Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Dostojevski’s boze, belachelijke man

‘Ik ben belachelijk en walgelijk en daardoor lijd ik er eeuwig onder dat ik verkeerd beoordeeld word’, schreef Fjodor Michailovitsj Dostojevski (1821-1881) in 1847 in een brief aan zijn broer Michail.

 

Het is alsof je de verbitterde verteller hoort uit de roman ‘Aantekeningen uit het ondergrondse’ hoort, een van de hoogtepunten uit het oeuvre van de meester uit Sint-Petersburg.

 

Dostojevski was een ‘bezeten’ schrijver van romans vol buitenbeentjes, theatrale en waanzieke figuren in de corrupte, feodale Russische standenmaatschappij van de negentiende eeuw. Hij schreef grootse romans als ‘Boze geesten’ (of ‘Demonen’ of ‘Duivels’), ‘Schuld en boete’ (of ‘Misdaad en straf’) en ‘De gebroeders Karamazov’ (of, in een nieuwe vertaling, ‘De broers Karamazov’).

 

Dostojevski graaft diep in de menselijke geest, zo diep dat zelfs een schrijver als Bordewijk, met een niet minder zwavelachtige fantasie, waarschuwde dat je de grote Rus niet voor je dertigste jaar moest lezen. In de afgelopen decennia was Dostojevski in Nederland enigszins uit de gratie geraakt. Hij werd te pathetisch gevonden, gedateerd. Er bestond zelfs een soort ‘anti-Dostojevski-club’ die de schrijver verketterde om zijn ‘gebrekkige stijl en keukenmeidenromantiek’, zoals het ‘lid’ Karel van het Reve het omschreef. Toch moest de club ondanks zijn soms terechte kritiek toegeven dat om deze schrijver niemand heen kon. Inmiddels is er alweer enkele jaren sprake van herwaardering voor het werk van Dostojevski.

 

Dat geldt zeker voor zijn korte roman ‘Aantekeningen uit het ondergrondse’ uit 1864. Het boek, al vele keren eerder vertaald, geldt als het sleutelwerk in zijn oeuvre. Enkele jaren voordat hij dit boek schreef, was hij veroordeeld wegens ‘politieke samenzwering’. Hij stond reeds voor het vuurpeloton toen de doodstraf op het laatste nippertje door tsaar Nicolaas I in vier jaar dwangarbeid werd omgezet.

 

Die ervaring gaf niet alleen een wending aan Dostojevki’s leven, het markeert ook een nieuwe fase in zijn literaire carrière. ‘Aantekeningen uit het ondergrondse’ bevat in beknopte vorm, zonder de wijdlopigheid en slepende verhaaltrant van veel ander werk, in de kiem de thema’s en ideeën die hij later in zijn grote romans zou uitwerken.

 

De verteller van ‘Aantekeningen uit het ondergrondse’ is een boze en ijdele ambtenaar vol zelfbeklag. Deze onbegrepen, vertwijfelde intellectueel leeft teruggetrokken in een benauwd kamertje in de periferie van Sint-Petersburg. Hij is een onooglijk mannetje dat zichzelf als volgt introduceert:

 

,,Ik ben een zieke man… Ik ben een boze man. Een onaantrekkelijke man.’’

 

Enerzijds bevalt zijn solitaire bestaan hem wel, anderzijds snakt hij naar contact. Hij pleit voor de vrije wil die volgens hem niet bestaat (en dat niet kan verdragen). Hij zit vol dwarse ideeën en verzet zich tegen geijkte regels en opvattingen: twee maal twee is vier, is voortreffelijk, meent hij, maar twee maal twee is vijf is ook heel aardig.

 

Dat korte eerste deel (‘Het ondergrondse’) leest aanvankelijk als een traktaat over de psyche dat soms ontaardt in oeverloos gezwets en een kolfje naar de hand moet zijn voor Dostojevski-haters. Gaandeweg komt de Rus echter op stoom in proza vol hamerende zinnen. In het briljante tweede deel (‘Naar aanleiding van natte sneeuw’) haalt de verteller oude voorvallen op. Hierin vernedert hij zichzelf en maakt hij zich belachelijk en onmogelijk bij oude (school)kameraden. En jong hoertje drijft hij daarna tot wanhoop.

 

De ijdele zelfkweller raakt steeds verder verstrikt in zijn eigen hersenspinsels en stapt van de ene geestelijke martelgang in de andere. Dostojevski’s vertelling leest alsof je jezelf in de koortsdroom van een ‘overtollig’ mens bevindt.

F.M. Dostojevski: ‘Aantekeningen uit het ondergrondse’. Vertaling: Monse Weijers. Uitgeverij Athenaeum – Polak & Van Gennep, 165 blz.

 

 

 

2006

UA-37394075-1