Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

East Anglia, een troostrijk landschap vol spoken

Het is een klacht die je vaker hoort in Oost-Engeland: toeristen, zelfs anglofielen, negeren ons. Ze laten Oost-Engeland, of bloemrijker uitgedrukt East Anglia, links liggen. Zodra ze voet aan wal hebben gezet in Groot-Brittannië, in Harwich, reizen ze rechtstreeks door naar Londen, naar het ‘subtropische’ zuiden, of naar het midden of noorden van het koninkrijk. En dat terwijl Oost-Engeland, waar veel Nederlanders en Vlamingen hun sporen hebben nagelaten, genoeg te bieden heeft om er enige tijd te verpozen.

 

Vanwaar die desintesse? Is het de onbekendheid met deze streek? Harwich, de plaats waar je via de oversteek van Hoek van Holland per veerboot aanmeert, werkt sowieso niet mee. Dit oord, in het zuiden van East Anglia, in het graafschap Essex, laat je liefst zo snel mogelijk achter je. Alle begrip daarvoor, maar buig daarna toch maar af naar die knobbel op de landkaart. En zie, na het troosteloze Harwich kom je een troostrijke streek binnen dat zich van het drukke, toeristischer zuiden onderscheidt door zijn aangename rust en glooiende lappendeken van tarwevelden en klaprozen waarboven korenblauwe hemelen.

HELDERE LUCHTEN

Wie de Engelse grijze luchten en Atlantische lagedrukgebieden een gruwel zijn: de luchten zijn hier helderder dan elders op het eiland. Of lijkt dat maar zo? Nee, verzekeren de bewoners, het is echt zo. Voordat de depressies vanaf de Atlantische Oceaan deze streek hebben bereikt, hebben ze hun ballast al afgeworpen. Vandaar dat East-Anglia droger is dan elders in Engeland en gemiddeld ook meer zonuren telt, niet tot ieders tevredenheid, want – ook hier – klaagt menig boer dikwijls steen en been, niet over een teveel maar over het uitblijven van neerslag die ook tijdens dit bezoek meer landinwaarts met bakken neerkomt.

Londen lijkt ver weg, een andere wereld. Toch is de stad vanuit Oost-Engeland gemakkelijk bereikbaar, al had men in de zeventiende eeuw een dag werk om per koets de hoofdstad te bereiken. De streek, met aansprekende steden als Cambridge en Norwich, is al vanaf de Romeinen, die in 55 voor Christus kwamen en pas in het jaar des heren 407 werden verjaagd, een belangrijke toegangsweg naar de rest van Groot-Brittannië. Of Britannia, zoals de Romeinse keizer Julius Caesar zijn verre verovering doopte.

RARE JONGENS

Die Romeinse invasie ‘herleeft’ in het Castle Museum in Colchester, de oudste officieel erkende stad in Groot-Brittannië. Sinds ‘die rare jongens’ hier voet aan wal zetten, vormt de visserij een belangrijke bron van inkomsten. Plaatselijk delicatessen te over: oesters uit de Colne en Butley-kreken (volgens overlevering geliefd bij Julius Caesar), krab uit Cromer, kokkels van Stewkey Blues uit Stiffkey, haring uit Lowestoft en Great Yarrmouth (drukke badplaats, oude haven).

Tegenwoordig bestaat het gebied uit het oude koninkrijk East Anglia, dat oorspronkelijk uit het Noordelijke Volk (Norfolk) en het Zuidelijke Volk (Suffolk) bestond, waartoe nu ook de graafschappen Essex, Cambridgeshire, Hertfordshire en Bedfordshire behoren. Het gebied, in oppervlakte pakweg drievierde van Nederland, telt zo’n vijf miljoen inwoners.

FENSLAND

Hoe glooiend en ongerept de streek ook, een deel ervan, in het noorden, ligt onder de zeespiegel. Voor ons niet bijzonder, toch kijken wij er even van op. Laag water- en polderland bij onze westerburen? Het betreft de Fens, of Fensland, een indertijd door ‘onze eigen’ Cornelius Vermuyden drooggelegd veen- en moerasland ter grootte van de provincies Noord- en Zuid-Holland en Zeeland. Eens was dit alles water, water en nog eens water, en tot op de dag van vandaag nog niet echt stevig ingeklonken.

De Fens wordt in het westen begrensd door de kalksteenheuvels van de Midlands, in het zuiden en oosten door de krijtheuvels van Cambridgeshire, Suffolk en Norfolk. Naar het noorden stuiten de Fens op de Noordzee die nog altijd verwoede pogingen doet zijn vroegere territorium te heroveren. Het is minder bekend, maar in 1953, toen de watersnoodramp vooral Zeeland trof, kwam de zondvloed ook over de Fens, zij het met minder rampzalige gevolgen dan op de Zeeuwse eilanden.

WIE IS CORNELIUS VERMUYDEN?

Maar die Cornelius Vermuyden (1590-1677), wie mag dat wel zijn? Bij de meeste Nederlanders roept zijn naam geen herkenning op. In Engeland is hij een beroemdheid. Hij werd hier wegens zijn waterstaatkundige verdiensten tot ridder geslagen. Vermuyden was een Zeeuws waterbouwkundige die omstreeks 1620 door de graaf van Bedford te hulp werd geroepen om het veenmoeras rond het stadje Ely te veranderen in een zee van golvend graan.

Vermuyden haalde honderden Zeeuwse en Hollandse werklieden naar Engeland. Hun invloed is nog merkbaar, want het landschap in de Fens doet met zijn polders, wateren en boerderijen tamelijk Hollands aan. Kanalen heten South Holland en Forty Foot or Vermuden’s Drain, en plaatsjes Nordelph (Noord-Delft) en Southery (Zouterij). Nederlandse familienamen zijn zichtbaar op half verweerde grafstenen op de kerkhoven van Wisbech, Downham Market en Swaffham.

In Wisbech is een klein museum waar de geschiedenis van het gebied en van Vermuyden (die op latere leeftijd financieel hopeloos aan de grond kwam te zitten) wordt verhaald. In het zuidelijke deel van de Fens wordt de uitgestrektheid onderbroken door de ‘eilanden’ die in vroeger tijden boven veenmoerassen uitstaken. Maar voor wie van wandelen en fietsen houdt en de milde wind van Norfolk en omstreken door zijn haren wil laten strijken, is het prima toeven langs het drooggelegde land en de kanalen van Vermuyden, die begraven ligt in Westminster.

 

EAST ANGLIA, ENGELANDS FIETSLAND

Buiten de Fens begint het Oost-Engelse landschap weer te glooien. Er zijn wel heuvels, maar die zijn niet (te) steil. Voor een enigszins geoefende fietser – East Anglia wordt hier Engelands fietsland genoemd – vormen ze geen onoverkomelijke hindernis op weg naar een volgende trekpleister of pub om uit te blazen. Zo ver het oog reikt zie je een weids, betrekkelijk plat landschap, een wisselend panorama van kerktorentjes, wilgen langs de rivier, velden vol paarse lavendel, wuivende klaprozen langs landelijke lanen, dorpjes met schots en scheve huisjes, oude landhuizen vol schoorstenen omsingeld door een gracht, huizen met rieten daken.

FRAMLINGHAM

Er passeren historische marktstadjes als Framlingham (met zijn 12e-eeuwse kasteel waarvan alleen de imposante muren nog overeind staan), pittoreske kustplaatsjes als Southwold (waar een gloednieuwe pier de zee insteekt) en Aldeburgh (waar componist Benjamin Britten zijn inspiratie opdeed) en Snape Maltings (waar jaarlijks een festival met Brittens muziek plaatsheeft). Er zijn kastelen en kathedralen, gebouwd door de Normandiërs die Engeland in de 11e eeuw binnenvielen, waaronder Castle Hedingham, Essex, een van de fraaiste Normandische kasteeltoren (van zo’n 30 meter hoog).

In Diss staat het Middeleeuwse landhuis Wingfield College, een geheimtip voor de moderne-kunstliefhebber, en tenslotte is er Newmarket, een stadje dat de pelgrims onderweg naar de kathedraal van Ely indertijd negeerden, maar door koning Jacobus I (16/17e eeuw) en Karel II (17e eeuw) tot Engelands hoofdstad van het paardenrennen werd verheven.

Dat dit platteland, mét lange kuststrook, al eeuwen kunstenaars inspireert wekt geen verbazing. In de Middeleeuwen speelden houtsnijders, beeldhouwers en de vakmannen die het gebrandschilderde glas produceerden een grote rol bij de bouw van de talrijke kerken in Norfolk en Suffolk. Later kwamen de landschapsschilders.

THOMAS GAINSBOROUGH EN JOHN CONSTABLE

Wat het heldere licht en de luchten aan de Noordzee aan de Nederlandse kust indertijd was voor de schilders van de Bergense School, moet een eeuw daarvoor aan gene zijde van het water hebben gegolden voor beroemde Britse landschapsschilders als Thomas Gainsborough (1727-1788) en John Constable (1776-1837). Gainsborough gebruikte niets liever dan zijn eigen Suffolk als achtergrond voor zijn achttiende-eeuwse portretten terwijl datzelfde landschap op de doeken van Constable in het middelpunt staat.

Gainsborough kreeg veel opdrachten voor portretten (van de plaatselijke landadel), maar slechts weinig voor landschappen, die hij veel liever schilderde en waarin invloeden zijn te vinden van Franse en Hollandse meesters als Antoine Watteau en Jacob van Ruisdael. Hetzelfde gold voor Constable, die op zijn paard met ezel en schilderij op de rug door de streek trok en in zijn schetsen eigenlijk vooruit liep op de Franse impressionisten. Wie de landschappen van Gainsborough en Constable wil bewonderen kan dit onder andere doen in The National Gallery in Londen, of op internet: www.exittoart.nl.

KLOPGEESTEN, GRIEZEL- EN SPOOKVERHALEN

Dat het in het door landschapsschilders zo geliefde East Anglia niet altijd zo vredig toegaat, moge blijken uit de vele griezel- en spookverhalen die hier de ronde doen. Engelsen zijn bijgelovig, schijnt het, nog altijd. Die eigenzinnige Engelsen (voor wie de pond sterling niet minder heilig is dan links rijden) mogen buitenlandse gasten ook graag de stuipen op het lijf jagen over klopgeesten, spoken en geesten van vermoorde echtgenotes.

De laatsten waren nog rond in de huizen en hotels waar ze gruwelijk om het leven zijn gebracht, uiteraard ook in dat waar de gasten die nacht worden ondergebracht. Het zijn mooie praatjes, die de ‘nuchtere Hollander’ snel vervelen, al houden vooral boeren en buitenlui nog veel oude rituelen in ere om boze geesten te weren en te bezweren.

In Mistley kun je niet om Matthew Hopkins heen, een vroom en extreem bijgelovig en dientengevolge levensgevaarlijk type voor wie overal het kwaad loerde. Hij was gespecialiseerd in het opsporen van heksen. Hij martelde ze tot ze bekenden, of dompelde ze een minuut of tien onder water: wie boven kwam drijven was schuldig, wie verdronk – wat de meeste ‘heksen’ deden – onschuldig.

 

P.D. JAMES EN RUTH RENDELL

Zo’n land van griezel- en spookverhalen vormt sinds jaar en dag een rijke voedingsbodem voor misdaadschrijvers. Neem het recente boek ‘Death in holy orders’ van P.D.James. Het speelt in East Anglia, zoals zoveel boeken van haar en van Ruth Rendell, beiden koninginnen van de Engelse crime en allebei in de adelstand verheven. Het decor van James’ roman is St.Anselm, een enorm Victoriaans huis op de klippen van East Anglia, vlakbij de Noordzee, waar Anglicaanse priesters worden opgeleid. In dit vreedzame oord waar ogenschijnlijk nooit iets gebeurt, wordt tijdens een razende storm in de kerk een moord gepleegd. Toeval of niet, maar bij lezing van dit boek pakken onheilspellende wolken zich samen boven het o zo troostrijke landschap van East Anglia.

 

Juni, 2001

UA-37394075-1