Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

De wereld van arts en patiënt in boeken

In ’Ziektebeelden – Essays over literatuur en geneeskunde’ passeren de meest uiteenlopende ziekten en aandoeningen. Het aantal thema’s dat terloops dan wel uitvoerig wordt beschreven, is schier eindeloos.

 

Uitgebreid aan bod komen auteurs die tegelijk (huis)arts waren en veel over ziek-zijn en ziekte hebben geschreven, zoals S. Vestdijk en de Russen Boelgakov en Tsjechov. Zo wordt in Tsjechovs inktzwarte verhaal ‘Zaal no. 6’ over psychiatrische patiënten de wereld van patiënt en arts op zijn kop gezet. Tsjechov was arts, maar ook langdurig tbc-patiënt.

 

In ‘Ziektebeelden’ komen boeken aan bod waarin een dokter de hoofdrol speelt: F. Scott Fitzgerald (‘Teder is de nacht’: over de relatie tussen een psychiater en een beeldschone patiënte die aan wanen lijdt), Albert Camus (over het vreemdeling zijn in je eigen omgeving), Franz Kafka (over de avondlijke spoedvisite van een plattelandsdokter’).

Aanbevelenswaardige boeken waarin patiënten de hoofdrol vervullen, zijn geschreven door onder anderen Italo Svevo (‘Bekentenissen van Zeno’: over het gewantrouwde lichaam), Tipp Marugg (‘Weekendpelgrimage’: over onthechting, wanhoop), Bernlef (‘Hersenschimmen’: over dementie, het verlies van grip op de omgeving), Gustave Flaubert (‘Madame Bovary’: over onvervuld verlangen, leegte, teleurstelling).

Er wordt uitgeweid over boeken waarin ziekte en gezondheid een overheersende rol spelen: Frida Vogels (in haar roman ‘De harde kern’ is sprake van uiteenlopende ziekten), Thomas Mann (‘Doktor Faustus’, over de zieke kunstenaar, en ‘De Toverberg’, over een tbc-patiënt), Tomas Rosenboom (in ‘Publieke werken’ is de ‘boodschap’: wees waakzaam als ambitie gehuld gaat in een witte jas), W.F.Hermans (‘De tranen der acacia’s’: de broosheid van het bestaan, verraad), Marcel Proust (‘Op zoek naar de verloren tijd’ als pleidooi voor een geneeskunde die de mens via de kunsten probeert te begrijpen), Simone de Beauvoir (‘Een zachte dood’), Gabriel Garcia Márquez (over de angst voor de dood in ‘Liefde in tijden van cholera’), Lewis Carroll (‘Alice in Wonderland’: over de overweldigende verbeeldingswereld van het kind), Fjodor Dostojevski (over de parabel van de grootinquisiteur uit ‘De gebroeders Karamazov’), Per Olov Enquist (‘Het bezoek van de lijfarts’: over macht, onder meer die van de dokter over zijn patiënt) en Leo Tolstoj (‘De dood van Ivan Iljitsj’: over het sterven).

 

De verteller als patiënt

 

Er komen egodocumenten ter sprake, met een verteller als patiënt, zoals in het werk van Renate Rubinstein en de schaakgrootmeester J.H.Donner. Donner tikte na een hersenbloeding in het verpleeghuis met één vinger zijn bijtende, sarcastische miniaturen, waarmee hij zijn ‘geheugen schoonwiste’. Met zijn openhartige stukjes dreef hij sommige verpleegsters soms tot wanhoop. Zo schreef hij:

 

De goede verpleegster verbaast zich over niets. Als die man (de patiënt) zegt dat er een lijk onder zijn bed ligt, dan ligt er een lijk onder zijn bed. Voor die man dan, is haar keiharde logica. De goede verpleegster is zelden piepjong, maar zij is een parel van grote waarde.’

 

In ‘Ziektebeelden’ is niet alleen een royale plaats ingeruimd voor zieken en ziekten die in de ‘grote’ literatuur wordt beschreven. Uiteenlopende genres komen aan bod, zoals toneel (Ingmar Bergman), sciencefiction, soap (over de ontspannende werking van doktersromans en ziekenhuissoaps op tv) en thrillers/detectives (Conan Doyle, Simenon).

Verder kinderboeken als ‘Annetje Lie in het holst van de nacht’ van Imme Dros, waarin een ziek kind de meeste waanzinnige avonturen beleeft in een soort ijldroom, en ‘De gebroeders Leeuwenhart’ van Astrid Lindgren en ‘Gebr.’ van Ted van Lieshout. Beide boeken gaan over het overlijden van een broer.

Poëzie wordt belicht van Martinus Nijhoff, Gerrit Achterberg en Adriaan Morriën. Van filosofische en intellectuele(re) snit zijn de stukken over Jorge Luis Borges (over het geheugen), Menno ter Braak, Ludwig Wittgenstein, Michel de Montaigne, en verwijzingen naar de Bijbel (het boek Job).

 

December, 2002

UA-37394075-1