Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Hans Magnus Enzensberger over Hitlers onverzettelijke tegenstander Hammerstein

De Duitse dichter, (toneel)schrijver, essayist en denker Hans Magnus Enzensberger (1929) geniet als Europees intellectueel een grote reputatie. In zijn boek ‘De eigenzinnigheid van Hammerstein’ (2008), een bestseller in Duitsland, beschrijft hij de levensgeschiedenis van de hoogste Duitse militair die niet zwichtte voor Hitler. ,,Hij was te verstandig om een held te zijn.’’

 

Hans Magnus Enzensberger is – in oktober 2008 – kort in Amsterdam om de Nederlandse vertaling van zijn boek te promoten, een voordracht te houden in het Goethe Institut en om interviews te geven. De man, die al meer dan een halve eeuw geldt als een van de belangrijkste intellectuelen van Duitsland, ziet er patent uit. Niets wijst er op dat de éminence grise inmiddels de leeftijd van de allersterksten nadert. ,,Ach’’, zegt hij ontspannen converserend in ronde Duitse zinnen. ,,Daar merk ik zelf ook niets van. Zolang alles goed functioneert houdt het me niet bezig.’’

Enzensberger is een kosmopoliet die veel in het buitenland heeft gezeten, maar nu alweer een poosje in München woont. ,,Ik ben van huis uit een Zuid-Duitser, en ben inderdaad veel in het buitenland geweest. Ik maakte deel uit van een generatie die na de oorlog veel uitwaaierde om niet neurotisch te worden door de last die we te dragen hadden. Na de oorlog waren de Duitsers de paria’s. Niet dat ik gebukt ging onder een persoonlijk schuldprobleem. Ik besloot wel mijn blikveld te verruimen vanwege de obsessieve vragen die me bezighielden.’’

Hij bleef zo’n tien jaar weg en woonde vooral lang in Noorwegen. ,,Ik ben Duitser, ja, maar dat is geen beroep. Ik ben ervan overtuigd dat wie een tijdje in het buitenland zit zijn eigen land beter kan beoordelen. Als je er middenin zit raak je voor sommige dingen verblind.’’

 

‘Er zijn niet alleen maar duivels en helden.’

 

Zijn boek ‘De eigenzinnigheid van Hammerstein’ vertelt over de familie Hammerstein. Centraal staat Kurt von Hammerstein, een Pruisisch edelman en militair. Hij was chef van het Duitse leger tot de dag in februari 1933 waarop Hitler in de dienstwoning van de generaal zijn snode plannen bekendmaakte. Hammerstein nam na die geheime toespraak ontslag. ‘Angst is geen houding’, zei hij.

Enzensbergers boek is een eclatant succes in Duitsland. Heeft hij daar een verklaring voor? ,,Ik was zelf ook wel verrast,’’ zegt de schrijver, die in München en Toronto en in de onlangs geopende archieven in Berlijn en Moskou nieuwe documenten aantrof over de familie Hammerstein. ,,Maar ik denk omdat de tinten in het boek niet zwart-wit zijn, maar grijs. Er zijn niet alleen maar duivels en helden. Men kan zich gemakkelijker identificeren met de mensen in mijn boek. Dat geldt ook voor mezelf trouwens. Met een heilige kan ik niet zoveel, en met alleen het kwade evenmin. Het schemergebied is veel interessanter.’’

Enzensberger moest zich eerst vertrouwd zien te maken met het milieu van de generaal. ,,De militaire aristocratie is mij vreemd. Je moet er wel iets voor doen om tot dit soort mensen door te kunnen dringen. Daarbij waren de Hammersteins in dit milieu een absolute uitzondering.’’

,,Neem Hammersteins twee oudste dochters. Ze hadden – we hebben het over de jaren twintig en dertig – niet alleen liefdesaffaires met communisten maar ook nog met Jóódse communisten. En uit het feit dat Von Hammerstein, die daarvan op de hoogte moest zijn, dit oogluikend toeliet kun je afleiden dat het nogal ongewone mensen waren.’’

 

‘Als onze bankiers een beetje luier en beetje slimmer

waren geweest zou het met de financiële crisis

misschien niet zo ver gekomen zijn.’

 

Hammerstein werd door zijn tijdgenoten lui maar ook briljant genoemd. Hij hield er dan ook krasse ideeën en stellige overtuigingen op na. Zo verdeelde hij officieren in vier categorieën: slimme, vlijtige, domme en luie. Met domme en vlijtige officieren had hij niets op, wel met slimme en luie. Alleen de laatste was in staat om zware beslissingen te nemen. ,,In Italië ontmoette ik een generaal voor wie Hammersteins woorden heel herkenbaar waren. Ze zijn nog steeds actueel. Neem onze bankiers. Als die een beetje luier en beetje slimmer waren geweest zou het met de huidige financiële crisis misschien niet zo ver gekomen zijn.’’

Hammerstein vond Hitler van meet af aan een warhoofd en een gevaarlijke branieschopper. Toch krijg je niet de indruk dat hij veel moeite deed om de dictator en zijn kornuiten te dwarsbomen. Hij joeg liever op ‘gewoon’ wild. ,,Dat is waar, als had hij wel vergeefs geïntervenieerd bij president Hindenburg om te voorkomen dat Hitler rijkskanselier zou worden. Anderzijds waren er in het Duitse leger veel officieren enthousiast over het nationaal-socialisme. Het was onduidelijk was er bij een coupe zou gebeuren. De kans was groot dat het leger in twee kampen uiteen zou zijn gevallen, met een burgeroorlog als gevolg. De troepen zouden op elkaar gaan schieten en dat is voor een generaal geen aantrekkelijk vooruitzicht.’’

Twee zonen van Hammerstein waren betrokken bij Stauffenbergs verzetsgroep die in 1944 de (mislukte) aanslag op Hitler pleegde. Zijn oudste dochters waren in de Weimartijd communist en hadden contacten met spionnen van de Komintern. Hammersteins dochter Helga speelde Hitlers geheime toespraak uit 1933 waarschijnlijk door aan de Sovjets. Wist haar vader van haar spionageactiviteiten? ,,Dat kun je niet bewijzen. Hammerstein was een heel intelligente man. Hij wist waar hij zijn geheime documenten had liggen. Mijn hypothese is dat hij tolereerde dat zijn dochter die spionageactiviteit pleegde. In de toespraak liet Hitler er geen onduidelijkheid over bestaan wat zijn bedoelingen waren, waaronder zijn expansiedrift naar het oosten. Dat dit uiteindelijk ook tot een oorlog, in 1941, met Rusland zou leiden, dat had de generaal praktisch tien jaar eerder voorzien. Daarbij komt dat Hammerstein op goede voet stond met het Rode Leger.’’

In strijd met het Verdrag van Versailles van 1918 wisselden beide legers informatie en wapens uit. ,,Zijn zorg was niet zozeer een eventuele oorlog met Rusland, maar zijn stellige overtuiging dat Duitsland deze zou gaan verliezen. Daarin had hij dus een vooruitziende blik. Daarom wilde hij de Russen waarschuwen om deze oorlog te verhinderen. Nogmaals, dat is mijn zienswijze, ik kan het niet bewijzen.’’

 

‘Ik pas deze vorm toe om met de ogen

van onze tijd naar het verleden te kijken.’

 

Wat de Hammersteins precies dreef blijft duister. Om hen toch uit de tent te lokken gebruikt Enzensberger de bijzondere stijlfiguur van het fictieve dodengesprek. Dat leidt tot interessante hypotheses en soms gewaagde bespiegelingen. In die imaginaire postume conversaties lijkt de schrijver tegelijk met zichzelf in gesprek.

,,Wat ik in die postume gesprekken doe is voor een historicus streng verboden. Een historicus moet objectiviteit nastreven. Maar ik ben geen beroepshistoricus. Als bijvoorbeeld een 24-jarige van deze geschiedenis hoort, zal deze allerlei vragen oproepen. Waarom heb je dit of dat zo gedaan? Ik pas deze vorm toe om met de ogen van onze tijd naar het verleden te kijken. Het is een vrijheid die ik mezelf schenk waardoor de mensen van nu de mensen van toen misschien beter kunnen begrijpen. De beroepshistorici moeten zich aan de mores van het vak houden.’’

Uw boek heeft tot controverse in Duitsland geleid.

,,Er waren twee beroepshistorici die zich ergerden aan de vrijheden die ik me in de postume gesprekken veroorloofde. Dat kun je toch niet maken, was de teneur. Maar interessanter is dat ze me daarover niet hard hebben aangevallen. Het zou me meer hebben aangegrepen als ze hadden gezegd dat ik de waarheid geweld aangedaan had. Over het algemeen is het boek goed ontvangen. Dus is controverse een wat al te groot woord.’’

Herkent u zich in de eigenzinnigheid van de Hammersteins?

,,Ik heb dergelijke boeken eerder geschreven, onder andere over een Spaanse anarchist. Dan moet je oprechte interesse in zo’n persoon hebben. Als zo iemand je niet veel kan schelen schrijf je over hem of haar toch geen boek? Maar je moet je ook niet met die persoon identificeren. Ik ben geen anarchist, zoals ik ook geen generaal ben of kan zijn.’’

Uw boek is een roman noch een biografie.

,Het is een levensgeschiedenis van een familie. Want de vrouw van de generaal vind ik ook sterk. Later heb ik nog een prachtige geschiedenis gehoord van een van de familieleden. Het was aan het eind van de oorlog, de generaal was reeds gestorven, toen op de 20ste juli de twee zonen werden verdacht van de aanslag, werd de vrouw Maria in gijzeling genomen. Ze werd in een kamp gezet, ze werd door de SS weggehaald, ze werd in mei 1945 door de Amerikanen bevrijd, ze kwam naar Berlijn terug, vrienden, bekenden vroegen haar heel naïef gevraagd, hoe was het in KZ (concentratiekamp), een komische vraag, en wat antwoord mevrouw von Hammerstein? Eindelijk aangenaam gezelschap! Krankzinnig, niet?’’

Wat vindt de familie van uw boek?

,,In het begin waren ze wat argwanend. Ik moest eerst hun vertrouwen winnen, om allerlei archiefstukken en foto’s te krijgen. Maar het is me gelukt, denk ik, ze zijn zeer tevreden met het boek.’’

Of Hitler aanvankelijk nog iets goeds in de zin had of voor honderd procent het kwaad vertegenwoordigt, is een vraag die er voor Enzensberger niet toedoet.

,,Dat in en in slechte boek ‘Mein Kampf’ behaalde een enorme oplage, maar heel weinig mensen hebben het toen gelezen. Wie dat wel had gedaan wist precies wat hij van plan was. Alles staat erin, al zijn plannen en ideeën, van de ariër tot de vernietiging van de joden, de complete waanzin. Het is nog steeds verbluffend hoe het mogelijk is om vijf miljoen boeken in de wereld weg te kunnen zetten zonder dat iemand blijkbaar notie neemt van wat er echt in staat.’’

Behalve Hammerstein.

,,Ja, natuurlijk. Hij kon die groepen goed onderscheiden, de nationaal-conservatieven en de nazi’s. En toen Schleicher werd vermoord, in 1934, zag hij dat hij ook korte metten maakte met generaals die hem niet trouw volgden, maar toen was het al te laat.’’

Is uw boek in Duitsland ook zo’n succes omdat er in de hoogste kringen ook een ‘goede Duitser’ als Hammerstein was?

,,Hij was geen held, Hitler heeft hij niet omgebracht. Hij was geen heethoofd, hij bleef te allen tijde het hoofd koel houden. Hij was geen avonturier. Hij was heel goed geïnformeerd. Hij was misschien te verstandig om een held te zijn.’’

Klopt het dat de Duitsers nu minder verkrampt naar hun beladen verleden kijken?

,,Het is een natuurlijk proces. De oude nazi’s zijn allemaal dood. Dankzij de lange vredestijd en de welvaart is het veel moeilijker om mensen op te hitsen. Mensen willen werken, kinderen, met vakantie, het zijn die primaire zaken waarmee mensen zich nu bezighouden.’’

Hoe staan de Duitsers nu tegenover de nazitijd?

,,Je moet wel erg onnozel of onverschillig zijn wil de recente geschiedenis je geheel koud laten. Kinderen horen er veel over. Pedagogen klagen wel eens dat de aandacht ervoor soms wat wordt overdreven. De aandacht verdwijnt niet, de jeugd staat er wel afstandelijker tegenover. Voor hen is het eerder iets van oudere generaties, die van hun grootvader. Als ik voor een lezing op een school ben, probeer ik jongeren het verschil uit te leggen tussen schuld en verantwoording. Dat je niet kunt zeggen, ik heb wel een eigen huis, maar niet de schulden daarvan. Schulden erf je ook. Zo is het ook met het verleden.’’

 

‘Er was kort na de oorlog een enorme vrijheid. Dat ervaar je

als zeventienjarige uiteraard heel anders dan iemand van veertig.’

 

Enzensberger was in 1945 zeventien jaar. Het machtsvacuüm dat na de val van het Derde Rijk ontstond ervoer hij zelf als een verademing.

,,Kort na de oorlog heerste er een vorm van anarchie. Het was voor een jong iemand als ik geweldig dat er geen autoriteiten waren. Geen gecommandeer, niets, het was van de ene op de andere dag allemaal verdwenen. Er was een enorme vrijheid. Dat ervaar je als zeventienjarige uiteraard heel anders dan iemand van veertig. Ik kwam voorzichtig met de Engelsen in contact, en omdat ik Engels sprak, tolkte ik voor ze.’’

Hoe is de verhouding na de Duitse hereniging nu tussen de Ossies (voormalige Oost-Duitsers) en Wessies (West-Duitsers)?

,,Het zijn problemen van economische en demografische aard. Het normaliseert zich. Ik denk dat het wel verbeterd is de laatste jaren, maar dat duurt even. Je kunt niet verwachten dat mensen die veertig jaar onder een dictatuur hebben geleefd zich van de ene op de andere dag zouden kunnen veranderen in West-Duitsers. Mensen in een dictatuur worden er door beschadigd. In West-Duitsland was er sprake van twaalf jaar nazi-dictatuur. Dat duurde ook even voordat die uit de hoofden was verdwenen. Oost-Duitsers hebben daarna nóg eens veertig jaar onder een dictatuur geleden. Dat poets je niet zomaar weg.’’

Duitsland zendt net als Nederland soldaten uit naar Afghanistan. Ook aan Duitse kant vechten en sterven soldaten. ,,De Duitsers zien daar helemaal niets in. Zeventig procent is tegen uitzending naar Afghanistan. Het Duitse militarisme is op sterven na dood. Ze kunnen bijna geen mensen krijgen voor uitzending naar Afghanistan. Ze willen niet. Goed, er zijn er die om praktische redenen in het leger gaan, om een goed technisch beroep te leren. Niet om als soldaat naar Afghanistan te worden uitgezonden. Vredesmissies, zoals in Namibië, ziet men nog wel zitten. Maar vechten, nee.’’

 

Hans Magnus Enzensberger: ‘De eigenzinnigheid van Hammerstein. Over de weigering van de hoogste Duitse militair voor Hitler te capituleren’. Oorspronkelijke titel: ‘Hammerstein oder Der Eigensinn. Eine deutsche Geschichte’. Vertaald door Olaf Brenninkmeijer. Uitgeverij Cossee (Cossee Century), 303 blz, gebonden, met leeslint en foto’s.

 

Dichter en denker

met diepe scepsis

 

Hans Magnus Enzensberger (Kaufbeuren, 11 november 1929) is sinds jaar en dag een gewaardeerd dichter, schrijver en denker. Dat was hij in de jaren zestig en zeventig vooral dankzij polemieken tegen de politiek en cultuur van de Bondsrepubliek, en in de jaren tachtig en negentig met boeken als ‘Ach Europa!’ (1987), ‘De grote volksverhuizing’ (1992) en ‘Oog in oog met de burgeroorlog’ (1993). Spraakmakend was zijn essay ‘De radicale verliezer’ (2006), waarin hij in de psyche van de zelfmoordterrorist graaft.

Enzensberger maakte grof gezegd een ontwikkeling door van een auteur met een idealistische, zo niet utopistische naar een realistischer mensbeeld. Een constatering die hem een korzelige reactie ontlokt. ,,Ja, dat zegt men steeds. Waarom weet ik niet. Ik geloof juist dat de ervaringen die ik sinds 1945 heb doorgemaakt, me immuun hebben gemaakt voor politieke stromingen. Het heeft me geleerd om op mijn manier naar alles te kijken. Er zit bij mij een diepgewortelde scepsis. En daarbij speel ik natuurlijk met allerlei mogelijkheden omdat ik me domweg niet neerleg bij de situatie zoals die is.’’

In Nederland was het ironisch genoeg een jeugdboek waarmee hij een groot publiek bereikte, ‘De telduivel’, een opwindend boek over cijfers en reeksen voor iedereen die bang is voor wiskunde. Een glimlach plooit zich om zijn lippen. ,,Dat boek had ik eigenlijk voor mijn dochter geschreven. Tot mijn verrassing sloeg het overal aan, het is veel vertaald en wonderlijk genoeg mijn enige echte bestseller geworden. Ik ben een dichter, een essayist, en dan ben je zo’n uitschieter niet gewend.’’

De rechten van zijn begin dit jaar verschenen boek ‘Hammerstein oder Der Eigensinn’ zijn verkocht aan twaalf landen. In Italië is het inmiddels verschenen. De Nederlandse vertaling ‘De eigenzinnigheid van Hammerstein’ kwam dezer dagen uit. ,,Niet vreemd,’’ zegt Enzensberger. ,,Hier bestaat een rijke vertaalcultuur. Hier is men bereid om over zijn eigen muren heen te kijken. Zo heel anders dan bijvoorbeeld de Amerikanen.’’

 

Oktober, 2008

 

UA-37394075-1