Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Een goedlachse E.L. James

Ze staat op veel nieuwssites goedlachs op de bijgeplaatste foto, de Britse schrijfster E.L. James. En mevrouw heeft alle reden om te lachen. Haar ‘erotisch’ getinte ‘Vijftig tinten’-trilogie voert de Forbes-lijst van bestverdienende auteurs aan.

Ze passeerde daarmee ‘gevestigde’ namen als Stephen King, James Patterson en Danielle Steel – van de laatste twee heb ik niet eerder gehoord. Best mogelijk dat ik me daarmee als groot lezer meteen diskwalificeer, maar mocht ik daarmee grote literatuur of een stilistische meester over het hoofd hebben gezien, laat ik mij daar graag van overtuigen.

James heb ik hapsnap gelezen, zo’n boek waarover je wilt meepraten als je wel eens een boek openslaat, maar waarvan ik na enkele bladzijden besefte dat het niet voor mij bestemd was. Geen bezwaar, de stapel is hoog genoeg om de komende eeuwen nog veel leesplezier te hebben.

Het succes heeft James, die meer dan 95 miljoen (!) dollar schijnt te hebben verdiend met haar reeks, grotendeels te danken aan het e-book, opdat mensen het boek op een discrete manier konden kopen én in het openbaar lezen. (In mijn jeugd wilden we ook liever niet worden betrapt met een smoezelig en ‘stukgelezen’ exemplaar van de Chick.)

Het is haar van harte gegund. Hetzelfde geldt voor Dan Brown, wiens ‘Inferno’ hem nu al 22 miljoen dollar opleverde – ook niet meteen een boek waarvoor ik in de rij zou ga staan. Het doet denken aan de alleenstaande jonge moeder J.K.Rowling die door haar creatie Harry Potter uit de bijstand werd geholpen en nu een onmetelijke rijkdom geniet.

Het rijtje kun je moeiteloos aanvullen met (pop)muzikanten en filmmakers. Maar bij deze mensen, of je nu van hun werk houdt of niet, overheerst bij mij het gevoel dat het verdiend is, dat creativiteit loont of kán lonen, want het wemelt tenslotte van de schrijvers of kunstenaars die begaafder of op z’n minst even begaafd zijn als bovengenoemden, die boeken hebben geschreven, muziek of kunst hebben gemaakt die eenzelfde succes zouden verdienen, maar toch moeten sappelen om het hoofd boven water te houden.

Bij topbankiers en grootverdieners als Slim en Gates en de mateloos bewierookte wijlen Jobs heb ik dat gevoel toch aanzienlijk minder. Niet dat ik hun het succes of de rijkdom misgun (al zou ik zelf bij god niet weten wat ik met tientallen miljoenen euro’s op mijn bankrekening zou moeten doen), maar op de een of andere manier stemmen hun verdiensten niet overeen met hun talenten of kwaliteiten – wie zouden ze bovendien zijn zonder hun talentvolle medewerkers? Hun grote kwaliteit of talent was of is waarschijnlijk dat ze precies op het juiste moment op de juiste plaats het juiste deden.

 

12 augustus, 2013

UA-37394075-1