Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

‘Een stier die niet vecht is een schande’

Is stierenvechten een barbaars of een kostbaar ritueel? En waarom wordt deze Spaanse traditie gesteund met Europees geld?

 

Verslaggevers Teun van de Keuken en Roland Duong reizen in de VPRO-serie ‘De Slag om Brussel’ kriskras door het continent om te laten zien wat de landen in de Europese Unie bindt en onderscheidt. En hoe uiteenlopende tradities onder druk van de eenwording weten te overleven.

In een van de afleveringen laten ze ons getuige zijn van het bloedigste spektakel uit de hedendaagse Europese cultuur: het stierenvechten. Het is een traditie die allang ter discussie staat, vooral buiten Spanje welteverstaan. Zo is de Brit Richard Ashworth, conservatief Europarlementariƫr, voor afschaffen.

Maar publiek geld uit Brussel wordt op lokaal gebied verdeeld: ,,Dus is het niet aan de EU, de Britten of Nederlanders om de Spanjaarden te vertellen hoe ze zich moeten vermaken. Dat moeten ze zelf bepalen.” Bas Eickhout, EuroparlementariĆ«r namens GroenLinks, gaat die nuance te ver. ,,Het is gewoon dierenmishandeling.” Dus stoppen. Punt uit.

Maar is het wel zo simpel? Zo’n eeuwenoud ritueel bij voorbaat afkeuren, is gemakzuchtig. Stierenvechten mag in veler ogen dan een achterlijk fenomeen zijn, verliest Europa met de teloorgang ervan dan niet de laatste levende traditie die recht doet aan de eeuwige strijd tussen mens en natuur? Daarover schreef Hemingway al in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw, en dat deed hij in intrigerende reisverslagen, meesterlijke korte verhalen en de roman ‘The sun also rises’.

 

‘Een gruwelijk maar intrigerend ritueel’

 

In de arena wordt het de reporters te velde duidelijk dat het niet om louter bloeddorst gaat. ,,Het is gruwelijk, maar ook een intrigerend ritueel.” Maar wat bezielt die Spanjaarden? Daarvoor gaan Van de Keuken en Duong op zoek naar de ‘ziel van het stierenvechten’, naar de geboortegrond van de vechtstieren in Zuid-Spanje.

In de wei komen de Nederlandse gasten oog in oog te staan met de vervaarlijke vechtstieren. Het komt erop neer dat de stier een jaar of vier/vijf vorstelijk wordt behandeld om in het laatste kwartier van zijn leven een heftige doodstrijd te voeren. Voor de stierenfokker is het werk nogal dubbel. Enerzijds ziet hij zijn dieren graag in de arena, anderzijds zijn ‘we verliefd op onze dieren en zien we ze graag in het weiland’. Maar handel is handel. Bovendien is het voor de stierenfokker een eer om zijn stier te zien sneuvelen in een goed gevecht. ,,Een stier die niet wil vechten is een schande.”

Rijk word je er niet van, zegt de fokker, want je hebt veel werk aan relatief weinig stieren. Zonder subsidie zou het ras verdwijnen en daarmee een eeuwenoude cultuur. En er zouden veel banen verloren gaan. Voorlopig wijst niets daarop. Sterker, de bejubelde torero in ruste Fernando ‘el almendron’ heeft de handen vol om zijn ervaring en kunde over te brengen op jongere generaties.

Zelf doodde hij op zijn twaalfde zijn eerste (jonge) stier. Zo’n vijfhonderd dieren volgden. Opvallende littekens op arm en buik wijzen op gevechten op het scherp van de snede. Hij deed het niet voor het geld, zegt hij: ,,Ik wilde stierenvechter worden. Ik voelde een passie. Stierenvechten is een kunst. De stierenvechter wil blijven leven maar moet zorgen voor spektakel. De mensen moeten zien dat hij iets kan wat zij niet kunnen.”

 

April, 2010

 

 

 

UA-37394075-1