Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Emily Dickinson – ’t graf rijst niet hoger voor de held

Eenzelvig en wereldvreemd. Dat is van oudsher het beeld van de legendarische Amerikaanse dichteres Emily Dickinson (1830-1886). Haar poëzie die ze tijdens haar leven bij zich hield als een kloek haar jong, is nu grotendeels in het Nederlands overgezet.

 

Op de beroemde foto’s die zijn overgeleverd ziet Emily Dickinson eruit als een spookverschijning. Een wat frikkerige tante met lijkbleek gezicht, grote ogen, verdwaasde blik, een vlezige neus en een wellustig grote mond. Een foto is een momentopname, maar de mythe is er alleen maar door versterkt. De mythe dat Dickinson een excentrieke en mensenschuwe zonderlinge was die opgroeide in een verstikkende, puriteinse omgeving in de schaduw van haar tirannieke vader. In volstrekte afzondering schreef ze daar haar poëzie over dood en natuur, en bezong ze in verzen de liefde zonder deze aan den lijve te hebben ondervonden.

 

,,Er is mij geen poëzie bekend, die zo weinig lijkt, en zoveel is.’’

 

De mythe is allang ontzenuwd, maar zij blijft onuitroeibaar. Ook nu we weten dat ze in het Amerikaanse provinciestadje Amhurst (Massachusetts) een ‘normaal’ sociaal leven leidde. Wel was ze ziekelijk. Ze leed aan een nierkwaal die haar min of meer aan huis gekluisterd hield. Tijdens haar leven publiceerde ze weinig, na haar dood begon haar zuster Lavinia werk te maken van een uitgave.

Dickinson blijft fascineren, getuige de talrijke biografieën en studies. Haar ‘ontdekker’ in Nederland was Vestdijk die een lyrisch stuk over haar schreef (,,Er is mij geen poëzie bekend, die zo weinig lijkt, en zoveel is’’). Na hem werd haar werk hapsnap vertaald, onder anderen door Jan Eijkelboom, Marko Fondse, Louise van Santen en Willem Wilmink. De laatste maakte van haar erotisch geladen liefdesgedichten mooie, speelse en vrije bewerkingen.

Geheimen

Peter Verstegen, die eerder op lofwaardige wijze poëzie vertaalde van onder anderen Rilke en Baudelaire, is de eerste die een royale keuze uit Dickinsons dichtwerk naar het Nederlands heeft overgezet. ‘Gedichten 1’ verscheen in 2005, het tweede deel onlangs. Ook ‘Gedichten 2’ bevat prachtige poëzie van een ernstige maar speelse geest. De gedichten onderscheiden zich door een verfijnd spel van klank, metrum en (half)rijm. Ze staan vol geheimen maar zijn bij nader inzien toegankelijker dan gedacht. Aanvankelijk schreef Dickinson langere, verhalende gedichten. Gaandeweg werden ze compacter, soms niet langer dan een kwatrijn, zoals het volgende dat als een vrijmoedig aforisme is:

 

,,God heet met recht naijverig

God die niet velen kan

Dat wij het liefste met elkaar

Spelen en niet met Hem.’’

 

Dickinson beschrijft in het volgende vers hoe de ‘democratische’ dood bij iedereen elk moment kan toeslaan:

 

,,’t Graf rijst niet hoger voor de Held

Dan voor de Man – ’t is voor

Het Kind ook niet nabijer dan

Voor stramme Zeventiger –

 

Dit laatst Respijt heeft Bedelman

En zijn Vorstin gewiegd –

Stem gunstig deze Democraat

In Zomermiddaglicht –‘’

 

Exemplarisch voor deze poëzie is dat je er alle kanten mee op kunt. Mede daardoor brengt haar werk nog steeds zoveel pennen in beroering. Al kan een royaal oeuvre als dat van Dickinson niet louter uit hoogtepunten bestaan. Sommige gedichten zijn variaties en herhalingen, lijken niet meer dan een vingeroefening of blijven ondanks de verklarende noten ondoordringbaar als steen. Het knappe van Dickinsons werk is dat ook in een zwak gedicht wel een sterke regel loopt.

Wilmink vertaalde naar de geest van haar poëzie. Verstegen gaat anders te werk, zoals uit deze bundel blijkt, waarin het origineel naast de vertaling is geplaatst. Als een horlogemaker peutert hij het oorspronkelijke gedicht uit elkaar en zet het met Zwitsers precisiewerk in het Nederlands weer in elkaar. Dat bij vertaalde poëzie iets van het origineel verloren gaat, is bijna onvermijdelijk. In het ergste geval wordt de adem uit het gedicht geblazen waardoor een bezield vers in vertaling een bloedeloze indruk maakt.

Helaas gebeurt dat hier nogal eens. Ook het melodieuze Engels van Dickinson weet Verstegen in zijn hang naar perfectie niet altijd over te brengen. De dwang om het origineel te evenaren levert soms verwrongen constructies op:

 

,,Hem leiden naar de bron

Doen horen hoe het drupt

Herinnert Hem weer, zou het niet

Aan zijn gestrafte lip?’’

 

In andere gevallen is het resultaat bevredigender, zoals de vertaling van het vers dat Dickinson noteerde op een gescheurde envelop:

 

,,Een niet erkennen van de wond

Tot die zo’n gaping kreeg

Dat mijn Bestaan er binnenging

En nog bleef plaats genoeg –

 

Het simpel deksel sluiten dat

Openging naar de zon

Totdat de tedere Timmerman

’t Voorgoed vernagelen kon –‘.

 

Emily Dickinson: ‘Gedichten 2’. Vertaald en van commentaar voorzien door Peter Verstegen. 572 blz, uitgeverij G.A. van Oorschot.

 

Juli, 2007

UA-37394075-1