Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Hagar Peeters: ‘Vrouwen durven zichzelf nu te bezingen’

Dichteres Hagar Peeters (1972) voert in haar bundel ‘Loper van licht’ (2008) de lezer aan de hand van haar naamgenoot, de slavin Hagar, van de Bijbelse oudheid naar onze tijd. ,,De Hagar in de Bijbel is een alleenstaande moeder. Mijn moeder was een alleenstaande moeder en ik ben ook weer een alleenstaande moeder.’’

 

De laatste maanden waren zo hectisch dat ze pas kort voor verschijning van ‘Loper van licht’ met haar pasgeboren zoon Abel van een kleine vakantie heeft kunnen genieten. ,,Ik had nog helemaal geen zwangerschapsverlof gehad,’’ zegt Hagar Peeters in een gemoedelijk Amsterdams café in de buurt van haar tijdelijke adres, terwijl ze nu en dan een moederlijke blik werpt op haar voorbeeldige spruit in de kinderwagen. ,,Ik heb doorgewerkt, want na de bevalling moest ik nog enkele dingen afmaken.’’

Was dat niet zwaar? ,,Héél zwaar. Het lukte wel, maar met een baby’tje is het zwaar. Ik heb ontzettend geluk dat er een wet is ingevoerd die erin voorziet dat ook zelfstandige ondernemers een zwangerschapsuitkering kunnen krijgen.’’

Hagar Peeters is er ‘best trots’ op dat ze sinds haar debuut van de pen kan leven. Het is hard gegaan met haar. In de jaren negentig stond ze nog als een onbevangen, frêle dichteres op het podium haar poëzie voor te dragen. Inmiddels is ze royaal over de dertig, aanzienlijk bedachtzamer en gerijpt als dichter, die over erkenning allerminst te klagen heeft. Na haar debuut ‘Genoeg gedicht over de liefde vandaag’ (1999) verscheen ‘Koffers zeelucht’ (2003), die meer bezonken poëzie bevat en waarvoor ze de J.C. Bloem-poëzieprijs en Jo Peters Poëzieprijs ontving.

 

‘Ik heb tijd nodig om iets nieuws te maken

en afstand te nemen van het vorige werk.’

 

Loper van licht’ werd een jaar geleden reeds aangekondigd maar herhaaldelijk uitgesteld. Niet alleen vanwege haar zwangerschap, ook omdat ze een lopend verhaal wilde vertellen. ,,Ik heb tijd nodig om iets nieuws te maken en om afstand te nemen van het vorige werk. Als ik meteen een nieuwe bundel had gemaakt, zou het nog een beetje hetzelfde zijn als wat ik daarvoor deed.’’

Peeters’ dichterschap heeft zich in ‘Loper van licht’ inhoudelijk verder verdiept. De vorm is strakker, de beelden pregnanter. De gedichtencyclus is geïnspireerd op Hagar, de slavin uit de Bijbel die Abraham een zoon schonk en vervolgens met haar zoontje Ismaël werd verbannen naar de woestijn. In de bundel is het klassieke verhaal van de verstotene vermengd met elementen uit latere tijden en de actualiteit van vandaag. Hagar is een Egyptische werkster, ,,zoals er hier zo veel rondlopen’’, die als buitenlander wordt gediscrimineerd en in die zin ook een banneling en slavin is.

Peeters liep al een poosje rond met het idee om iets met de figuur van Hagar te gaan doen. Enerzijds vanwege de naam naar wie de dichteres door haar moeder is vernoemd, anderzijds vanwege het thema van de vluchteling die zichzelf moet zien te redden in een vreemde wereld. ,,Ik ben helemaal niet Bijbels opgevoed, maar de figuur van Hagar heeft me wel altijd geïnteresseerd. In de tijd van Verdonk en uitgewezen asielzoekers zag ik allerlei parallellen, zoals de kwestie moslims versus niet-moslims. Hagar speelt in de Koran een belangrijke rol. Zij is ook eigenlijk de stammoeder van de Arabieren. Ismaël is bij hen een veel belangrijkere figuur dan in de Bijbel.’’

Daarnaast is engagement geen vies woord meer in de literatuur en poëzie. ,,Ik was in Zuid-Afrika op een poëziefestival. Daar wordt veel meer geëngageerde poëzie geschreven en voorgedragen dan bij ons. In onze literatuur ligt er een soort taboe op, wordt het vaak als minderwaardig beschouwd. En er wás natuurlijk ook heel lang niks om over te schrijven, we hadden geen sores aan ons hoofd. Nu wel. Dan is het logisch dat je erop reageert.’’

In haar bundel verwijst ze eveneens naar Ayaan Hirsi Ali:

 

,,Kijk maar naar me:

er zijn vele schakeringen Hagar.

 

Zoals Ayaan

de dochter van Hirsi

die te boek staat als de zoon van Magan, vrijwel zeker een kind van Isse

naar alle waarschijnlijkheid de zoon van Guleid

in opperste vermoedelijkheid de zoon van Ali’’

 

De strofe is een speelse variant op wat de Nederlandse ex-politica van Somalische afkomst in 2006 zei toen ze terugtrad als parlementslid. ,,Ayaan is zoekende. Zij zocht een verblijfplaats, een plek waar ze bescherming hoopte te vinden. En dat doet sterk denken aan Hagar, die door theologen wordt gezien als het archetype van de uitgewezene. De reden dat zij weggestuurd wordt is, zoals de Bijbel zegt, omdat ze kritisch was over haar rol als slavin.’’

De klassieke Hagar in ‘Loper van licht’ heeft onmiskenbaar trekjes van de dichteres Hagar Peeters. ,,Ja, dat klopt. De Hagar in de Bijbel is een alleenstaande moeder. Mijn moeder was een alleenstaande moeder en ik ben ook weer een alleenstaande moeder. Dat vind ik mooi aan dit thema, dat het oud en actueel is, van alle tijden.’’

Loper van licht’ is een geëngageerde bundel en ademt een en al vitaliteit. Zelfs als bij herhaling het woord roest valt en de sleet wordt geconstateerd in veel van wat de beschaving heeft voortgebracht. Maar niet alles roest.

Neem de volgende strofe, waarin ‘het scharnier’ als een lofzang is op de vagina:

 

,,Maar zie, dat verborgen scharnier

bedekt met helblond vlas, rosse pels, diepbruin of gitzwart

deze val van vlees en verbeelding

dat onvervreemdbare niets dat niet niets is

dat de macht heeft de hele wereld aan te trekken (…)

dit weke slot waarop alles loper wordt

waaruit oorsprong ontvlucht

– sinds eeuwen loopt ze gesmeerd

– geen roest krijgt er vat.’’

 

,,In dit gedicht gebruik ik allerlei metaforen voor, ja, hoe zeg je dat, het vrouwelijk geslachtsorgaan. Daar zou je in de poëzie nog eens een echt goed woord voor moeten uitvinden. Nu ja, Jules Deelder heeft er allerlei varianten op gevonden, maar hét woord is er nog niet voor.’’

,,Daarnaast kan het niet roesten, het is de eeuwige voortgang. Dat is ook weer het vrouwelijke waarvoor Hagar model staat. Al die maatschappelijke vernieuwingen lopen ten einde of raken op zeker moment in onbruik. Maar wat altijd doorgaat is het steeds opnieuw geboren worden. Toen ik zwanger was en nu ik zelf een kindje heb, ben ik me er nog bewuster van hoe ongelooflijk het is dat je een kind kunt maken.’’

,,Wat ik ook wilde verwerken is de driehoeksverhouding tussen Sara, Abraham en Hagar. In de Bijbel wordt niet uitgewerkt hoe ze zich tot elkaar verhouden. Als je de lijn doortrekt naar nu zie je dat het vaak voorkomt dat een man op latere leeftijd een verhouding begint met een veel jongere vrouw, en met haar nog een kind krijgt. Dat is ook erg van deze tijd. Dat vrouwen eerst carrière maken en pas later aan kinderen denken. En dan is het de vraag of het nog wel kan.’’

 

,,(…) op de slaapkamer waarin Sara

zich koesterde in haar uitgestrekte middag

met al haar uren spelend

als een zuigeling met zijn tenen,

de seconden aanwijzend als een secondewijzer

en bij elke roepend dat hij van haar was.’’

 

Loper van licht’ is rijk aan beelden en symboliek. Al mijmerend buitelen de betekenissen van de titel over elkaar heen en er komen er steeds meer bij, heeft Hagar Peeters gemerkt. Een loper is een vluchteling, een zwerver, een paard, een ruiter. Hagar is de loper van licht. Je ziet haar als een Olympische fakkeldrager door dit epische gedicht lopen, al had dát beeld de dichteres nou net níet in haar hoofd. ,,De poëzie zelf kan in het gedicht ook als een loper van licht worden gezien. Een loper is een sleutel die op alle sloten past en poëzie kan – om het maar banaal te zeggen – alle deuren openen. Loper van licht doet denken aan de Verlichting, aan de bekende uitspraak van Kant, dat van verlichting sprake is als de mens zich ontdoet van de onmondigheid die hij aan zichzelf te wijten heeft. Hagar probeert zich te ontworstelen aan die onmondigheid, zoals Ayaan de islam probeert te verlichten en zich verzet tegen de letterlijke interpretatie van religieuze dogma’s. En zo grijpt alles in elkaar.’’

De dichteres voert een strijdbare Hagar op, die bewonderd en serieus genomen wil worden. Ze wil niet onderdoen voor de ‘grote jongens’, voor dichters als Charles Baudelaire en Walt Whitman, die in ‘Loper van licht’ met name worden genoemd. ,,Zij hadden bravoure. Whitman bezingt zichzelf. Dat is heel egotripperig, maar hij bezingt tegelijkertijd de natuur en de mens. Mannen doen dat al heel lang in de literatuur, zichzelf bezingen. Vrouwen doen dat nog maar heel kort. En als dan wordt gezegd dat dit feministisch gejengel is, denk ik, ja, het is ook nog maar heel kort dat vrouwen in onze cultuur een rol van betekenis kunnen en mogen spelen. Het is van heel recente datum dat ze geaccepteerd worden en worden gezien als professionals in wat ze doen.’’

 

Hagar Peeters: ‘Loper van licht’. Gedichten. Uitgeverij De Bezige Bij, 48 blz.

 

September, 2008

 

 

Hagar is mijn naam

die voor vluchteling of vreemdeling staat

al is het nooit zeker hoe ik heet.

In de rook van je sigaret kringelen alle gestalten

die je niet geworden bent maar wel bent

naar het plafond en op muren

werpen zij schaduwen,

de talenten waarmee je nooit naar buiten trad.

Die sluier van rook is ook

aaneenschakeling van schouders

van alle voorouders die zichzelf

aan je doorgaven. Je ging gebukt

onder hun donatie.

Wij brengen een toast uit aan tafel

op alles dat ons ontglipt. Rook omsluit ons

volledig.Nu is de wereld verstikt.

Rook, dat zijn handen

die je naar hoogten torsen

vanwaar bijna alles draaglijk is.

Kijk maar naar me:

er zijn vele schakeringen Hagar.

 

Hagar Peeters

(uit ‘Loper van licht’)

 

Wij trokken verder, niet denkend aan een terugkeer

maar in de wildernis bereikte ons het bericht

dat Abraham zich gehoorzaam had betoond

en op Zijn gebod

zijn meest dierbare zoon als offer had meegenomen

de bergen in, met hout voor zijn eigen vuur in de armen.

De engel die Isaak

juist voor het mes de keel binnenging

door een hertenbok verving

schiep een voortreffelijk precedent.

Op elke ontploffing volgt nu

een spoor van dode hertenbokken.

Springbokken sprongen daarom

onbegrijpelijk hoog

uit de tweelingtorens

en na elke zelfmoordaanslag

liggen geen mensenlijken

maar resten geit verspreid

tussen het puin en de ruïnes

opdat arme buurtbewoners

de stukken komen rapen

en ’s avonds feestmalen aanrichten

voor de hele straat.

 

Hagar Peeters

 

(uit ‘Loper van licht’)

 

UA-37394075-1