Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Geboren verhalenverteller Gabriel García Márquez smachtte naar liefde

Zijn oeuvre is groots en meeslepend, maar Gabriel García Márquez (1927-2014) zal vooral de geschiedenis ingaan als de schrijver van ‘Honderd jaar eenzaamheid’. De roman bezorgde hem niet alleen de Nobelprijs voor de literatuur. Het boek maakte hem in korte tijd rijk en beroemd en verschafte hem veel politieke invloed. De Colombiaanse schrijver en Nobelprijswinnaar overleed kort voor Pasen 2014 op 87-jarige leeftijd in zijn woonplaats Mexico-Stad.

 

Overal werd de rode loper uitgerold voor de Colombiaan die een status verwierf die normaal gesproken alleen voor een filmster, topvoetballer of staatsman is weggelegd. García Márquez werd onder de grote schrijvers van zijn generatie de belangrijkste beoefenaar van het magisch realisme in de Latijns-Amerikaanse stijl, waarin het fantastische, mythische en het alledaagse met elkaar versmelten in een spiegelbal van verhalen. Toch raakt elke zin aan de werkelijkheid.

 

,,Ik reik de lezers een vergrootglas aan, zodat ze de werkelijkheid beter begrijpen”, zei de schrijver, die in de grote namen uit de wereldliteratuur zijn voorbeeld zag (Rabelais, Shakespeare, Cervantes) en veel bewondering had voor de Amerikanen William Faulkner en Ernest Hemingway.

 

Gabriel García Márquez’ meesterschap is onbetwist. Hij hield van het literaire experiment, legde de lat hoog, maar wilde in de eerste plaats verhalen vertellen die de mensen iets zeiden. Zijn plafond als schrijver bereikte hij met ‘Honderd jaar eenzaamheid’ (1967), dat wereldwijd een bestseller werd. De roman volgt zes generaties van een familie in het fictieve mythische dorp Macondo. In die tussentijd krijgt de familie te maken met de bananenkoorts, de slapeloosheidziekte, tweeëndertig burgeroorlogen, (contra)revolutie, stakingen en regen die bijna vijf jaar aanhoudt. ‘Honderd jaar eenzaamheid’ is ondanks zijn complexe structuur, het literaire experiment en de vele zijpaden in zijn overrompelende vertelkracht een weergaloze pageturner. Je raakt er niet in uitgelezen. Bij elke herlezing ontdek je iets nieuws.

 

PATRIARCH

Het was uitgesloten dat hij dit meesterwerk nog zou evenaren, laat staan overtreffen. Maar hij verraste vriend en vijand acht jaar later met ‘De herfst van de patriarch’ (1975), een surrealistisch en exuberant werk over een Latijns-Amerikaanse dictator die al zo lang in het zadel zit dat niemand nog weet hoe hij aan de macht is gekomen. García Márquez pareerde de kritiek als zou het complexe boek lezers afschrikken:

 

,,Toen ‘Ulysses’ (van James Joyce) uitkwam, werd gezegd dat het onleesbaar was. Tegenwoordig lezen kinderen het. Als je het mij vraagt is de enige tekortkoming van ‘Honderd jaar eenzaamheid’ dat het té gemakkelijk te lezen is.”

 

Alles wat hij voor die twee boeken schreef – waaronder ‘Afval en dorre bladeren’ (1955), ‘De kolonel krijgt nooit post'(1961), ‘Het kwade uur’ (1962) en tal van verhalen – waren oneerbiedig gesproken vingeroefeningen voor het grote werk. En alles wat hij daarna schreef, bleef erbij in de schaduw, hoe meesterlijk en dwingend geschreven, vernuftig gecomponeerd en aangrijpend ook. De meesterverteller begon traditioneler te schrijven, hoewel zijn thematiek in de kern nauwelijks veranderde.

Hij excelleerde op de korte baan in ‘Kroniek van een aangekondigde dood’ (1981), een verhaal over seks, moord en vergelding dat tegelijk een ingetogen hommage aan de journalistiek is. Hij schreef met ‘Liefde in tijden van cholera’ (1985) een haast negentiende-eeuwse grote roman met een goed einde, de historische roman ‘De generaal in zijn labyrint’ (1989), het juweel ‘Over de liefde en andere duivels’ (1994) en het toetje ‘Herinnering aan mijn droeve hoeren’ (2004), over de liefde tussen een oude man en een jonge prostituee, met een knipoog naar ‘De schone slaapsters’ van de Japanse schrijver Yasunari Kawabata, waarvan García Márquez het betreurde dat hij het zelf niet had geschreven. De gulle schrijver gaf van zijn eigen boeken zelf de voorkeur aan de zuinigheid van zijn ‘Kroniek van een aangekondigde dood’, waarin met weinig woorden, als op z’n Elsschots, veel wordt verteld.

 

VERHALEN

Gabriel García Márquez werd in 1927 in het Colombiaanse kuststadje Aracataca geboren. De kleine Gabriel kreeg van zijn grootvader verhalen te horen over oorlog, onrecht en politiek. Hij hing aan de lippen van zijn grootmoeder die hem voor het slapengaan verhaaltjes over het bovennatuurlijke vertelde. Een vruchtbare omgeving die hem tot een geboren verhalenverteller maakte.

 

,,Ik kan de meest vreselijke of fantastische dingen beweren zonder een spier te vertrekken. Dat is een talent dat ik van mijn grootmoeder heb geërfd. Als schrijver doe ik hetzelfde. Je kunt met álles wegkomen, zolang je het maar geloofwaardig maakt.”

 

Hij woonde als kind bij zijn grootouders omdat zijn ouders arm waren. Zijn vader werkte als telegrafist en had de reputatie van schuinsmarcheerder, waardoor die na zijn huwelijk ging werken in een ander dorp. Gabriel studeerde rechten in Bogotá, maar besloot broodschrijver te worden, eerst als journalist, daarna als romancier, maar die twee ambachten bleef hij combineren. Als hij niet met fictie bezig was, reisde hij de wereld rond als verslaggever. In de jaren vijftig en zestig leefde hij in Parijs, Rome en Caracas. In 1958 trouwde hij met zijn jeugdliefde Mercedes Barcha. García Márquez voert in zijn boeken vrijwel altijd sterke vrouwen op. Logisch, vond hij, ,,als ik weet dat er een vrouw aan meewerkt, weet ik dat het goed komt. Voor mij is het duidelijk dat de vrouwen de wereld bij elkaar houden.”

 

VRIENDSCHAP

Zijn omstreden vriendschap met Fidel Castro werd met argusogen gevolgd, maar het deed nauwelijks afbreuk aan zijn faam. En een communist, verklaarde hij meermaals, was hij beslist niet. ,,Ik heb nooit bij enige politieke partij behoord.” Al zag hij zijn schrijverschap niet los van zijn politieke activiteiten. Hij noemde zich een ‘antikoloniale Latijns-Amerikaan’, waarmee hij een positie innam die voor een Noord-Amerikaan en (West-)Europeaan toen moeilijk te duiden was.

 

,,Ik ben Latijns-Amerikaan, en als je ziet wat zich daar allemaal afspeelt, zou het een misdaad zijn om niet bij de politiek betrokken te zijn”, zei hij in de jaren tachtig toen het continent nog grotendeels gebukt ging onder repressieve militaire regimes.

 

In 2002 werd de liefhebber verrast met het eerste deel van zijn memoires (‘Leven om het te vertellen’). Maar dit zelfportret – hoe boeiend bij vlagen ook – mist de dwingende stilistische brille die het andere werk kenmerkt. Het had deels te maken met de lymfeklierkanker die in 1999 bij Márquez was geconstateerd. Hij genas, maar een andere vijand, dementie, voorkwam dat de flamboyante schrijver de biografische reeks kon vervolmaken.

De schrijver bleef ook na het wereldsucces een aimabele en verlegen man, die onverholen emotioneel en sentimenteel kon zijn. Dat vond hij trouwens zelf ook.

 

,,Als ik een vrouw was geweest, zou ik altijd ja zeggen. Ik heb heel veel liefde nodig. Daarom schrijf ik. In de hoop dat men van mij houdt.”

 

 

April, 2014

 

Een bekorte versie verscheen in de provinciale kranten die zijn aangesloten bij De Persdienst.

 

UA-37394075-1