Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Godfried Bomans, publiekslieveling met excentrieke trekjes

De ruim veertig jaar geleden overleden Godfried Bomans (1913-1971) drukte jarenlang zijn stempel op de Nederlandse samenleving. Toch was de schrijver en tv-persoonlijkheid niet eerder onderwerp van een breed opgezette tentoonstelling.

 

Voor het Frans Halsmuseum/De Hallen in Haarlem in 2010 een reden om daar verandering in te brengen met ‘Bomans – Portret van een levenskunstenaar’.

 

‘Bomans, een fluwelen duivel’

 

Het is op zijn minst opmerkelijk dat ‘Nederlands eerste tv-persoonlijkheid’ die eer nooit eerder te beurt viel omdat er van Bomans een schat aan (beeld)materiaal bestaat. Ook op het internet is hij rijk vertegenwoordigd. ,,Er zijn wel pogingen gedaan,” zegt conservator Antoon Erftemeijer, de samensteller van de tentoonstelling en schrijver van het bijbehorende boek ‘Godfried Bomans, schrijver tussen kunstenaars’. ,,Toch is het nooit echt gelukt.” Een echte aanleiding is er ook niet, maar Bomans past wel in de serie grote zomerexposities die het museum jaarlijks presenteert. Bovendien is de schrijver een beroemde Haarlemmer.

Godfried Bomans was bij een groot publiek geliefd, maar zijn populariteit had hij vooral te danken aan zijn verschijning op televisie. Bomans’ zevendelige verzameld werk telt zo’n zesduizend bladzijden, maar zelden was het ‘volledig werk’ van een schrijver zo onvolledig als dat van ‘de fluwelen duivel’, zoals de Bergense dichter A. Roland Holst hem noemde. Niet alleen omdat er veel werk niet in is opgenomen, maar omdat hij daarnaast een carrière had als spreker in het openbaar en als maker van tv-programma’s.

 

‘Had mijn vrouw maar één zo’n been.’

 

Over Bomans wordt wel eens badinerend gezegd dat hij zijn talent teveel versnipperde. Dat hij niet wist te kiezen en uiteindelijk koos voor het gemakkelijke succes van radio en tv. Je kunt het ook omdraaien: als er aan Bomans een groot schrijver verloren is gegaan, is een groot tv-maker aan hem gewonnen. Daarbij komt dat tv voor Bomans niet iets was wat hij er even bij deed. Het was voor hem een zelfstandige bezigheid. Hij zorgde inderdaad voor veel lichtvoetig vertier. Denk maar aan de overbekende fragmenten van de ondeugende paljas die hij speelde bij de Edison-uitreiking aan Marlène Dietrich in 1963, toen hij in waarschijnlijk lichtelijk aangeschoten toestand de filmdiva de anekdote vertelde over de man die in Tuschinsky tegen hem zei: ‘Had mijn vrouw maar één zo’n been.’

Daartegenover stelde hij gedenkwaardige uitzendingen die tot de beste uit de Nederlandse tv-geschiedenis behoren. Legendarisch zijn de gesprekken met zijn broer en zus in het klooster (‘Bomans in triplo’, 1970). Bomans was zowel toegankelijk als erudiet en wist met zijn academische uiterlijk en licht excentrieke trekjes een breed publiek te bespelen. Bomans zou als vindingrijk spreker die met bon mots strooide – soundbites zouden we nu zeggen – in een programma als ‘De wereld draait door’ als tafelheer nog moeiteloos de show stelen. Erftemeijer: ,,Hij heeft zeker volgelingen gehad. Denk maar aan Boudewijn Büch en Adriaan van Dis.”

Voor Erftemeijer is Bomans nog steeds een inspirerende figuur. ,,Ik ben een jaartje met hem bezig geweest en dat is niet gaan vervelen. Integendeel. Hij hield zich bezig met kwesties die toen speelden en nog steeds actueel zijn. Hij kon heel helder schrijven over de meest ingewikkelde dingen.”

 

‘Onder die laag van humor zit een heel serieuze kern.’

 

Desondanks werd Bomans dankzij succesnummers als ‘Kopstukken’ wel eens weggezet als een lichte letterheer, een humorist – in het rijtje Simon Carmiggelt, Kees Stip en Kees van Kooten – wiens werk door sommigen als oubollig werd afgedaan. Ten onrechte, meent Erftemeijer. ,,Onder die laag van humor zit een heel serieuze kern. Hij was een schrijver, al kun je misschien beter woordkunstenaar zeggen, met een heel breed bereik. Hij schreef boeken voor kinderen en hij schreef serieuze beschouwingen en boeken voor zeer ontwikkelde volwassenen.”

De tentoonstelling presenteert Bomans als tv-persoonlijkheid en als schrijver tussen kunstenaars die bovendien actief was in het verenigingsleven. Hij was lid en oprichter van clubs als de Rijnlandsche Academie en The Haarlem Branch of the Dickens Fellowship (Bomans was een groot liefhebber van de Engelse meesterverteller), en hij was president van het Haarlemse genootschap Teisterbant.

Volgens Erftemeijer was Bomans bovendien een denker met een groot relativeringsvermogen. ,,Hij relativeerde, maar niet op een spottende of afbrekende manier. Hij hield van de nuance. Hij was geen scherp columnist, hij bleef binnen beschaafde grenzen. Hij vergeleek zichzelf, zoals ook anderen deden, met Erasmus die zocht naar de middenweg.”

 

‘De romanticus en weifelmoedige katholiek Bomans

ontsnapte in zijn werk aan een onromantisch bestaan.’

 

In De Hallen zijn veel boeken, manuscripten en originele boekillustraties te zien, naast veel werk van zijn kunstenaarsvrienden als Mari Andriessen, Anton Heyboer en Kees Verwey. Te zien zijn ook de oorspronkelijke striptekeningen die Bomans’ boezemvriend Harry Prenen maakte bij ‘Pieter Bas’ (1936) en Carol Voges bij de ‘De avonturen van Pa Pinkelman’ (1946), die in de jaren veertig ongekend populair waren.

In ‘Pa Pinkelman’ vloeien de genres samen waarin Bomans excelleerde, de satire en het sprookje, waaruit het verzet spreekt om een saaie en serieuze volwassene te zijn en het verlangen om een dromerig en speels kind te blijven. Hierin kon de romanticus en weifelmoedige katholiek Bomans vluchten uit een onromantisch bestaan.

De tentoonstelling bedient liefhebbers van het woord, van het beeld én van het geluid, want er is tevens een speciale ruimte voor de muziek die Bomans heeft gecomponeerd. Om de jeugd te enthousiasmeren is er een aparte zaal gewijd aan ‘Erik of het klein insectenboek’ (1940), Bomans literaire hoogtepunt, dat in de vorm van een mild, fantastisch sprookje over insecten de zwakheden van de menselijke soort blootlegt.

Maar wie de échte Godfried Bomans was blijft in nevelen gehuld. Daarvoor was hij ook te ondoorgrondelijk, te ongrijpbaar. Is hij wel nader tot Erftemeijer gekomen? ,,Wie hij als persoon was, is moeilijk te zeggen. Veel interessanter is wat hij heeft nagelaten.”

Neemt niet weg dat lang het misverstand heeft bestaan dat Bomans een uithuizige burger was die zich graag door vrouwelijk schoon liet omringen. Hij had wel een sterke behoefte aan aandacht. Hij wilde bewonderd en gekoesterd worden, al zat hij liefst rustig thuis.

Erftemeijer: ,,Zijn persoon komt op de tentoonstelling wel aan bod, maar wat hem onderscheidt is zijn levenshouding, de vrijzinnige manier van denken. Degenen die ik heb gesproken, zeggen: hij was een aardige, plezierige man, iemand die kon luisteren. Maar het was bovenal een oorspronkelijke man. Hij had iets, en wat dat precies was, is moeilijk te benoemen.”

Bomans werd beheerst door angsten, zoals hij zelf schreef, ‘angst voor mijn vader, angst voor de school, voor de kerk, voor God’. Angsten die hij probeerde te bezweren door nooit te versagen. Tot hij in 1971, net als Jan Wolkers, een week alleen doorbracht op het onbewoonde Waddeneiland Rottumerplaat en hij moest vechten tegen zijn spoken, de meeuwen en de eenzaamheid. Datzelfde jaar overleed hij.

 

Juni, 2010

 

UA-37394075-1