Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Hans Croiset: ‘Ik ben nooit gezellig geweest’

Hoe succesvoller Hans Croiset (1935) werd des te meedogenlozer was de kritiek van de vader. Over zijn levenslange worsteling met zijn dominante vader, de acteur Max Croiset, én het gevecht met zichzelf en het toneel schreef hij ‘Badhuisweg’. ,,Ik heb mijn leven lang geprobeerd om bij hem in de smaak te vallen.’’

 

Badhuisweg’ is een genadeloos zelfportret. ,,Dat was ook de opzet’’, zegt de theatermaker, die in ruim een halve eeuw ongeveer honderd stukken regisseerde en zo’n veertig rollen speelde. ,,Rond 2004 verscheen er een monografie over mij. In een krant stond daarover: we weten wat hij deed, nu willen we weten wie hij is. Dat was een van de aanleidingen om te laten zien dat wat aan de buitenkant een stralende carrière is met louter hoogtepunten er aan de binnenkant heel anders uitziet. Ik weet heus wel dat er dingen geslaagd zijn in mijn leven. Maar daar zal ik mezelf niet voor op de borst kloppen. Ik weet zelf maar al te goed hoe moeizaam ze tot stand zijn gekomen.’’

Hans Croiset zit ontspannen op de zitbank in de bibliotheek van zijn Amsterdamse uitgever. Maar wie ‘Badhuisweg’ heeft gelezen, weet hoe bedrieglijk die relaxte houding is. Croiset, de theatrale alleskunner en vernieuwer, is een binnenvetter. Hij is de Maskerman, zoals hij in zijn boek zijn alter ego noemt, achter wie hij zich verschuilt om opgewassen te zijn tegen de harde werkelijkheid. In zijn autobiografische roman schrijft hij onverbloemd over zijn innerlijke worstelingen, over de conflicten met zijn dominante vader, de indertijd beroemde acteur Max Croiset. Hij twijfelt aan alles en iedereen. En net als de vader is de zoon een vat vol tegenstellingen, even hartstochtelijk als gesloten.

In zijn boek schrijft hij ergens:

 

Het pijnlijke van al dit gedoe is dat ik me gedraag als een replica van mijn vader, die ook altijd zo irritant eigenwijs was.’

 

Hans Croiset: ,,Max kon ongelooflijk vriendelijk en charmant zijn. Privé vertoonde hij een totaal ander gedrag. Dat herken ik wel. Als ik ergens zit te eten en er komt iemand langs uit mijn vakgebied, sta ik op om hem allerhartelijkst een hand te geven. Dan ben ik meteen een totaal ander mens. Zodra die persoon voorbij is, haat ik mezelf omdat ik dat dubbele in mijn gedrag vreselijk vind.’’

,,Ik heb geleerd me te wapenen tegen het leven. Ik moest nog dertig worden toen ik artistiek leider was van toneelgroep Theater, een bedrijf van meer dan honderd man. Ik had mezelf een soort gedragscode opgelegd. Niemand mocht aan mij zien of er een probleem was. Ik moest altijd het voorbeeld geven. Ik ging ook nooit met een acteur apart zitten, want daar zou een ander weer wat van kunnen zeggen. Dat heeft mijn hele leven ontzettend gefrustreerd.’’

 

‘Ik heb het allemaal opgeschreven. Omdat

ik het moeilijk vind om erover te praten.’

 

Croiset was negentien toen hij veel lof oogstte met zijn eerste hoofdrol in ‘Thee en sympathie’ bij het Rotterdams Toneel. Zijn vader zag niets in de toneelcarrière van zijn zoon. Hij zou geen ‘spelersziel’ hebben en niet bestand zijn ‘tegen de geestelijke eisen van het vak’. En hoe succesvoller de zoon werd des te meedogenlozer was de kritiek van de vader. ,,En dan heb ik nog maar een derde van de werkelijkheid in mijn boek beschreven. De inhoud van zijn brieven heb ik weggelaten. Die waren zó vernietigend. Wat hij zei was nog een stuk milder.’’

Het liet diepe sporen in de gekwetste acteursziel achter. ,,Natuurlijk heeft me dat geraakt’’, zegt Croiset, ,,daarom heb ik het allemaal opgeschreven. Omdat ik het moeilijk vind om erover te praten.’’

Ondanks zijn vaders vernietigende oordeel weigerde hij de handdoek in de ring te gooien. Integendeel, het spoorde hem aan er nog een schepje bovenop te doen. ,,Ik heb mijn leven lang geprobeerd bij hem in de smaak te vallen. Als hij op het laatst van zijn leven iets aardigs tegen me gezegd had, had ik het boek niet geschreven. Hij had alleen maar hoeven zeggen: ik ben best trots op je of zoiets.’’

 

‘Ik kan niet nietsdoen.’

 

,,Maar mijn vader had niet in alles ongelijk. Hij zei bijvoorbeeld: je moet gezellig zijn. Ik ben nooit gezellig geweest omdat ik altijd aan het werk was. Ik kan niet nietsdoen. Ja, misschien de eerste uren na een première. Dan is er de opluchting, als de adrenaline uit je lichaam moet verdwijnen. Dan wil ik van niemand horen dat de voorstelling niet goed was. Dat hoor ik dan morgen wel. Maar na enige tijd wil ik toch het liefst weer naar huis.’’

 

‘Jules heeft mij zo

onwaarschijnlijk

veel plezier bezorgd.’

 

Naast de vader is de moederfiguur een rode draad in ‘Badhuisweg’: Croisets biologische moeder, zijn stiefmoeder, maar vooral zijn pleegmoeder, met wie hij tot aan haar dood een warme relatie onderhield. ,,Zij heeft ons in de cruciale jaren erdoorheen geholpen. Mijn ouders scheidden in mijn vierde levensjaar. Ik ga ervan uit dat die eerste vier jaren heel goed geweest zijn, die noem ik dan maar mijn paradijs. Daarna werd het lastiger, al heb ik daar niet zo ontzettend onder geleden. Die oorlogsjaren waren op zich al overdonderend genoeg.’’

De titel ‘Badhuisweg’ verwijst naar het huis in Scheveningen van zijn zorgzame pleegmoeder, bij wie Hans en zijn jongere broer Jules een beschermde jeugd genoten. Jules Croiset, aan de buitenkant ook een flamboyante acteur, had van jongs af aan een opgewektere natuur dan zijn oudere broer. ,,Dat stoorde me helemaal niet. Ik vond het geweldig. Ik trok me eraan op. Hij heeft mij zo onwaarschijnlijk veel plezier bezorgd. Uitgezonderd mijn tweede zoon is er nooit iemand in geslaagd mij op de knieën te krijgen van het lachen.’’

 

‘Toneel is voor mij een heilige kunst.’

 

Badhuisweg’ is ook een roman over het toneel en het gevecht op de toneelvloer. Met een nadruk op Shakespeares ‘King Lear’, dat Croiset al zijn leven lang lijkt te achtervolgen, als toeschouwer, acteur en regisseur (onder meer van een uitvoering met zijn vader in de hoofdrol). ,,Toneel is voor mij een heilige kunst. Het is een van de belangrijkste uitingen van de mens. De behoefte om een ander een verhaal te vertellen waar hij misschien iets aan heeft; waarin de verteller woorden vindt voor iets waarover een ander niet beschikt.’’

Ondanks een glansrijke loopbaan kan hij nog altijd door twijfel verscheurd raken. ,,Wat me alleen veranderd heeft, is het vaderschap. Dat is heel belangrijk geweest, los van het feit of ik een goede of slechte vader ben.’’

Op straat wordt hij tot zijn voldoening zelden herkend. ,,Ik kan een hoofdrol op televisie spelen, de volgende dag in de tram is er geen mens die me herkent. Dat is altijd zo geweest en ik heb toch ontzettend veel televisie gedaan. Dat weet haast niemand, maar dat geeft niet, het is lekker rustig. Al ben ik er wel degelijk trots op dat ik in de serie ‘Oud geld’ in achttien van de negentien afleveringen heb gezeten.’’

Uitgerekend op de avond dat hij in 2005 zijn laatste grote rol speelde, die van de Spaanse koning Philips II in Schillers ‘Don Carlos’ onder regie van zijn wapenbroeder Theu Boermans, werd hij in de regen opgewacht door drie Spaanse dames. Ze vroegen hem om een handtekening en vertelden in gebroken Nederlands dat hij een heel andere vorst had gespeeld dan zij op school hadden geleerd. ,,Dat was de eerste keer in mijn leven dat er buiten het theater iemand op me stond te wachten.’’

 

Hans Croiset: ‘Badhuisweg’, uitgeverij Cossee, 347 blz.

 

Jij hebt het tomatenoproer voorbereid, de openbare schande voor mijn collega’s was jouw schuld. Op de tennisbaan wordt er nog over gesproken, nu nog klaagt het schouwburgpubliek dat er geen spaan meer heel is van het eens zo trotse Nederlandse toneel.

Jij hebt in je ziekelijke ambitie anderen de kolen uit het vuur

laten halen en als een laffe Lenin in Arnhem veilig afgewacht tot je bentgenoten je naar Amsterdam terugriepen. Carrières heb je rücksichtslos geknakt, grote talenten de diaspora in gejaagd en nu heb je je vader als een tweede keus Lear voor je zegekar gespannen.’

Pa,’ zei ik met voorzichtig gebrom.

Hou je mond.’

Pa, ik heb nooit iets met die tomatentoestand te maken gehad, nooit, ik wist er niets van, hoorde het ook op de radio.’

Doe de balkondeuren dicht, praat zachter, anders horen de

buren het,’ bracht mijn stiefmoeder in het midden.’’

(fragment uit ‘Badhuisweg’, Hans Croiset)

 

 

Tropenjaren

in het theater

en de triomf

 

Hans HansCroiset was artistiek leider van Toneelgroep Theater in Arnhem, de Haagse Comedie en het Amsterdams Toneel en hij was (mede)oprichter van het Publiekstheater, Het Nationale Toneel en Het Toneel Speelt. Tropenjaren waren het. ,,Na zeven jaar toneelgroep Theater kon ik niet meer. Na zeven jaar Publiekstheater kwam er in 1980 een artistieke crisis in het gezelschap en dat wordt dan ook je persoonlijke crisis. Daar heb ik me toen uitgevochten. Daardoor kon ik iets langer doorgaan met het Publiekstheater en het ook aan nieuw succes helpen.’’

Toen hij vertrok bij het Publiekstheater en gastregisseur werd bij De Appel ervoer hij een tomeloze artistieke vrijheid die hij nooit eerder had gevoeld. Hij regisseerde er het Goetheaanse spektakel ‘Faust’ (1985). ,,Het speelde bijna in de achtertuin van mijn vader. En elke avond realiseerde ik me: Max komt niet. Hij heeft zich er nooit laten zien, terwijl ‘Faust’ de grootste triomf in mijn leven was, als ik dat vreselijke woord mag gebruiken.’’

Het belang van toneel heeft Croiset gaandeweg zien afnemen. ,,Dat komt door de televisie. Toneel was, zoals Shakespeare zei, de kroniek van onze tijd. Dat heeft het achtuurjournaal overgenomen. Toneel kan het alleen nog maar in de metaforen zoeken. Niet dat het vroeger beter was, beslist niet, maar toen was toneel een leidende kunst vanwege de impact van toneelspelers. Paul Steenbergen was in zijn Haagsche Comedietijd een godheid, nu is de televisiepresentator dat.’’

,,Het gaat mij om het weldenkende deel van de bevolking. Dat heeft volgens mij theater nodig om zich geestelijk te wapenen, om stand te kunnen houden in de tijd. Als je je hersens niet scherp houdt en je eigen verhaal niet tegenover dat van bijvoorbeeld Oedipus of Hamlet zet, valt er iets weg en dreig je even plat te worden als een beeldscherm.’’

 

Maart, 2008

UA-37394075-1