Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Fik Meijer: ‘Mandela is voor mij een superheld’

De status van grote figuren als John F.Kennedy en John Lennon, Napoleon en Nelson Mandela, moeder Theresa en Madonna is terug te voeren tot die van de helden in de antieke oudheid. Classicus Fik Meijer (1942, Leiden) verdiepte zich in uiteenlopende typen helden en heldinnen uit de Griekse en Romeinse tijd, en schreef er ‘Bejubeld & verguisd’ over. ,,Zonder mythevorming geen heldenstatus.’’

 

Over helden en heldinnen uit de klassieke oudheid

 

In zijn boek passeren dertig portretten van krijgers en verzetsstrijders, politici en wijsgeren, slavenleiders en erudiete of rebelse vrouwen, wetenschappers en topsporters, culthelden en gevallen helden. En allen zijn ze representatief voor de antieke oudheid. Een tijdvak dat altijd al tot de verbeelding heeft gesproken en waarvoor de fascinatie de laatste jaren alleen nog maar lijkt te zijn toegenomen, zeker wat de Romeinse tijd aangaat.

,,Ik denk inderdaad dat dit zo is’’, zegt Fik Meijer in het Bungehuis van de Universiteit van Amsterdam, waar hij tot zijn emeritaat in 2007 hoogleraar was. ,,Dat komt enerzijds door films als ‘Gladiator’. Anderzijds door de grote imperia die nu in crisis zijn. Tijdens mijn afscheidscollege in december 2007 legde ik al een verband tussen de val van het imperium Romanum en dat van het imperium Americanum.’’

Meijer begon in 2004 over ‘Bejubeld en verguisd’ na te denken. ,,Toen was de verkiezing van de Grootste Nederlander, met Pim Fortuyn als winnaar. Ik verbaasde me over de uitkomst én over de verkiezing zelf. Het is op z’n zachtst gezegd raar om appels met peren te vergelijken. Hoe kun je Willem van Oranje nu vergelijken met Vincent van Gogh, Rembrandt met Michiel de Ruyter en Vadertje Drees met Erasmus? Dat is onzin.’’

 

‘Mandela kwam en ineens was iedereen bladstil.’

 

Meijer trekt de lijn van de oudheid moeiteloos door naar het heden. ,,Toen Pim Fortuyn werd uitverkozen, zei dat iets over onze samenleving, die op dat moment volslagen op drift was. En zo kun je ook aan de oude helden zien hoe die samenleving geordend was. Nelson Mandela is voor mij een superheld. Maar in de oudheid zou hij geen held geweest zijn, want hij tornde aan een samenleving die door het blanke apartheidsregime was geordend. Dat zou nooit welvoeglijk over hem geschreven hebben.’’

Mandela voldoet wel aan alle criteria van de universele held. ,,Ik herinner me nog goed dat hij vijftien jaar geleden in Leiden een eredoctoraat kreeg. Ik stond langs de route. De koninklijke familie passeerde. Mandela kwam en ineens was iedereen bladstil. Er ging een enorme bekoring van zijn verschijning uit. Toen hij na anderhalf uur terugkeerde gebeurde er precies hetzelfde.’’

,,Een jaar of acht geleden was ik op Robbeneiland – ik heb een Groningse Zuid-Afrikaan als schoonzoon. Ik was op de plek waar die man 27 jaar steentjes heeft moeten bikken in de brandende zon. Het is van een zeldzaamheid dat hij ongebroken was en de grootheid kon opbrengen om zo gematigd te zijn.’’

 

‘In de ‘Ilias’ komt het archetype van de held voor,

Achilles, de eenzame strijder voor eer en roem.’

 

Meijer begint zijn boek bij Homerus, acht eeuwen voor Christus. ,,Toen werden helden voor het eerst bij naam en toenaam genoemd. In de ‘Ilias’ komt het archetype van de held voor, Achilles, de eenzame strijder voor eer en roem, die zich aan niets of niemand iets gelegen laat liggen. Dat is een oertype.’’

En bestaat die nog, dat oertype? ,,Nee. Dat kan bijna niet meer. Dan krijg je bijna Ramboachtige figuren. Er zullen vast mensen zijn die dat type waarderen, maar dat is in onze samenleving bijna niet meer te doen, alleen voor eigen eer en roem.’’

In de oudheid was mythevorming de opstap naar heldendom. ,,Grote sporters kregen die status pas als ze omweven waren met verhalen. Milo van Croton was een groot worstelaar, meer weten we daar niet van. Wel weten we dat hij beresterk was. Dat hij een koord om zijn hoofd kon laten knappen en dat hij op een bol ingesmeerd met olijfolie kon staan, waar niemand hem vanaf kon krijgen. Door dat soort verhalen kreeg hij de heldenstatus.’’

 

‘Sporthelden zijn vedetten geworden.’

 

Sporthelden zijn er nog steeds. ,,Om met Freek de Jonge te spreken: sporthelden zijn vedetten geworden. Maarten van der Weijden is wél een echte sportheld, omdat er een verhaal achter zit. Hij heeft een dodelijke ziekte overwonnen, wordt olympisch kampioen, krijgt de heldenstatus en geeft dat heldendom weer op omdat hij stopt met zwemmen. Schaatser Sven Kramer, die weergaloos is, wordt misschien nog wel vijf of zes keer wereldkampioen en olympisch kampioen op de vijf en tien kilometer. Het is bijna vanzelfsprekend geworden. Dus krijgt hij niet meer de status van held, maar die van een geweldig sportman.’’

,,De winnaar van de Elfstedentocht van 1929, Karst Leemburg, een Friese kolenboer uit Leeuwarden, verloor een teen. Dat heeft meteen geleid tot een heldenstatus. Om wielrennen hangt de doem van doping en onzuiver spel. Dan is het moeilijk om de status van held te krijgen.’’

En Barack Obama? ,,Hij is (we spreken anno 2008, ndb) voor velen nu al een held. Maar hij moet het toch nog maar even waarmaken. De start is veelbelovend, maar hij heeft als president straks een enorme last te dragen. Die man heeft het beslist in zich om een held te worden, maar het kan ook de kant van Alcibiades opgaan. De mooiste jongen van zijn tijd. Een kwajongen. De Athener deed het met mannen en vrouwen, had alles van een held in zich, maar was politiek hoogst onbetrouwbaar. Hij is diep gevallen. Dat komt vaker voor. Mensen die onder een supergesternte geboren lijken te zijn maar er uiteindelijk een puinhoop van maken. Ze worden tijdelijk bejubeld, daarna valt verguizing hun ten deel. Of vice versa. Het ligt dicht bij elkaar.’’

 

‘Socrates koketteerde met zijn vermeende

eenvoud, want hij was zo ijdel als hij groot was.’

 

Alle helden in Meijers boek onderscheiden zich door een sterk tot de verbeelding sprekend verhaal, of ze nu bejubeld of verguisd zijn. Zo zet Meijer de edele oerheld Achilles tegenover de lelijke wijsgeer Socrates, wiens ideeën bij de heersende klasse op grote achterdocht stuitten. ,,Socrates leefde in het democratische Athene, maar moest daar niets van hebben. Hij was een eenling op zoek naar de waarheid, maar in een democratie kun je foute uitkomsten hebben. Daar gaat Socrates tegenin. Daarnaast koketteerde hij met zijn vermeende eenvoud, want hij was zo ijdel als hij groot was. Het aardige van de briljante Socrates was dat hij onverstoorbaar verder ging met het verkondigen van zijn ideeën. Hij ging ermee door tot het hem de kop kostte.’’

Zoals Plato later de ideeën van Socrates verspreidde, zo verbreidde de apostel Paulus het christendom. ,,Het kan best zijn dat Plato Socrates van alles in de mond legt. Hetzelfde geldt voor het christendom. Jezus heeft geen letter op papier gezet en dus ben je afhankelijk van de brieven van Paulus en de evangeliën. Paulus kon die niet hebben gelezen omdat ze later kwamen. De vraag is dus: wat voor christendom hebben wij? Hebben wij een paulinisch christendom of wat anders?’’

Een geduchte tegenstander van de Romeinen kon nog zo heldhaftig zijn, hem viel slechts verachting ten deel. ,,De Romeinen waren zo chauvinistisch als het maar kon. De Romeinse historicus Livius schrijft over Hannibal negatief. Ook over slavenleider Spartacus schreven de ouden negatief. Pas in de negentiende eeuw, als onze marxistische broeders en zusters met sociale revoluties komen, springt hij eruit als iemand die opkomt voor de verworpenen der aarde. Voor Karl Marx was het de beroemdste kerel die er bestond!’’

,,De Galliër Vercingetorix maakte Caesar een jaar lang het leven zuur. Het zag er zelfs even naar uit dat de Galliërs de Romeinen helemaal zouden verslaan. Caesar besteedt daar geen letter aan. Pas in latere bronnen duiken de andere verhalen op.’’

,,Attila de Hun wordt door de christenen als een antiheld gezien. Op zeker moment ontmoet hij in Frankrijk de bisschop, die zegt dat hij de man Gods is. Waarop Atilla zegt: ik ben de gesel Gods. Ja, dat zijn verhalen die de mythevorming versterken.’’

 

‘Dat een vrouw rond 60 na Christus een

leger van 80 tot 100.000 man op de been

kreeg, was een geweldige prestatie.’

 

Bijzonder is het verhaal van de Britse legerleidster en amazone Boudicca, een soort feministe avant la lettre, die jarenlang de schrik van de Romeinen was. ,,Dat een vrouw rond 60 jaar na Christus een groot leger van 80 tot 100.000 man op de been kon krijgen, was een geweldige prestatie. Later oordeelden de Romeinen iets gunstiger over haar. De Romeinse geschiedschrijver Cassius Dio vergelijkt Boudicca anderhalve eeuw later met Nero. Hij schrijft: Had Nero maar iets in zijn donder gehad van Boudicca, dan zou het in het Romeinse Rijk veel beter zijn gegaan.’’

 

Fik Meijer: ‘Bejubeld & verguisd. Helden en heldinnen in de oudheid’. Uitgeverij Athenaeum – Polak & Van Gennep, 400 blz.

 

De mens zelf

verandert niet’

 

Historicus en classicus Fik Meijer groeide in Leiden op in een groot katholiek gezin. Hij was leraar klassieke talen en werd in 1992 bijzonder hoogleraar zeegeschiedenis van de klassieke oudheid aan de Universiteit van Amsterdam. Vanaf 1999 was hij daar hoogleraar oude geschiedenis. In 2007 ging hij met pensioen. Hij woont in Oegstgeest, heeft twee kinderen en een aantal kleinkinderen.

Meijers boeken over de oudheid onderscheiden zich door een voortreffelijke penvoering en grote toegankelijkheid, zonder afbreuk te doen aan de stof. Zijn bekendste boeken zijn ‘De oudheid is nog niet voorbij’, ‘Wagenrennen. Spektakelshows in Rome en Constantinopel’ en ‘Gladiatoren: volksvermaak in het Colosseum’. Zijn collega’s kenden hem in 2005 de Oikos publieksprijs toe.

,,Het schrijven gaat me veel gemakkelijker af dan vroeger. Ik ben ook niet meer bang dat collega’s over mijn schouder meekijken. Ik heb de indruk dat ze het best aardig vinden wat ik doe, dat ik het op een integere manier goed leesbaar breng en het vak nog eens ook verbreid onder mensen die er wellicht anders niet mee in aanraking zouden komen.’’

Meijer is een enthousiasmerende verteller. ,,Als je iets doet moet je dat met een zekere passie doen. En de oudheid is buitengewoon boeiend omdat die ons een spiegel voorhoudt. We kunnen er een hoop van leren.’’

Hij ging in 2007 met emeritaat, maar is nog lang niet uitgeschreven. ,,Af en toe kom ik nog op de Universiteit van Amsterdam, want ik heb nog een paar promovendi. Maar het is heerlijk om thuis te werken. Ik heb nog zoveel onderwerpen.’’

Zo gaat ‘De hond van Odysseus’ over de complexe, gespleten relatie tussen mens en dier in de oudheid. ,,Aan de ene kant heeft de mens respect voor dieren. Aan de andere kant deinst hij er niet voor terug om er duizenden tegelijk in de arena af te slachten.’’

Die dubbelhartigheid bestaat toch nog steeds? ,,Zeker. Mijn stelling luidt dat de mens van toen dezelfde deugden en ondeugden, jaloezieën en verlangens had als wij nu. Onze maatschappij verandert razendsnel, en de mens moet zich daaraan steeds aanpassen. Maar de mens zelf verandert niet.’’

 

December, 2008

UA-37394075-1