Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

De Waal, een paradijselijke, nukkige rivier

Documentairemaker Jan Wouter van Reijen filmde maandenlang de Waal om een van onze mooiste rivieren ‘te doorgronden’. De Waal, die ons land doorsnijdt, is niet alleen het decor maar tegelijk de hoofdpersoon van ‘Denkend aan Holland’. Een film die het niet van woorden maar van zijn overweldigende beelden moet hebben.

De documentaire voert langs het stroomgebied van de Waal aan de hand van zesendertig kunstenaars die zich door het rivierenlandschap laten inspireren. De titel verwijst uiteraard naar het klassieke ‘Herinnering aan Holland’ van Hendrik Marsman uit 1936. De dichter, die zijn vers in een weemoedige bui in het buitenland schreef, had indertijd niet kunnen bevroeden dat zijn regels – ‘Denkend aan Holland/ zie ik brede rivieren/ traag door oneindig/ laagland gaan’ – zich zo in het collectieve geheugen zouden vastzetten.

De film toont de Waal als een paradijselijke en nukkige rivier. Niet zozeer als de brede stroom die met het oog op de toekomst door rusteloze plannenmakers moet worden bedwongen. De eeuwige strijd tegen het water komt terloops ter sprake. Bij muzikant Hein Oxenaar bijvoorbeeld, die in 1995, toen vijfentwintigduizend mensen geëvacueerd werden omdat de dijken op springen stonden, weigerde om zijn huis op een verhoging middenin de rivier te verlaten. Terwijl het water hem omsingelde sneed hij een trommel uit hout om de onrust in zichzelf te bezweren.

In datzelfde jaar nam Monica de Jong elke maandag een foto van een eenzame boom op buitendijks land bij Varik. Elke week vanaf dezelfde plek op hetzelfde moment van de dag, maar het landschap, het water, het land eromheen, de wolkenlucht erboven, is nooit eender. Alleen de boom lijkt steeds zijn onveranderlijke zelf, zelfs als het water stijgt en hij kopje onder dreigt te gaan. ,,Dat zo’n boom dat aan kan hè, zo’n massa water,” zegt de fotografe.

Nu en dan lichten kunstenaars hun schilderijen en beelden toe, waarop het landschap in abstracte en figuratieve expressies is terug te vinden. Soms is die uitleg nuttig, meestal weinigzeggend en overbodig omdat het meeste werk voor zich spreekt. En dat geldt nog sterker voor Van Reijens overrompelende beelden van wolkenluchten, van rijp die over het landschap ligt, van uiterwaarden die in de mist dampen, van water dat van kleur en humeur verschiet, van grote schepen die voorbijglijden en van de grillige rivier die spiegelt en gloeit in het avondrood. De zomerdijk die dromerig door het landschap kronkelt, begint zodra de uiterwaard vol water stroomt een heel ander leven te leiden. De stem van het water overstemt de poëzie van Koos van Zomeren, Nicolaas Matsier en K. Michel, die zich nietig in het decor van het weidse rivierenlandschap verstaanbaar proberen te maken.

Van Reijen laat ons aldus met een frisse blik naar het rivierlandschap kijken, waarvan we dachten dat het ons vertrouwd was. Aan het eind komt de vaart erin als alle kunstenaars in een soort canon Marsmans gedicht declameren. Met deze stemmige kakofonie op de achtergrond scheert de camera op hoge snelheid over de Waal, om daarna in vogelperspectief afscheid te nemen van de brede rivier die door oneindig laagland meandert.

 

September, 2010

UA-37394075-1