Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Erwin Mortier: ‘Het is slikken en huilen’

De moeder van de Belgische schrijver Erwin Mortier lijdt sinds haar 57e aan Alzheimer. De zoon schreef er een boek over, ‘Gestameld liedboek. Moedergetijden’. ,,Ik kijk er niet op neer dat literatuur een soort fundamentele troost en herkenning kan bieden.”

 

De concrete aanleiding voor zijn boek was dat bij zijn moeder op betrekkelijk jonge leeftijd de diagnose alzheimer werd vastgesteld. ,,Dat was een schok,” zegt de schrijver met zachte stem. ,,Dat is het natuurlijk voor ieder die dit noodlot moet treffen. Daarbij, mijn moeder was nog zo jong.”

 

In zijn alom bejubelde grote roman ‘Godenslaap’ (2008, AKO Literatuurprijs 2009) beschrijft Erwin Mortier in een superieure stijl de waanzin en tegelijk de verleidelijke kanten van de Eerste Wereldoorlog. Dat doet hij vanuit het perspectief van een stokoude vertelster. Wereldgeschiedenis versus de nietigheid van de mens. In zijn autobiografische ‘Gestameld liedboek’ houdt hij het kleiner, gaat het om de ontluistering van een enkel individu en wat dit met de naaste omgeving doet. Mortier vertelt tegelijk een universeel verhaal dat niet in één streek geschreven kon worden, maar verbrokkeld en fragmentarisch probeert te bedwingen wat zich niet eenvoudig laat beteugelen.

Mortiers moeder onderging twee jaar voordat dementie werd geconstateerd een ingrijpende operatie. ,,Ze had een beginnende borstkanker. Waar we gelukkig tijdig bij waren. Iedereen haalde opgelucht adem.” Kort daarop sloeg het monster van alzheimer toe. ,,We merkten dat er iets mis was met haar. Ze was haar rust verloren. We dachten eerst dat het door die operatie kwam, ze had immers in korte tijd veel meegemaakt. Een depressie waarvoor ze tijd nodig had om eruit te klauteren. Totdat ze op een dag letterlijk met haar neus tegen de boekenkast aan stond, vroeg of ik bezig was aan iets nieuws en niet op het woord boek kon komen. Mijn wederhelft zei toen: we moeten haar laten onderzoeken. De neuroloog zei al snel dat alles wees op een dementie.”

Achteraf was er nog iets wat op de ziekte duidde. Zijn moeder, voor wie koorzang een grote passie was, stopte ineens met zingen. ,,Ze heeft op latere leeftijd met ons leren noten lezen. Het laatste wat ze leerde viel als eerste weg.”

 

‘Of je nu tachtig bent of ouder, je wenst het niemand toe.

Het is een lot dat je je ergste vijand niet toewenst.’

 

Alzheimer openbaart zich meestal bij mensen die ouder zijn dan 65 jaar. ,,Of je nu tachtig bent of ouder, je wenst het niemand toe. Het is een lot dat je je ergste vijand niet toewenst. Ik maakte meteen notities, schetsen, die ik een koffer heb gegooid, met het idee om er later misschien iets mee te doen. Om het maar op afstand te houden, maar ik werd er toch weer steeds naartoe gezogen.”

De ziekte had (en heeft) ook zo zijn weerslag op zijn eigen functioneren en op zijn familie. ,,Ik merkte dat naarmate het ziekteproces ingrijpender werd, ik op een gegeven moment niet meer kon herinneren hoe mijn moeder was toen ze nog gezond was. Alsof er een alzheimer in ons allen was gedrongen, ook bij de anderen in de familie. Alsof er in al onze hoofden een soort grijze vieze betonnen muur was geplaatst die ons de toegang ontzegde tot de goeie herinneringen. Ik begon mijn gevoel voor poëzie te verliezen, alsof het niet doordrong. Ik schreef ook steeds minder, ik had het gevoel dat de wereld mij niet meer kon ontroeren of verbijsteren.”

Toch keerde hij meer intuïtief dan beredeneerd steeds terug naar het schrift met notities. ,,Een dik jaar geleden, dacht ik, die schrijver in mij is intelligenter dan ikzelf. Hij stuurt mij steeds weer naar dit boek. Ik ben ervan overtuigd dat schrijven altijd reageert op iets wat moet geschreven worden. Schrijven is voor mij ook jezelf leren in functie te stellen van die schim die niet de schrijver is maar de persoon die ik zelf amper ken.”

 

Tijdsbesef valt weg. Het onbekende wordt almaar groter.’

 

Mortier weet in ‘Gestameld liedboek’ op indringende wijze de ontreddering en de ontluistering in woorden te vatten, de manier ook waarop zijn moeder geestelijk aftakelt en steeds afhankelijker wordt. Dat doet hij in proza dat vervloeit in poëzie en poëzie die overgaat in proza. De taal als strohalm, als reddingsboei voor een proces van verbijstering, ontluistering en acceptatie. We lezen wat alzheimer doet, hoe de ziekte huishoudt in een op het oog aanvankelijk nog gezond lichaam.

Mortier: ,,Tijdsbesef valt weg. Het onbekende wordt almaar groter. Nu is het zover dat ze, als mijn vader op bezoek komt, in de auto blijft zitten. Ze is te angstig. Hoe kleiner haar herkenningshorizon wordt, des te sterker komt de angst terug. Als wij neerslachtig zijn en het gaat niet goed, hebben wij tenminste nog onze herinneringen aan betere perioden.”

De ziekte eindigt in totale ontluistering maar begint nog relatief ‘onschuldig’. Als zijn moeder in de badkamer is, smeert ze haar gezicht vol tandpasta in de veronderstelling dat het make-up is. Gaandeweg krijg je meer over de moeder zelf te lezen, over wie en hoe ze was, en krijgt de schrijvende zoon, geleidelijk aan meer grip op zijn eigen herinneringen, alsof het verleden zich weer voor hem opent. ,,Het was ineens alsof op mijn hersenen weer licht viel. Ik had het gevoel dat ik op een haast narratieve manier haar het leven kon terugschenken. Dat was een ontroerende, intieme ervaring.”

Zijn moeder zit nu in een rolstoel. ,,Met zo’n soort tafeltje ervoor. Daarmee is haar wereld begrensd. Zo groot is haar wereld nog. Dat is soms moeilijk. Je denkt vaak dat het went. Zeker in de perioden dat ze sterk achteruitgaat. Soms is er een opflakkering, een glimlach. Dan voel je wat dat met je doet en is alle rationaliteit weg. Ik denk niet dat het went. Zeker niet als ik denk aan de levendige, zeer levenslustige extraverte vrouw die ze altijd geweest is.”

 

‘Ja, ik ben er wel mee bezig, absoluut, maar

ik ben toch meer bezig met mijn ervaringen

met de sterfelijkheid in zijn algemeenheid.’

 

Is hij nooit bang dat deze ontluistering ook de weg is die hij zal gaan? ,,De ouders van mijn moeder zijn in de negentig geworden. Ze waren op hoge leeftijd vrij helder, hun hersenen raakten hooguit door ouderdom wat versleten. Mijn moeder komt uit wat we in Vlaanderen noemen een oude struik, familie waarin iedereen vrolijk de tachtig haalt. Ja, ik ben er wel mee bezig, absoluut, maar ik ben toch meer bezig met mijn ervaringen met de sterfelijkheid in zijn algemeenheid.”

Mortiers vader – zijn ouders zijn een halve eeuw samen – blijft deels de zorg voor zijn moeder op zich nemen, met een zeker schuldgevoel dat zwaar op zijn gemoed drukt. De zoon heeft het manuscript vooraf laten lezen aan degenen die erin figureren. ,,Ze zeiden, het is heel herkenbaar. Het is een paar keer slikken en huilen, maar ze vinden het in alle hardheid ook een troostrijk boek. Mijn vader was er ontroerd door. Ik kijk er ook niet op neer dat literatuur een soort fundamentele troost en herkenning kan bieden. Dat je met de nodige distantie, waardigheid en stilistiek een werkelijkheid onverbloemd kunt weergeven. Ik denk, zonder valse bescheidenheid, dat het me wel gelukt is.”

In één fragment haalt de zachtmoedige schrijver fel uit naar degenen die met morele superioriteit het bestraffende vingertje wijzen naar wie kiest voor euthanasie. Mortiers moeder beschikte niet over een wilsbeschikking. Dat was wel het geval bij zijn collega-schrijver en goede vriend Hugo Claus, die de zachte dood verkoos toen zich bij hem alzheimer openbaarde. ,,Ik weet welke dilemma’s dat veroorzaakte. Mijn ouders hebben die optie nooit overwogen. Ik heb dat altijd als moreel evenwaardig gezien.”

,,Ik heb het voorrecht gehad om de laatste jaren van Hugo Claus van vrij nabij te hebben mogen meemaken. Ik heb Hugo letterlijk horen zeggen: ik wil geen Reve-scenario, ik wil niet als een plant in een rolstoel. Volgens onze wetgeving moet je die beslissing zelf nemen, als je daartoe bekwaam bent, dus helder genoeg.”

,,In de week dat hij stierf zei de Belgische kardinaal op de kansel dat het lijden uit de weg gaan geen blijk van heldenmoed was. Hugo had mij voordien al gevraagd op zijn uitvaart te spreken. Ik kon dat voorval toen niet laten passeren. Als de kardinaal had gezegd: wat Claus heeft gedaan kan ik als katholiek en aartsbisschop niet accepteren, had dat nog mijn respect gehad. Ik dacht: ik moet man en paard noemen, hem erop aan spreken. Ik zei dat het vieren van de eigen morele superioriteit boven een opgebaard lichaam geen heldendaad was. ‘U moest u schamen, kardinaal’.”

 

Erwin Mortier: ‘Gestameld liedboek. Moedergetijden’, 192 blz., uitgeverij De Bezige Bij.

 

Erwin Mortier

 

De Belgische schrijver en dichter Erwin Mortier (1965), die opgroeide in het Vlaamse dorp Hansbeke nabij Gent, vestigde zijn naam met de romans ‘Marcel’ (1999) en ‘Mijn tweede huid’ (2000). Zijn vijfde roman ‘Godenslaap’ (2008) werd niet alleen door de kritiek bejubeld, het betekende ook zijn doorbraak naar het grote publiek.

Heeft dat succes hem veranderd? ,,Ik denk dat een schrijver twee rampzalige dingen kan doen. Hij kan zichzelf identificeren met het succes. Dan loop je het grote risico dat je, zoals wij in Vlaanderen zeggen, zot wordt van glorie. En als je te weinig succes hebt en het allemaal aan jezelf wijt, word je knap depressief. Er zijn zoveel factoren die een schrijver niet zelf kan bepalen. De lezersmarkt is notoir onbespeelbaar, onberekenbaar. Je begeeft je sowieso in onzekerheid. Het is de democratie van de lezer. Wat dat betreft ben ik heel blij dat mijn boeken de weg naar de lezer vinden, dat ik erkenning vind. Maar het is niet zo dat ik mezelf nu in de spiegel met andere ogen bekijk.”

 

Augustus, 2011

UA-37394075-1