Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Emilio Guzman: ‘Met humor kom je tot de kern’

Emilio Guzman begon in de schaduw van zijn broer, de veel bekendere cabaretier Javier Guzman. Maar nadat hij op het Leids Cabaretfestival zijn visitekaartje afgaf, is het snel gegaan. Na zijn succesvolle debuut ‘Doen en laten’ toert hij dit theaterseizoen door het land met zijn tweede avondvullende voorstelling die de allitererende titel ‘Een dunne dekmantel’ draagt.

 

Emilio Guzman viel drie jaar geleden op tijdens het Leids Cabaretfestival, waar hij doordrong tot de finale en de publieksprijs won. Hij onderscheidde zich met even zwartgallige als geestige kwinkslagen, waarin hij de actualiteit subtiel met hedendaagse modeverschijnselen combineerde.

In zijn eerste avondvullende programma putte hij uit autobiografisch materiaal, maar verrassender was de ode die hij bracht aan de aardse liefde van het hoogbejaarde dichtersechtpaar Leo en Tineke Vroman. Die ode vindt hij zelf minder opvallend dan het lijkt.

 

,,Poëzie spreekt een brede groep aan. Veel mensen staan open voor goede, poëtische teksten. Kijk maar naar de grote waardering voor die van Maarten van Roozendaal.’’

 

Guzman heeft Nederlands gestudeerd en dat is in zijn teksten te horen. Taal speelt een belangrijke rol. ,,Ik hou daar heel erg van. Ik ben zelf ook altijd aan mierenneuken met zinnen. Ik wil het altijd precies goed zeggen. Ik hou ook van poëzie. Daar word ik door beïnvloed, zoals in het geval van Leo Vroman. Hij is voor mij een grote inspiratiebron. Zijn persoonlijkheid spreekt mij aan, net als zijn maatschappelijke betrokkenheid en de manier waarop hij zich kwetsbaar durft op te stellen. Hij is integer en ook heel grappig.’’

 

‘JE ZULT ALTIJD WEL EEN BEETJE VERGELEKEN WORDEN’

 

Emilio Guzman (1981), zoon van een Nederlandse moeder en een Spaanse vader, verhuisde op zijn derde met zijn moeder en oudere broer Javier naar Ouderkerk aan de IJssel. Na het vwo studeerde hij Nederlands. Hij wordt nog geregeld vergeleken met zijn broer. Valt hem dat niet zwaar? ,,Nee hoor, ik heb daar weinig last van. Je zult altijd wel een beetje vergeleken worden, dat begrijp ik ook wel. Mij maakt het niet zoveel uit, je moet gewoon goed zijn. Of je nou een bekende broer hebt of niet.”

 

,,Mijn broer is een heel goede cabaretier en een heel goede acteur. Ik denk dat hij in zijn voorstellingen wat kwaaier en wat schimmiger is dan ik. Dat bedoel ik absoluut niet negatief. Ik ben, denk ik, wat vileiner en genuanceerder. Maar goed, ik kan alleen voor mezelf spreken. Voor mijzelf geldt dat ik gewoon een mooi en grappig programma probeer te maken.’’

 

De in Amsterdam woonachtige Emilio Guzman is sinds 2003 een vast lid van de Comedytrain in theater Toomler in de hoofdstad. De Comedytrain was en is belangrijk voor zijn artistieke ontwikkeling. ,,Ik try-out vaak in Toomler. Kwartiertjes. Ze kennen me daar. Ze weten wat je hebt gemaakt en ze hebben een beeld van je. Het voelt vertrouwd. En je helpt elkaar als comedians verder.’’

 

‘IK NOEM MEZELF NOOIT COMEDIAN OF CABARETIER’

 

Veel verschil tussen een stand-upcomedian en een cabaretier ziet hij zelf niet. ,,Ik noem mezelf nooit comedian of cabaretier. Als het goed is, is er ook niet zoveel verschil. Aan comedy hangt dat het ook vrij plat kan zijn, maar dat is gewoon slechte stand-upcomedy. Goede stand-upcomedy is hetzelfde als een goede cabaretvoorstelling, zij het dat de comedian directer tot het publiek lijkt te spreken alsof hij in het moment zit’’, zegt Guzman, die zelf verwantschap voelt met cabaretiers als Daniël Arends en Micha Wertheim. Over de grens heeft hij veel waardering voor de Amerikaanse comedian Louis CK en voor de Brit Stewart Lee.

 

‘PLAT GEZEGD MOET HET WEL GRAPPIG BLIJVEN’

 

Guzmans eerste en succesvolle avondvullende solovoorstelling was ‘Doen en laten’. Daarin combineerde hij autobiografische gegevens – zoals het mislukte huwelijk van zijn ouders – met geslaagde grappen en observaties van algemene aard en doorgevoerde redeneringen. Zo viel het hem op dat domme mensen vaak heel zelfverzekerd zijn, terwijl de verstandigen veel grotere twijfelaars zijn.

 

In ‘Een dunne dekmantel’ wil hij nog meer tot de kern doordringen. ,,Ik vind het in de eerste plaats belangrijk dat het amuserend is. Plat gezegd moet het grappig blijven. Met humor kun je het beste tot de kern komen. Ik wil dat een voorstelling een tijdsbeeld geeft. Je mag wel op de actualiteit inzetten, maar dan moet het wel een actualiteit zijn die zeker zo’n twee jaar mee kan. Ik verander wel steeds iets. Daarin ga ik in op de actualiteit. Dat zijn blokjes die ik zo’n beetje wekelijks ververs. Als ik de krant lees, zit ik me voornamelijk te ergeren, en ja, dan komen ze vanzelf, de actuele grappen.’’

 

De titel ‘Een dunne dekmantel’ verwijst naar de manier waarop mensen zich opzichtig anders kunnen voordoen dan ze zijn. ,,Ik zie om me heen dat er dekmantels worden gedragen die ik onnodig vind. Ik zou het mooier vinden als je die zou afwerpen. Ik probeer hem zelf ook af te gooien om zo tot mijn kern te komen. Verder vertelt het programma een waargebeurd verhaal over mijn oom. Hij zat in een, zoals hij het zelf noemde, ‘ouderwets gekkenhuis’ en heeft daar een soort revolutie ontketend.’’

 

Voorstelling ‘Een dunne dekmantel’ door Emilio Guzman. Landelijke tournee tot en met mei 2014. www.grunfeld.nl

 

Augustus, 2013

 

Een bekorte versie verscheen in kranten die zijn aangesloten bij De Persdienst.

UA-37394075-1