Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

H.J.A. Hofland: een jongensachtige senior

Henk Hofland staat te boek als de nestor van de Nederlandse journalistiek. Op de drempel van het nieuwe millennium werd hij al gebombardeerd tot de Journalist van de Eeuw.

Niet vreemd voor iemand die in alles ‘ruikt’ naar journalistiek en krantenpapier en altijd met zijn tijd is meegegaan, schrijvend vanuit Amsterdam, New York of elders op de wereld.

Journalist en schrijver H.J.A. (Henk) Hofland ontving in 2011 de P.C.Hooftprijs (voor zijn essays), de hoogste literaire onderscheiding die er in Nederland te vergeven is. Volgens de jury onder leiding van kunsthistoricus Henk van Os ,,heeft niemand in de afgelopen zestig jaar de maatschappelijke toestand zo nauwlettend en gedistantieerd gepeild als Hofland”. Toen hem, eind 2010, de prijs was toegekend, liep een voor hem bizar jaar op zijn laatste benen. Dat jaar overleden zijn vrienden en geestverwanten Jan Blokker en Harry Mulisch.

Mulisch, Blokker en hij waren niet alleen vrienden en geestverwanten, ze waren vooral tijdgenoten. En dat gaat nooit voorbij, schreef hij over hun kameraadschap. ,,We hebben de oorlog meegemaakt, de restauratie gezien, in Amsterdam de jaren vijftig en zestig beleefd. Altijd hebben we schrijvend ons brood verdiend, Harry met zijn boeken en Jan en ik als journalist. Op zeker ogenblik, waarschijnlijk ook al een jaar of dertig geleden (ik hou het niet bij) ontdekte Vrij Nederland dat we tot dezelfde generatie horen. Dat werd een interview met een vrolijk diner. We spraken af dat we het iedere vijf jaar zouden herhalen. Zo is het gebeurd. Op al die bijeenkomsten werd onze generatie weer geïnstitutionaliseerd. Nu kan het niet meer.”

Mulisch vergeleek het werk van zijn vriend met dat van Arthur Conan Doyle, de geestelijke vader van Sherlock Holmes: ,,Dat is ook lectuur, geen literatuur.” Doyle en zijn hoogbegaafde speurneus zijn nog steeds populair en Hofland op zijn beurt denkt dat de meeste schrijvers van zijn generatie over een halve eeuw niet meer worden gelezen.

Hendrik Jan Anton Hofland, geboren op 27 juli 1927 in Rotterdam, maakte een bliksemcarrière. Na een studie op Nijenrode werd hij in 1953 buitenlandredacteur van het Algemeen Handelsblad (later NRC Handelsblad), waar hij kort daarop, tot 1972, deel uitmaakte van de hoofdredactie. Sindsdien schrijft hij ook boeken, waaronder romans als ‘De alibicentrale’, waarmee hij minder succesvol was. Hij bundelde veel van zijn onophoudelijke stroom columns en artikelen. Aan loftuitingen heeft het hem niet ontbroken. Hij ontving in 1996 de Gouden Ganzeveer, collega’s riepen hem eind vorige eeuw uit tot journalist van de twintigste eeuw en in 2001 kreeg hij een eredoctoraat aan de Universiteit van Maastricht.

Hofland is de tachtig al ruim gepasseerd, maar nog onverminderd energiek en vooral hoogst productief. In zijn krant, NRC Handelsblad, schrijft hij opiniestukken en over cultuur. Een wekelijks hoogtepunt op zaterdag vormen zijn ‘Overpeinzingen’ onder het pseudoniem S.Montag. Een column die exact 640 woorden telt. Hij heeft er inmiddels meer dan 1500 geschreven, die zijn gebundeld in ‘De kronieken van S. Montag’. Columns die ontstaan ,,vanuit de warboel van mijn hersenpan”. Daarnaast schrijft hij voor De Groene Amsterdammer.

Hofland is een man die overal over schrijft en overal over kán schrijven, of het nu politiek, literatuur of architectuur betreft, voetbal of machines (een van zijn fascinaties). Hij doet dat met schijnbaar achteloos gemak, met een fijn pennetje en altijd in een bewonderenswaardig lichte, heldere en bondige stijl met trefzekere beelden. Hoe geliefd Hofland bij zijn lezers is, bleek op de Nacht van de Columnist, toen hij in een uitverkochte Stadsschouwburg in Amsterdam bijna twee uur lang zat te signeren, terwijl zijn collega’s zich allang wijdden aan wat relaxtere bezigheden.

Hofland is een reiziger, een kosmopoliet, die zich net zo thuisvoelt in Amsterdam als in New York, al ziet hij in de hoofdstad soms met lede ogen de volkse uitwassen aan, zoals met Koninginnedag of tijdens een voetbalkampioenschap. ,,Ik ken niemand die zo weinig veranderd is,” zei Hans van Mierlo over hem, zijn inmiddels ook al overleden vriend, oud-collega en minister van staat.

In het filmportret met de veelzeggende titel ‘De deftige anarchist’, dat Cees Overgaauw jaren geleden van Hofland maakte, zien we de altijd jongensachtig gebleven krasse senior in zijn kamer in het Chelsea Hotel op zijn laptop tikken. Een solitair levende man die de indruk wekt zich ondanks alle mitsen en maren volkomen met het leven verzoend te hebben.

 

December, 2010

 

 

 

UA-37394075-1