Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Hans Münstermann: ‘Moeder is een heldin’

Hans Münstermann (Amsterdam, 1947) was de verrassende winnaar van de Ako Literatuur Prijs 2006 voor zijn roman ‘De bekoring’. Juryvoorzitter prinses Laurentien bekende dat zij van ontroering een traantje weg had moeten pinken toen zij de indringende roman las over een moeder die in 1960 haar gezin van zeven kinderen in de steek liet.

 

,,Daarmee vertolkt zij, heb ik uit de reacties begrepen, de gevoelens van veel lezers’’, zegt Hans Münstermann enkele dagen na de bekroning van zijn roman. ,,Het onderwerp spreekt blijkbaar veel mensen aan. Iedereen loopt wel eens tegen dit soort verdrongen kwesties aan.’’

 

De schrijver zit er ontspannen bij. Hij geniet met volle teugen van de aandacht die hem na de bekroning met de Ako Literatuur Prijs (groot 50.000 euro) ten deel valt. Hij had er absoluut geen rekening mee gehouden dat hij de prijs zou winnen, gezien het hoge niveau van de andere genomineerde boeken. Vooraf werden de Vlaamse auteurs Stefan Brijs (‘De engelenmaker’) en Dimitri Verhulst (‘De helaasheid der dingen’) en de veelgeprezen debutant Christiaan Weijts (‘Art 285b.’) de grootste kansen toegedicht. De overige twee genomineerden waren de Vlaming Joris Note (‘Hoe ik mijn horloge stuksloeg’) en hoogleraar en mediëvist Frits van Oostrom (‘Stemmen op schrift’.

 

,,Voor mij’’, zegt Münstermann, ,,was de nominatie al een grote onderscheiding. Toen ik de andere boeken las, dacht ik: in dit gezelschap maak ik niet veel kans. Er zaten een paar heerlijke stilisten tussen, zoals Weijts en Verhulst. Zeer veelbelovend. Daarom gaf de bekroning mij een extra feestelijk gevoel.’’

 

De avond beleefde hij als in een roes.  ,,In één dag ben ik in alle uitersten terechtgekomen. Van een commercieel amusementsprogramma tot een journalistiek programma, met alle heisa ertussendoor. Het kon niet op. Alles waarin ik jaren heb geïnvesteerd betaalt zich nu dubbel en dwars uit. Wat mij overkwam is iets wat meestal bij de buren gebeurt. Als zoiets dan jezelf overkomt moet je even de tijd nemen om eraan te wennen, dat doe ik dus nu.’’ Vandaar dat de schrijver, die als dramaturg verbonden is aan de Toneelacademie in Maastricht, zichzelf een weekje vrijaf had gegeven.

 

EEN MOEDER DIE HUIS EN HAARD VERLAAT

 

De bekoring’ werd bij verschijning begin dit jaar lovend ontvangen. Het boek gaat over de moeder van het gezin Klein die in juli 1960 huis en haard in het vredige Amsterdam-Zuid verlaat met de mededeling dat ze nooit meer terugkomt. Het is nota bene de verjaardag van haar zoon Andreas, die haar vertrek als verraad ervaart. De moeder overlijdt in 2004. De familie haalt dan herinneringen op aan het drama dat het gezin getekend heeft.

 

Münstermann wist dat hij over dit onderwerp ooit een boek zou schrijven. ,,Ja, maar ik moest wachten tot de tijd er rijp voor was. Dat is pas als je voelt als je er greep op hebt. Ik heb daar heel lang over gedaan en daar heeft de dood van mijn moeder een jaar of vier geleden een rol in gespeeld.’’

Waarom wachtte hij met het schrijven tot zij was overleden?

 

,,Dat ligt, lijkt mij, voor de hand. Het geldt ook voor mensen die hun memoires schrijven. Je kunt bepaalde dingen niet opnemen als het over mensen gaat die nog leven. Dat kan uiterst pijnlijk zijn, het heeft met kiesheid en goede smaak te maken. Ik wilde alle schijn vermijden dat ik via deze weg bezig was met een afrekening, want dat was niet het geval.’’

 

In de jaren vijftig, zestig was het uitgesloten dat een moeder haar gezin in de steek zou laten. Toch zet de moeder in ‘De bekoring’ deze stap. Zij breekt uit haar slavenbestaan in een verstikkend huwelijk.

 

,,Ik ken uit die tijd geen andere gevallen. Doordat de sociale pressie groot was, werd alles koste wat koste bij elkaar gehouden. In die zin is dit inderdaad uitzonderlijk, maar omdat het zo uitzonderlijk is of was, gaf het ook een soort bevrijding. In dat opzicht is de moeder een soort heldin. Daarmee bedoel ik niet dat ze een heldin is die een heroïsche daad verricht. Ze wil haar eigen leven verbeteren. Daarbij neemt ze grote risico’s.’’

 

Haar optreden stuit op muren van onbegrip. ,,En ik geloof dat die muren er nog steeds zijn. In het tv-programma van Pauw & Witteman, waar ik was uitgenodigd, lieten de andere gasten weten dat ze het zich niet konden voorstellen dat hun moeder zoiets had kunnen doen.’’ Aan het slot van het boek is er ook sprake van een zekere vergiffenis. ,,Er is een soort verzachtende omstandigheid. De moeder krijgt de gelegenheid om nog eens duidelijk te maken hoe ongelukkig het allemaal is gelopen. Dat het soms niet anders kan.’’

 

Het romanpersonage Andreas Klein is te beschouwen als het alter ego van Münstermann, dat ook voorkomt in zijn andere romans waarin hij een beeld schetst van de naoorlogse generatie.

 

,,Je moet schrijver en personage niet met elkaar vereenzelvigen. Maar als men dat zo wil zien kan ik dat natuurlijk niet tegenhouden. In mijn familie roepen ze altijd: Hans, zo zat het niet, zo was het niet, je vergist je, je verdraait het, wat maak je me nou, en zo voorts en zo voorts. Ik ben me daarvan bewust. Ik zou niet graag pretenderen dat ik een historicus ben die de werkelijkheid exact registreert als een fotograaf, maar ik wil wel dat de lezer het ervaart alsof het een foto is. Het verhaal is een verzinsel, maar wel een verzinsel dat heel veel met mij te maken heeft. Ik had zoiets ook in de krant kunnen lezen. Neem ‘Madame Bovary’, dat is een verzinsel van Flaubert, maar de bron van het verhaal is een authentiek bericht in de krant. Dat opent allerlei deuren naar de werkelijkheid maar het geeft de auteur ook de vrijheid om het naar zijn hand te zetten.’’

 

Heeft hij er zelf een jeugdtrauma aan overgehouden?

 

,,Een jeugdtrauma is iets wat je met je mee blijft zeulen. De kinderen in het verhaal hebben er wel littekens aan overgehouden. Maar met littekens kun je heel goed voetballen en hardlopen. En hoewel die littekens nog zichtbaar zijn, denk ik dat als de moeder overlijdt, ze die kwestie toch verwerkt hebben. Door haar dood is wel de creativiteit van Andreas Klein ontwaakt. Hij ziet zijn kans schoon, dat zegt hij ook ergens in het boek. Ik kan het verhaal afmaken. Daarmee bedoelt hij dat voor hem het werk als auteur pas begint.’’

 

UIT EEN VERHAAL MOET JE AF EN TOE KUNNEN ONTSNAPPEN’

 

De bekoring’ is ook een tijdsdocument. De actualiteit van die dagen schemert voortdurend door het verhaal heen. Zo wordt in 1960 de eerste leider van het pas onafhankelijk geworden Kongo, Loemoemba, gearresteerd en mishandeld. In 2004 zijn er de afgrijselijke berichten over de bezetting van de school in Beslan. ,,Dat geeft lucht aan zo’n verhaal. Ik vind dat zo’n verhaal niet alleen een gevangenis moet zijn, je moet er af en toe ook aan kunnen ontsnappen.’’

Ook duikt herhaaldelijk architect Van Epen op, een bouwmeester van socialistische snit. ,,Hij is voor mij heel belangrijk. Hij is een soort Aladin met de wonderlamp die door het verhaal surft om te inspecteren hoe het met de huizen is gesteld die hij in 1920 gebouwd heeft. Hij vond dat je gezond en tevreden moest kunnen wonen. Als maker of schepper zoomt hij ook echt in op het lot van de mensen die in zijn huizen wonen. Dat is enigszins absurd. Maar deze Van Epen is in mijn verhaal veel meer dan alleen de architect, hij is ook de surveillant van het geluk van de bewoners.’’

 

De bekoring’ is Münstermanns vijfde roman. Daarvoor schreef hij met zijn studievriend Jacques Hendrikx onder het pseudoniem Jan Tetteroo zes geslaagde romans over actuele maatschappelijke kwesties.

 

,,We wilden als opgewonden schoolmeesters het volk mores leren of vertellen hoe het zat. Zo is Tetteroo ontstaan. We hebben nog veel contact. Onze boeken zijn nog niet gestorven. Ons debuut, ‘No flesh’, over Rembrandt, is inmiddels in het Engels vertaald en in dit Rembrandtjaar zijn aan de hand ervan wandelingen georganiseerd. Volgend jaar is het De Ruyterjaar, we hebben ook een roman geschreven over Michiel de Ruyter. Wij zijn dus nog springlevend.’’

 

Münstermanns ‘De bekoring’sluit aan op zijn eerste boek ‘Het gelukkige jaar 1940’ (2002). ,,Daarin worden dezelfde soort dingen gezegd. Ze passen bij elkaar als een tweelingboek, maar je kunt ze heel goed onafhankelijk van elkaar lezen. ‘Het gelukkige jaar 1940’ beschrijft de eerste ontmoeting tussen de Nederlandse moeder en haar Duitse echtgenoot. Ze trouwden op de dag dat Duitsland Nederland binnenviel. Dat geeft in de roman aanleiding tot allerlei gewetensconflicten en verwarringen. Dat spookt ook door ‘de bekoring’ heen.’’

 

Hans Münstermann: ‘De bekoring’. Uitgeverij Nieuw Amsterdam, 205 blz.  

 

Juli, 2007

UA-37394075-1