Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Gustave Flaubert: ‘Mijn dikke gendarmegedaante is bedrieglijk’

Mijn leven is zo vlak als de tafel waarop ik schrijf,’ was een van de gevleugelde uitspraken van Gustave Flaubert (1821-1880). En aan dat bureau werkte de Franse meester vrijwel dagelijks aan zijn romans. Of schreef hij brieven. In ‘Geluk is onmogelijk’ is een deel van Flauberts omvangrijke correspondentie opgenomen die het tweede deel van zijn leven beslaat.

 

Flauberts leven stond in het teken van schrijven. Hij móest schrijven, elke dag weer, ook al ervoer hij die arbeid niet zelden als een tantaluskwelling. ‘De mens is niets, het werk alles’, placht hij te zeggen. ,,De kunstenaar moet in zijn werk zijn als God in de schepping, onzichtbaar en almachtig; laat Hij overal voelbaar maar nergens zichtbaar zijn’’, schreef hij in 1857 aan een lezeres.

Flaubert stelde zulke hoge eisen aan zijn romans dat hij tijdens zijn leven maar vijf werken publiceerde: een bundel met drie prachtige vertellingen en vier romans, waaronder het beroemde ‘Madame Bovary’ (1857), het verhaal van de dweepzieke en overspelige vrouw van een plattelandsdokter.

 

Het verhaal gaat dat hij zich tijdens een literair diner in Parijs – de schrijver was bepaald geen smulpaap – zo verveelde dat hij een stel prostituees liet opdraven met wie hij op het biljartlaken de liefde bedreef.

 

Flauberts moeder maakte zich wel eens zorgen over de ‘onbeweeglijkheid’ van haar zoon. Hij zette nooit een stap in de tuin en vaak trof ze hem na uren van afwezigheid nog op dezelfde plaats en in dezelfde houding aan, schrijvend en denkend. Flaubert schreef tergend langzaam, soms niet meer dan een alinea per dag. Hij was, blijkt uit zijn brieven, zo buitenissig kritisch over zijn pennenvruchten dat hij in staat was om die ene alinea de volgende dag hoofdschuddend te schrappen. Toch onthield de mensenschuwe Flaubert zich allerminst van pleziertjes. Het verhaal gaat dat hij zich tijdens een literair diner in Parijs – de schrijver was bepaald geen smulpaap – zo verveelde dat hij een stel prostituees liet opdraven met wie hij op het biljartlaken de liefde bedreef.

Buitenwereld

Kwamen zijn romans moeizaam tot stand, brieven schreef Flaubert met schijnbaar achteloos gemak. Het was zijn manier om contact met de buitenwereld te onderhouden. En hij schreef prachtige brieven, indrukwekkend in omvang en van grote literatuur-historische waarde. Hierbij springt vooral zijn correspondentie eruit met de schrijfsters Louise Colet (1810-1876) en George Sand (pseudoniem van Aurore Dupin, 1804-1876), die al eerder werd vertaald voor de serie Privé-domein van De Arbeiderspers.

 

Hij is een ongeneeslijke mopperaar die voortdurend behoefte heeft ,,om te ontsnappen aan de hedendaagse wereld”.

 

In dezelfde reeks is nu ‘Geluk is onmogelijk’ verschenen, waarin brieven zijn opgenomen die Flaubert schreef aan bewonderaars, verwanten, vrienden en gelijkgestemde collega’s als Guy de Maupassant (die hij als zijn literaire zoon beschouwde), Baudelaire en Toergenjev. We lezen over de moeizame schepping van zijn romans ‘Salammbô’ (1862), ‘De leerschool der liefde’ (1869), ‘De verzoeking van de Heilige Antonius’ (1874) en ‘Bouvard en Pécuchet’. Dat laatste boek, waarin hij aan de hand van een satirisch duo ‘de hele wereld wilde vatten’, zou onvoltooid blijven doordat Flaubert in 1880 op 59-jarige leeftijd plotseling aan een hersenbloeding stierf.

Mopperaar

In zijn brieven stelt de kluizenaar van Croisset zich onverminderd kwetsbaar op. Hij neemt geen blad voor de mond, waardoor hij op de koop toeneemt dat hij menig geadresseerde op de tenen trapt. Hij is een ongeneeslijke mopperaar die voortdurend behoefte heeft ,,om te ontsnappen aan de hedendaagse wereld, waarin ik mijn pen al te vaak gedoopt heb en die trouwens even vermoeiend is om te reproduceren als weerzinwekkend om aan te zien’’.

 

,,Ik geef toe dat ik een ziek mens ben, overgevoelig als iemand die levend gevild is.”

 

Maar achter zijn spotlust en misantropie gaat een warme persoonlijkheid met een groot hart schuil. Hij is minzaam, edelmoedig en bescheiden (‘De eerste de beste is interessanter dan meneer G. Flaubert.’). Hij doorziet feilloos zijn eigen zwakte en gebreken, verwerpt zijn eigen werk en ziet er geen been in om aardig te schrijven over het zoveelste middelmatige werk van een bevriende schrijver. Zelfspot is hem evenmin vreemd: ,,Ik geef toe dat ik een ziek mens ben, overgevoelig als iemand die levend gevild is. Mijn dikke gendarmegedaante is bedrieglijk. U ziet dat ik het over mezelf heb als een zwak vrouwtje!’’

 

Gustave Flaubert: ‘Geluk is onmogelijk’. Een keuze uit zijn brieven; samenstelling, vertaling, voorwoord: Edu Borger. 347 blz, uitgeverij De Arbeiderspers, Privé-domein nr 262.

 

December, 2006

UA-37394075-1