Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Een lek vlot van land op water

Noord-Holland is als een lek vlot van land dat op water drijft. In gelijkluidende bewoordingen vatte de Engelse fotograaf Christopher Davies meer dan een eeuw geleden zijn impressies van ons polderland samen in een bijzonder reisverslag.

En wie zich, zoals ik, op een verrukkelijk druilerige dag inscheept in het notendopje De Robbedoes om onze provincie vanaf het water met andere ogen te bekijken, begrijpt ineens wat die vreemde snoeshaan uit East Anglia moet hebben bedoeld. Ik zie, zo ver het oog reikt, water, water en nog eens water, en vergaap me aan het met meesterhand getekende ragfijne web van plassen, sloten, vaarten, meertjes en rietvelden. En overal malse weilanden die wel lijken te drijven en waarover een verkwikkende regen sproeit. Hoezo droogte?

Een lichtgrijze brij hangt boven ons als we – kapitein Rob en zijn scheepsmaatje van de dag – in het haventje van het pittoreske De Woude de wimpel hijsen. Met de rug naar het Alkmaarder Meer en Akersloot stomen we door het Noordhollands Kanaal op richting Purmerend. We kijken onze ogen uit. Regen, regen, regen. De regen klettert neer en vergrauwt alles om je heen. En we varen er wel bij. Dit is het weer waarnaar we de afgelopen maanden gesnakt hebben, en nu het zo ver is, hoor ik de mensen in hun dichtgeknoopte jassen en onder hun paraplu’s alweer stilletjes voor zich uit mopperen.

In West-Graftdijk glinsteren rode pannendaken van vocht. De schroef van een passerend jacht wervelt een draaikolk van vuil naar boven. Blikjes. Een condoom. En in gedachten maken we onwillekeurig de lange reis die het sluifje van fijn rubber moet hebben afgelegd om uiteindelijk in deze miezerige troosteloosheid te eindigen.

Ver weg in de weilanden schurken koeien bij elkaar. De eerdergenoemde Davies was tijdens zijn ontdekkingstocht per motorjacht door de lage landen allerminst gecharmeerd van onze machtige koebeesten. Uit artistiek oogpunt waren ze maar weinig inspirerend, vond hij. ’In Nederland zijn alle koeien zwart en wit, wat erg saai is en vermeden had kunnen worden.’ Het is alsof je Gerard Reve hoort.

We kunnen zo ver kijken als we willen. Laatst klaagde iemand, die na jarenlange diplomatieke dienst in het buitenland naar Nederland was teruggekeerd, dat je hier nergens meer tot aan de horizon kunt kijken. Wij weten wel beter. Ondanks de regen kunnen we vanaf het kanaal in de verte zelfs Krommenie en Zaandam zien liggen. Hoe enerverend kan dodelijk saai zijn als je er oog voor hebt!

Nabij Spijkerboor, en het voormalige fort, paddelt de waterdicht ingesnoerde Jan Bakker van kanovereniging Uitgeest. ,,Moedig voorwaarts!” roepen we hem in koor toe. ,,In weer en wind!” roept hij terug.

De blik zwerft van einder tot einder. Aan weerskanten de nog lager gelegen polders de Schermer (ter linkerzijde) en de Wormer (ter rechterzijde). We herkennen dijken in alle soorten en maten. Kaarsrechte en slingerende, sluimerende en swingende, die de indruk wekken dat ze in nog geen honderd jaar na een lange zucht van droogte als een pudding ineen zullen zijgen. ,,Dankzij de regen”, peinst de kapitein hardop, ,,kunnen de dijken weer een beetje aansterken.”

De oeroude adem van Waterland blaast over het land. Passerende schepen veroorzaken een zachte deining, waarop de Robbedoes een licht dansje uitvoert. De velden glanzen, de weilanden zijn weelderig diepgroen. Ja, het landschap is eentonig en saai, dramatisch en verrassend. Het is prachtig… ’t is prachtig. Het is allang niet meer wat het was, maar toch is ’t prachtig.

Met dat laatste was Davies het eens. Het wonderlijke volkje beneden de zeespiegel had zijn hart gestolen. Die stijve Engelse ontdekkingsreiziger keek zijn ogen uit. Hij vergaapte zich ongegeneerd aan het vrouwelijk schoon dat hij in de oude Zuiderzeestadjes zag. Maar hij kon niet wennen aan het huiveringwekkende idee om te wonen achter dijken, die in zijn ogen maar een schamele bescherming boden. 

Waar de Brit ook was en waar hij ook keek, hij zag overal de dreiging van een zondvloed. Dat land moest vroeg of laat wel door de zee worden teruggepakt. Wij halen onze schouders op, wij zijn niet anders gewend. De dijken ogen hier fier, sterk, machtig, zo stellen we onszelf gerust, misschien tegen beter weten in. Nee, het water zal heus onze dijken niet wegslaan en het land op springen.

 

Augustus, 2003

 

(‘Een lek vlot van land op water’ was de slotaflevering – van De Woude naar Purmerend – van een zomerserie in het Noordhollands Dagblad, waarin verslaggevers meevoeren op de Robbedoes van fotograaf en kapitein (Marcel) Rob.)

 

 

UA-37394075-1