aan daklozen en eerder op het Sint-Pietersplein een ernstig mismaakte man knuffelde.

 

EEN LICHTVOETIGE BOMANS

 

In ons eigen taalgebied zijn er niet heel veel schrijvers (geweest), die zich aan een echt kerstverhaal wagen. Godfried Bomans is daarop een gunstige uitzondering. Dat Bomans met kerstverhalen in de voetsporen van Dickens trad, is niet verwonderlijk. Bomans was een bewonderaar van de Engelse meester en vertaalde veel van diens werk. Zijn kerstverhalen, zoals ‘De engel’, zijn moralistisch van toon en toch lichtvoetig en in een mooie stijl geschreven.

 

OLIEBOLLEN EN BESSEN-APPEL

 

Voor een geheel andere kerststemming zorgt ‘De avonden’ van Gerard Reve. Deze romanklassieker gaat over de weifelmoedige pestkop Frits van Egters, die zich met zijn zwartgallige humor afzet tegen zijn kleinburgerlijk milieu. Het boek speelt in de laatste tien dagen van december, al spelen de feestdagen daarin een ondergeschikte rol. Slapstickachtig is de scène met Frits en zijn ouders op oudejaarsavond als de oliebollen en de fles vruchtenwijn (bessen-appel) op tafel komen.

 

De avonden’ verdeelt de lezers sinds zijn verschijning in 1947 in twee kampen: in de haters en de dwepers. De een heeft niets met het boek, vindt het te somber en saai, de ander kan het boek eindeloos herlezen. Ik kan erover meepraten, want er was een tijd dat ik het boek elk jaar in de laatste week van december las. Nu ik het voor de gelegenheid weer eens heb opengeslagen, kom ik erachter dat het haast actueler is dan ooit. Dat is in de eerste plaats te danken aan de binnenwereld die Reve toont.

 

Hoezeer de maatschappij ook verandert, de worsteling van een adolescent naar volwassenheid blijft herkenbaar. De generatie van Frits van Egters zag door de Tweede Wereldoorlog al haar mooie dromen in rook opgaan. Bij de jonge generaties van nu is het de crisis die alles op zijn kop zet. Niemand zal nog in ernst geloven dat onze kinderen het beter zullen krijgen dan hun ouders.

 

DE WORSTELINGEN VAN DE ADOLESCENT

 

Bovendien laat Frits niets ongezegd, wat eind jaren veertig ongekend was en nu zijn weg vindt via de sociale media. En dan is er de humor. Wie er open voor staat, zal merken hoe geestig, lichtvoetig en ironisch het boek is, en vooral ook hoe opbeurend omdat we ons kunnen vereenzelvigen met de worsteling van de held, zijn moeizame omgang met zijn ouders en zijn ongewisse toekomst. Het is een wintervertelling die mij in het licht van kerst en bij een goed glas een glimlach blijft ontlokken.

 

December, 2013

 

Het artikel verscheen eerder in het Eindhovens Dagblad.

 

 

UA-37394075-1