Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Godfried Bomans en de verbleekte roem van een fluwelen duivel

Ooit was Godfried Bomans (1913-1971) razend populair. Lezers laten hem nu links liggen, maar zijn verbleekte roem zal dit jaar, in zijn honderdste geboortejaar, worden opgepoetst tijdens de campagne Nederland leest!

 

Godfried Bomans was een even chique als wat verstrooide man. Een origineel schrijver, een vrijzinnig denker, een woordkunstenaar met een fijne pen, een artiest die ook een paljas kon zijn. Hij was decennialang een verkoopsucces, veelgelezen en geliefd bij een breed publiek.

Maar zijn grote populariteit had hij mede te danken aan zijn verschijning op televisie, waar hij de weg plaveide voor latere tv-persoonlijkheden als Boudewijn Büch en Adriaan van Dis. Hij verenigde een academisch uiterlijk met licht excentrieke trekjes en verstond de kunst om een breed publiek te bespelen. Bomans kon even droog en ontnuchterend als snedig uit de hoek komen, met uitspraken als ‘mondharmonica spelen is nog altijd een hogere bezigheid dan luisteren naar Bach’.

Dietrich

Legendarisch is de Edison-uitreiking aan Marlène Dietrich in 1963, toen de presentator in vermoedelijk licht kennelijke staat de filmdiva de anekdote voorschotelde over de man die in Tuschinsky tegen hem zei: ‘Had mijn vrouw maar één zo’n been.’ Niet minder legendarisch was zijn verblijf in de zomer van 1971 op Rottumerplaat, waar de stadsmens Bomans in tegenstelling tot de natuurmens Jan Wolkers, een week in kwellende eenzaamheid doorbracht.

Maar betrekkelijk snel na zijn dood lieten de lezers de geliefde schrijver uit Haarlem links liggen – op een kleine schare bewonderaars na van wie een aantal zich een half jaar na zijn dood al verenigde in het Godfried Bomans Genootschap, dat nog altijd bestaat. Het is dan ook een daad van rechtvaardigheid dat de Stichting CPNB de schrijver in zijn honderdste geboortejaar eert met het hoogtepunt uit zijn oeuvre. In de campagne Nederland Leest! wordt Bomans klassieke novelle ‘Erik of het klein insectenboek’ (1940) dit najaar in een monsteroplage (rond de miljoen) cadeau gedaan aan alle bibliotheekleden. ‘Erik’ is een mild, fantastisch en – vergeleken met veel ander werk dat nu gedateerd aandoet – nog altijd verkwikkend sprookje over insecten die zich verbazen over het menselijk gedrag. In het boek komen Bomans talenten samen, die van stilist, humorist en verteller met een fabelachtige verbeelding.

Nalatenschap

‘Erik’ is met andere hoogtepunten als ‘De memoires of gedenkschriften van Mr. Pieter Bas’ (1936) en ‘De avonturen van Pa Pinkelman’ opgenomen in Bomans’ zevendelig verzameld werk van zo’n zesduizend bladzijden, dat overigens bij lange na niet compleet is. Incidenteel komt er weer iets los uit de nalatenschap, zoals vorig jaar ‘Genieten in een gekkenhuis’, een bundeling van artikelen en beschouwingen uit Elseviers Weekblad en Magazine. Toen columnist Bomans toetrad tot de redactie schreef hij: ‘Ik dacht, ik ben terechtgekomen in een gekkenhuis van heel hoog niveau met uiterst begaafde patiënten.’ Zijn laatste bijdrage, in 1971, was een toen spraakmakend interview met Johan Cruijff.

Betamelijke

Bomans, door de Bergense dichter Adriaan Roland Holst ooit ‘de fluwelen duivel’ genoemd, is wel verweten dat hij als schrijver te braaf was. Daardoor zou hij niet de grote schrijver zijn geworden die diep in hem verborgen zat. Het klopt dat Bomans graag relativeerde en nuanceerde. Hij was geen scherp columnist (al was hij in dat genre wel een pionier) en hij bleef binnen de grenzen van het betamelijke. Ook zou hij zijn talenten teveel versnipperd hebben door te schipperen tussen de letteren en tv-amusement. Maar hij nam het schrijven net zo ernstig als het (tv-)entertainment, al gingen die twee bij hem ook samen. Literatuur, hoe ernstig je haar ook nam, was immers ook een vorm van amusement. Bomans voelde zich niet voor niets schatplichtig aan Charles Dickens, de Engelse meester die hij in Nederland breed onder de aandacht bracht, al had hij de neiging de nadruk te leggen op de komische kant van Dickens.

Maskerade

Bomans was volgens de overlevering een plezierig mens in de omgang. Tegelijk bleef hij voor zijn directe omgeving een raadsel. In zijn maskerade bleef de échte Godfried Bomans verborgen. Hij werd beheerst door ‘angst voor mijn vader, angst voor school, voor de kerk, voor God’. De wankelmoedige katholiek en romanticus had zijn verhalen en een leven in de spotlichten nodig om zijn angsten te bezweren.

 

In een verkorte versie eerder gepubliceerd in de kranten van De Persdienst.

UA-37394075-1