Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Doeschka Meijsing 1947-2012, De mens is reddeloos alleen

Doeschka Meijsing schreef eigentijdse tragedies over vriendschap, verraad en liefde. Gemakkelijk maakte ze het zichzelf niet, want ‘schrijvers willen moeilijke dingen zeggen’.

 

De in Eindhoven geboren Doeschka Meijsing groeide op in Haarlem en was de oudere zus van filosofe Monica Meijsing en schrijver Geerten Meijsing. Met haar broer Geerten schreef ze in 2005 de dubbelroman ‘Moord/Moord en doodslag’ (2005), een unieke vorm in de literatuur. Het boek is te lezen als het verslag van een haat-liefdeverhouding van ‘broeder en zuster’, die onderling vochten om liefde en respect van hun ouders. De grote zus voelde zich achtergesteld bij haar engelachtige kleine broertje. Ook als literaire kunstenaars en in hun opvattingen over het schrijverschap stonden ze vaak lijnrecht tegenover elkaar.

Eerder, in 2002, had ze in de roman ‘100% chemie’ (2002) al over haar moeders familie geschreven. Dat was indertijd opmerkelijk omdat Doeschka Meijsing juist bekend stond als fabulator en schrijfster van filosofisch getinte boeken, en niet veel moest hebben van (semi)autobiografische romans.

Doeschka Meijsing, die de damesliefde was toegedaan, was al sinds het gymnasium verliefd op de teksten van Sappho, de van Lesbos afkomstige klassieke dichteres van liefde en verlangen, die leefde tussen 625 en 565 voor Christus. Na haar studie Nederlands en literatuurwetenschap was Meijsing jarenlang lerares en wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit van Amsterdam en werkte ze als literair redacteur bij Vrij Nederland en Elsevier. Ze debuteerde in 1974 met de verhalenbundel ‘De hanen en andere verhalen’ (1974). Haar eerste roman was ‘Robinson’ (1976). Haar roman ‘Tijger, tijger!’ (1980) werd bekroond met de Multatuliprijs. Boeken die meteen al getuigden van een verfijnd psychologisch inzicht en een soms verrassend gevoel voor humor. Naast romans en verhalen publiceerde Meijsing essays en poëzie. In 1997 ontving zij de Annie Romeinprijs voor haar bijdrage aan de emancipatie van vrouwen en mannen, hetero’s en homo’s. Haar avonturenroman ‘De tweede man’ (2000) beschrijft een leraar Grieks in crisis met een obsessie voor Alexander de Grotes legendarische vriend en geliefde Hefaistion. Uit deze moderne roadnovel spreekt Meijsings passie voor de hellenistische en Bijbelse oudheid.

Met haar twaalfde en meest autobiografische roman ‘Over de liefde’ won ze in 2008 de AKO Literatuurprijs. In deze essayachtige roman komen eerdere thema’s en motieven uit haar oeuvre mooi samen. Het boek gaat over de vertelster Philippa (Pip) van der Steur, die lesbisch is en door haar veertien jaar jongere vriendin Jula wordt ingeruild, wrang genoeg voor een man. Zijdelings komt in de roman ter sprake dat die onverhoedse bekering te maken heeft met een onweerstaanbare wens tot nageslacht.

‘Over de liefde’ werd een van Meijsings bekendste en bestverkochte boeken, ook doordat het om bekende intellectuelen gaat die van de liefde een janboel maken. De affaire speelde zich min of meer in het openbaar af, midden op het literaire dorpsplein. De roman is gebaseerd op Meijsings relatie met Xandra Schutte, hoofdredacteur van de Groene Amsterdammer. Het schrijven ervan ervoer Meijsing als een innerlijke noodzaak om een liefdesdrama te ontleden dat haar zelf was overkomen en voelde alsof ‘een vileine pijl in je lijf’ was gedreven.

Het had ook te maken met de romantische, wat naïeve kijk die ze er zelf op nahield. ,,Want wat ik hoop in de liefde, is eeuwigdurendheid. Tot aan de dood”, zei ze. ,,Het is absoluut romantisch, maar het is een soort koppigheid van mij om erin te blijven geloven. Als ik liefheb, is het voor altijd.”

In ‘Over de liefde’ is schaamte een destructieve én scheppende kracht. Dat zegt ook iets over de manier waarop Doeschka Meijsing haar schrijverschap opvatte. In haar boeken, vaak met personages die gemakkelijk in de ban raken van een ander, snijdt ze grote thema’s aan. Het zijn eigentijdse tragedies over vriendschap en verraad, liefde, verlies, jaloezie, wrok en schaamte, kwesties die ze tot op het bot wilde ontleden.

,,Schrijvers willen moeilijke dingen zeggen”, omschreef ze haar ambitie eens. De strekking van haar werk is grofweg dat ‘de mens reddeloos alleen is en daarmee reddeloos verloren’. Al klinkt dit wellicht te donker voor een schrijfster met een gemakkelijke pen die sprankelend kon schrijven over de wispelturigheid van de liefde, over drank en over eenzaamheid.

 

Januari, 2012

UA-37394075-1