Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Een traumaproof brein

Een op de tien mensen die op 13 mei 2000 de Enschedese vuurwerkramp meemaakten, kreeg last van het Post Traumatisch Stress Syndroom (PTSS). Voor het VPRO-wetenschapsprogramma Labyrint aanleiding om in de aflevering ‘Een traumaproof brein’ te achterhalen waarom de één wel en de ander deze stoornis niet krijgt, en wat ertegen te doen valt.

 

PTSS is een beschadiging in de hersenen bij mensen die een schokkende gebeurtenis hebben gemaakt. De stoornis heeft invloed op slaap, geheugen en emoties. Zij was begin vorige eeuw vooral bekend als shellshock, waaraan veel frontsoldaten in de Eerste Wereldoorlog leden. Honderden getraumatiseerde soldaten, van wie velen vermoedelijk aan PTSS leden, werden geëxecuteerd omdat ze weigerden terug te keren naar de loopgraven.

Tegenwoordig associëren we de stoornis vooral met oorlogsveteranen die op missie waren in Bosnië en Afghanistan, en met slachtoffers van grote ongelukken als de Bijlmerramp, de vuurwerkramp, 11 september en de crash van het Turkse vliegtuig bij Schiphol. Maar PTSS komt ook voor bij mensen die slachtoffer zijn van een beroving, auto-ongeluk of verkrachting.

Een van de slachtoffers die Labyrint portretteert, is conciërge Jacques Huygens, die indertijd als cameraman voor een kabelkrant de vuurwerkramp filmde. Toen hij later weer aan het werk ging schrok hij zo van het dichtslaan van een containerdeksel dat hij zich thuis opsloot. Schaamte, ontkenning en angst om erover te praten waren voor hem redenen om niet meteen hulp te zoeken.

Dutchbatter Patrick van Meenen liep de stoornis op in Bosnië. Terug in Nederland kreeg hij klachten. Zijn geheugen liet het afweten en hij kon overal woest om worden: ,,Als een postbode over het pad liep ging ik al over de rooie. Ik kon niet meer normaal functioneren. Maar ik werd niet begrepen en kon er met niemand over praten. Mijn vrouw en kinderen hebben er heel veel last van gehad.”

Volgens psychologe Marit Sijbrandij van de Universiteit Utrecht/AMC, zijn de eerste uren na een schokkende gebeurtenis cruciaal. Als je mensen meteen dwingt om hun verhaal tot in detail te vertellen, kan dit door emotionele overprikkeling averechts werken. Ondanks de kennis van nu dat deze opvang niet (goed) werkt, wordt de methode tot op de dag van vandaag nog door veel instanties gebruikt. Beter is het volgens deskundigen om zich kort na de ramp te concentreren op sociale steun en praktische hulp. ,,Vooral niet de emoties stimuleren,” zegt psycholoog Miranda Olff van het AMC. Volgens haar is PTSS wel goed te behandelen met psychotherapie, maar die is zwaar.

Wetenschappers krijgen de laatste jaren steeds meer inzicht in wat zich bij stoornissen in de hersenen afspeelt. Zo onderzoekt Ronald Oosting, psychofarmacoloog van de Universiteit Utrecht, het herstel van oude en de aanmaak van nieuwe hersencellen, en een manier om beschadigingen te repareren of ongedaan te maken. Ons geheugen is ook aanzienlijk flexibeler dan gedacht. ,,Dat het heel plastisch is betekent dat kan worden ingegrepen,” aldus Merel Kindt, klinisch psychologe van de UvA.

De eerste voorzichtige stappen om trauma’s met een pilletje te repareren of te wissen zijn gemaakt. Maar dit roept meteen vragen op, want ervaringen maken iemand tot wie hij is. ,,En die moet je,” meent psychiater-onderzoeker Eric Vermetten van het Militair Hospitaal Utrecht, ,,niet als met een gummetje willen wegpoetsen.”

 

Mei, 2010

 

UA-37394075-1