Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Friedrich Nietzsche – Na de waanzin de eeuwige roem

Was Nietzsche een genie, een briljante zonderling of een megalomane mafkees? Wat is anno 2000, honderd jaar na zijn dood, de betekenis van dit fenomeen? Wordt de 19e-eeuwse filosoof nu meer als schrijver dan als denker gewaardeerd? Hebben zijn ideeën nog kracht? Of is Nietzsches gedachtegoed zo tegenstrijdig, zo grotesk, is hij iemand die zichzelf zo vaak tegenspreekt en corrigeert, dat hij zijn opvattingen zelf al onschadelijk heeft gemaakt?

 

Een geniale gek of een gek genie, wat doet het ertoe, het zijn maar woorden, kwalificaties, feit is dat de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche (1844-1900) als denker van onschatbaar belang geweest is voor de westerse filosofie. Bovendien had hij een grote invloed op de moderne literatuur, want behalve een onnavolgbaar scherp denker, was hij een briljant schrijver.

 

Nietzsche, ’de aardbeving van de eeuw en het grootste Duitse taalgenie sinds Luther’.

 

De Duitse dichter Gottfried Benn noemde Nietzsche eens ’de aardbeving van de eeuw en het grootste Duitse taalgenie sinds Luther’. Een uitspraak die staat, maar ook enigszins overdreven is, vergelijkbaar met die van een Engelse filosoof die de hele Westerse wijsbegeerte achteloos afdeed als niet meer dan een serie voetnoten bij Plato. Het is waarschijnlijk vooral Nietzsches rusteloosheid, zijn getob met geloofszaken en zijn aanstekelijke subversiviteit in die weergaloze stijl die veel weerklonk vond en vindt.

Papieren kolos

Nietzsche schreef in betrekkelijk korte tijd een groot oeuvre bij elkaar. Maar wat óver hem is geschreven overtreft dit verre – de ’Nietzschebibliotheek’ schijnt intussen al meer dan 10.000 boeken te tellen. Toch is het laatste woord over de grote én omstreden Duitse filosoof nog lang niet gezegd. Ter gelegenheid van Nietzsches honderdste sterfdag was in de Duitse ’Kulturhauptstadt’ Weimar onder meer een grote tentoonstelling te zien, verscheen de papieren kolos ’Friedrich Nietzsche, Een kroniek in woord en beeld’, een ‘standaardwerk’ van bijna duizend pagina’s en ruim een kilo zwaar, en zijn in de prachtige Nietzschebibliotheek van De Arbeiderspers alle werken van Nietzsche verzameld.

 

Van ‘de eeuwige terugkeer’ tot ‘voorbij goed en kwaad’

 

Nietzsche, meteen herkenbaar aan de reusachtige martiale snor, was de ‘filosoof met de hamer’ die de zekerheden van de westerse cultuur, godsdienst en wetenschap met zware tik aan het wankelen bracht. En dat deed hij met een gedachtegoed dat kan worden samengebald in kernzinnen die haast als leuzen klinken, zoals ‘voorbij goed en kwaad’, ‘de eeuwige terugkeer’, ‘de wil tot macht’, ‘de herwaardering van alle waarden’ en natuurlijk ‘de übermensch’.

Hij ageerde tegen de hoogmoed van de ‘theoretische mens’, die het oorspronkelijke pessimisme uit de klassieke oudheid had verruild voor een bedrieglijk optimisme. In zijn ogen waren optimisme en idealisme tekenen van zwakheid die een krachtige beschaving ondermijnde. Veelbesproken is zijn vermeende minachting voor vrouwen. Mogelijk valt die te verklaren door zijn heimelijke angst voor vrouwen die volgens hem niet tot ware vriendschap in staat zouden zijn.

Schokkender in zijn tijd was de wijze waarop hij het christendom aanviel. Voor Nietzsche was God dood, indertijd een hemelbestormende, zo niet onacceptabele opvatting. Maar Nietzsche noemde geen enkele religie ‘waarachtig’ en ‘waar’. Zijn bezwaar tegen het Nieuwe Testament was de prediking van de ’slavenmoraal’, zoals hij het noemde. En zijn ‘levenskunst’ was juist gericht op het individu die hij aanspoort een authentiek, eigen leven te leiden.

Wagner

Legendarisch was zijn vriendschap met Richard Wagner, van wiens muziek Nietzsche een bewonderaar was. Over de vermeende antisemitische strekking van Wagners muziek is veel gezegd en geschreven, maar in de context van zijn tijd, waarin antisemitisme wijdverbreid was, is enige nuance op zijn plaats. Toen de componist de geleerde teleurstelde ontstond er overigens een onoverkomelijke verwijdering tussen de twee.

 

‘Waarom ik zo wijs ben’

‘Waarom ik zo knap ben’

‘Waarom ik zulke goede boeken schrijf’

 

Onbescheidenheid was Nietzsche vreemd, getuige de titels van hoofdstukken in bijvoorbeeld ‘Ecce homo’ (‘Waarom ik zo wijs ben’, ‘Waarom ik zo knap ben’, ‘Waarom ik zulke goede boeken schrijf’), maar wie de teksten van de ‘waanzieke megalomaan’ leest, de ene keer ondoorgrondelijk, de andere keer kristalhelder, de ene keer virtuoos, de andere keer ergerniswekkend, kan zich slechts bewonderend laten meevoeren. In ‘Ecce homo’ (‘Zie de mens’, de woorden waarmee, volgens het evangelie van Johannes, Pilatus de met doornen gekroonde Christus aan het volk toonde) geeft Nietzsche op weergaloze wijze een ’definitieve’ interpretatie van zijn leven en werk. Wie dit boek leest komt meer over hem aan de weet dan uit de duizenden publicaties die erna zijn dood over hem verschenen zijn. De kracht van zijn proza maakt hem zo aantrekkelijk voor mensen buiten filosofische kringen. Met Nietzsche, zou je kunnen zeggen, betrad de filosofie het domein van de romankunst, zoals na hem grote schrijvers als Robert Musil en Milan Kundera met de roman het domein van de filosofie betraden.

 

Je vindt bij hem alleen de wil tot het nooit af te sluiten avontuur van het denken.’

 

Nietzsche was volgens de vooraanstaande Duitse schrijver Rüdiger Safranski, die ‘Nietzsche. Een biografie van zijn denken’ schreef, als de monnik aan zee in het gelijknamige schilderij ‘De monnik aan zee’ uit 1809 van Caspar David Friedrich, ‘het oog altijd gericht op het immense en altijd bereid het denken in het ondefinieerbare te laten verzinken’. Maar met Nietzsche kom je nergens aan, er is geen uitkomst, geen resultaat, concludeert Safranski. ‘Je vindt bij hem alleen de wil tot het nooit af te sluiten avontuur van het denken. Maar soms bekruipt je het gevoel: misschien had zij toch ook moeten zingen – deze ziel.’

Safranski toont aan dat het werk van de denker als vanzelfsprekend voortkwam uit zijn leven. En Nietzsche was het tegendeel van de bleke kamergeleerde. Hij was een reislustig filosoof die ondanks dat hij vaak leed aan het leven, snakte naar meer ‘lucht, zon en aarde’. In die zin omhelsde hij het leven tegen alle pessimisme in.

 

De ziekelijke verering van de zus

 

Lang was Nietzsche omstreden. Schuldig daaraan waren de latere generaties, die tegen de bedoelingen van de schrijver-filosoof in, met zijn gedachtegoed aan de haal gingen, er hun eigen draai aan gaven, zijn ideeën naar hun hand zetten of op gewetenloze of onverantwoordelijke wijze uit hun context trokken, zoals de nazi’s, met dank aan Nietzsches zuster Elisabeth. Want er zijn nog steeds mensen die in Nietzsche, de domineeszoon en de God-is-dood-profeet, zo niet een rechtstreekse voorloper dan toch wel de wegbereider van het fascisme zien.

En inderdaad speelde Nietzsches geliefde zuster Elisabeth Förster-Nietzsche, die een ziekelijke verering voor haar broer had, daar een grote, niet al te frisse rol in. Zij maakte haar broer wereldberoemd, dat is waar, maar zij zag er tegelijk geen been in om een hoop onzin over hem te verspreiden. Na zijn dood versnipperde ze haar broers teksten, plaatste uit het verband gerukte fragmenten in een nazistische context, en verkwanselde aldus het nietzscheaanse erfgoed aan de nationaalsocialisten.

Zwaarmoedigheid

Dat het gedachtegoed van de filosoof op tamelijk gespannen voet stond met dat van Hitler en zijn trawanten, deed niet ter zake. En wat gaf het? Van de schepper zelf was niets te duchten, Nietzsche was tenslotte allang dood (officieel in 1900, maar verstandelijk eigenlijk al toen hij waanzinnig werd, in 1889, het jaar van Hitlers geboorte). En dan te bedenken dat Nietzsche eigenlijk een Duitse denker was die niet Duits wilde zijn. Tenminste, hij wilde afstand nemen van de Duitse zwaarmoedigheid, hij snakte naar lucht, naar vrijheid, naar liefde. Maar hem trof slechts een gevangenis met zijn moeder en zus als cipiers.

Grote tragiek

Misschien is dat ook de grote tragiek van Nietzsche. Hij vergaarde succes en roem, hij maakte van zijn leven een kunstwerk, dat werd vernietigd door de waanzin die hem de laatste tien jaar van zijn leven in een ijzeren greep hield. Legendarisch is het moment waarop de waanzin hem definitief te pakken kreeg. Nietzsche verliet elf jaar voor zijn dood, op 45-jarige leeftijd, zijn hotel in Turijn en zag hoe een koetsier zijn paard met een zweep ranselde. De verbijsterde filosoof liep op het paard af en sloeg onder de ogen van de verbouwereerde koetsier zijn armen om de hals van het dier en barstte in snikken uit. Dat was in 1889 toen Nietzsche zich al grotendeels van anderen had afgezonderd. Die waanzin sprak nog het meest tot de verbeelding en maakte hem postuum tot een mythe.

 

De mythe en de zus

 

De mythe en de zuster van Nietzsche waren er deels debet aan dat jan en alleman, allerhande ideologieën zich in de afgelopen eeuw hebben beroepen op het gedachtegoed van Nietzsche. Hij sprak met zijn markante kop met borstelsnor, zijn tragische einde, natuurlijk zeer tot de verbeelding, meer dan welke andere filosoof voor of na hem, óók bij degenen die nooit een letter van de man hadden gelezen. Hij werd een soort romantische held die de wereld naar een nieuwe glorieuze tijd voerde.

 

Militaristen en vegetariërs, democraten en aristocraten, joden en antisemieten spanden hem met evenveel stuitende gelijkhebberigheid voor hun karretje.

 

En het waren waarachtig niet alleen de nazi’s die Nietzsche omarmden zonder zich te bekommeren over waar de man nu écht voorstond. Zo spanden militaristen en vegetariërs, democraten en aristocraten, joden en antisemieten hem met evenveel stuitende gelijkhebberigheid voor hun karretje. Uiteenlopende scholen, richtingen en eenlingen, vrijdenkers en anarchisten, humanisten en anti-humanisten, existentialisten en machiavellisten, immoralisten en conformisten, pragmatisten en neoliberalen, noem maar op, de een na de ander liet weten zich door Nietzsche te hebben laten inspireren of in elk geval door hem te zijn beïnvloed.

 

Allerlei zeer vreemde romantische machtsdromen’

 

Maar dat gold niet alleen zijn bewonderaars, ook zijn critici. En die had hij ook in overvloed, kritische bewonderaars onder wie Thomas Mann, André Gide en Georges Bataille, en in Nederland Menno ter Braak en H. Marsman. W.F. Hermans was in de tijd dat Nietzsche ‘nog niet kon’ nog tamelijk mild over de toen nog zo omstreden denker. Voor Hermans was Nietzsche ‘alleen een gefrustreerde, aan de maag lijdende, bleke jongeling geweest’ die zijn grote literaire talent en geweldige eruditie verspilde aan ‘allerlei zeer vreemde romantische machtsdromen’.

Verdorven geur

Was Nietzsche een klassiek denker? Voor wie de filosoof ziet afgebeeld, is er geen twijfel mogelijk. Zijn ernstige, norse blik, de zware wenkbrauwen, de imposante borstelsnor spreken boekdelen. Toch is Nietzsche pas in de loop van de twintigste eeuw ‘klassiek’ geworden. Daarvoor werd hij nauwelijks serieus genomen, hij was te omstreden, de verdorven geur van de bruinhemden hing nog teveel om hem heen.

In ons land was Ter Braak, kort voor de Tweede Wereldoorlog, zo’n beetje de enige die belangstelling voor de omstreden denker koesterde. Na de oorlog, in een tijd van wederopbouw en hernieuwd humanisme, leek hij gaandeweg te verdwijnen in de mist van de vergetelheid.

 

Verknipte vorm

 

Nietzsche werd in de jaren zestig herontdekt. Zijn werk kon eindelijk in de oorspronkelijke versies worden gelezen, in 1967 verscheen een verantwoorde volledige uitgave van zijn werk, dat door zijn zuster en twijfelachtige wetenschappers lange tijd slechts in een verknipte vorm kon worden gelezen. Daarna begon, met de vertalingen, ook de zegetocht in Nederland.

 

Ook bij moderne Nederlands(talige) schrijvers is Nietzsches invloed aan te wijzen, verkapt of duidelijk herkenbaar, bewust of onbewust, zoals in het (autobiografisch getinte) werk van A.F.Th. van der Heijden, Herman Brusselmans, en – uiteraard, zou je haast zeggen – Conny Palmen, want voor Nietzsche vielen autobiografie en fictie samen. Nietzsche wordt nog altijd selectief gelezen, niet helemaal onbegrijpelijk omdat hij zelf ook verschillende standpunten innam en nogal eens tegenstrijdig kon zijn.

 

Domein

 

Het knappe van dit werk is dat het ook mensen buiten het domein van de filosofie blijft boeien. De filosoof slijpt onze geest door ons kritisch te laten nadenken over lastige (gewetens)vragen die in een steeds minder gelovige maatschappij in crisis alleen maar toenemen. Zijn werk is daardoor een grote grabbelton voor elk wat wils geworden. Je kunt hem lezen vanwege zijn opvattingen en ideeën, hoe achterhaald en bizar soms ook. Maar overweldigend blijft ’s mans stijl, het natuurlijke vertoon van gezag. Nietzsche de denker is ook Nietzsche de schrijver geworden. Zijn filosofie deels literatuur. En daarin is niets onmogelijk, of beter, daarin kan álles.

 

Augustus, 2000

UA-37394075-1