Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Franz Kafka en ’De gedaanteverwisseling’ – Wakker worden als griezelig beest

De opmerking ’het is net Kafka’ en het adjectief kafkaësk staan voor iets wat beklemmend is, voor een sinistere sfeer of een bureaucratisch doolhof. Maar klopt dit ook?

 

Helemáál onjuist is het niet, maar correct evenmin. Want waarlijk kafkaësk, ontleend aan het werk van de Duitstalige schrijver Franz Kafka (Praag, 1883-1924), is juist de vervreemding die van zijn werk uitgaat. Wat absurd en bizar lijkt, wordt bij Kafka heel gewoon. En het ongewone dat zo gewoon, zo alledaags wordt, dát geeft Kafka’s werk juist de beroemde, huiveringwekkende beklemming die we kafkaësk noemen.

 

Neem het begin van ’Die Verwandlung’ (1915), niet alleen een van Kafka’s beroemdste verhalen, dat van Gerda Meijerink en Willem van Toorn een nieuwe vertaling kreeg (met een mooie zwarte kever en miniaturen van het kriebelbeest op het omslag), maar ook een van de beroemdste uit de wereldliteratuur:

 

’Toen Gregor Samsa op een ochtend ontwaakte uit onrustige dromen, ontdekte hij dat hij in bed was veranderd in een reusachtig eng beest. Hij lag op zijn pantserachtig harde rug en wanneer hij zijn kop een beetje optilde, zag hij zijn gewelfde, bruine, uit boogvormige stijve delen samengestelde buik, met daar boven op de deken, die op het punt stond er helemaal af te glijden en nog net wist te blijven liggen. Voor zijn ogen wiebelden zijn vele, vergeleken met zijn verdere omvang jammerlijk dunne pootjes hulpeloos heen en weer. ’Wat is er met me gebeurd?’ dacht hij. Het was geen droom. Zijn kamer, een echte, alleen wat te kleine mensenkamer, lag rustig tussen de vier welbekende muren.’

 

De hoofdpersoon van dit fantastische verhaal raakt niet in paniek, hij denkt niet: wat afschuwelijk, ik ben veranderd in een afzichtelijke zwarte kever. Nee, hij maakt zich zorgen over zijn werk, hij schaamt zich tegenover zijn ouders en zuster, tegenover zijn collega’s, want hij zal, voor het eerst in zijn carrière, te laat op zijn werk komen. En terwijl hij als een armzalig insect hulpeloos met zijn pootjes ligt te spartelen, bedenkt hij hoe hij straks, wanneer alles weer normaal zal zijn, zich hierover bij zijn baas moet verantwoorden.

 

Wat voor Samsa geldt, geldt voor de meeste van Kafka’s personages. Hoe ongerijmd hun situatie ook is, ze aanvaarden hun lot. Hoezeer de logica buiten het verhaal ook zoek moge zijn, daarbinnen is deze volstrekt acceptabel. Dat is de kracht en tegelijk het geheim van Kafka.

 

VLUCHT

 

De in een insect veranderde handelsreiziger Samsa droomt niet, maar bevindt zich mídden in een boze droom. Zijn collega van kantoor slaat op de vlucht bij de aanblik van dit kleine monster van menselijke omvang. De ouders en de zus van Gregor wachten af, hopend dat zoon- en broerlief op een dag weer zal transformeren in een ’normaal’ mens. De zus brengt hem voedsel, eerst wat de pot schaft, later kliekjes. Het beest scharrelt wat rond in zijn kamer, kruipt tegen muren en plafond op, verstopt zich onder de canapé om te voorkomen dat de radeloze moeder haar ongelukkige zoon in de gedaante van die onooglijke zwarte kever te zien krijgt. Gregor overdenkt zijn situatie, aanvankelijk nog als mens maar gaandeweg ’verdierlijkt’ hij.

 

Verbeeldt Kafka hier zijn angst voor de buitenwereld?

 

Die Verwandlung’, vertaald als ’De gedaanteverwisseling’, roept veel vragen op. Welke betekenis moeten we aan deze gedaanteverwisseling verbinden? Moet Gregor Samsa gestraft worden? Maar als hij schuldig is – waaraan dan (in dat opzicht is het verhaal verwant aan Kafka’s roman ‘Het proces’)? In hoeverre is Samsa een verkapt zelfportret van de schrijver? Verbeeldt Kafka hier zijn angst voor de buitenwereld? Is het verhaal een allegorie, een existentiële vertelling van een eenzame zoon in zijn kansloze strijd tegen zijn familie?

 

Of speelt hier het thema van de vader versus de zoon, zoals in meer verhalen van Kafka (die zijn tirannieke vader verafschuwde). Vragen, vragen, vragen. Interpretaties te over, zoals er al zoveel over ’Die Verwandlung’ en het overige werk van de jong aan tbc gestorven Kafka is gezegd en geschreven.

 

LACHSTUIP

 

Kafka’s werk, waarvan het meeste (dankzij zijn vriend Max Brod) pas na zijn dood werd gepubliceerd, is voer voor literatuurwetenschappers. Hij is nu eenmaal voor velerlei en niet zelden tegengestelde uitleg vatbaar. Wat soms buitengewoon komische reacties oplevert. Wat de ene lezer doet huiveren, bezorgt de andere een lachstuip.

Een vriend van Kafka beschouwde ’De gedaanteverwisseling’ als een religieuze en ethische parabel. Bertolt Brecht las de novelle als het werk van ’de enige waarachtig bolsjewistische schrijver’. Voor Vladimir Nabokov was het een allegorie over de levensangst van de adolescent. Zelf vond ik het, toen ik het een kwart eeuw geleden voor het eerst las, vooral onwaarschijnlijk grappig. Misschien vond Kafka dat zelf ook wel, want, zo hebben getuigen later bevestigd, hij moest zelf vaak lachen om de grappen die hij door zijn proza strooide.

 

VERSTERVING

 

Hoe het zij, ’De gedaanteverwisseling’ intrigeert en verbluft nog altijd, vanwege de ijzeren logica, de heldere en exacte taal en de ’gewone’ toon die Kafka weet vol te houden tot aan de versterving van het armzalige insect. Maar hoe fantastisch ook, Kafka schreef niet voor het vermaak. Voor hem moest een boek prikkelen, bijten, steken. Aan een vriend schreef hij: ’Als het boek dat we lezen ons niet wakker schudt als een klap op de schedel, waarom zou je dan de moeite nemen?’

 

Franz Kafka: ’De gedaanteverwisseling’ (Die Verwandlung), 103 blz, Kleine Bellettrie Serie, uitgeverij Athenaeum – Polak & Van Gennep, Amsterdam.

 

Juni, 2001

UA-37394075-1