Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Hans Lodeizen, het leven van een gekwelde dichter

Een verwend rijkeluisjoch. Een pedante homo die toevallig indringende poëzie schreef. Dat is de mythe. Maar wie was Hans Lodeizen (1924-1950) echt?

 

Koen Hilberdink schreef het levensverhaal van de jonge dichter die tragisch aan zijn einde kwam en wiens poëzie nieuwe generaties blijft aanspreken. En terloops onthult hij dat Lodeizen werd betrapt in het Haagse Bos.

 

Ik heb respect voor hem gekregen’

 

Hans Lodeizen, schepper van sensibele, muzikale poëzie over wanhoop en twijfels, schreef dichtregels als ’ben ik nu werkelijk zo slecht/ als mijn vader zegt’, ‘o – mijn vriend – deze wereld is niet de echte’ en ‘mijn lippen mijn tedere lippen dicht’.

 

Sinds zijn puberteit tobde de dichter met allerlei complexen. Hij ging gebukt onder verwarrende gevoelens en zijn homoseksuele geaardheid, die hij lang voor de buitenwereld verborgen wist te houden. Tijdens zijn studie in de Verenigde Staten raakte hij seksueel bevrijd en wierp hij alle schroom van zich af.

Terug in Nederland werd hij in april 1949, onthult Koen Hilberdink in ‘Hans Lodeizen. Biografie’, gesnapt met een jongen in het Haagse Bos. De jonge dichter – die op het punt stond om door te breken – werd overgebracht naar het Huis van Bewaring. De schade bleef beperkt omdat zijn rijke vader de schande onder de pet wist te houden.

 

‘Als een misdadiger werd hij weggevoerd’

 

De zoon zelf was volkomen van slag. ,,Als een misdadiger werd hij weggevoerd. Hij voelde zich een boef, iemand die ziek en slecht was. Hans Lodeizen heeft zwaar onder die gebeurtenis geleden’’ zegt Hilberdink in de statige Bilderdijkzaal in de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen in Amsterdam, waar hij als beleidsadviseur werkzaam is.

Lodeizen werd opgepakt op grond van artikel 248bis. ,,Een absurd artikel. Maar goed, zo was die tijd. Er zijn vele historische onderzoeken naar gedaan. Ik laat op microniveau zien hoe iemand die homoseksueel was dat heeft ervaren en hoe er in de samenleving op gereageerd werd. De dreiging was er voortdurend. Uit de archieven die ik heb onderzocht blijkt dat er buren waren die de politie tipten en dat vaders hun zoon aangaven toen ze erachter kwamen dat hij homo was. Dat is schokkend, maar vergeet niet, het was 1949-1950. Het is gemakkelijk om daar achteraf over te oordelen.’’

,,Anderen, zoals Lodeizens vriend Jan Honing – die ik ook heb gesproken – waren veel laconieker. Die zeiden: ach, je werd af en toe opgepakt en dan zag je soms hoogwaardigheidsbekleders die al een tijdje uit de openbaarheid waren verdwenen.’’

,,Sommige homoseksuelen hadden echt gekozen voor een bestaan als outcast. Dat ging Hans Lodeizen net even te ver. Bovendien woonde hij thuis en zijn vader wilde absoluut niet dat het naar buiten zou komen.’’ Het bleef een goed bewaard geheim in de familie die volgens Hilberdink positief op zijn onthulling heeft gereageerd. ,,Ik heb duidelijk weten te maken dat het goed is dat er eindelijk over geschreven wordt. Er wordt recht gedaan aan de dichter doordat het in de context wordt geplaatst.’’

 

De zoon teerde onbezwaard

op de zakken van zijn vader

 

Hans Lodeizen bracht zijn jeugd door in een sfeer van luxe in Wassenaar. Zijn moeder was een verdienstelijk toneelspeelster die haar glansrijke carrière opgaf voor een dienstbaar huiselijk leven. Zijn vader was van eenvoudige afkomst, had aanvankelijk artistieke dromen, maar klom dankzij zijn tomeloze ambities op tot vermogend directeur van de multinational Müller & Co. Hij wilde dat zijn zoon, die onbezwaard op de zakken van zijn vader teerde, in zijn voetsporen zou treden.

Hans Lodeizen wilde zich aan hem ontworstelen en hem tegelijk behagen. Hij kon niet mét maar ook niet zónder hem. ,,Hun brieven geven een mooi inkijkje in de vader-zoonrelatie. Het verbaasde me hoe lief ze voor elkaar waren. Ze moeten toch veel van elkaar gehouden hebben. Als je hun brieven leest proef je de intimiteit. Er is een diep respect.’’

In ‘Voor vader’ dichtte Lodeizen:

 

‘o vader wij zijn samen geweest

in de langzame trein zonder bloemen

die de nacht als een handschoen aan-

en uittrekt wij zijn samen geweest

vader terwijl het donker ons dichtsloeg.’

 

Voor de buitenwereld speelde Lodeizen de rol van de voorbeeldige zoon en charmante causeur. Innerlijk werd de gekwelde melancholicus verscheurd door twijfels en complexen. ,,Zijn leven was een zware strijd. Op zeker moment ging hij helemaal los en dat was niet gemakkelijk in die tijd. Het was 1946, het zat allemaal nog op slot hier. Hij heeft zijn leven als homoseksueel vorm proberen te geven. Daarmee bewees hij toch kloten te hebben.’’

 

‘Vriendschap schurkt vaak tegen het erotische aan.’

 

Zijn studie biologie – de dichter was geobsedeerd door mieren – eind jaren veertig op Amherst College, nabij New York, veranderde in een lijdensweg, al deed hij er veel levenservaring op en rijpte zijn dichterschap. Lodeizen raakte bevriend met de later bekende dichter James Merrill (een Wilde en Proust-adept) die verliefd op hem werd, en met Seldon James op wie hij zelf verliefd werd. ,,Er was een sterke vriendschap, maar er waren ook grote misverstanden. Vriendschap schurkt vaak tegen het erotische aan. Die jongens waren daar ver van huis. Er was onderling een bepaalde intimiteit. Seldon was een mooie, stoere jongen, die zich daar net als Lodeizen een vreemdeling voelde. Lodeizen kwam erachter dat hij echt op mannen viel. Zijn gevoelens gingen met hem op de loop en dat botste, met ruzie als gevolg. Er was een keer sprake van ‘bijna wurging’. Fysiek geweld was het, zei Seldon. Hij was Hans Lodeizens grote liefde. Ik heb hem ontmoet in New York, in zijn appartement bij Central Park. Een geweldige man. Ik was ontroerd toen hij zei: ‘Hans Lodeizen is altijd mijn beste vriend gebleven’.’’

 

‘Wat hij schrijft kan ook over een ander

gaan. Dat is zo knap aan zijn poëzie.’

 

Lodeizens getob met homoseksualiteit loopt als een rode draad door de biografie. ,,Maar wat hij schrijft kan ook over een ander gaan. Dat is zo knap aan zijn poëzie. Omdat homoseksualiteit toen allemaal verborgen was, is het in de poëzie ook verborgen. Dat is spannend voor homoseksuelen in die tijd, maar net zo spannend voor heteroseksuele mensen die met hun identiteit worstelen. Deze poëzie doet het daarom nog steeds zo goed bij jonge mensen. Het gevoel dat je niet begrepen wordt spreekt aan. Dat het maar niet wil lukken. Dat degene op wie je verliefd wordt niet verliefd wordt op jou.’’

 

‘Af en toe ís hij ook een slappeling,

maar ja, zijn we dat niet allemaal?’

 

In de biografie volgen we Lodeizens geworstel met zijn identiteit en studie, de conflicten met zijn ouders, zijn vriendschappen en liefdesleven, zijn leeshonger en zijn ontwikkeling als dichter. ,,Mijn respect voor hem is gaandeweg gegroeid. Dat verbaasde mij ook, want voordat ik met de biografie begon vond ik hem eerlijk gezegd een pedante rijkeluiszoon die het allemaal wel erg gemakkelijk werd gemaakt. Af en toe ís hij ook een slappeling, maar ja, zijn we dat niet allemaal? In zijn tijdsgewricht heeft hij op zijn manier toch gezocht naar een manier om zijn leven vorm te geven. En dat was niet gemakkelijk. Tijdens het werken aan mijn biografie van dichter en essayist Paul Rodenko had ik af en toe wat moeite met die man. Bij Lodeizen dacht ik nooit: wat een vervelende jongen.’’

Aangrijpend is het slot van de biografie als Lodeizen in het Zwitserse Lausanne na een betrekkelijk kort ziekbed aan acute leukemie overlijdt. ,,Dat was pure pech. Hij had opnieuw het ‘geluk’ dat hij rijke ouders had zodat hij in privékliniek Cecile – die bestaat nog steeds – kon worden behandeld. Daar zaten de beste artsen, maar ook die konden niets meer voor hem doen.’’

,,Het ging heel snel ja. Maar ziek heeft hij zich altijd gevoeld. Dat had met zijn geaardheid te maken. Ik heb met veel homoseksuelen gesproken die zeiden dat ze indertijd het idee hadden dat ze ziek waren. Lodeizen was vaak erg moe. Naar mijn idee was dat een psychische vermoeidheid door de rol die hij zich aanmat en de conflicten die hij had uit te vechten.’’

 

‘Waarom juist Reve?’

 

Vader Lodeizen correspondeerde na de dood van zijn zoon onder andere met Gerard Reve voor wie hij een soort mecenas was. ,,Ik heb er niet over geschreven omdat ik dat in de biografie te ver vond voeren. Maar je kunt je afvragen: waarom juist Reve? De oude Guus had homoseksualiteit geaccepteerd, maar hij moet Reves brievenboeken toch een beetje raar gevonden hebben. Die twee hadden bijna een vader-zoon verhouding. Er loopt een indirecte lijn van zijn zoon naar Reve. Als een soort vergoelijking.’’

 

Koen Hilberdink: ’Hans Lodeizen. Biografie’. 287 blz, geïllustreerd, 29,50 euro. Uitgeverij G.A. van Oorschot, Amsterdam. ISBN 97890028240803

 

Dit is hét verhaal’

 

Hans Lodeizen. Biografie’ van Koen Hilberdink verschijnt, in 2007, zes jaar na de eerste biografie van Hans Lodeizen (‘Liever liefde dan gedichten’) door Gerard Bes die indertijd tamelijk zuinig onthaald werd. Vandaar deze nieuwe biografie? ,,Ik heb over Lodeizen dít boek willen schrijven. Ik ken het werk, ik heb nieuwe documenten onderzocht en met mensen gesproken. Toen wist ik: dit is hét verhaal.’’

,,Mijn voorwaarde daarbij was dat ik álle beschikbare documenten wilde inzien, anders had ik het niet gedaan. Wat ik interessant vind heb ik beklemtoond, wat ik niet relevant vond heb ik weggelaten. Wat dat betreft ben ik veel persoonlijker in dit boek aanwezig dan in mijn Rodenko-biografie, die tevens een proefschrift was waarin je als vanzelf academischer te werk gaat.’’

Dat er nu twee biografieën van Lodeizen zijn, vindt Hilberdink geen enkel bezwaar. ,,Gerard Bes heeft het op zijn manier gedaan. Ik ga ook niet in polemiek met hem, al ben ik het op sommige punten helemaal niet met hem eens. Daarnaast hebben we in Nederland nog niet zo’n traditie dat er twee of meer biografieën over één persoon verschijnen. Ik ben ervan overtuigd dat dit steeds vaker zal gebeuren.’’

 

November, 2007

UA-37394075-1