Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Gabriel García Márquez – De liefde van een oude man voor een jonge maagd

Van de met de Nobelprijs voor de literatuur bekroonde schrijvers is Gabriel García Márquez (1927, Colombia) een van de populairste. Zeker in zijn hoogtijdagen werd elk nieuw boek van de Colombiaan verwelkomd als een kleine literaire sensatie. Zijn latere roman ‘Herinnering aan mijn droeve hoeren’ (2004) gaat over een stokoude man die verslingerd raakt aan een jonge maagd.

 

Vooral in zijn Zuid-Amerikaanse geboorteland Colombia veroorzaakte de verschijning van het boek een ware hype. Van het boek circuleerden nog voor de officiële verschijning roofdrukken en ook op internet werd al ruimschoots voorgepubliceerd. García Márquez besloot op grond daarvan zelfs het slothoofdstuk te wijzigen. Toen het boek eenmaal in de winkels lag, ontketende het in Colombia een stormloop, vergelijkbaar met de opschudding die hier elk nieuw deel van de Harry Potter-reeks veroorzaakt(e). Desondanks is ook bij ons, waar een maand later de vertaling uitkwam, reikhalzend uitgekeken naar de nieuwe roman van de meester, want ook in Nederland heeft hij veel bewonderaars.

Bovendien was het alweer lang geleden, 1994, dat zijn vorige roman, ‘Over de liefde en andere demonen’, verscheen. In de tussentijd werd de schrijver getroffen door een ernstige ziekte en werd de liefhebber wel verrast met het eerste deel van zijn memoires (‘Leven om het te vertellen’). Maar deze autobiografie – hoe boeiend bij vlagen ook – mist vooral de stilistische brille van de flamboyante schrijver. De verwachtingen waren misschien ook te hooggespannen.

 

‘Herinnering aan mijn droeve hoeren’ is verwant met ‘De schone slaapsters’ van de Japanse schrijver Yasunari Kawabata, waarvan García Márquez ooit opmerkte dat dit het enige boek van een collega is dat hij liefst zelf had willen schrijven.

 

Hetzelfde geldt min of meer voor zijn nieuwe roman die meer een novelle is. ‘Herinnering aan mijn droeve hoeren’ is geen boek geworden in de trant van de grote epische romans ‘Honderd jaar eenzaamheid’, die zijn doorbraak naar een wereldwijd publiek betekende en hem de Nobelprijs (1982) opleverde, ‘De herfst van de patriarch’ (1975), ‘Liefde in tijden van cholera’ (1985) of van de juweeltjes ‘De kolonel krijgt nooit post’ (1961) en ‘Kroniek van een aangekondigde dood’ (1981).

In ‘Herinnering aan mijn droeve hoeren’ varieert de schrijver op oudere verhalen van zijn hand met hetzelfde thema. Maar het meest is dit werk verwant met ‘De schone slaapsters’ van de Japanse schrijver Yasunari Kawabata, waarvan García Márquez ooit opmerkte dat dit het enige boek van een collega is dat hij liefst zelf had willen schrijven. In beide boeken is er een oude man die nog een keer de liefde wil proeven voor hij sterft. Bij García Márquez is sprake van een oude journalist (een aanblazer van nieuws) en columnist, die tot aan zijn negentigste verjaardag trouw zijn stukjes blijft schrijven. Hij is vrijgezel, in alles gemiddeld. Een groot vrouwenliefhebber die, weliswaar ooit bijna getrouwd was, maar zijn gerief meestentijds haalde bij de hoeren in zijn Colombiaanse provinciestad: 514 tot zijn vijftigste, daarna stopte hij met tellen.

 

‘Ga niet dood voor je het wonder van neuken uit liefde hebt geprobeerd.’

 

Desondanks is zijn bestaan treurig en troosteloos. Hij klopt aan bij een bevriende hoerenmadam, uitbaatster van het populairste bordeel van de stad, waar hij zijn leven lang vaste klant was. De wijze raad van de hoerenmadame aan de oude man luidt: ‘Ga niet dood voor je het wonder van neuken uit liefde hebt geprobeerd.’ Zij helpt hem aan een jong meisje, dat zich overdag een slag in de rondte werkt op een naai-atelier en ’s nachts ‘bijverdient’.

Als hij het uitverkoren meisje bezoekt, verdwijnt op slag de lust. ,,Die nacht ontdekte ik wat een onwaarschijnlijk genot het was om het lichaam van een slapende vrouw te bekijken zonder de drang van de begeerte of de hindernissen van de gêne.” Hij raakt overweldigd door haar onbedorven schoonheid en vat een grote liefde voor haar op, grenzend aan bezetenheid. Onderwijl kijkt hij terug op zijn lange leven, waarmee hij in het reine probeert te komen en herinnert hij zich de vrouwen die zijn pad hebben gekruist. De liefde maakt van hem een herboren mens.

 

Schijn en werkelijkheid vloeien in elkaar over, vooral als hij zich verliest in ongebreidelde, welhaast puberale fantasieën.

 

De eerste zin stáát: ,,Voor mijn negentigste verjaardag, wilde ik mezelf trakteren op een waanzinnige liefdesnacht met een jonge maagd.” De aanloop verloopt verder stroef. Pas vanaf het tweede hoofdstuk raakt García Márquez ‘ouderwets’ op dreef. In mooi suggestief proza, tegen het surrealistische aan, met een snuifje exotisme, leidt hij ons door het leven en de gedachtewereld van de oude man in het licht van de nakende dood. Schijn en werkelijkheid vloeien in elkaar over, vooral als hij zich verliest in ongebreidelde, welhaast puberale fantasieën. De taal is lichtvoetig en helder. De cadans is vertrouwd muzikaal in mooie weelderige zinnen. De apotheose stelt evenwel ernstig teleur. Op de laatste bladzijden is de oude man ongeremd sentimenteel. Gelouterd recht hij de vermoeide rug. Het leven lacht hem toe, als in een braaf moralistisch sprookje. Op dat moment lijkt Gabriel García Márquez even op een gemankeerde epigoon van zichzelf.

 

Gabriel García Márquez: ´Herinnering aan mijn droeve hoeren´ (´Memoria de mis putas tristes´). Vertaald uit het Spaans door Mariolein Sabarte Belacortu. Meulenhoff, 128 blz.

 

December, 2004

UA-37394075-1