Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Harpiste Lavinia Meijer laat zich omhelzen

Veel geadopteerde Koreanen keren vroeg of laat terug naar hun geboorteland om op zoek te gaan naar hun roots. Harpiste Lavinia Meijer was dat echter absoluut niet van plan. ,,Ik voel het niet als een gemis,” zegt ze aan het begin van de documentaire van filmmaker Paul Rigter, zelf ook geadopteerd uit Zuid-Korea. ,,Ik heb hele lieve ouders.”

In ‘Spelen voor het verleden’ keert de 26-jarige harpiste uiteindelijk toch terug naar haar geboorteland Zuid-Korea: voor een nieuwjaarsconcert. Wat een volgende stap in haar opmerkelijke muzikale carrière moet worden, verandert in een onverwachts weerzien met haar vader, die haar als baby afstond aan haar Nederlandse adoptieouders.

Lavinia Meijer werd als klein meisje naar Nederland gehaald. Ze groeide op met haar oudere (biologische) broer, een oudere zus en een jongere broer (geadopteerd uit Ethiopië) in het gezin Meijer, waarin ze haar grote muzikale talent kon ontwikkelen. Ze studeerde cum laude af aan het conservatorium en ontving in 2009 de Nederlandse Muziekprijs voor uitzonderlijk talent. Met haar Koreaanse achtergrond was ze niet bezig, sterker, ze wilde met haar biologische vader niets te maken hebben. De liefdeloze manier waarop haar gescheiden ouders haar hadden afgestaan, was in haar ogen onvergeeflijk. Toen haar biologische vader na vele jaren contact opnam, hield ze de boot af: ,,Het nemen van kinderen is een keuze voor de rest van je leven.”

Maar eenmaal in Seoel slaat de twijfel toe. Ze zwerft met haar man door de Koreaanse metropool, waar ze zich vooral toerist voelt, al vindt ze het bijzonder om tussen mensen te lopen ‘die allemaal op me lijken’. In een Koreaanse radiostudio vertelt ze over haar afkomst, haar Nederlandse familie en haar liefde voor de harp, die voor haar iets mysterieus en intiems heeft omdat het zo’n direct instrument is dat ‘je omhelst als je speelt’.

Ze is buitengewoon ambitieus. Ze vindt het dan ook jammer dat ze niet de enige solist is tijdens het nieuwjaarsconcert, want de begaafde harpiste, niet wars van enige glitter en glamour, is in haar oogstrelende rode jurk liefst het stralende middelpunt. ,,Mijn grootste angst is om geen goede indruk achter te laten,” zegt ze. ,,Misschien hier nog meer omdat ik Koreaanse ben.” Ze verzorgt een kamerconcert en signeert haar cd’s. Een vrouw smeekt haar weer snel terug te komen. Ze ondergaat alle aandacht alsof ze in een warm bad stapt: ,,Ik heb het gevoel dat ik door dit land omarmd word.”

 

‘Stel dat hij lelijk is, wat dan?’

 

Maar het accent in de film ligt op Lavinia’s innerlijke worsteling, op de twijfel die voortdurend opspeelt en die ze openlijk voor het oog van de camera uit: ,,Zodra ik mijn vader zie, leg ik me voor de rest van mijn leven vast. Dat legt een enorme druk op me. En stel dat mijn vader heel erg lelijk is, wat dan?” Ze vreest de gevolgen, maar het verlangen naar het weerzien is onweerstaanbaar. Ze praat er uitvoerig over met haar man Kas Clark, die in alles intens met haar meeleeft en bij haar optredens vaak zenuwachtiger is dan zijn vrouw.

Tenslotte besluit ze haar biologische vader te benaderen en uit te nodigen voor het concert: ,,Daarna gaan we weer ieder onze eigen weg en kan ik altijd nog beslissen wat ik wil.” Vlak voor het concert volgt het emotionele weerzien tussen vader en dochter, alsof we in een aflevering van ‘Spoorloos’ zijn beland. Lavinia is hypernerveus, nog nerveuzer dan voor het concert dat erop volgt, wanneer het Zuid-Koreaanse publiek de stralende jonge diva als een verloren dochter onthaalt.

 

April, 2010

 

UA-37394075-1