Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Emmanuel Bove, een ziekelijk bescheiden eenling

Een kleine dertig jaar geleden gold Emmanuel Bove als een geheimtip. Hij verwierf toen ook hier een kleine schare trouwe lezers. Daarna werd het weer stil rond de Franse schrijver. Met ‘De liefde van Pierre Neuhart’ is hij terug in de belangstelling.

 

Emmanuel Bove (1898-1945) is zo’n schrijver die telkens opnieuw ontdekt wordt. Het zijn golfbewegingen. De aandacht zakt weg en hij komt ineens weer bovendrijven. Dat is al een halve eeuw het geval. Niet alleen in Frankrijk, ook bij ons, waar een kwart eeuw geleden, onder anderen, Wim de Bie en recentelijk Kees van Kooten warme pleitbezorgers zijn van Boves werk.

En gezien de schare trouwe liefhebbers, de ‘Boveanen’, zal de schrijver voorlopig gelezen blijven worden. En terecht. Emmanuel Bove schreef tijdloze romans, die in omvang eerder novellen zijn, over ‘tijdloze’ figuren die zich tussen droom en desillusie in al hun onbeholpenheid door een broos bestaan stuntelen.

 

‘De liefde van Pierre Neuhart’ – de in 1928 gepubliceerde roman is nu voor het eerst in een (mooie) Nederlandse vertaling van Mirjam de Veth verschenen – vertelt over een Parijzenaar die als jongeman een losbol, een uitvreter is. De Eerste Wereldoorlog, waarin hij als soldaat vecht, maakt hem volwassen. De grindhandelaar ontmoet als veertiger de zeventienjarige Éliane, raakt hopeloos verliefd.

 

‘Ze was voor hem een verrukkelijk wezen, dat van hem was, voor wie hij lief moest zijn om het niet af te schrikken, een diertje dat hij moest bewaken om te zorgen dat het niet ontsnapte.’

 

Zij is aanvankelijk even onzeker als Pierre zelf, maar weldra maakt ze misbruik van zijn verliefdheid, als een snel verveelde, egocentrische Lolita avant la lettre. Ze vernedert en bespeelt hem en hij laat het zich allemaal welgevallen. Ze is nog een kind, maar voor Pierre het toonbeeld van de volmaakte schoonheid voor wie hij, als gevangene van zijn eigen hopeloze verliefdheid, door het stof gaat: ‘Maar het merkwaardigste was dat het nooit bij hem opkwam dat zij niet van hem hield. Hij vroeg niet meer van haar dan van een vogeltje. Ze was voor hem een verrukkelijk wezen, dat van hem was, voor wie hij lief moest zijn om het niet af te schrikken, een diertje dat hij moest bewaken om te zorgen dat het niet ontsnapte.’

Buitenstaanders

Van meet af aan weet je dat dit fout gaat aflopen. Opzienbarend is het verhaal niet. Het gaat om de meeslepende manier waaróp het verteld wordt. Pierre is, zoals vrijwel al Boves ‘helden’, een buitenstaander, een tragische en aandoenlijke figuur, die met hoge verwachtingen begint maar uiteindelijk met lege handen achterblijft. Hij wil erbij horen maar voelt zich nergens thuis.

Hij droomt van betere tijden maar laat elke kans als zeep door zijn vingers glippen. Pierre verliest niet alleen de greep op zijn omgeving, maar vooral op zichzelf. Met even verfijnde als meedogenloze scherpte sloopt de stilistisch sobere maar hoogst effectieve Bove zijn held, zoals Bove ál zijn helden met groot psychologisch inzicht naar de onontkoombare afgrond leidt.

Geverfd konijnenbont

Schitterend is het slot. Als Pierre zijn grote liefde na enkele jaren weerziet, schrikt hij van de verandering die ze, net als hijzelf overigens, heeft ondergegaan. Het beeld van het beeldschone meisje dat al die tijd door zijn hoofd spookte, stemt bepaald niet meer overeen met de sjofele vrouw, gehuld in een jas afgezet met geverfd konijnenbont en met onverzorgde nagels, die in een Parijs café naast hem aanschuift. Maar dan is het al te laat.

De productieve Bove, min of meer ontdekt door de beroemde Franse schrijfster Colette, publiceerde na zijn succesvolle debuut ‘Mes amis’ (1922, ‘Mijn vrienden’) tot het begin van de Tweede Wereldoorlog de ene roman na de andere. Voor Bove was het leven een voortdurende strijd. En dat vond zijn weerslag in zijn werk. Wie dacht dat hij het gemaakt had, kon het volgende moment alle wapenen uit handen worden geslagen. Zijn antihelden hunkeren naar liefde, succes en fortuin, die ze als ze deze menen te hebben gevonden weer net zo gemakkelijk kwijtraken.

 

Bove wist, net als zijn vader, ‘vrouwen te charmeren met zijn woorden’.

 

Bove kende het uit eigen ervaring. Hij had een Russisch-joodse vader (die eigenlijk Bobovnikoff heette) zonder beroep en een Luxemburgse moeder die dienstbode was. Hij groeide op bij zijn geliefde stiefmoeder, de schilderes Emily Overweg. Zowel in zijn jeugd als carrière wisselden perioden van armoede en voorspoed zich af.

Hij kwam in contact met de grote schrijvers en kunstenaars van zijn tijd, zonder echt een van hen te worden. Privé was zijn leven rusteloos en chaotisch. Hij wist net als zijn vader ‘vrouwen te charmeren met zijn woorden’, hij trouwde, had avontuurtjes, totdat hij in 1928 de ruimdenkende beeldhouwster Louise Ottensooser ontmoette met wie hij tot aan zijn dood gehuwd bleef.

Dat Bove, die in één adem met Proust en Dostojevski werd genoemd, na zijn dood vrij snel in de vergetelheid geraakte, wordt geweten aan zijn ‘ziekelijke bescheidenheid’. Hij wilde niet opvallen en verkoos de luwte te midden van het literaire geweld van andere, publiciteitsbewustere schrijvers. Hij was als schrijver bovendien een eenling, met een volstrekt eigen geluid, stijl en toon.

Het verklaart íets, maar het kan niet de enige reden zijn geweest. Plausibelere reden is dat na 1945, toen Europa zijn wonden likte en er vooral behoefte was aan hoop en optimisme, weinig lezers zaten te wachten op Boves universum, dat weliswaar weinig opbeurend was, maar het bestaan niet mooier maakte dan het was.

 

Emmanuel Bove: ‘De liefde van Pierre Neuhart’, 134 blz, uitgeverij Coppens & Frenks. Vertaald en van een uitvoerig nawoord voorzien door Mirjam de Veth.

 

April, 2013

 

Eerder in een verkorte versie gepubliceerd in kranten die zijn aangesloten bij De Persdienst.

 

UA-37394075-1